hoe breek je door in de creatieve industrie?

Doorbreken in de creatieve industrie is moeilijk en kost veel tijd en geld. Je bent net klaar met school na wekenlang Wikipedia te hebben afgestroopt, liters koffie te hebben gedronken, je bent vergeten hoe je familie eruitziet, wat je naam is...

door Tish Weinstock
|
20 februari 2015, 10:10am

Als we het over stages in de modewereld hebben, hebben we het vaak automatisch ook over afwijzingen, kleding retourneren in de regen, hondenpoep oprapen, bij de verkeerde naam genoemd worden, bij geen enkele naam genoemd worden, dagen van 24 uur, zeven dagen achter elkaar, en minder verdienen dan een vrijwilliger (die krijgt er ten minste nog een goed karma en waarschijnlijk reiskosten voor terug). Het lijkt het erop dat het voor jonge creatievelingen steeds moeilijker wordt om hun voet tussen de deur te krijgen. Maar alle geruchten daargelaten: stages zijn een geweldige manier om je carrière van de grond te krijgen. Je zult er niet alleen de skills leren die nodig zijn om de volgende Carrie Bradshaw te worden, maar je kunt er ook een goed beeld krijgen van hoe het er in de creatieve industrie aan toegaat.

Als je het geluk hebt om een stage te krijgen, probeer er dan echt alles uit te halen - en ik bedoel dan niet dat je de kont van je baas moet kussen (hoewel dat soms zal helpen). Als je een editorial assistent bent word dan vrienden met de design stagiair(e), en praat over hoe jullie je eigen magazine voor je zouden zien. Hetzelfde geldt wanneer je als een kip zonder kop rondrent bij een fotoshoot, in de ene hand een stoomapparaat en in de andere een lijst met credits - word vrienden met de assistent van de fotograaf, neem wat jullie op de set geleerd hebben mee en vorm het om tot iets nieuws. Waarom zou je geen blog beginnen zoals Fashion Intern Problems en daarop over je kutervaringen grappige verhaaltjes schrijven? Of begin bij te dragen aan Intern Magazine, begin iets vergelijkbaars of begin een professionele returnservice zodat jij zelf tenminste niet meer met zware tassen hoeft rond te zeulen. Voor editors en art directors mag je dan misschien een slaaf zijn, maar de andere stagiaires zijn je broers en zussen, dus sla de handen in elkaar!

Toch zit er net als aan Throw Back Thursday (sommige foto's moeten gewoon echt in het verleden blijven) en aan YouTube-video's van slow loris kijken (het wordt na een tijdje saai) een downside aan stages. Je zult er bijvoorbeeld nooit je huur van kunnen betalen, laat staan die jurk van Meadham Kirchhoff die je laatst bij een samplesale kocht, of dat dronken taxiritje van afgelopen zaterdagnacht. Dus los van stages, hoe zorg je voor jouw doorbraak? Hoe zorg je ervoor dat dat ene magazine jouw belletjes, mailtjes, belletjes over die mailtjes, mailtjes over die belletjes en uiteindelijk je gebeden beantwoordt?

De mode-industrie is zichzelf constant aan het uitputten - bloemen in de lente (revolutionair), minimalisme, colour blocking, zelfs dip-dye is al zooo 2014 - en is daarom constant op zoek naar nieuw talent. Open welke lenteissue van welk magazine dan ook en je zult ongetwijfeld een spread van 'bright young things', 'next big things' en 'aanstormend talent' vinden. Toch betekent dat niet dat degenen die behandeld worden het ook gegarandeerd zullen maken. Pas wanneer deze nieuwe modellen, ontwerpers, schrijvers, artiesten, stylisten en fotografen beginnen samen te werken, wanneer ze allemaal iets nieuws meebrengen, iets specifieks voor hun generatie, zullen mensen hen daadwerkelijk opmerken. Als het op onze generatie aankomt is het samenwerken met andere jonge creatievelingen de sleutel tot succes. En vandaag de dag kan je deze creatievelingen dankzij het internet met een klik van je muis vinden, en de culturele revolutie gewoon helemaal gratis beginnen.

