how deep is your love? fans in de 21e eeuw

Fans hebben niet de beste reputatie: ze gillen de longen uit hun lijf en huilen tranen met tuiten tijdens concerten, hebben een kuddementaliteit en sturen hun idolen tekeningen toe. Maar je favoriete popster verafgoden is zoveel meer dan massahysterie…

door Peter Robinson
|
19 februari 2015, 3:25pm

Eind vorig jaar tilde Taylor Swift het kerstgevoel naar nieuwe hoogtes door een zes minuten durende video uit te brengen waarin we haar thuis met haar katten en cadeaupapier zien spelen. Vervolgens zien we hoe ze de cadeautjes die ze persoonlijk uitzocht naar haar fans stuurt, waarna de video naar de woonkamers van die fans springt, die dolblij hun cadeau uitpakken. Een van de cadeaus werd zelfs door Taylor zelf bezorgd! Zoals je kunt verwachten werd er veel gehuild, als je het mij vraagt niet in de laatste plaats vanwege de 15 miljoen keer dat de video bekeken werd.

Het is niet moeilijk om hard te maken dat de gulheid in de video simpelweg de nieuwste marketingmove was van een artiest wiens klim naar de top van de popwereld mogelijk werd gemaakt door slimme marketingmoves. Je kunt daarnaast de emotionele ontvangst enigszins begrijpen met het oog op de Kerst. Maar ook nu, in februari, galmt de video nog na. En dat komt doordat iedereen op zeker moment weleens gedroomd heeft van een direct contact met zijn of haar persoonlijke Taylor Swift. We zijn allemaal op een zeker punt in ons leven een fan geweest.

Fans worden vaak als idioten gezien. Ze worden uitgelachen vanwege hun kuddegedrag en omdat ze zich niet realiseren dat ze de spil zijn die de kapitalistische muziekmachine draaiende houdt. Ze worden belachelijk gemaakt vanwege hun meltdowns bij concerten, en worden afgeschilderd als domme, puberende meisjes.

Elke keer dat ik zie dat fans op die manier belachelijk worden gemaakt, denk ik aan de volwassen mannen die hun eigen meltdowns op Twitter hebben als er een nieuw besturingssysteem van Apple wordt aangekondigd. Ik denk aan de jonge voetbalfans die om de een of andere reden niet worden uitgelachen wanneer ze hetzelfde kapsel als hun favoriete speler nemen. Een muziekfan zijn is nauwelijks anders dan een favoriet voetbalteam hebben. Het gaat erom dat je ergens deel van uitmaakt, en net zoals voetbalwedstrijden niet compleet zouden zijn zonder supporters, kan de pop niet zonder haar fans. Zonder een toegewijd publiek stort het hele kaartenhuis in.

In zijn boek 45, schrijft Bill Drummond - de helft van het ooit zo iconische The KLF - over zijn eigen ervaringen als fan. Hij herinnert zich zijn obsessie met de romantiek en mysterie van de avant-gardistische rockact The Residents. In een hoofdstuk dat hij Now That's What I Call Disillusionment 1 doopte, vertelt Drummond dat hij naar een concert van de band ging zodra ze naar de UK kwamen. "Ik had mezelf niet goed voorbereid op het feit dat deze epische band die zich op zoveel manieren mijn verbeelding in had gewerkt, gewoon bestond uit vier gasten uit Amerika." Het beeld dat hem sindsdien vooral is bijgebleven is dat van een paar zwarte, krullende lokken die achter een voor de band zo kenmerkend masker vandaan piepte.

In het volgende hoofdstuk, Now That's What I Call Disillusionment 2, schrijft hij over de comebackshow van The KLF in 1997. Een van zijn voormalige tienerfans, die inmiddels journalist was geworden, was aanwezig om een stuk over de show te schrijven voor Time Out. "Toen we elkaar de hand schudden, merkte ik op hoe er iets van een glinstering door zijn ogen ging", schrijft Drummond. "Ontnuchtering in zijn puurste vorm. Bijna net zo sterk als toen ik die zwarte haren van achter dat masker vandaan zag piepen."

