modefotograaf marc de groot viert zijn dertigste jaar in het vak met een grote overzichtsexpositie

We spraken hem in aanloop ernaar over de ambivalente gevoelens die hij erover koestert, de positie van glossymodefotografie en het beste advies dat hij ooit kreeg.

door Iris van Hest
|
12 januari 2018, 11:48am

De laatste paar jaren worden er vrij regelmatig modetentoonstellingen gecureerd: van Helmut Newton in het Foam, tot grote retrospectieven van bekende ontwerpers. Maar naast de viering van internationale sterren is er gelukkig – en terecht – ook aandacht voor talent van eigen bodem. Zo opent er vanavond een mode-expositie met het werk van gevierd modefotograaf Marc de Groot. Marc zit inmiddels dertig jaar in het vak, en legde eerder actrice Chloë Sevigny, wijlen rapper Lil Peep en modellen zoals Imaan Hammam vast voor toonaangevende Nederlandse glossies als Vogue en LINDA. In een opwelling verklaarde hij vorig jaar een grote overzichtsexpositie te willen doen, met foto’s uit zijn drie decennia-tellende archief.

Daarna vergat hij het idee – dit in tegenstelling tot de Kahmann Gallery die hem benaderde om het plan alsnog te verwezenlijken. Het resulteerde in een overzichtstentoonstelling met tal van zijn foto’s van bekende mensen uit het binnen- en buitenland. i-D sprak hem in zijn huis in Amsterdam over de kwestie of modefotografie wel aan de muren van een expositieruimte hoort te hangen, de plek van glossyfotografie in onze huidige modelandschap en de vraag of er zoiets bestaat als een favoriete foto.

i-D: Hoi Marc. Allereerst, waarom deze expositie?
Marc: Vorig jaar was mijn dertigste jaar als fotograaf, en in een opwelling heb ik toen geroepen dat ik een expositie wilde doen van mijn beste werk van de afgelopen dertig jaar. Eigenlijk ben ik dat daarna gauw weer vergeten, totdat de Kahmann Gallery me benaderde en me vertelde dat ze zes weken vrij hadden. Voor mij was het ook een mooie aangelegenheid om na te denken over wat ik allemaal gedaan heb en wat ik graag nog zou willen doen.

Ik las in Het Parool dat je overzichtstentoonstelling een beetje “tegen wil en dank is.” Waarom voel je je zo?
Ik hoop niet dat het overkwam als “tegen wil en dank”, maar het ambivalente gevoel dat bij mij heerst is wel dat bijna alleen werk van de afgelopen vijftien tot twintig jaar in de expositie hangt, terwijl ik al dertig jaar fotograaf ben. Ik heb altijd in een kader gewerkt en rekening gehouden met een publiek, dat vond ik heerlijk. Maar ik wil vooral mijn omgeving vastleggen en in contact komen met interessante personen. Op het moment dat ik deze kans kreeg ben ik wel gaan kijken of ik ook de serie NOVEMBER erin kon verwerken, een uit de hand gelopen casting-call die uitmondde in een zine met allerlei nieuwe aspirant-modellen. Dat soort projecten zijn wat ik het liefste doe, en het is altijd moeilijk geweest om mijn persoonlijke voorkeur met glossyfotografie samen te brengen: de rode draad tussen die twee verschillende werelden ontbrak, maar het zijn wel twee kanten van hoe ik ben. Ik hoop in de toekomst die kanten beter met elkaar te kunnen verbinden.

Is modefotografie volgens jou iets wat aan de muren van een expositie hoort? Zoals Richard Avedon bijvoorbeeld meerdere exposities had?
Toevallig ben ik net de biografie van Avedon aan het lezen, en ik ben nu net bij het stuk waarin hij zijn eerste grote expositie in de Marlborough Gallery krijgt, waarin ook grote kunstenaars zoals Pollock te zien zijn. Daar voel je enorm de drive van Avedon om te zeggen: “Mijn modefotografie is enorm commercieel, nu ga ik mijn autonome werk presenteren.” Dat is hij eigenlijk altijd zo blijven zien, maar in 1979 heeft hij wel besloten een show te doen van zijn modewerk. In 2002 heeft een journalist in The New York Times nog geschreven: “Richard Avedon is de enige fotograaf die nog steeds laatdunkend doet over modefotografie in het kader van creativiteit.”

