Kimberley wears coat Calvin Klein 205W39NYC. Shirt and skirt Céline. 

waarom we anders moeten gaan denken over machtsstructuren in de kunstwereld

Nu, meer dan ooit, moeten we stilstaan bij de radicale mogelijkheden van onze eigen nieuwsgierigheid.

door Kimberly Drew; foto's door Tyler Mitchell
|
feb. 21 2018, 4:52pm

Kimberley wears coat Calvin Klein 205W39NYC. Shirt and skirt Céline. 

Tegenwoordig begint elk interview vaak op dezelfde manier. Je zit tegenover een schaapachtige journalist van in de twintig of dertig en wil het graag perfect doen. Helaas is het een imperfecte wereld. Als je in dezelfde kamer bent, leunt de journalist over de tafel en vraagt: “Dus, hoe ben je begonnen?”

Soms ben ik de schaapachtige journalist, en als ik op mijn best ben, heb ik van tevoren research gedaan en weet ik genoeg om niet te beginnen met zo’n saaie vraag. Voor mij is schrijven altijd de plicht geweest van iedereen die zich in de nabijheid van cultuur begeeft. We hebben allemaal een mening en ze zijn het allemaal waard om vast te leggen. Woorden kunnen het gereedschap zijn voor het bouwen van ons culturele geheugen, en kunst zonder het geschreven woord is als een protest zonder organisatoren. Het aanzetten tot verandering vereist toewijding. Dus ben ik er: soms als een schaapachtige schrijver en soms als een geïnterviewde. Vanaf het begin van mijn carrière is mij geleerd dat het een eer en een privilege is om vast te leggen en vastgelegd te worden, maar soms droom ik er weleens over hoe anders de vragen kunnen zijn.

Kimberley draagt jas, jurk en sokken van Miu Miu. Sandalen Birkenstock.

Afgelopen voorjaar had ik de mogelijkheid om een openbare dialoog aan te gaan met Thelma Golden, de directeur en hoofdcurator van The Studio Museum in Harlem, waar ik zeven jaar eerder stage had gelopen. Die avond vond ik het opwindend om Thelma te vragen naar haar carrière en meer te leren over haar werk voor het Whitney Museum, waar zij in 1988 de eerste zwarte curator was die aangenomen werd bij het instituut (het museum werd opgericht in 1930 en nam pas in 2017 zijn tweede zwarte curator, Rujeko Hockley, aan). Ik werk zelf bij The Metropolitan Museum of Art, dat pas één zwarte curator heeft gehad, Lowery Stokes Sims, dus ik was benieuwd hoe het voor haar was om al die jaren de eerste en enige te zijn.

Ik ben een publieke, queer en zwarte vrouw in een werkveld dat overweldigend homogeen is wat betreft ras en klasse, waardoor ik vaak meer vragen heb dan antwoorden. Volgens een onderzoek uit 2013 dat werd gefinancierd door de Mellon Foundation is 84 procent van de curatorplekken in musea bezet door niet-Spaanse, witte mensen. Dat betekent dat bijna 84 procent van de mensen die de cruciale beslissingen nemen over wie er wordt toegevoegd aan de collectie, wie het onderwerp wordt van monografieën en wiens kunst belangrijk genoeg is om herinnerd te worden, van dezelfde raciale groep is (en in de meeste gevallen dezelfde socio-economische achtergrond heeft). Wat zou er gebeuren als de journalisten van in de twintig en dertig meer mensen (van alle achtergronden) naar deze crisis zouden vragen? Wat als de kunstwereld bij elke gelegenheid steeds om verantwoording gevraagd zou worden wat betreft deze uitsluiting?

Deze en nog honderden andere vragen gingen door mijn hoofd, terwijl ik me voorbereidde op mijn gesprek met Thelma. Ik bekeek haar gesprekken met Glenn Ligon opnieuw, haar beste vriend en een kunstenaar waar ze al jarenlang mee in dialoog gaat. Ik wilde mezelf uitdagen om haar vragen te stellen die ze nog nooit had beantwoord. Natuurlijk wilde ik indruk maken op een van mijn grootste helden, maar in plaats daarvan faalde ik een beetje.

Jurk Loewe.

Tegen beter weten in vroeg ik Thelma of ze ooit last had gehad van het oplichterssyndroom – een veelgebruikt woord van millennials. Ik was benieuwd of het gevoel dat je er niet bijhoorde ook toen al speelde. Direct antwoordde ze: “Ik had daar geen tijd voor. Ik wist dat ik het moest laten zien en mezelf moest bewijzen.” Haar zelfverzekerdheid en overtuiging maakten indruk op me. In de jaren negentig, op het hoogtepunt van de cultuuroorlogen, was zij 27, net als ik. Ik kon me niet voorstellen hoe ze om had weten te gaan met de druk van de verantwoordelijkheid die op haar lag. Was deze overtuiging de motivatie? Was die overtuiging genoeg voor een carrière van meer dan twintig jaar aan de top?

Soms vraagt een journalist me iets in de trant van “Hoe is het om een activist te zijn?” of “Hoe is het om de eerste te zijn?” Meestal spot ik ermee en denk ik aan vrouwen als Thelma, die onderdeel is van een groep die ik romantiseer als mijn “tantes uit de kunstwereld.” Die groep omvat, maar is niet beperkt tot: Lowery Stokes Sims, Deborah Willis, Kellie Jones, Naima J. Keith, Isolde Brielmaier, Sarah Lewis, Elizabeth Alexander en Sandra Jackson-Dumont. Allemaal hebben ze op hun eigen manier de vragen gesteld die de kunstwereld vormden tot zoals we die nu kennen. Wie waren de zwarte kunstenaars die werkten met abstractie in de jaren zeventig? Welke rol kan kunstonderwijs spelen in een gemeenschap? Hoe heeft social media invloed gehad op de manier waarop we omgaan met de dood? Dat soort vragen herinneren me eraan dat het werk dat ik doe niet altijd dat van een activist of pionier is, maar meer lijkt op het werk van een erfgename. Mijn grote erfenis is de vrucht van hun werk en zorg.

In een tijdperk van handelingen die actie snel doen veranderen in abstractie, ben ik geobsedeerd met het stellen van betere vragen. Achter onze toetsenborden en online profielen is het gemakkelijk om overtuiging te vervalsen, maar soms is het krachtigste wat we kunnen doen nieuwsgierig blijven. Ik verafschuw het cliché “nu meer dan ooit”, maar het is toepasselijk hier: nu, meer dan ooit, moeten we nadenken over de radicale mogelijkheden van onze eigen nieuwsgierigheid. Het is exact die nieuwsgierigheid die het beeld over onze tijd zal bepalen.

Jas en schoenen Calvin Klein 205W39NYC.

Credits


Fotografie Tyler Mitchell
Styling Jason Rider

Haar Carly Heywood gebruikt Carol’s Daughter. Make-up Yui Ishibashi gebruikt M.A.C Cosmetics. Fotografie-assistent Kyle Keese. Styling-assistent Jeremy Anderegg.

Het originele artikel verscheen eerder op i-D UK