Inderdaad, we leven in een tijdperk van ongeëvenaarde toegang tot informatie, en als resultaat daarvan eindeloze mogelijkheden. Waarom zou je het internet niet gebruiken om je werk te presenteren (en af en toe misschien ook je linker tepel) zoals Karley Sciortino van Slutever? Of cureer je droomwereld op Instagram zoals Petra Collins dat doet. Sciortino en Collins werken sinds ze elkaar online ontmoetten ook af en toe samen en vertegenwoordigen elkaar daarnaast volop op hun digitale platformen.

Gebruik het internet ook eens om uit te reiken naar je medecreatievelingen. Pandora Lennard en Lucy Greene bundelden hun krachten en vormden Anti-Agency, een modellenbureau dat de focus legt op persoonlijkheid en stijl in plaats van op de standaard modellencriteria. "We hadden allebei heel hard gewerkt bij grote magazines en bedrijven", vertelt Lucy, "en wilden de dingen nu eens op onze eigen manier doen." Ze schakelden hun vrienden in en stalkten mensen op Facebook, en vormden zo het perfecte voorbeeld van hoe creatieve samenwerkingsverbanden tot grote successen kunnen leiden. Hetzelfde kan gezegd worden over Adwoa Aboah en Madeleine Ostile's castingbureau AAMO. "Na stages te hebben gelopen waarbij koffiezetten altijd tot een van de hoofdtaken behoorde, voelde het echt alsof het onze beurt was om naam te maken en door te breken", vertelt Adwoa. "We weten beter dan wie dan ook wat jonge mensen willen." Los van twee professionele castingagenten zijn dit vooral twee creatieve geesten die iets anders proberen te doen in een industrie waarin normaalgesproken vooral steeds hetzelfde wordt gedaan - waarschijnlijk de reden waarom het zo goed met ze gaat.

Een andere manier van samenwerken met gelijkgestemden is door je eigen fanzine te starten, zoals Tavi Gevinson met haar Rookie, Alice Goddard met haar Hot and Cool, en Bertie Brandes en Char Roberts met hun Mushpit. "Doorbreken in welke industrie dan ook is altijd makkelijker als je met z'n tweeën bent", zegt Bertie. "Wij zijn 100% meedogenlozer en gemotiveerder omdat er 100% meer van ons is." Waarom zou je niet hun goede voorbeeld volgen? Vul de pagina's van jouw magazine met shoots door mensen die je op Tumblr vond en fotografen die je tegenkwam op Twitter, en haal iemand van de kunstacademie om je te helpen bij het ontwerpwerk. Schrijf een Think Piece, interview je vrienden en rapporteer over wat de andere jonge creatievelingen zoal uitspoken. Niemand zal ze immers zo goed begrijpen als jij dat doet, en daardoor zal jij altijd die edge hebben waar gevestigde merken en magazines goud geld voor betalen.

Voor i-D begon het immers ook allemaal in 1980, toen Terry en Tricia Jones een risico namen en straight ups van punkers op de pagina's van een homemade fanzine plaatsten. Deze onderneming draaide niet om het verdienen van geld, maar om het documenteren van de DIY-esthetiek van punk, die op dat moment de straten overspoelde, maar die gevestigde bladen weigerden te erkennen. Het is door dit verleggen van de grenzen van creativiteit, door het samenwerken met nieuw talent en door het maken van iets nieuws, iets anders, dat je niet alleen de aandacht van de creatieve industrie zult trekken, maar dat je ervoor zorgt dat die creatieve industrie jou wilt. Zoals i-D altijd al gezegd heeft: originate - don't imitate.

Credits


Tekst Tish Weinstock
Fotografie Barnaby Roper
Styling David Lamb