hoe de club diversiteit al decennialang een plaats geeft

We blikken terug op de begindagen van de clubcultuur, en ontdekken wat het belang van deze oorsprong is voor ons hedendaagse nachtleven.

|
01 november 2016, 3:25pm

Voor velen is de club een plek om het dagelijks leven te ontvluchten - een plek waar je jezelf kan zijn en de druk van doordeweekse verplichtingen voor even kan vergeten. Dit agendahedonisme, waarbij het weekend in schril contrast staat met de werkweek, is geen nieuw fenomeen. Al sinds de begindagen van de clubcultuur zoals wij deze kennen, is de club een plek voor nachtdieren die weigeren zich in een hokje te laten plaatsen.

Vandaag de dag lijkt de lokale clubcultuur zich te laten kenmerken door de invloed van het Berlijnse nachtleven. Donkere ruimtes, 24-uursvergunningen, dreunende techno, en een strenger deurbeleid doen hun intrede in het groeiende aantal clubs van Amsterdam. Soms is er zelfs een 'no photo policy'. Deze Berghain-achtige taferelen, met hun mysterie en extravagantie, lijken in de ogen van sommigen overdreven, pretentieus of zelfs discriminerend te zijn. Maar ze houden juist datgene in stand wat clubs in eerste instantie een plek vol verscheidenheid en vrijheid maakte, namelijk een intieme setting waar het individu boven de massa staat.

De roots van onze clubcultuur bevinden zich in de Amerikaanse queergemeenschap van de jaren zeventig en tachtig. In deze tijd ontstond het genre dat voor altijd haar invloed zou achterlaten op de dansvloer. Disco kwam op in de vroege jaren zeventig in New York, waar David Mancuso in The Loft underground feesten organiseerde. De dansbare muziek trok een enorm veelzijdig publiek - van Latino's tot zwarte Amerikanen, en van hippies tot de homogemeenschap. Mannen, vrouwen en alles daartussenin vanuit de meest uiteenlopende achtergronden kwamen samen tijdens de kleurrijke nachten, waar het geluid van de dj en de dansende mensen centraal stonden.

Voor een groot deel van de bezoekers betekende disco meer dan een avond uit. In zijn essay "In Defense of Disco" omschreef genderwetenschapper Richard Dyer de nachtclubs als een bijna utopisch oord. "Disco's passie en intensiteit creëren een ervaring die de somberheid van het alledaagse leven uit de weg ruimt. Het geeft ons een idee van hoe het is om volop van het leven te genieten, zonder naar beneden gehaald te worden door de banaliteit van ons geordende leven. We kunnen in disco ontvluchten aan de saaiheid, het seksisme, en het racisme van het dagelijks leven."

Deze utopie kwam een aantal jaar later echter al ten einde. Disco werd halverwege de jaren zeventig steeds populairder onder de rest van de bevolking, en grote clubs als Studio 54, de Trocadero Transfer, Paradise Garage en de EndUp kwamen op. Het duurde echter niet lang voor disco juist door haar grote bekendheid een slechte naam zou krijgen. Er werden steeds meer parodieën gemaakt, en anti-disco-sentimenten werden zelfs op de radio en televisie verspreid. Slogans als "death to disco" vulden de popcultuur, om in 1979 tijdens de Disco Demolition Night het genre en haar subcultuur volledig ten onder te laten gaan.

De ondergang van disco kwam voor een groot deel voort uit het racisme en de homofobie die opkwamen naarmate het genre populairder werd. Juist de onderdrukte groepen die disco hadden laten opbloeien, werden nu weer als zondebok neergezet. Disco werd gemeengoed - met zelfs The Rolling Stones en Kiss die zich loslieten op het genre - en de verbanden met haar Latino, Afro-Amerikaanse, en queer roots werden vergeten.

Toen het grootste deel van de bevolking was uitgekeken op disco, veranderde de cultuur eromheen weer in een scene voor alternatievelingen. Een van de clubs waar dit in gebeurde was Paradise Garage in New York. De zelf homoseksuele dj Larry Levan, die eerder al in The Loft draaide, ontwikkelde hier een nieuw geluid: garage. Levan trok het publiek aan dat disco had verlaten. Wederom kwamen mensen met de meest uiteenlopende achtergronden, seksuele voorkeuren en huidskleuren samen om te dansen op de muziek die later de basis zou zijn van house.

