mark neville’s foto’s van voorsteden en kleine disco’s tonen schrijnende sociale ongelijkheid

De Britse kunstenaar herdefinieert wat het betekent om het echte leven vast te leggen.

door Alice Newell-Hanson
|
19 december 2016, 1:31pm

Mark Neville verspreidde zijn allereerste fotoboek onder achtduizend gezinnen in het Schotse dorp Port Glasgow, en verder nergens. Hij woonde een jaar in dit voormalige scheepsbouwersdorp om foto's te maken van de bewoners tijdens de crisis. Zodra het project af was, schakelde hij jochies van de lokale voetbalclub in om het boek van deur tot deur te verspreiden. De jongens zamelden hiermee genoeg geld in om nieuwe tenues te kopen en hun verenigingskas te spekken. Maar niet iedereen was blij met het fotoboek. Een groepje protestantse bewoners demonstreerde en organiseerde een heuse boekverbranding.

Dit gebeurde allemaal in 2005. Sinds dat project heeft Neville meer soortgelijke projecten ondernomen, waarin hij kleinschalige gemeenschappen onder de loep nam en op onderzoek ging naar de ethiek van documentairefotografie. "Het gebeurt maar al te vaak dat deze boeken eindigen op de koffietafels van de middenklasse," vertelt Neville, "en je ziet ze vrijwel nooit terug op de koffietafels van de arbeiders die zelf in het boek staan." Hij wilde ervoor zorgen dat de relatie tussen het publiek en de onderwerpen gelijkwaardiger werd. Neville dompelt zich jarenlang onder in een gemeenschap, dus voor hem is de manier waarop zijn werk ontvangen wordt even belangrijk als de beelden zelf.

Tussen 2010 en 2012 fotografeerde hij de bewoners in het plaatsje Corby, gelegen in het noorden van Engeland. Dit plaatsje werd geteisterd door giftig afval, afkomstig van de lokale staalfabriek. Hij verstuurde de enige exemplaren van het boek, genaamd Deeds Not Words, naar 433 lokale bestuurders in Engeland om ervoor te zorgen dat deze kwestie rondom giftig afval serieuzer benaderd werd. In 2012 documenteerde Neville de verschillen tussen twee buurten in Pittsburgh. Hij wilde hiermee laten zien dat er nog steeds economische ongelijkheid is tussen verschillende sociale klassen. De beelden werden als diavoorstelling tentoongesteld in het lokale Andy Warhol Museum.

Dit drietal projecten over postindustriële gemeenschappen wordt opgenomen in Neville's nieuwe boek, Fancy Pictures. Niet alleen deze drie projecten zullen erin voorkomen, het boek zal uit negen projecten bestaan. Het is zijn allereerste monografie en het is bovendien ook nog eens de eerste keer dat veel van deze foto's aan de buitenwereld worden getoond. 

Kun je iets vertellen over je project in Pittsburgh? Waarom koos je de twee buurten Sewickley en Braddock?
Pittsburgh was vroeger een ontzettend rijke stad. Drie van de vijf rijkste Amerikanen woonden in Sewickley, vlakbij Pittsburgh. Honderd jaar geleden waren het de steenrijke industrialisten Carnegie en Mellon die er woonden. Ze hadden prachtige zomerhuizen en privédierentuinen. Al hun bezittingen zijn nu verdeeld onder internetmiljardairs en basketbalspelers. Pittsburgh is nog steeds een fijne woonplaats. Maar ernaast ligt Braddock, wat echt totaal het tegenovergestelde is.

Het project werd gefinancierd door het Warhol Museum in Pittsburgh. Een week nadat ik mijn project af had voor The New York Times Magazine (genaamd Here is London, uit 2012), vloog ik naar Amerika. Ik woonde er vijf maanden, werkte dag in dag uit, was constant aan het fotograferen. Ik ging op zoek naar de extreme kant van het Amerikaanse leven en alle ongelijkheid die daarbij komen kijken. Deze leken op de een of andere manier allemaal iets te maken te hebben met huidskleur en racisme. De eerste nacht reden we rond met de auto en zagen we vier keer hoe een bestuurder werd aangehouden door de politie. Elke keer was het een blanke politieman en een zwarte bestuurder. Dan ga je wel denken: hier is duidelijk iets helemaal mis.

