in gesprek met the sartists, het meest modieuze collectief van johannesburg

i-D sprak hen over hun identiteit als Zuid-Afrikanen en de hardnekkige stereotypen rondom zwartheid, waar ze nog vaak tegenaan lopen.

door Charlotte Simons; foto's door Desiré van den Berg
|
05 december 2017, 11:57am

Andile Buka, Wanda Lephoto, Xzavier Zulu en Kabelo Kungwane vormen de drijvende kracht achter het modecollectief The Sartists, dat door middel van hun gebundelde creatieve krachten gedateerde ideeën over Zuid-Afrika en haar bevolking aan de kaak probeert te stellen – en met succes. Ze hebben inmiddels al met een aantal grote namen en merken samengewerkt, en werden voor de expositie ‘Fashion Cities Africa’ in het Tropenmuseum naar Nederland overgevlogen, om daar een workshop te presenteren.

De dag na hun bijdrage aan Fashion Cities Africa ontmoetten wij Xzavier, Wanda en Andile in druilerig Amsterdam, en spraken we hen over de grootste verschillen tussen Johannesburg en Kaapstad, hun identiteit als Zuid-Afrikanen en volhardende stereotypen omtrent zwartheid, waar ze nog veel te vaak tegenaan lopen.

i-D: Hoe hebben jullie elkaar ontmoet en kwamen jullie tot de beslissing om the Sartists te vormen?
Wanda: Ik heb the Sartists in 2012 opgericht, samen met Kabelo Kungwane [Andile en Xzavier sloten zich later bij hen aan, red.]. We gingen naar dezelfde middelbare school, hadden bewondering voor elkaars stijl en besloten samen tweedehands kleding te kopen en costumizen. Vervolgens hebben we samen een bedrijfje gestart, om een deel van ons collegeld te kunnen betalen. Samen zochten we naar tweedehands kleding, die we vervolgens weer verkochten. Op die manier raakten we heel geïnteresseerd in mode en design, waarna we besloten het collectief op te richten, dat we ‘the Sartists’ noemden. We begonnen content te creëren, ons eigen verhaal te vertellen – om zo onder andere onze identiteit als Afrikanen te herdefiniëren. Ongeveer een jaar later ontmoetten we Andile.
Andile: Ik werkte destijds in een camerawinkel, voor een lokale fotograaf. We bewonderden elkaars werk enorm en begonnen steeds vaker af te spreken. Eerst was het vooral nog voor de lol, maar na een tijdje te hebben samengewerkt vroegen ze of ik me bij hen aan wilde sluiten.
Wanda: Xzavier en ik volgden elkaar al een tijdje op Tumblr en uiteindelijk heb ik hem een berichtje gestuurd, om een keer af te spreken. Ik vond zijn stijl heel vet.
Xzavier: Ja, ik werkte toen nog voor een reclamebureau. Ik zou niet per se willen zeggen dat ik daar langzaam afstierf, maar zo voelde het wel. Nadat ik de jongens ontmoet had, viel alles eigenlijk op z’n plek. Ze hadden zo’n unieke kijk op kunst en cultuur, die ik zelf nooit gehad had. Ze staken enorm veel moeite in onderzoek doen naar alles. Het uitwisselen van informatie en esthetiek was heel nuttig.

Hebben jullie allemaal afgebakende rollen wanneer je samenwerkt, of verschilt dat van project tot project?
Xzavier: Over het algemeen zou je kunnen zeggen dat ik de art director ben, Andile is de fotograaf, Kabelo en Wanda functioneren als modellen – en ze nemen ook de styling en het ontwerpen op zich.
Andile: De mode-expertise komt voornamelijk van Wanda en Kabelo.
Xzavier: Maar ik zou hen ook makkelijk kunnen benaderen met een ontworpen outfit voor een shoot die al helemaal af is – zoals ik eerder al deed met de customized Levi’s-kledingstukken die we daarna hebben tentoongesteld –, zelfs al functioneer ik meestal als art director. Net als dat Wanda mijn rol ook op zich zou kunnen nemen.
Wanda: Ja, onze rollen zijn vrij inwisselbaar – met uitzondering van de fotografie, die taak neemt Andile standaard op zich. We proberen altijd van elkaar te leren.
Xzavier: En we sporen elkaar ook altijd aan om onszelf te verbeteren. Het is soms bijna alsof ik, alleen al door de rest constant om me heen te hebben, drie extra diploma’s aan het halen ben.

Jullie zijn door het Tropenmuseum uitgenodigd om in Amsterdam deel uit te maken van de expositie Fashion Cities Africa , en hier een workshop te presenteren. Hoe was dat?
Andile: ‘Fashion Cities Africa’ in Amsterdam is gelinkt aan een eerdere expositie die we in Brighton hebben gedaan, vorig jaar september. De items van die expo zijn naar Amsterdam gehaald, om hier deel uit te maken van de expositie in het Tropenmuseum.
Wanda: Wat leeftijd betreft was het publiek in Amsterdam wel wat diverser; kinderen van 15 tot volwassenen in de vijftig, terwijl er in Brighton toch vooral heel veel mensen van in de veertig op het evenement afkwamen.
Xzavier: Daar is natuurlijk niets mis mee – zolang ze maar actief meedoen met de workshop. Iedereen komt met de intentie om iets te leren of bepaalde inzichten op te doen, dus dat is de grootste overeenkomst. Wel had ik het idee dat de focus in het Tropenmuseum meer op het speelse lag, in plaats van dat er een debat geïnitieerd werd. In Brighton ontstond er een hevige discussie over de politiek in Zuid-Afrika, waarin heel veel onderwerpen werden aangekaart. We hebben daar echt veel van opgestoken.
Andile: Eigenlijk hadden we helemaal niet verwacht dat het gesprek die kant op zou gaan. Ik denk dat één vraag ervoor zorgde dat we…
Wanda: … Op gang kwamen.
Andile: Ja, zeker in het Verenigd Koninkrijk, waar zoveel mensen een bepaalde relatie hebben met Zuid-Afrika en de geschiedenis van ons land. Het was heel interessant om al die verschillende perspectieven te horen, vooral van de jongere generatie.

