Advertentie

een liefdesbrief aan het jaar 2007

Een decennium later is het duidelijk dat 2007 het beste jaar ooit was.

door Wendy Syfret
|
24 oktober 2017, 9:15am

Foto via The Cobra Snake

Wat was het beste jaar in de menselijke geschiedenis? Een zwaarwegende en tegelijkertijd onmogelijk te beantwoorden vraag. Misschien was het 1969, het jaar waarin Woodstock plaatsvond. Of misschien houd je wel van optimisme en overvloed, en heb je daarom een enorme waardering ontwikkeld voor het jaar 1922 – een periode die F Scott Fitzgerald onsterfelijk wist te maken in The Beautiful and The Damned. En als je een intens slecht persoon bent, zul je van mening zijn dat 2017 het allerbeste jaar ooit is.

Misschien staat dit haaks op jouw eigen nostalgie en dagdromen, maar ik wil wel graag beargumenteren dat elk antwoord, afgezien van 2007, fout is. Op het eerste gezicht lijkt 2007 misschien niet de meest logische keuze: objectief gezien was het namelijk best een afschuwelijk jaar. Gedurende deze twaalf maanden explodeerde de vastgoedzeepbel, wat tot de hypotheekcrisis leidde, wat vervolgens voor de wereldwijde kredietcrisis zorgde. Je kunt op geen enkele manier de ernst onderschatten van de impact die deze crisis had op miljoenen mensen – maar als je in 2007 een blutte student was, zorgde deze omwenteling voor verrassend aangename omstandigheden.

Het blijkt dus dat de universiteit best een goede plek is om je schuil te houden, wanneer de wereld van de volwassenen begint te imploderen. Mijn docenten en begeleiders begonnen ons heel andere adviezen te geven, toen eenmaal duidelijk werd dat onze kans op een vaste, goedbetaalde baan na ons afstuderen niet meer vanzelfsprekend was. De meeste kunststudenten moesten er vrede mee hebben dat ze maar beter konden blijven studeren, totdat de maatschappij weer geld uit zou beginnen te geven. Hun enige andere optie was een leven van parttime dienstverbanden omarmen.

Opeens verruilde iedereen die ik kende hun vijfjarenplan voor een minder ambitieuze carrière. Ouders stopten met vragen wat we zouden gaan doen na ons afstuderen. Niemand kon het wat schelen als je geen indrukwekkende stage op de planning had staan. Het vinden van een baan die je huur betaalde leek nu al een behoorlijke prestatie.

Er gebeurt iets speciaals wanneer je de carrière en financiële verwachtingen van mensen tussen de 18 en 25 jaar afpakt – zonder de druk om een baan te moeten vinden, blijft er warempel tijd over om je energie in andere dingen te steken. Je begint met plaatjes draaien, start een label en schaft een goedkope gitaar aan. Met andere woorden: je feest fulltime.

De nachten in de club en feesten tijdens deze periode werden gekenmerkt door een gevoel van modieus nihilisme. We kregen te horen dat we geen toekomst zouden hebben, en die nonchalante houding werd vertaald naar wat we aantrokken, waar we naar luisterden en met wie we omgingen.

Niet alleen stortte de markt in: ook onze culturele iconen stonden op de rand van de afgrond. Met Paris Hilton in de gevangenis, Lindsay Lohan die net aan haar reeks van arrestaties begonnen was en Britney Spears die zich met een paraplu afreageerde op een geparkeerde auto, voelde het als hét uitgekozen moment om onze eigen helden te creëren.

Hollywoodsterren en erfgenamen maakten plaats voor nieuwe clubiconen. Mensen als Cory Kennedy en Uffie waren de personificatie van onze minimale interesse in de wereld om ons heen, die langzaam in elkaar aan het storten was. Deze nieuwe godheden voorzagen ons van een bereikbaar en, vreemd genoeg, geruststellend doel. Je kon geen baan krijgen, maar je kon er wel tenminste wel cool uitzien.