Een groot deel van de dj's die naam hadden gemaakt in de discoscene vonden nu hun plek in househoofdstad Chicago. Onder anderen Frankie Knuckles, wie zelf ook homo was, vertrok naar Chicago. Knuckles werd resident van The Warehouse, een club die voornamelijk zwarte en Latino mannen trok. Uiteindelijk verliet Knuckles The Warehouse om zijn eigen club op te richten, waarna The Warehouse onder een nieuwe naam verderging met de homoseksuele Ron Hardy als nieuwe vaste dj. Het wilde, diverse, queerpubliek dat uit de discowereld werd weggetrokken, vond een nieuw bestaan in de Chicago house.

De diversiteit die disco en Chicago house kenmerkte, is ook zichtbaar in het ontstaan van techno. Juan Atkins, Derrick May en Kevin Saunderson - beter bekend als de Belleville Three - creëerden in hun thuisstad een genre dat later bekend zou komen te staan als Detroit techno. De muzikanten waren drie van de weinige zwarte studenten op hun middelbare school. Belleville was destijds een behoorlijk blanke stad, wat ertoe leidde dat de jongens veel tijd doorbrachten met enkel elkaar en hun muziek. Er werd nog steeds een groot onderscheid gemaakt tussen verschil in huidskleur, wat ertoe leidde dat de zwarte bevolking haar eigen clubs opzette.

Dit betekende niet dat de technoscene van Detroit geen queergemeenschap kende. Een deel van de disco-dj's uit New York en Chicago begon in gayclubs in Detroit te draaien, waar ze hun oude geluid mixten met de nieuwe muziek van Detroit. Een van hen was Ken Collier, wie een vaste avond kreeg in de lokale gayclub Heaven. Deze club zou uiteindelijk een belangrijke plek vormen voor dj's en muzikanten uit verschillende generaties om samen te komen. De oudere, zwarte, homoseksuele dj's mengden hier hun discoachtergrond met het nieuwe geluid uit Chicago, om uiteindelijk net als de Belleville Three pioniers te worden van de Detroit techno.

De nieuwe muziekculturen die New York, Chicago en Detroit hadden voortgebracht, waaiden over naar Europa. Dit begon in Engeland, waar een nieuwe ravecultuur ontstond. Deze subcultuur werd in korte tijd enorm populair, maar net als met disco werden de zwarte, Latino, en queer roots vergeten. Het ravepubliek dat aan het einde van de jaren tachtig losging op deze nieuwe elektronische muziek bleek voornamelijk blank en hetero te zijn.

De gevolgen hiervan zijn in Europa nog steeds zichtbaar. Het grootste deel van de clubeigenaren, promotors, dj's en organisatoren is blank, hetero en opgegroeid in een middenklassegezin. In de clubcultuur van nu is het voor minderheden - die deze cultuur nota bene hebben doen ontstaan - moeilijk om zichtbaar te blijven. Juist om deze reden is de invloed van het Berlijnse nachtleven zo van belang. De donkere locaties, het strengere deurbeleid en alle andere eigenschappen die vanuit Berlijn in ons Amsterdamse nachtleven terecht zijn gekomen, brengen ons terug naar de oorsprong van de clubcultuur. Berlijn telt ruim 190 nachtclubs, maar de grootste en bekendste hiervan hebben een ding gemeen, namelijk hun band met de queergemeenschap.

Door samen te werken met mensen uit deze gemeenschap, een selectief deurbeleid te handhaven, en van de club een intieme setting te maken, wordt dit weer een plek waarin juist jezelf zijn wordt aangemoedigd. De banden met de diversiteit die de clubcultuur in haar begindagen kenmerkte worden hierdoor weer zichtbaar. De queer, Latino, en zwarte dj's die onze favoriete genres hebben gecreëerd, krijgen weer een speciale plek in het nachtleven, zonder te verdwijnen in het enorme, commerciële, globale fenomeen dat elektronische muziek vandaag de dag is.

De club wordt zo wederom een plek met persoonlijkheid. De dansvloer staat juist door de exclusiviteit van het Berlijnse deurbeleid weer symbool voor inclusiviteit, waarbij een divers publiek het belangrijkste aspect is. Er wordt daarmee een veilige ruimte gecreëerd voor het meest uiteenlopende publiek. De utopie die de club ooit was - vol zelfontdekking, vertrouwen, connectie en experiment - zal nooit meer precies hetzelfde zijn. Maar wat het wel kan zijn is een plek waar je voor even het dagelijks leven los kan laten, je achtergrond er niet toe doet, en je samen voor even een kleine alternatieve wereld maakt.

Credits


Tekst Robin Alper 
Beeld via