we kijken na drie maanden terug op je suis charlie

Van social media tot Paris Fashion Week… Alice Pfeiffer bekijkt hoe Je Suis Charlie door blijft galmen.

door Alice Pfeiffer
|
07 april 2015, 1:45pm

Ik denk dat ik de kracht van social media pas echt inzag tijdens de verschrikkelijke aanslag op het Parijse Charlie Hebdo, drie maanden geleden. Hoewel ik Frans ben en in Parijs als journalist werkzaam ben, hoorde ik via Instagram voor het eerst van de schietpartij. Dat was op een manier die m'n hart brak: Elsa Wolinski, de dochter van Georges Wolinski (een beroemde cartoonist en een van de slachtoffers) postte een screenshot van een nieuwsbericht met de kop "aanval op Charlie Hebdo, ambulances onderweg", waaronder ze de tekst "peur pour papa" (ik vrees voor papa) schreef. Binnen een paar minuten verspreidde het nieuws zich over de hele wereld.

Tussen gelekte foto's en twitterberichtjes dook opeens een illustratie op die nog het meest op een logo leek: in zwart, wit en grijs stonden er de woorden "Je Suis Charlie". De illustratie was ontworpen door Joachim Roncin, de artistic director van Stylist magazine, en refereerde aan de woorden die politicoloog Nicole Bacharan na 9/11 uitsprak: "Ce soir, nous sommes tous américains" (vanavond zijn we allemaal Amerikaans). Dit teken van solidariteit kwam met een hashtag, #jesuischarlie, die meteen viral ging - aan het einde van de dag was de hashtag ruim 3.4 miljoen keer gebruikt.

Binnen enkele uren na de aanval werden mediakantoren in Parijs gesloten en metrolijnen en districten geblokkeerd, maar social media bleef hyperactief. Op Facebook werd een event aangemaakt dat opriep tot een stille tocht nabij Charlie Hebdo's kantoor. Die avond kwamen duizenden mensen hun steun betuigen.

In de dagen die volgden verscheen de slogan overal op het internet. Al snel waren er ook discussies over het gebruik van hashtags als #jenesuispascharlie (#ikbencharlieniet), waarvan de voorstanders onder meer een aantal feministische communities waren die Charlie Hebdo's tone of voice te seksistisch vonden om te verdedigen.

Al snel vond #jesuischarlie ook z'n weg naar de commercie: de hashtag was te zien op iPhone-hoesjes, T-shirts en op de rugtassen van tieners.

Ik moet toegeven dat ik op zeker punt perplex stond van alle manieren waarop de hashtag werd toegeëigend - beroemdheden betraden de rode loper met het logo, it-girls stelden hele outfits rondom de slogan samen en bloggers lieten de woorden vallen tussen posts over contouring. Waren zij lezers van Charlie Hebdo? Ik betwijfel het. Journalisten begonnen zelfs naar het rimpeleffect te verwijzen als de "Bobo-revolte (bohemien-bourgeois)", vanwege de 'fotogenieke' draai die de media eraan gaven.

Kan een politiek statement een mode-item worden? Chanels nep-protest van afgelopen jaar herinnert ons eraan dat de mode al decennia lang met de politiek flirt. Tijdens de Paris Fashion Week van afgelopen begin dit jaar plaatste de modebijlage van de linkse krant Libération een complete shoot gebaseerd op activistische slogans. Slimme communicatie of hypocrisie? Voor het editorial team, dat een voorwoord toevoegde waarin ze hun motieven uitlegden, zijn mode en politiek niet onverenigbaar: kleding zijn net als social media een mainstream, efficiënte en potentieel viral manier van een boodschap verspreiden.

#jesuischarlie was een gratis, wereldwijde campagne voor vrijheid van meningsuiting. Natuurlijk zijn er popsterren die de hashtag gebruiken zonder dat ze echt begrijpen waar ze voor strijden, maar maakt dat echt iets uit? Uiteindelijk gebruiken ze hun platform om een belangrijke zaak onder de aandacht te brengen, en dat is op zich al een goede zaak, non?

Credits


Tekst Alice Pfeiffer

Tagged:
jesuischarlie
Generatie Z