Het is iets dat bijzonder herkenbaar zal zijn voor iedereen die ooit op dat punt beland is waarop ze erachter kwamen dat hun idool - of dat nou een voetbalspeler, popster of zelfs gewoon je vader was - eigenlijk gewoon een mens was. Mijn eigen reactie op dat hoofdstuk was nog eens extra sterk omdat ík die journalist/voormalig fan was. Ik viel als een blok voor The KLF toen ik 12 was, en om eerlijk te zijn ben ik daarna behoorlijk vervelend geweest. Ik belde minstens eens per week hun label, agent en zelfs hun eigen kantoor. Eens belde ik een journalist die hen had geïnterviewd om te vragen of ik het bandje met het oorspronkelijke interview mocht hebben. God mag weten hoe erg het allemaal was geweest als het internet al had bestaan…

Vreemd genoeg tolereerden The KLF en het team erachter dit niet alleen, maar ze leken me zelfs te verwelkomen. Toen ze een liveshow waarvoor ik kaartjes voor had cancelden, nodigden ze me uit om te komen kijken naar hun optreden bij Top of the Pops, en om met ze te hangen in de kleedkamer. Op mijn 13e verjaardag kreeg ik een cassettebandje toegestuurd met een album dat nog op de plank lag, en dat ruim twintig jaar later nog steeds niet is uitgebracht.

Mijn eigen Taylor Swift-momentje kwam toen de band me een bizar gul pakket toestuurde met gesigneerde memorabilia. Later kwam ik erachter dat hun plan eigenlijk was geweest om met de auto naar East Grinstead te rijden en het pakketje persoonlijk af te leveren. Mijn fanhysterie was waarschijnlijk nog veel langer doorgegaan als de band niet plotseling uit elkaar was gegaan. Ik was destijds 15 jaar, en eerlijk gezegd had de timing niet beter kunnen zijn, want als ze er niet mee waren gestopt zou ik waarschijnlijk nooit ontmaagd zijn…

Een paar maanden nadat ze uit elkaar waren gegaan, stelde ik een fanzine over de band samen, sloot ik het op die manier af en begon ik naar andere artiesten en muziekstijlen te luisteren. Als ik nu terugkijk op mijn tijd als superfan, kan ik toch niet anders dan denken dat dat hele verafgoden van één persoon die voor jou de ware popgod is, iets bijzonder troostends en spannends heeft. 

Vandaag de dag werken social media als een soort spiegel voor het hele fan zijn, en wat je in die spiegel ziet is niet zelden gruwelijk. Bij Candyman moest je zijn naam ten minste nog drie keer zeggen voordat hij tevoorschijn kwam - gooi een negatief tweetje over Christina Aguilera het internet op, en de slachtpartij vangt meteen aan.

Een toewijding aan A-lijst sterren staat in de hogere rangen van het fan zijn gelijk aan een gevechtsport, Als je voor Beyoncé bent, kan je niet ook voor Katy Perry zijn, en als je voor Katy Perry bent is Gaga ruk, enzovoorts. Het is niet genoeg om van je favoriete popster te houden - jouw liefde betekent alleen iets als het in een context geplaatst wordt waarin je al het overige haat. Ondertussen, in de lagere levels van fan zijn, zijn de fans bijna op het grappige af promiscue. Als er nieuwe boybands gelanceerd wordt, verspreiden de potentiële fans hun kansen tussen een paar beloftes, klaar om toe te slaan als er eentje slaagt, waarna de rest weer wordt afgedankt. Zoals Union J je waarschijnlijk kan vertellen: 1.5 miljoen fans hebben betekent niet zoveel als 1.3 miljoen daarvan de voorkeur geven aan One Direction.

Een echt toegewijde fanbase kan net zozeer een vloek als een gift zijn. Kijk naar het album van Madonna dat vorig jaar lekte, maanden voordat het uit zou komen. Madonna vroeg haar fans destijds om de nummers niet te downloaden - echte fans zouden haar kunst respecteren, zo stelde ze. Mijn eigen reactie was het tegenovergestelde: wat ben je voor fan als je het nieuwe werk van je favoriete artiest niet wilt horen?