Foto via The Cobra Snake

Die devolutie ging veel verder dan alleen maar de club. 2007 was een geweldig jaar voor muziek. Arcade Fire bracht Neon Bible uit, Kanye West kwam met Graduation op de proppen, MIA gaf ons Kala en – misschien wel de belangrijkste, muzikale mijlpaal in mijn bestaan als babyhipster – Justice bracht hun debuutalbum Cross uit.

Ook Radiohead, Dizzee Rascal, Ghostface Killah, The White Stripes, Of Montreal, Black Lips, Liars, Feist, Caribou, Jay-Z, Animal Collective en LCD Soundsystem kwamen met nieuwe muziek uit. Natuurlijk bracht elk jaar ons goede albums, maar wat 2007 zo speciaal maakte was dat je de meest uiteenlopende tracks op dezelfde plek te horen kreeg. Dj's konden 1, 2, 3, 4, Pop the Glock en Good Life draaien, en niemand vroeg zich af of hij zijn iPod op shuffle had laten staan.

De goedkope, onafhankelijke feesten die het wonnen van exclusieve en dure clubavonden markeerden een tijd waarin mensen muziek begonnen te draaien alsof ze thuis waren. Niet alleen betekende dit dat de feesten georganiseerd werden door mensen die zo in het publiek zouden passen, ook had dit als gevolg dat de definiërende verschillen tussen genres weg aan het vallen waren. En daar zijn we nu nog enthousiast over.

Foto via The Cobra Snake

Tegenwoordig, nu van oudsher 'alternatieve' mediaplatforms popsterren als Justin Bieber en Miley Cyrus op handen lijken te dragen, praten we steeds vaker over het "afnemen van culturele verschillen". Er is nog maar een fijne scheidingslijn tussen subculturen en de mainstream cultuur, als die grens überhaupt nog bestaat. Deze verandering is in 2007 in gang gezet, toen we de muren tussen subculturen afbraken.

Vóór deze feesten kwam je bij je favoriete feestplek maar zelden mensen tegen die niet op je leken. In 2007 gingen emo's, punks, kakkers en hipsters standaard naar dezelfde feesten. Als je kijkt naar de foto's van Misshapes-feesten in New York (destijds iedereens favoriete feestjes in de alternatieve feestscene), zie je niet zelden mensen als Amber Rose, Katy Perry of Madonna voorbij komen.

Als je nagaat dat de iPhone uitgebracht werd in 2007 en telefoons met camera's destijds nog een zeldzaam goed waren, konden grote namen losgaan met 'gewone mensen', zonder zich zorgen te hoeven maken over waar de foto's uiteindelijk zouden opduiken. De aanwezigheid van waanzinnig beroemde mensen in een gemeenschap die verder volledig blut was, zorgde tijdens deze feestjes voor een surreële magie. De mogelijkheden waren eindeloos; misschien zou iemand een Jägerbom op je morsen, misschien zou je het aanleggen met een soapster.

Foto via The Cobra Snake

In de afgelopen tien jaar is de scene veranderd. Mensen kregen banen, bier werd duurder, en Kanye West begon met het geven van zijn eigen feesten. Natuurlijk zijn deze zoetsappige mijmeringen met nostalgisch randje het gevolg van een aantal wazige herinneringen. Maar vraag iemand die ooit een cassettebandje als haaraccessoire heeft gedragen naar wat ze zich kunnen herinneren van 2007, en hun gezichten zullen gegarandeerd oplichten.

En alhoewel deze feesten zijn verdwenen, en de wereld inmiddels zodanig veranderd is dat we er zeker van kunnen zijn dat ze ook nooit meer terug zullen komen, is het helemaal oké om nog steeds te genieten van wat 2007 ons allemaal gebracht heeft. En Cross is nog steeds een steengoede plaat.

Tagged:
Rihanna
kanye west
2007
nostalgie
Muziek
feest
Cultuur