Was het handig of juist lastig om een buitenlander te zijn?
Het was best handig om 'de ander' te zijn, eigenlijk. Het betekent dat je geen deel uitmaakt van wat plaatselijk gaande is, waardoor je onpartijdig overkomt. Ik moest hard werken om relaties op te bouwen met de gemeenschappen daar. Vaak ga ik op de plek wonen waar ik werk, daarom verhuis ik ook zo vaak. Ik wil er wel altijd voor zorgen dat ik genoeg tijd heb voor een project.

Bij wie woonde je in Pittsburgh?
Dit was in Sewickley, bij een familie genaamd Smith. Ze hebben een advertentiebureau en waren zeer vrijgevig. Er worden veel feestjes gegeven in Sewickley. Een gezegde daar is "De goot is overspoeld met whiskey", zoiets. Ze noemen het "de Sewickley draaikolk" van de etentjes en de cocktailfeestjes en ze nodigden me uit voor hun feestjes. In Braddock, het armere gedeelte, verbleef ik bij een van de laatste staalmolens. Als je naar het Braddock van de jaren zeventig zou kunnen gaan had je veel winkels gezien en had vrijwel iedereen een baan. Maar toen de staalindustrie instortte verdween dat allemaal. Problemen met drugs als crack ontstonden in de jaren tachtig. Je kunt wel zeggen dat de buurt verpauperd is. De bewoners zijn er overigens zwart, terwijl je in Sewickley bijna geen zwarte mensen tegenkomt.

De beelden van de twee buurten laten veel contrast zien. Ook zie je wat voor werk de mensen doen, wat ze aanhebben en hoe er gefeest wordt. Was je specifiek op zoek naar deze contrasten of ontstond dat tijdens het maken?
De projecten rondom Pittsburgh en Londen vonden na elkaar plaats. Dit waren de enige twee projecten die aan het algemene publiek vertoond werden. Het ene werd gepubliceerd in The New York Times Magazine, en het andere via een diavoorstelling in het Andy Warhol Museum. Vaak kies ik mijn eigen publiek uit, zodat ik precies weet wie mijn werk ziet, maar bij deze twee projecten wist ik van tevoren al dat ik deze controle niet meer zou hebben. De beelden moesten daarom precies het verhaal weergeven wat ik wilde laten zien, en in zekere zin agressiever zijn. Ik gebruikte daarom veel contrast bij het naast elkaar plaatsen van foto's. Ik ging op zoek naar extreme contrasten: mainstream en subcultuur, zwart en blank, rijk en arm, jong en oud. Het ware allemaal overduidelijke tegenpolen, en als je deze in een boek of diavoorstelling plaatst kun je echt een krachtig verhaal vertellen over ongelijkheid.


Ik heb ook geprobeerd om een visuele stijl na te bootsen van Amerikaanse en Britse fotografen die zich bezighielden met de crisis uit de jaren tachtig. Ik gebruikte daarom een filmrolletje dat zo uit de jaren tachtig had kunnen komen en ik belichtte de foto's zodanig dat ze zomaar Garry Winogrands foto's hadden kunnen zijn. Dit roept een soort tijdloos gevoel op en suggereert dat de toestand niet is verbeterd in dertig of veertig jaar tijd. Mensen krijgen nog steeds te maken met racisme en inkomensongelijkheid. Soms is het zelfs erger geworden. Met deze projecten wil ik dit probleem op een visuele manier aankaarten. 

Heb je veel geprobeerd om je foto's te ensceneren?
Heel zelden. Meestal sta ik uren lang op een stoel in een nachtclub terwijl ik wacht op de perfecte compositie.

