de laatste dagen van de disco

De foto’s van Bill Bernstein, in onder andere Studio 54, zijn het bewijs dat je te laat geboren bent.

door Alice Newell-Hanson
|
18 november 2016, 2:50pm

"De muziek schudde letterlijk je ingewanden door elkaar," zegt Bill Bernstein als hij het heeft over het geluid in Studio 54. De legendarische Richard Long ontwierp de speakers die ervoor zorgden dat iedereen op de dansvloer de bass door het hele lichaam voelde gaan.

Toen Bernstein voor het eerst in Studio 54 terecht kwam, was het december 1977. Hij was er als freelance fotojournalist voor The Village Voice. Het was hem als twintiger niet eerder gelukt om indruk te maken op de uitsmijter ("ik was niet cool genoeg"), en om binnen te komen. Zijn officiële opdracht voor die avond was om foto's te maken tijdens een formeel feest van de moeder van President Carter, Lillian. De hele dansvloer stond vol met gedekte tafels. Toen het evenement afgelopen was, en de tafels werden opgeruimd en de gebruikelijke bezoekers binnen begonnen te druppelen, besloot Bernstein te blijven hangen. Hij was nieuwsgierig en dacht dat het hem nooit zou lukken om weer binnen te komen.

"Die avond werd ik omver geblazen door wat ik allemaal zag," vertelt hij, "de bezoekers waren zulke bijzondere mensen. Het was een geweldige mix - het waren geen kliekjes die samen in hoekjes gingen staan - ze dansten en feestten allemaal met elkaar."

De twee jaar die hierna volgden bezocht Bernstein meer dan 26 discoclubs in New York, Long Island en New Jersey. Hij legde de glitterende mensen vast in Le Clique, Hurrah en Xenon in Manhattan, en het in het legendarische Ice Palace in Fire Island. Zijn foto's laten vliegende acrobaten zien bij GG's Barnum Club, de legendarische DJ Larry Levan die draaide in Paradise Garage, leren banken in Studio 54 en feestbeesten in strakke kleding. "Er was echter meer aan de gang dan alle attributen, het klatergoud, de discoballen en de muziek," vertelt hij. "Het was een soort overwinningsdans voor homo's, vrouwenbewegingen, Afro-Amerikanen en Latino's. Ze brachten een ode aan gelijkheid. Het was van: 'we hebben het voor elkaar en nu gaan we los!'"

Het Museum of Sex in New York opent nu een nieuwe tentoonstelling die een ode brengt aan de vrije seksuele moraal van de discocultuur. De tentoonstelling Night Fever: New York Disco 1977-1979 laat een selectie van Bernsteins foto's zien uit zijn boek Disco, en zal, hoe iconisch, plaatsvinden in een enorme club waar de Richard Long speakers zullen knallen.

Wat was de reputatie van disco toen je deze scene begon te fotograferen in 1977?
Het werd gezien als een modeverschijnsel, maar in de jaren zeventig vond het voornamelijk ondergronds plaats. Het is belangrijk om dat te beseffen, dat het een inclusieve cultuur was. New York stond er economisch heel erg slecht voor stond, en er heerste veel homofobie. Transgenders werden nog niet geaccepteerd, ze werden gezien als vreemde enkelingen. Het was dus echt uniek dat er een plek was waar iedereen naartoe kon gaan, ondanks je huidskleur of seksuele voorkeuren, en waar je kon feesten en dansen. Het was een eigenzinnige periode.

Toen Saturday Night Fever een ding werd in december 1977, werd disco opeens mainstream. Het verloor opeens haar underground-imago, door locaties zoals The Loft van David Mancuso, die deze week is overleden, en The Gallery, met Nicky Siano, die later de eerste dj werd bij Studio 54. Studio 54 was de eerste discoclub in de scene, en die werd uiteindelijk ook legendarisch. Het was niet de enige disco in de stad, maar wel de eerste waar ik heen ging. Ik ben in die periode langs heel wat clubs gegaan.

Hoe maakte je een keuze om naar een club te gaan op een avond?
Ik ging niet naar speciale evenementen, dat waren van die avonden waar beroemdheden zouden zijn. Ik raakte zelf gefascineerd door mensen die niet beroemd waren, en die zichzelf zouden omtoveren voor de avond.

Welke persoonlijkheden heb je leren kennen en gefotografeerd?
Ik heb Rollerena ontmoet in Studio 54 en in Xenon, zij was echt overal. Ik hoorde eens dat ze overdag werkte als bankier op Wall Street en dat ze in de avond door het leven ging als een fantasierijke feeënprinses met een toverstok en rollerskates. Ze was een bekend gezicht van de uitgaansscene en de scene van West Village. Ze skatete altijd over straat en zegende de mensen met haar toverstok. Het stel op de cover van mijn boek zag ik op verschillende momenten. Ze waren net artiesten. Ze waren op een avond verkleed in safarikleding, en hadden midden in Studio 54 een tent opgezet.

Wisten jullie dat disco een einde zou kennen?
Ik wist niet wat er zou gaan gebeuren. Hoe veel groter kon dit worden? Het was een paar jaar echt een trend. Alle radiostations draaiden disco. Er was concurrentie van rock and roll, maar disco was echt heel groot. Mijn timing was per toeval ook perfect. Studio 54 ging open in 1977 en ging weer dicht in 1979, en dat waren de twee jaren dat ik fotografeerde. Studio 54 was misschien niet de enige plek voor disco, maar speelde wel een hele belangrijke rol. Ik denk dat het keerpunt van disco begon na AIDS. De disco's waar ik moest fotograferen werden 'de gaykanker' genoemd. Iedereen wist dat er iets aan de hand was en hadden vrienden die stierven. Maar niemand wist er het fijne van. Pas in 1981 kreeg iedereen te horen dat AIDS een virus was. Er ontstond een angst en paniek. De scene veranderde. Het ging wel door, maar het veranderde.

"Night Fever: New York Disco 1977-197, The Bill Bernstein Photographs" wordt tentoongesteld in de Museum of Sex tot en met 19 februari 2017.  

Credits


Tekst Alice Newell-Hanson
Fotografie Bill Bernstein

Tagged:
New York
disco
Bill Bernstein
Cultuur