Ik wil me absoluut niet vergelijken met Avedon, maar tijdens het samenstellen van deze expositie heb ik eigenlijk al snel besloten om mijn ‘echte’ modefotografie aan de kant te leggen en ervoor gekozen om bekendere mensen te laten zien. Ik dacht: dit is mooie fotografie, iedereen staat er in een bepaalde context op en de foto’s vertellen zeker wat over de mensen op de foto’s. Vaak spelen de gezichten een rol, maar de rol die ze op de foto’s spelen zegt heel vaak ook iets over de persoon. Ik denk dat de mensen voor zichzelf moeten beslissen of het zinvol is om in een expositieruimte te hangen of niet, maar ik hoop van wel.

Welke fotograferen opereren volgens jou op het snijvlak tussen kunst en mode?
Ik kan me meerdere momenten herinneren dat ik ontzettend geraakt ben door een expositie van een modefotograaf. Overigens waren dat dan vaak de foto’s die niet uit de bladen zijn gekomen, of op de cover hebben gestaan. Helmut Newton raakte me bijvoorbeeld, of een prachtige show in Londen waar onder andere Mario Sorrenti en David Sims hingen. Prachtig. Wat ik bijzonder vind — en wat ook mijn drijfveer is — is de spanning die er als het goed is hangt tussen het model en het gevoel van stijl. Dit hoeft niet per se de stijl van de kleding te zijn, maar het soms ‘coole aura’ wat de persoon heeft

Er lijkt nu een ‘realistische’, ongephotoshopte trend te zijn binnen de modefotografie. Is er nog ruimte voor de glossies en de glamoureuze fotografie?
Ik denk dat dat altijd in beweging is. Als je het over ‘glossy’ hebt, is dat niet altijd gephotoshopt of ‘onecht’ beeld. Ik zie heel veel rauw beeld, wat nog steeds zo fucking geproduceerd is en bewust in elkaar is gezet. Ik denk dat de onderdelen en de ingrediënten van glossyfotografie hetzelfde blijven. Veel collega’s van mij zijn nu helemaal verliefd op de analoge manier van werken, en zijn in mijn ogen eigenlijk heel nostalgisch een soort werk uit de jaren negentig aan het maken. Ik vind het in deze industrie belangrijker dat je laat zien wat de geest van de tijd is. Ik denk dus zeker dat dat ook weer gaat veranderen.

Je fotografeert zowel bekende als onbekende mensen. Zit daar een verschil tussen tijdens het fotograferen?
Ik denk vaak na over het kader waarin de foto moet zitten, en daar zoek ik dan referenties bij. Bijvoorbeeld een boek, een film, oude foto’s of een oude serie. Vervolgens maak ik daar een soort moodboard van, en dat stuur ik dan naar de modellen op. Ik regisseer verder heel weinig aan het beeld. Of het nu ervaren modellen zijn of minder ervaren mensen – het gaat eigenlijk altijd hetzelfde. Ik voel de energie van de persoon die voor mij staat en laat het gewoon gebeuren. Wanneer ik voel dat het beeld klopt, dan maak ik de foto. Op die manier is het ‘echt’.

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?
Wat een lastige vraag… Ik zit nu alle adviezen die ik ooit heb gekregen in mijn hoofd na te lopen. In 1985 of ‘86 ben ik naar New York gegaan en assisteerde ik Oliviero Toscani. Hij keek me ontzettend indringend aan, en zei toen: “You want to suffer?” Ik weet niet of dat een advies was, maar uiteindelijk was het fantastisch om naar New York te gaan. Ik volg mijn neus, en ik denk eigenlijk niet dat ik veel advies opvolg.

En ten slotte, wat is je favoriete foto? Of is dat een een onmogelijke vraag om te beantwoorden voor een fotograaf?
Ik zeg altijd van de foto van Chloë Sevigny dat dat de beste foto is van mijn leven — maar dat is misschien meer mijn herinnering van die dag. Zij is altijd een soort idool van me geweest. De foto’s van Lil Peep zijn ook heel bijzonder. Die foto’s zijn in september voor Vogue Man gemaakt, en zouden eigenlijk een serie worden. Maar nu wil ik ze graag in groot formaat laten zien tijdens de expositie. Dat vond ik wel moeilijk, want ik wil niet pretenderen dat ik een soort merchandise van hem wil uitgeven nu hij overleden is. Dat is helemaal niet de motivatie namelijk. Hij was zo’n blij persoon en zo’n verschijning. Hij heeft mij en mijn zoon ook uitgenodigd om naar zijn show te komen. Toen we hoorden dat hij overleden was, geloofden we het gewoon niet.

De expositie ‘Faces from the Glossies’ zal vanaf 12 januari te zien zijn in de Kahmann Gallery in Amsterdam. Kijk voor meer informatie hier .