jonas smulders: het enig kind dat al twee keer broer was

Jonas Smulders is een van de broers in de nieuwe film ‘Broers’. Zelf was hij enig kind. We spraken met hem af in een grand café, om te praten over deze film, onvoorwaardelijke liefde en zijn theorie over waarom hij naar eigen zeggen een grote bek heeft...

door Olga Kortz
|
24 mei 2017, 9:00am

"Jonas wil graag in 1e Klas afspreken", zegt de agent van Jonas Smulders als we een afspraak voor het interview maken. Als ik het grand café op perron 2 van Amsterdam Centraal binnenloop zit hij er al, met een bord pasta voor zijn neus en een spa rood.
"Je hebt een mooie plek uitgekozen", zeg ik en kijk nog even om me heen. Ik wil naar Parijs, denk ik vlug. En dan meteen: hij kwam vast ergens vandaan, of moet ergens naartoe, dat hij op het station wil afspreken.
"Ja, ik las een interview met een acteur die zei dat hij interviews altijd alleen maar hier wil doen", antwoordt Jonas terwijl hij naar een witte papegaai wijst, een triomfantelijk grote vogel bij de bar op een stok. "Dat beest leeft gewoon", voegt hij eraan toe.
Het beest leeft inderdaad.
"Welke acteur?", vraag ik. Het blijkt om Pierre Bokma te gaan.

Jonas Smulders [1994] deed toelating voor de toneelschool, zowel in Amsterdam als Maastricht, maar haalde het niet. Hij strandde telkens in de laatste ronde. Toch lijkt het vooralsnog geen probleem. Hij won in 2015 al een Gouden Kalf voor beste mannelijke acteur voor het televisiedrama van Mees Peijnenburg Geen koningen in ons bloed en is haast onafgebroken bezig met opnames voor producties. Hij was naast Olivia Lonsdale te zien in Silk Road van Mark de Cloe, hij speelt momenteel in de Zapp-kinderserie Zenith, naast Hadewych Minis en Philip van Loosbroek. En de opnames voor Niemand in de stad, een filmbewerking van het gelijknamige boek van Philip Huff, in de regie van Michiel van Erp, zijn in volle gang. De aanleiding voor ons gesprek is de speelfim Broers die 1 juni te zien zal zijn en waarin hij met Niels Gomperts de hoofdrol vertolkt. Het gaat best wel goed met hem, zegt hij. 

Waarom gaat het best wel goed?
Na Niemand in de stad ga ik een NTR Kort! maken, samen met een aantal vrienden van me. Die film gaat over hoe jonge mensen omgaan met het abrupte verlies van een vriend. Het speelt zich af op een avond, in een ruimte in een huis. Het is de avond na de begrafenis, de laatste nacht van het afscheid. Het begint met dat er nog superveel mensen zijn, volwassenen, kinderen, zelfs een hond. De grote harde kern van een begrafenis. Zelf was ik onlangs op een begrafenis van een vriendin, en daar waren misschien wel 500 mensen. Zo gaat dat denk ik, als je middenin je leven zit. Dan ken je de meeste mensen. Op de avond in de film gaat de kijker met steeds minder mensen de nacht door. Die mensen krijgen een aversie tegen hoe je met rouw moet omgaan. Op het einde is het licht. Mensen moeten door. De sleur van het leven roept.

Je zegt dat je een vriendin hebt begraven. Is dit de manier waarop je zelf ook met rouw omgaat, door 'anders' te rouwen?
Het gekke was dat we voor de film al langer met deze thematiek bezig waren. Toen die vriendin stierf werd het opeens zo werkelijk, en kreeg het verhaal nog meer urgentie om te vertellen. Op haar begrafenis had ik een wit pak aangetrokken, omdat ik wist dat ze het vet zou vinden. Die dag liepen er gewoon pauwen rond; mensen waren zichzelf echt heftig aan het tonen. Ik heb twee vrienden in mijn hoofd waarvan ik weleens denk: als zij doodgaan ben ik echt totaal uit het veld geslagen, maar ik denk wel dat ik op zo'n moment het leven zou willen vieren, in plaats van totaal in mezelf gekeerd te raken. Wat in de film ook naar voren moet komen is dat wanneer er zo plotseling iemand doodgaat, je echt even stilstaat bij heel veel dingen. Randzaken vallen weg, je wordt tolerant. Mensen houden van elkaar.

