naar bed met liset in hotel modez: de routine van het slapengaan

Vanaf vandaag kan je in het Arnhemse Hotel Modez gaan slapen met performance artist Lisette Ros. Ze heeft in kamer 22, de Fashion Gallery van het hotel, de routine van het slapengaan gevisualiseerd, wat voor een bijzondere ervaring heeft gezorgd.

|
17 december 2014, 12:00pm

Lisette Ros confronteert, intervenieert en maakt ons bewust van conventies, dagelijkse routines en automatische gewoonten. Met haar nieuwste project in Hotel Modez, kamer 22, in Arnhem confronteert ze de bezoeker met de routine van het slapengaan. Door middel van een performance en een feilloze art direction visualiseert ze deze dagelijkse routine, wat je tegelijkertijd als grappig en als ongemakkelijk kan ervaren. i-D kroop in bed met Liset en sprak met haar over onder andere automatische gewoontes, een avondmens zijn, slapen en de geur van melatonine…

In je werk behandel je de vraag "waarom zijn de dingen zoals ze zijn?". Door mensen te confronteren, te laten zien en te laten ervaren maak je duidelijk dat conventies geen vaste gegevens zijn. Ben je ook uit op het breken van deze conventies?
Eigenlijk alles wat ik zelf en met mijn werk doe gaat over het doorbreken van codes, dus niet per se het doorbreken van conventies. Ik probeer mensen te confronteren met wat we dagelijks aan het doen zijn, met onze routines, en op die manier probeer ik ze aan het denken te zetten - "dit doe jij nu, kijk eens even goed naar jezelf." Ik probeer daarmee niet direct conventies te doorbreken en te vervangen door nieuwe, maar ik vind het wel belangrijk dat we de vanzelfsprekendheid er een beetje vanaf nemen. Natuurlijk hoop ik stiekem wel op verandering, maar vooral in bewustwording - als er een verandering in bewustwording ontstaat, vloeit daar vaak vanzelf een verandering in gedrag uit voort.

Denk je dat de standaard routines en conventies ons erg belemmeren in ons dagelijkse leven?
Ja en nee. Het maakt het ons wel veel makkelijker en dingen worden gestructureerder. Het maakt ons leven ook té makkelijk, waardoor we niet genoeg buiten de geijkte paden denken. Het vertrouwde systeem van onze maatschappij werkt niet meer, maar het heeft tijd nodig voordat iedereen dat begrijpt en inziet. Het vaste systeem en dit systeem te proberen veranderen heeft te maken met de basisprincipes en beginselen van ons dagelijks, automatisch geworden ritme. Er worden wel nieuwe, hippe dingen ontwikkeld maar dat zie ik als vluchtgedrag, en verandering begint niet bij vluchten. Tegelijkertijd kunnen we ook niet leven zonder conventies - ik ook niet.

Wat is er allemaal mis? Heb je het dan over grote wereldproblemen of over kleine, individuele problemen?
Kleine dingen. Ik confronteer mensen met zichzelf en met hun routinegedrag. We kijken allemaal zo kritisch naar anderen en we zijn zo bezig met elkaar, maar als we die tijd nou eens in onszelf zouden steken - in ons eigen gedrag, in ons dagelijkse routinegedrag - dan zouden we heel anders in het leven staan. Ik probeer de confrontatie te zijn die we volgens mij bij onszelf missen. Ik gebruik ook mezelf in mijn werk omdat het voor mij als persoon, en voor mijn ontwikkeling heel nuttig en relevant is.

Wat kan je aan de hand van de hotelkamer vertellen over onze handelingen?
Veel. Het was best lastig aan het begin omdat het grid van de kamer niet mocht veranderen. Toen ik bedacht wat de hotelkamer voor mij persoonlijk en voor anderen betekent, werd het duidelijk dat men hier over het algemeen alleen komt om te slapen. Ik ontdekte dat alles eigenlijk om het bed draait en om de conventie van het slapengaan - ook de inrichting in de ruimte daar omheen: het licht, twee nachtkastjes, wasbak die net ver genoeg is, toilet vlakbij, en genoeg opbergruimte zodat spullen vooral niet in het zicht zijn als je in bed ligt… Kortom: voor mij is de hotelkamer een veredelde slaapkamer. Vandaar dat ik gekozen heb voor de routinehandeling en conventie 'slapen', en dan specifiek toegespitst op het moment van in bed stappen en in slaap vallen - ook wel "falling asleep…", wat de werktitel is.

Het slapengaan is dus de routine waarop je je hebt gericht. Op het bed ligt een sprei met een grote foto van jou in dat bed. Hoe confronteer je op deze manier de bezoeker?
Op de sprei slaap ik niet want ik kom heel moeilijk in slaap - dat is mijn worsteling die in de hele kamer terugkomt en doorschemert: het moeilijk in slaap kunnen vallen. Het is een chronische stoornis die ook wel 'vertraagd slaapfase syndroom' (DSPS) wordt genoemd. Om de bezoeker hiermee te confronteren heb ik een film gemaakt die dat documenteert, en de originele opname duurt dan ook 2 uur, 33 minuten en 16 seconden - de tijd die ik nodig had om rustig te worden van melatonine. De sprei is de essentie van de film - ik lig wakker, te piekeren met mijn ogen open. Ik intervenieer hier wederom letterlijk: ik heb in die kamer - in dat bed - geslapen om het werk te maken. De werken in de kamer zijn hieruit voortgekomen, en daardoor is het geen illusie - het gevoel heerst dat ik nog steeds aanwezig ben in de ruimte.

Als ik hier een nacht ga slapen, wat zou ik dan volgens jou moeten doen om alles uit deze ervaring te halen?
Ik zou dan willen dat je het boekje bekijkt en de teksten leest, vervolgens onder mij in bed kruipt, de beelden op de verwarming bekijkt en de routine herkent op een geestige manier: "Haha, ja true…" 's Avonds zet je het licht aan dat op de slaapcyclus schijnt, zodat je steeds meer het besef krijgt van herkenning. Dan doe je de stick (uit de pot melatoninepillen die op het nachtkastje staat) in je computer en kijk je mijn film waarna je in slaap valt. Dan voel je precies de onrust die ik elke nacht voel en het ongemak van "jezus mens ga nou slapen" - dat je je beseft dat ik dat besef bij je teweegbreng door jou te laten voelen wat ik elke avond voel.

En als ik dan de volgende dag wakker word?
Dan sta je op, ga je naar de andere kant van de kamer en kijk je naar de stapel papier met "Falling Asleep" en de tijd. Dan grinnik je nog even en denk je nog even terug. Daarna ga je plassen, je handen wassen en je eigen ritme weer in.

Credits


Tekst Katya von Vaupel Klein
Fotografie Marieke Gras