waarom je van modetijdschriften niet direct een eetstoornis zal ontwikkelen

"Het ligt allemaal net wat gecompliceerder dan veel mensen lijken te denken."

door Charlotte Simons
|
11 augustus 2017, 2:00pm

Een aantal dagen geleden publiceerde Annabel Nanninga een column op de site van NPO Radio 1, over tieners en de overmatige aandacht die zij vaak besteden aan hun uiterlijk. Daarin schreef ze onder andere: "Van tijdschriften en modeshows krijgen kinderen GEEN anorexia. Dat is een hardnekkige mythe. Een eetstoornis is geen doorgeslagen schoonheidsideaal, maar een dwangmatige zucht naar controle."

De reacties op deze uitspraak waren niet mals. "Waarom geven jullie deze vrouw aandacht?! Hoezo heeft zij verstand van pubers en anorexia?! Dit is echt schandalig én hartstikke schadelijk." En als je wat verder naar beneden scrollt: "Bijzonder schadelijk, belachelijk dat iemand dit kan verkondigen omdat het een opinie is. Praat eens met mensen die hier aan onderdoor gaan." "Ongelooflijk dat jullie dit duffe opinietje van een nitwit als Nanninga durven te publiceren. Dit is echt om van te walgen."

Toegegeven: ik ben allesbehalve fan van Annabel Nanninga. Op het politieke spectrum staan we lijnrecht tegenover elkaar, ze riep de weerzinwekkende term 'dobberneger' in het leven, en ze zou mij ongetwijfeld bestempelen als "deugtrutje." Maar als het op de achterliggende oorzaken van eetstoornissen aankomt, heeft ze in mijn ogen een punt. Dat zeg ik als ervaringsexpert, iemand die op heel jonge leeftijd boulimia nervosa ontwikkelde – met zo af en toe 'uitstapjes' naar anorectisch gedrag, zoals niet zelden gebeurt bij eetstoornispatiënten.

Twaalf was ik, toen ik voor het eerst eetgestoord gedrag vertoonde. Mijn moeder vond meerdere malen braaksel in het doucheputje en had al snel door hoe laat het was. Eetproblemen en eetstoornissen kwamen binnen onze familie wel vaker voor, en ze confronteerde me er direct mee. Zelf was ik me op dat moment nog niet eens bewust van het bestaan van eetstoornissen. Ik was een nieuwbakken brugpieper, en kon niet omgaan met het feit dat ik op de middelbare school niet langer meer de slimste van de klas was. Mijn ouders hadden me zover gekregen tweetalig onderwijs te gaan volgen, maar ik sprak in de eerste paar weken nog geen woord Engels, kon de lessen niet bijbenen en raakte voor mijn gevoel alle controle over m'n leven kwijt.

Die controle probeerde ik terug te pakken op andere vlakken van mijn leven; zo begon ik dwangmatig veel te studeren om voor proefwerken maar niet lager dan een 8 te halen (ik sliep zo'n 3 tot 4 uur per nacht, omdat ik alleen maar met m'n neus in de boeken zat), en begon ik mijn eetpatroon zodanig onder de loep te nemen dat ik er onbewust altijd wel mee bezig was. Mijn perfectionisme drong tot alle facetten van mijn leven door. Ik had een genetische aanleg om een eetstoornis te ontwikkelen, en precies op het moment dat de externe omstandigheden ook 'gunstig' genoeg waren, sloeg de ziekte genadeloos hard toe. Tegen de tijd dat ik dertien was, zat ik in een diepe depressie en begonnen de eerste suïcidale gedachten de kop op te steken.

Omdat ik aan boulimia leed (en soms periodes doormaakte waarin ik aanzienlijk afviel als ik meer naar de anorectische kant neigde, maar nooit zodanig dat ik in direct levensgevaar verkeerde) en ik een normaal, gezond gewicht had, was het geen optie dat ik gedwongen opgenomen werd. En dus modderde ik vijf jaar lang maar wat aan, tot ik op mijn zeventiende in een gespecialiseerde instelling terecht kwam. Daar werd ik in een therapiegroep geplaatst met andere mensen die aan anorexia, boulimia of de eetstoornis NAO leden.

Vooral in de eerste jaren dat ik ziek was, werd ik getriggerd door het westerse schoonheidsideaal en wat modebladen zich bij dat ideaal voorstelden. In de weekenden dat ik naar huis ging maakte ik op mijn puberkamer stiekem moodboards en collages vol 'thinspiration', door foto's uit de Harper's Bazaar, Nylon, Grazia en ELLE te knippen. Mary-Kate en Ashley Olsen waren daarbij favoriet. Toen ik dit op een gegeven moment aankaartte tijdens een van onze therapiesessies, werd me al snel duidelijk dat ik niet de enige was die triggers ervoer wanneer ik door mijn favoriete modetijdschriften bladerde.

Toch was ook iedereen het erover eens dat modemagazines en -shows nooit de oorzaak waren geweest van het feit dat wij ziek waren geworden. Werden we door de foto's getriggerd? Ja. Bladerden we stiekem door de Grazia heen en wensten we dat we net zo mager waren als de modellen in de meest recente Balmain-show? Zeker. Zaten er mensen tussen die, na urenlang naar de Britse Vogue te hebben getuurd, hun vinger in hun keel staken? Ongetwijfeld. Konden dergelijke beelden er zelfs voor zorgen dat ons ziektebeeld sneller verergerde? Sowieso. Maar dat wij onszelf in sommige gevallen al meer dan vijftien jaar lang martelden met eetgestoord gedrag als instrument, dat was geen direct gevolg van het onrealistische vrouwbeeld dat door de mode-industrie neergezet werd. Daar waren, en zijn, de ziektes veel te complex voor.

De oorzaak van een eetstoornis is nooit eenduidig. Human Concern, een eetstoorniskliniek van de GGZ, verwoordt het op hun site als volgt: "Men gaat ervan uit dat een combinatie van erfelijke, karakterologische, psychologische, biologische of lichamelijke, opvoedkundige, familiaire en sociaal-culturele factoren een rol speelt bij de ontwikkeling van een eetstoornis. In het verleden bestond er een andere visie: aandacht vragen, een dominante moeder, losmaking van de ouders, seksueel misbruik, niet willen opgroeien tot vrouw of het nastreven van het schoonheidsideaal zouden dé oorzaken zijn voor het ontstaan van een eetstoornis. Inmiddels is deze opvatting dus genuanceerd."

Daarmee wil ik niet zeggen dat het westerse schoonheidsideaal niet enorm onbereikbaar en onrealistisch is, want dat is inmiddels een alom bekend feit. Met name voor jonge pubermeisjes kan het ideaal dat wij veelal nastreven daadwerkelijk schadelijk zijn. Het is dan ook van belang dat er genoeg maatschappelijke aandacht blijft uitgaan naar dit onderwerp, om op die manier een tegenwoord te blijven bieden. De bodypositivity-beweging is daar een goed voorbeeld van, en moedigt mensen aan een meer vergevingsgezinde houding ten opzichte van hun lichaam te hebben.

Maar door te beweren dat mensen een eetstoornis ontwikkelen door naar wat plaatjes in tijdschriften te kijken, bagatelliseer je de complexiteit van deze aandoeningen. Of zoals een vriendinnetje met anorexia ooit tegen me zei: "Charlotte, hoe laag schatten buitenstaanders mijn intelligentie wel niet in – dat ze oprecht denken dat ik mezelf dit allemaal al zo lang aan doe, alleen maar omdat ik wat modeblaadjes heb doorgebladerd?"

Tagged:
eetstoornis
modetijdschriften