In een interview zei je eens dat als jij en een van je vrienden om dezelfde rol strijden en je krijgt die rol niet, dat je dan vooral erg blij voor ze bent, en benieuwd bent hoe ze het er vanaf zullen brengen. Ben je nog steeds zo? Of ben je inmiddels competitiever geworden?
Het ligt er heel erg aan wat voor rol het is. Als ik een supermooi script lees en de rol echt wil, kan ik nu wel jaloers worden als het dan niet lukt. Maar ik denk dan ook wel: ik paste dus niet bij deze rol. 

Je bent op zo'n moment niet verongelijkt en denkt: dit had ik gewoon moeten spelen?
Nee, eigenlijk niet. De rollen die ik supergraag wilde heb ik gelukkig gekregen. Zeker de afgelopen twee jaar.

Wat is je een geheim om die rollen te bemachtigen?
Hoe ik mijn audities doe? Ik heb wel een paar tactieken. Maar die vertel ik je alleen off the record.

Je hebt geen toneelschool gedaan. Hoe heb je leren spelen?
Ik werd in de laatste rondes afgewezen in Maastricht en Amsterdam, maar ik kreeg toch veel filmrollen. Ik denk dat ik veel heb geleerd door samen te spelen met heel ervaren acteurs. En ik ben erg leergierig. Ik kan me heel nederig opstellen, door commentaar te vragen op mijn spel. Er zijn een paar mensen die ik brutaal bel, mensen tegen wie ik opkijk. Rene van 't Hof bijvoorbeeld. Of Jacob Derwig.

En je nichtje Karina Smulders, die ook acteert?
Nee, die bel ik gek genoeg eigenlijk niet, we zijn ook nooit heel veel met elkaar omgegaan. Ik weet eigenlijk niet echt waarom dat zo is. Ik bewonder haar wel. 

Je hebt op jonge leeftijd een Gouden Kalf gewonnen, wat betekende dat voor je? Ik kan me voorstellen dat het verlammend werkt, dat je denkt: wat komt hierna nog?
Het was vooral heel erg leuk. Ik zie het meer als stimulans, ik kreeg het kalf voor een productie die ik een jaar ervoor had opgenomen, dus ik was alweer andere, nieuwe dingen aan het maken. Ik zat op dat moment middenin de opnames van Broers, dus het gaf juist een soort impuls. Het is altijd bijzonder om erkenning te krijgen. Zo zie ik dat.

Het is voor acteurs die niet op de toneelschool hebben gezeten ingewikkelder het toneel op te gaan, doorgaans is die opleiding toch wel een vereiste. Heb je een toneel-ambitie?
Ik zie het als twee verschillende disciplines en de weg van theater naar film is inderdaad makkelijker dan de weg van de film naar theater, omdat dat toch een andere scene is. Wel heb ik inmiddels veel vrienden die in Maastricht of Amsterdam op de toneelschool zitten, die studeren nu bijna allemaal af, en ik zeg ze wel vaak dat ik de omgeving van het theater graag wil ontdekken.

Is er een rol die je zou willen spelen?
Ik zou vooral zelf graag theater willen maken. Het lijkt me echt tof om met een paar vrienden of vriendinnen een voorstelling op De Parade te spelen en vanuit daar verder na te denken. Dus ja, theater-ambitie heb ik zeker. Maar net zoals bij film of televisie moet je gevraagd worden voor audities, en het werkt niet om zelf te gaan bellen dat je iets wilt. Ik moet het dus vooral een beetje afwachten. 

Wat voor type ben je op de set? Je zegt dat je je nederig opstelt, maar ben je ook iemand die graag in discussie gaat over hoe je iets moet spelen?
Ja, zeker. Het ligt aan het project. Ik ben bijvoorbeeld nu aan het opnemen voor Hollands Hoop, dat is zo'n grote productie, waarin ik een klein karakter speel, waardoor er met name door tijdsdruk maar weinig ruimte is voor discussie. Daar voer ik vooral uit. Wat ook leuk is overigens. Maar in films als Broers, of Geen Koningen van Mees, ben je in de voorbereiding veel meer bezig met elkaar, dan ben je echt samen aan het maken. Dan ben ik de hele tijd aan het praten. Dat vind ik het leukste. Een script blijft toch een geschreven tekst, als je de scène echt begint te spelen merk je hoe iets werkt en of het werkt.

Zou je jezelf eigenwijs noemen?
[Zonder aarzelen]. Ja.

Is dat een kracht of een valkuil?
Ik heb een vrij grote bek, ik denk eigenlijk wel dat het een kracht is.

