Advertentie

het probleem van afrikaanse prints bij westerse modehuizen

Het gebruik van Ankara-prints in de show van Stella McCartney deed de discussie over culturele toe-eigening opnieuw oplaaien. Wordt het niet eens tijd dat we in plaats van Afrikaanse prints, Afrikaanse ontwerpers op onze catwalks vieren?

door Charlotte Simons
|
18 oktober 2017, 12:52pm

Beeld via Instagram 

Onlangs stroomden de beelden van Stella McCartneys lente/zomer '18-show tijdens de Parijse modeweek binnen, en zagen we jumpsuits, jurken en tops in felgekleurde Ankara-prints op de catwalk voorbij komen. De ontwerper schaart zich na het uitbrengen van deze collectie in het rijtje grote, Westerse modehuizen dat zich heeft laten inspireren door mode die doorgaans gedragen wordt door vrouwen in Sub-Sahara Afrika. Ze had je bijvoorbeeld het modehuis Louis Vuitton, dat voor voor zijn mannencollectie van lente/zomer 2012 naar het Maasai-volk uit Kenia en Tanzania keek, en Christopher Bailey voor Louis Vuitton, die voor de vrouwencollectie van lente/zomer 2012 eveneens gebruik maakte van Oost-Afrikaanse kitenge-prints.

Al snel kreeg McCartney via Twitter en andere social media de volle lading over zich heen, en vroegen veel mensen zich hardop af in hoeverre de Britse ontwerper zich schuldig had gemaakt aan culturele toe-eigening. Culturele toe-eigening, ook wel 'cultural appropriation' genoemd, is het overnemen van één of meerdere culturele elementen van een gemarginaliseerde groep (denk hierbij bijvoorbeeld aan een haarstijl, gebruik, taal of symbool) door een bevoorrechte groep. En wanneer er zulke beschuldigingen gedaan worden, volgt vaak vanzelf de vraag: waar ligt de grens tussen 'cultural appropriation' en 'cultural appreciation'? In het laatste geval is er sprake van een oprechte interesse in de achterliggende betekenis en geschiedenis van een bepaald cultureel kenmerk, en heeft de persoon in kwestie uitgebreid kennis opgedaan over de bijbehorende cultuur. Het culturele kenmerk wordt in dat geval niet slechts gereduceerd en gesimplificeerd tot modestatement.

Ik raakte hierover in gesprek met een vriendin, die me erop wees dat de prints die McCartney in haar collectie verwerkt heeft van Vlisco zijn, en daarmee van Nederlandse origine. Vlisco is inderdaad een Nederlands bedrijf, dat ooit in de negentiende eeuw was begonnen met het verkopen van imitatiebatikstoffen aan het toenmalige Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië). Die afzetmarkt verschoof uiteindelijk naar West-Afrika, waar meer mogelijkheden waren – en dat is sindsdien altijd zo gebleven. Volgens mijn gesprekspartner zou er in dit geval dus geen sprake kunnen zijn van culturele toe-eigening, want de textielgigant is ongeveer net zo Brabants als Guus Meeuwis.

Op social media kreeg zij veel bijval, maar er waren ook genoeg mensen die er een heel andere mening op nahielden, zoals de Congolese mode-entrepreneur Nsimba Valene Lontanga: "De frustratie ligt 'm niet alleen in de print, maar in de combinatie van de prints en de silhouetten. [Kleding] waarin we onze oudere familieleden vaak zien wanneer ze boodschappen gaan doen, of wanneer ze thuis zijn. Ga naar een willekeurige markt in West-Afrika, en je ziet deze look overal terug." De textiel mag dan inderdaad in Nederland worden gefabriceerd, maar het uiteindelijke ontwerp en silhouet is onmiskenbaar West- en Centraal-Afrikaans.