Hoe heb je jezelf gevestigd als kunstenaar in Port Glasgow?
Ik heb een Master aan Goldsmiths gehaald, een Master aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en een Bachelor aan Reading University. Ik heb alle dingen gedaan die nodig zijn om een succesvolle jonge Turk te zijn. Maar het leek steeds maar niets te worden. Mijn partner en ik verhuisden daarom naar Glasgow en ik deed mee aan een kunstwedstrijd. Ik had er toen zo genoeg van om een kunstzinnig publiek te zoeken voor mijn werk. Ik dacht, zou het niet geweldig zijn als ik werk maak voor een ander publiek? Er wordt je zoveel kunst opgedrongen. Ik dacht dat als ik zelf de controle had over wie het boek zou krijgen, ik de kunstwereld kon bekritiseren. Er is een soort uitbuiting van mensen te zien in fotoboeken, vooral omdat de mensen die gefotografeerd worden deze boeken zelf vaak niet in handen krijgen en er niets voor terugkrijgen. Ik wilde dat iedereen zich eigenaar van het werk kon voelen. Toch kreeg ik nog erg uiteenlopende reacties. Sommige mensen vonden het echt vreselijk.

Je bent een jaar bezig geweest ervoor te zorgen dat iedereen tevreden was met het resultaat. Hoe was dat voor je?
O god, ik was zo van de kaart. Maar dat ik veel verschillende reacties kreeg was prachtig. Je werkt samen met het publiek zelf, de arbeiders van Port Glasgow. Je krijgt dan andere reacties dan wanneer je samenwerkt met de kunstwereld. Je weet nooit wat je moet verwachten. Dat maakt het erg menselijk en oprecht.

Terugkerende thema's lijken nachtclubs en dansen te zijn. Wat vind je hier zo interessant aan?
Een aantal dingen. Ik wil geniale en technische foto's maken, maar ook dramatische en emotionele. Dit kun je allemaal voor elkaar krijgen in een nachtclub. Bijvoorbeeld de foto op de voorkant van het Port Glasgow-boek, Betty Dancing, is niet per se een sterke foto. Maar toch zie je alle gevoelens van het project terug. Je ziet de gemeenschap, een feest en het symbolisme van het boek zelf. Veel van de dorpen die ik bezoek zijn voormalige industriegebieden, en tijdens de crisis door een echte hel gegaan - en nog steeds. Op vrijdag heb je nog een baan, maar je weet nooit zeker of je maandag nog steeds aan de bak kon. Je moet daar echt in het heden leven. Het maakt niet uit of je veel geld hebt of niet, je gaat naar de kroeg en zuipt jezelf helemaal klem. Deze mensen drinken over het algemeen ontzettend veel. Ze blazen stoom af op deze manier. Dansen en clubs zijn gewoon zo fascinerend. Het laat alles zien van een gemeenschap.

Waarom breng je juist nu al je werk in één keer uit?
Deze monografie is geen kunstwerk. Normaal gesproken zijn mijn boeken kunstprojecten. Dit is eerder een beschouwing. Op de eerste plaats ben ik wel een kunstenaar. Ik ben geïnteresseerd in de debatten rond representatie, ethiek en publiek en vind het heel belangrijk dat er debat is over deze ideeën. Vooral omdat mijn werk meestal niet in de kunstwereld terecht komt, is het lastig om een debat aan te wakkeren. Kunstmensen hebben het simpelweg nog niet gezien. Maar nu, zoveel jaar na de projecten, is het een respectvol om ze te laten zien. Alle projecten hebben een soort eindpunt bereikt, en nu is het goed als mensen erover gaan discussiëren. 

"Fancy Pictures" is uitgebracht via Steidl.
steidl.de

Credits


Tekst Alice Newell-Hanson
Beeld Mark Neville, van Fancy Pictures, eigendom van Steidl

Tagged:
Cultuur
mark neville
fancy pictures
fotografie interview