Hoe kom je eigenlijk aan die grote bek? Omdat je uit Amsterdam komt?
[lacht heel hard] Ja, maar ik heb er ook nog wel een andere theorie over. Ik weet niet of het voor iedereen opgaat, maar ik ben enig kind. En ik heb, bijvoorbeeld op vakanties, altijd vrienden moeten maken, maar ik heb vooral altijd moeten praten met twee volwassenen, en altijd ruzie moeten maken met twee volwassenen. 

Neig je omdat je altijd met twee volwassenen hebt moeten praten nu dan ook naar oudere vrienden?
Ik heb een vriend van net 20, drie jaar jonger dan ik, en ik ook wel een vriend van 55, en dat is een van mijn beste vrienden, dus ja. Ik heb allerlei soorten vrienden. Ik ging ook vrij vroeg uit, daar ontmoet je toch ook wel snel oudere mensen.

Broers is de tweede film, na Ketamine, waarin je een broer speelt, en waarin het over broers gaat. Je bent acteur, dus je hoeft geen broer te hebben gehad om een broer te spelen. Maar voelde je tijdens het spelen misschien wel het gemis dat je hebt als enig kind?
Jazeker, ontzettend. Ik stelde me tijdens het spelen voor dat als je een broer of zus hebt, dat een onvoorwaardelijke liefde is, net zoals je dat voor je ouders voelt. Ik heb het met name uit die liefde gehaald. Maar ik heb ook over vrienden met broers nagedacht, en er met mijn moeder over gepraat. Ik heb toen wel tegen haar gezegd "Fuck shit mam, dat had me wel heel erg leuk geleken eigenlijk."

Waarom is er nooit een broer of zus gekomen?
Mijn ouders kregen me vrij jong. Ik denk dat ze alle twee vrij onzekere levens leidden. Mijn moeder was danseres en mijn vader kunstschilder. Daarnaast waren ze allebei heel druk met hun eigen passies, dat ze denk ik dachten: dit is wel goed zo.

Zijn je ouders bij elkaar gebleven tijdens je jeugd?
Ja, en ze zijn nog steeds bij elkaar.

Zou je zelf meer dan een kind willen?
Ja, dat sowieso. Minimaal twee. Ik wil dat mijn kinderen kunnen ervaren hoe het is om een band te hebben met een broer of zus. Je moet dat meemaken.

Hoe romantisch ben jij eigenlijk?
Ik hou bijvoorbeeld heel erg van dit soort plekken, waar we nu zijn, in 1e Klas, deze sfeer met zo'n papegaai daar aan de bar, dat spreekt me heel erg aan. En in de liefde kan ik de dingen wel groter maken dan ze zijn, ik denk dat dat romantisch is.

Is er een meisje in je leven nu?
Ik heb geen relatie. En ik ben ook niet op zoek, maar ik vind wel iemand heel erg leuk.

Oh? Wie dan?
Haha, nee, ik zeg niks.

Hoe belangrijk is deze stad voor je?
Ik zou liegen als ik zeg dat Amsterdam niet belangrijk voor me is, want ik woon hier al mijn hele leven. Ik ben geboren en getogen in de Jordaan.

Ben je daar trots op?
Ik ben niet zo chauvinistisch. Op sommige momenten na dan. Ik heb zo mijn Ajax-momenten zeg maar. Maar daar houdt het wel een beetje op.

Dus je zou ook wel ergens anders kunnen wonen?
Ja, zeker. Ik heb wel heel erg de behoefte ooit nog een keer in het buitenland te wonen, hoe vet deze stad ook is. Ik heb de laatste tijd gereisd, ook in mijn eentje. Er is zoveel meer. Er zijn altijd redenen om hier te blijven, maar op een gegeven moment moet je een knoop doorhakken. Ik zou wel naar Parijs kunnen. Mees heeft daar net een tijdje gewoond, en toen ik hem daar opzocht en er ook vijf dagen even alleen rondliep dacht ik wel: shit, dit is toch wel een plek waar ik kan zijn. Ik zou heel graag een periode in het buitenland wonen, buiten Europa zou ook zeker een mogelijkheid zijn.

Credits


Tekst Olga Kortz
Fotografie Latoya van der Meeren
BROERS gaat aanstaande vrijdag, 26 mei, in exclusieve voorpremière tijdens De Nederlandse Filmnacht, en is vanaf 1 juni te zien in de landelijke bioscopen.

Tagged:
Interview
broers
Cultuur
jonas smulders