Eku Edewor, een Brits-Nigeriaans model en actrice, legde op de instagrampagina van McCartney uit waarom ook zij problemen heeft met de manier waarop de Vlisco-stoffen door McCartney wordt gebruikt, en bepleitte dat er hier wel degelijk sprake was van culturele toe-eigening : "Ik vind het vrij oneerlijk om de hele geschiedenis achter hoe deze stof het culturele eigendom werd van West-Afrikanen uit te wissen, puur en alleen omdat de techniek [van hoe de prints gecreëerd worden] niet hier ontstaan is. De populariteit ervan ontwikkelde zich in onze handen, volgens West-Afrikaanse smaak, en is met de tijd deel uit gaan maken van de West-Afrikaanse cultuur."

De Huffington Post sprak een woordvoerder van Stella McCartney, die aangaf dat de ontwerpen "het unieke vakmanschap, en de bijbehorende de cultuur en erfgoed" zouden vieren, maar dit schoot bij veel mensen in het verkeerde keelgat, omdat de oorsprong van de ontwerpen en silhouetten niet erkend zou zijn. Critici zijn van mening dat McCartney op deze manier goed geld verdient aan ontwerpen die eigenlijk niet de hare zijn, en de inspanningen van de originele makers worden op geen enkele manier, laat staan op financieel vlak, gecompenseerd. Daar ligt volgens velen dan ook meteen het eerste probleem.

Een ander element van McCartneys meest recente show waar critici over vielen: het feit dat de ontwerper slechts één zwart model in haar show liet meelopen. En hiermee wordt volgens hen het narratief dat Afrikaanse prints alleen modisch zijn wanneer ze op niet-zwarte modellen worden geshowd bevestigd. Op Twitter werd bepleit dat, als McCartney meer zwarte modellen voor haar show gecast had, dit de show al een bepaalde context zou hebben gegeven, waarin de afkomst van de ontwerpen op een eerlijkere manier erkend zou worden. Of zoals Nsimba Valene Lontanga het verwoordde op haar blog: "Veel van de eerste en tweede generatie Afrikaanse vrouwen [in de Afrikaanse diaspora] konden zich niet langer op deze manier kleden, omdat ze anders niet serieus zouden worden genomen door de Westerse gemeenschap." En dat wringt bij veel veel mensen in de diaspora, omdat Ankara-prints – wanneer ze gebruikt worden door invloedrijke, Westerse modehuizen en geshowd worden op witte modellen – ineens als high fashion worden beschouwd.

Nog een heikel punt: McCartneys ontwerpen zullen straks voor duizenden euro's in exclusieve warenhuizen verkrijgbaar zijn, terwijl Afrikaanse ontwerpers die óók gebruik maken van dergelijke prints – zoals, ik noem er maar een paar, Christie Brown, Gloria Wavamunno, Patricia Waota of Korto Momolu – die kans meestal niet gegund wordt. De gemiddelde kleermaker die je op een Ghanese of Nigeriaanse markt vindt, zou een dergelijk ontwerp voor waarschijnlijk nog geen tiende van de prijs die Stella McCartney aan haar jurken hangt in een mum van tijd in elkaar kunnen zetten.

Afgelopen week berichtten we al dat afgelopen catwalkseizoen het meest diverse modeseizoen ooit was: nog nooit hadden er zoveel transgender, niet-witte en plussize modellen meegelopen tijdens de verschillende shows – goed nieuws dus. Maar ook de ontwerpersbranche is aan verandering onderhevig, en steeds meer ontwerpers van Afrikaanse afkomst weten zich een weg omhoog te werken. De komende tijd zal er dus plaats gemaakt moeten worden voor zowel Afrikaanse ontwerpers als Afrikaanse mode: en dan niet voor slechts één seizoen waarin Ankara-prints onder de noemer 'tribaal' of 'etnisch' op één hoop worden geveegd met dierenprints en Navajo-patronen – maar structureel, en op de lange termijn.
Tagged:
vlisco