lesbiennes en leer in san francisco

Fotograaf Catherine Opie legt uit wat het betekent om je gemeenschap te vertegenwoordigen.

door Alice Newell-Hanson
|
12 februari 2016, 5:04pm

Het gaat Catherine Opie voor de wind. De fotograaf heeft dit jaar twee shows in New York in de Lehmann Maupin Gallery en nog twee andere in het LACMA en het Hammer Museum in Los Angeles. Daarnaast heeft ze onlangs een nieuw fotoboek uitgebracht, 700 Nimes Road, vol beelden van het interieur van Elizabeth Taylors huis.

Hoewel ze al meer dan twintig jaar lang geliefd is binnen de kunstwereld, is Opie klaar voor haar hernieuwde succes. "Kom maar op!" zegt Opie hierover aan de telefoon, hoewel ze van plan is om dit weekend te vluchten naar het platteland, naar een huis "zonder internet, telefoonbereik en verder helemaal niks".

De afgelopen 25 jaar heeft Catherine verschillende gemeenschappen in Amerika vastgelegd. Haar foto's lopen uiteen van surfers en high school footballspelers tot beroemdheden. Die diversiteit is te zien in de breedte van de tentoonstellingen die nu te zien zijn. in New York showt ze landschappen en portretten van onder anderen John Waters, Kara Walker en Rodarte's Kate en Laura Mulleavy. Morgen wordt haar portfolio O - intieme foto's van de leergemeenschap in San Francisco - voor het eerst in zijn geheel tentoongesteld in het LACMA.

Opie schoot die foto's in de jaren tachtig, maar durfde ze pas aan het einde van de jaren negentig aan het publiek te laten zien. "Ze voelden nog te beladen voor me," vertelt ze. De O-foto's waren enerzijds een reactie op Robert Mapplethorne's X-portfolio en anderzijds een verbeelding van Opie's eigen identiteit. Bovendien zijn ze, in haar eigen woorden, "heel mooi om naar te kijken".

Waarom besloot je de foto's niet te delen in de jaren tachtig?
Het is heel interessant, omdat ik altijd vond dat Robert Mapplethorne zo dapper en eerlijk was over zijn identiteit. Maar hij woonde nu eenmaal in New York en was een bohemien. Dat ik in San Francisco woonde - het homomekka! - betekende echter niet dat andere instituties er destijds aandacht voor hadden.

Op het moment dat ik afstudeerde vond er enorm veel censuur plaats - Jesse Helms en Robert Mapplethorns exposities in Cincinatti werden toen gesloten. Pas in de tijd van de aidsepidemie besloot ik om eerlijk te zijn over mijn werk. Ik ging ervoor en maakte me niet langer druk om de vraag of ik ooit nog wel een baan als docent zou krijgen. Toen ik dat deed had ik natuurlijk geen idee dat de kunstwereld me zo zou omarmen. Ik vertel mijn leerlingen [aan UCLA] daarom altijd: "Laat angst geen reden zijn om niet achter je werk te staan".

Wanneer je iets doet dat zo sterk met identiteit te maken heeft, bepaalt dat vaak wel voor de rest van je leven war je positie hierin is. Je vertegenwoordigt op een bepaalde manier een gemeenschap, doordat je enorm zichtbaar bent voor een groot publiek. Ik vind dat helemaal niet erg, maar het is wel belangrijk voor me om mijn werk te blijven ontwikkelen, omdat ik niet vast wil zitten aan één identiteit. Ik dacht altijd: heb ik mezelf nu volledig verpest? [Lacht].

In hoeverre was de leergemeenschap onderdeel van je identiteit in de jaren tachtig?
Ik was onderdeel van een hele coole en geweldige groep, The Outcasts, in San Francisco, met Pat Califia, Gayle Rubin en Dorothy Allison. Het was een fantastische groep radicale feministen die tot het uiterste gingen met hun lichamen. Ze waren ouder dan ik en ik was zo blij dat zij me wegwijs maakten in de gemeenschap. Toen ik naar LA verhuisde was het lastiger om de leergemeenschap te vinden, maar uiteindelijk ontdekte ik Ron Athey en Vaginal Davis, die in een groep zaten die veel minder privé was dan ik gewend was. Ik denk dat dat me wel wat moed gaf. "Kijk wat deze gasten doen, het is cool, het is radicaal en het is betekenisvol. Ik moet mijn eigen angsten overwinnen."

Op welke manier sluiten je identiteit als activist en je werk als fotograaf op elkaar aan? Was het belangrijk voor je om deze beelden aan het publiek te tonen om een platform te creëren voor je gemeenschap?
Ja, dat denk ik wel. De portretten van mijn vrienden zijn erg liefdevolle en aanwezige portretten. Ze zijn er. Ze kijken naar je. Ze nemen ruimte in beslag. Niks wordt verhuld. Het gaat om zichtbaar en open zijn. Na verloop van tijd realiseerde ik me hoe belangrijk dat was. Zeker voor jongere queers, die naar me toe kwamen en me vertellen dat ik een rolmodel voor ze was, en dat ze naar de Whitney Biennial gingen en Pervert zagen en wisten dat alles goed zou komen. Dat is best speciaal, dat ik mensen zo help om erachter te komen wie ze zijn.

Hoe vonden je vrienden het om gefotografeerd en later tentoongesteld te worden?
Dat was voor iedereen best schokkend! Toen ik de portretten maakte had ik geen idee van wat er zou gebeuren. Ze wisten dat ik een kunstenaar was en naar de kunstacademie was geweest. Maar ik denk niet dat ze dachten dat hun portretten in het Whitney Museum of American Art zouden komen te hangen!

Hoe verliep het schieten van deze beelden?
Ik ging drie zomers lang naar San Francisco met al mijn fotografiespullen. Mijn vrienden zorgde ervoor dat ik in een huis en een studio terecht kon. Ik hing wat rond in het Red Dora's Bearded Lady Cafe, wat destijds een enorm populaire plek was, en maakte afspraken met mensen om langs te komen in mijn studio. Het is heel mooi om te zien wat er gebeurt als je probeert om mensen te ontmoeten en beelden te schieten.

Je werk verbeeldt vaak specifieke gemeenschappen - voelde het anders om je eigen gemeenschap te fotograferen?
Ik denk dat je daar een bepaalde intimiteit mee hebt die je terugziet in het werk. Voor mijn gevoel is mijn verantwoordelijkheid voor de queergemeenschap anders dan voor bijvoorbeeld sporters op middelbare scholen. Maar ik ben een humanist. Ik geloof meer in gelijkheid en democratie dan in wat dan ook. Dus al mijn werk, of het nu lesbiennes of footballspelers zijn, moet naar mijn idee dezelfde relatie hebben tot mijn ideeën. Als een footballspeler iemand uit mijn gemeenschap belachelijk maakt, weet ik dat iemand uit mijn gemeenschap waarschijnlijk bang is voor footballspelers, dus dat komt voort uit de verschillende ideeën die ik heb over identiteit. Als ik dat kan doorbreken en op een menselijke manier te werk kan gaan, heb ik het gevoel dat ik het goed doe. 

Credits


Fotografie Catherine Opie

Tagged:
san francisco
DRAG
lesbisch
leer
Catherine Opie
Cultuur