Maar er was een relevantere issue, eentje die voortkwam uit de manier waarop Madonna's hardcore fanbase de nummers prezen. Want laten we eerlijk zijn, een aantal van de gelekte nummers waren de slechtste nummers die Madonna ooit heeft opgenomen. Er waren een paar geweldige nummers, een paar veelbelovende nummers, maar een groot deel was niet om aan te horen. En toch hoorde Madonna op social media niks anders dan lovende woorden. Fans die doen alsof alles geweldig is, zijn de oorzaak van de uiteindelijke ondergang van hun idool. Een fan zal denken dat hij of zij elke move van het idool in kwestie moet prijzen, maar een ware fan weet ook wanneer hij of zij verkeerd gedrag moet afkeuren - dat is wat ze tough love noemen.

De manier waarop Madonna de controle over haar muziek verloor, was een herinnering aan de machtsverschuivingen in de wereld van de popfans. De relatie tussen fan en artiest draaide altijd om geven en nemen van beide kanten, maar nu het geld niet langer uit verkopen maar uit sponsordeals komt, begint de macht te verschuiven.

Zeven jaar geleden stelde Kevin Kelly in zijn invloedrijke blogpost 1.000 True Fans dat je concenteren op een klein aantal echte fans de effectiefste manier was om een carrière op de lange termijn veilig te stellen. Dat geldt inderdaad voor sommige artiesten, maar veel artiesten gebruiken hun fans in dit sociale en digitale tijdperk vooral als iets waarmee je kunt onderhandelen. Hoe meer YouTube-views je hebt, hoe meer geld je kunt vragen voor een paar misplaatste, gesponsorde artikelen in je video. Hoe meer twittervolgers je hebt, hoe meer geld je kunt vragen voor een gesponsorde tweet.

Fans realiseren zich waarschijnlijk niet dat zij steeds meer de touwtjes in handen hebben. Ik heb genoeg beginnende bandjes ontmoet. Off the record hebben ze het met je over hun dromen en ambities - ze vragen zich af wie hen leuk zal vinden, ze vertellen hoe speciaal en opwindend het voelt als iemand hen om hun handtekening vraagt. Naarmate de tijd vordert krijgen die off the record-gesprekjes een minder aangename toon. Soms verstoppen diezelfde popsterren zich al een paar weken later in hun kleedkamers, rennen ze van de venues naar een auto die hen staat op te wachten terwijl ze doen alsof ze aan de telefoon zijn - allemaal om de fans te ontlopen. Fans zijn een last, gedoe... Artiesten zullen het publiekelijk nooit toegeven, maar ze hebben een hekel aan de fans die niet toestaan dat ze veranderen of opgroeien - op eenzelfde manier als ze hun baas zouden haten als ze een kantoorbaan hadden gehad. En popartiesten weten heel goed dat het merendeel van die fans het uiteindelijk een keer voor gezien zal houden.

One Direction heeft een geweldig nummer, 18, waarin ze zingen dat ze hun luisteraars al liefhebben sinds ze 18 waren. Waar de debuutsingle van de band nog over die eerste aanraking met romantiek ging, gaat dit nummer over opgroeien, over het verstrijken van de tijd. Wanneer ik een band zie optreden voor een zaal van 15.000 gillende fans, kan ik me soms maar moeilijk voorstellen dat die band binnen vijf jaar uit elkaar zal gaan. Twee leden stoppen ermee vanwege overweldigende solocarrières, één eindigt in een afkickkliniek, en weer een andere zal wanhopig tickets proberen te verkopen voor een concert met zijn verschrikkelijke nieuwe rockband. 

Het gebeurt constant. Fans gaan verder met hun leven, en na een tijdje zullen die fans de band vergeten zijn. Twintig jaar later vinden ze misschien een keer iets in een oude doos - een T-shirt van die ene band, een schoolagenda met een logo op de voorkant gekrast. Misschien vinden ze tussen hun oude foto's een selfie die ze bij dat ene concert namen. Eerst zal het een beetje gek lijken en moeten ze om zichzelf lachen, maar dan worden ze opeens weer volop geconfronteerd met die lang vergeten tienerobsessie. Het zal raar voelen, alsof Kerst dit jaar vroeg is gekomen, en opeens zullen ze die onverklaarbare en onverwachte drang voelen om te huilen.

We vallen niet allemaal flauw als we Justin Bieber zien, en we bieden niet allemaal op een stukje opgedroogde kots van Harry Styles op eBay, maar één ding is zeker: je kunt iemand die nooit een favoriete popster heeft gehad absoluut niet vertrouwen.

@PeterRobinson

Credits


Fotografie Hugovk

Tagged:
Muziek