Wat is precies het idee dat jullie naar buiten proberen te brengen? Op welke manieren zouden wij, als mensen die misschien wel heel weinig van Zuid-Afrika weten, de manier waarop we het land zien moeten heroverwegen?
Wanda: Lastige vraag, maar als het op Afrika aankomt gaan er zulke volhardende stereotypen, opvattingen en ideeën rond over Afrika. Gisteren zei ik nog dat je ‘Afrika’ niet vast kunt pinnen op één ding – Afrika is alles. Als mensen de term ‘Afrikaanse mode’ horen, denken ze vaak gelijk aan de bekende waxprintjes uit West-Afrika, of het zwarte model met die afro dat af en toe op de cover staat. ‘Afrikaanse mode’, wat houdt dat überhaupt in? Niemand heeft het ooit over ‘Europese mode’. De context die mensen rondom Afrika organiseren – op het gebied van mode, cultuur en zelfs de inwoners – is vaak enorm stereotyperend. Natuurlijk maken die stereotyperingen ook uit van het verhaal, maar er is zoveel méér. Wij proberen simpelweg onze eigen stem en plek binnen die context te benadrukken. Daarbij proberen we ook de geschiedenis van Zuid-Afrika te onderstrepen in de verhalen die we vertellen – niet als bron van pijn, maar als deel van het genezingsproces. Natuurlijk bestaat die pijn ook, maar wij proberen vooral een ander perspectief naar buiten te brengen.
Andile: Ik denk dat dat een van de grootste misverstanden is als het op ons continent aankomt – het is bijna alsof er van ons verwacht wordt die pijn op ons te nemen, en het continu aan te halen. Onze levens draaien niet alleen maar om pijn, ras en politiek – alles daartussenin is net zo belangrijk, zeker voor onze generatie.

Als collectief focussen jullie je voornamelijk op Johannesburg. Wat zijn nou eigenlijk de grootste verschillen tussen Johannesburg en Kaapstad?
Xzavier: Naar mijn idee representeert Jo’burg Zuid-Afrika op cultureel vlak veel beter. Ik woon nu twee jaar in Kaapstad, en moet wel toegeven dat er in Kaapstad spannendere inzichten wat betreft kunst zijn – maar voor mode, muziek en cultuur moet je toch echt in Jo’burg zijn. In Kaapstad zie je ook amper Zuid-Afrikanen meer, of ze nou wit of zwart zijn – je wordt toch voornamelijk geconfronteerd met toeristen.
Andile: Kaapstad heeft te maken met een koloniale kater. Eigenlijk niet eens een kater, ze zijn nog steeds dronken van het koloniale tijdperk. De meerderheid van Zuid-Afrika is zwart, maar nog steeds krijgen wij niet dezelfde kansen. Dat is heel goed merkbaar in Kaapstad, en er moeten nog veel stappen gezet worden in de juiste richting.
Xzavier: Als zwarte man in Jo’burg wonen is niet te vergelijken met als zwarte man in Kaapstad wonen, een compleet andere ervaring. In Jo’burg heerst het idee van ‘sisonke’ [een isiZulu woord dat zich vrijelijk vertaalt naar ‘we zijn samen’, red.]: je voelt het wanneer je mensen de hand schudt, in alles waar we voor vechten. Zelfs op taalgebied zijn het twee totaal verschillende werelden: in Kaapstad kan ik isiZulu, mijn eigen taal, amper spreken door de omgeving waar ik me in bevind – in tegenstelling tot in Jo’burg. Soms, als ik het gevoel heb dat ik mijn zwarte identiteit weer moet opladen, kom ik eventjes terug naar Johannesburg.

Hebben jullie het dominante perspectief op Afrika zien veranderen sinds het moment dat jullie samen zijn gaan werken?
Wanda: Tot op een bepaald punt is het inderdaad veranderd. De dingen waar we ons tien jaar geleden voor zouden hebben geschaamd – in een township wonen, of de textuur van ons haar – zijn nu dingen die we beginnen te waarderen, en waar we trots op zijn. Dat is de verandering die van binnenuit heeft plaatsgevonden. En als het om mensen van buitenaf gaat – dat perspectief is ook wel aan verandering onderhevig, maar vooral op commercieel niveau. En tot op zekere hoogte is het ook verslechterd – je ziet steeds meer Afrikanen die zichzelf op commercieel vlak uitbuiten, om zichzelf likeable te maken voor mensen van buitenaf.
Andile: Er hebben inderdaad veranderingen plaatsgevonden – ik bedoel, zelfs het feit dat we hier nu zijn, de kansen waar we toegang tot hebben. De jeugd op het continent eist een platform om zich uit te kunnen spreken – vóór ons, maar ook dóór ons. En we moeten altijd uitkijken voor bedrijven die ons narratief in hun eigen voordeel willen gebruiken – want dan spreken we ons niet op ons eigen platform uit, op onze eigen voorwaarden.

Tagged:
Interview
Zuid-Afrika
sartists