waarom we homofobie in de modellenindustrie tegen moeten gaan

Marc Sebastian Faiella studeerde af aan Parsons en is nu drie jaar werkzaam in de modellenindustrie. Marc is gay en kreeg in die modellenindustrie al vaak met homofobie te maken. Hier vertelt hij zijn verhaal.

door i-D Team
|
30 maart 2015, 8:50am

Marc Sebastian Faiella walking out of J.W. Anderson in a Rise Up Sisters T-shirt from MBMJ.

Toen ik bij mijn eerste modellenbureau in New York tekende, werd ik apart genomen door twee agenten die me de volgende instructies gaven: ik moest altijd mijn skateboard bij me dragen, nooit mijn haren wassen en constant over meisjes praten, zodat ik "mannelijk en jongensachtig" leek. Ik was met stomheid geslagen. Heel even overwoog ik hun advies op te volgen, maar wat ik deed was het kantoor verlaten om nooit meer terug te kijken. Een jaar later had ik een kennismaking bij mijn huidige agency in Parijs. Niet alleen stelden zij me voor aan mijn andere super begripvolle bureaus in andere grote steden, maar ze deden me vooral ook inzien dat de "wijze woorden" van mijn eerste bureau vooral verhulde homofobie waren.

Bob Dylan had het destijds waarschijnlijk niet over een groep homoseksuele modellen die onverschrokken de strijd aangingen met homofobie, maar net als toen: the times, they are changin'. Het is nu drie jaar geleden dat ik met modellenwerk begon, en in die tijd ben ik getuige geweest van een grote verschuiving bij mijn homoseksuele collega's.

Ik weet dat ik me relatief kort door de modellenindustrie beweeg, en ik kan niet spreken voor voorgaande generaties, maar ik weet ook dat veel industrieveteranen zich geen openlijk homoseksuele modellen uit het verleden kunnen herinneren. Ik ben niet de enige die gemerkt heeft hoe het aantal trotse homo's de afgelopen drie seizoenen is toegenomen. Ik zag meerdere keren jongens op hakken en jongens die bij een casting hand in hand liepen - al die keren ging mijn stem direct naar hen uit (meestal in de vorm van een vinger-snap in de lucht en een aantal positieve woordcombinaties die ik geleerd heb van de vele seizoenen RuPauls Drag Race). En in tegenstelling tot het bekrompen verleden, kunnen mensen uit de industrie vandaag de dag makkelijk een aantal mannelijke modellen opnoemen die openlijk gay zijn - loud and proud.

Dus waarom is het nu zo anders? Ik heb mezelf de vraag gesteld, vaak samen met andere homoseksuele modellen. Hun positieve reacties en gebrek aan negativiteit ten opzichte van iemands seksualiteit was inspirerend, maar eigenlijk ook niet verrassend. "Jezelf zijn" is iets dat tegenwoordig niet alleen gerespecteerd wordt, maar dat gewoonweg de enige optie is. Dit zijn de mensen die toen ze opgroeiden met genoeg spot te maken hebben gehad, en ze waren het zat dat ze zich moesten "vermannelijken" om de aandacht van casting directors, klanten en bureaus te trekken.

Ondanks hun kracht en solidariteit hangt er absoluut nog een beetje homofobie in de lucht. Als ik met andere homoseksuele modellen praat, blijkt dat velen van hen bij castings nog steeds de homofobie voelen die ik tijdens mijn eerste jaar als model voelde. "Bij bepaalde castings word ik een beetje paranoia - verwachten ze dat ik me op een bepaalde manier gedraag? Ik weet niet of het iets is dat ook in de hoofden van de casting directors omgaat...", zegt Lewis Goodacre.

Ondanks de toestroom van openlijk homoseksuele modellen, zijn sommige bureaus nog steeds genadeloos als het aankomt op de manier waarop we onszelf uiten op social media. Jacob Mallinson Bird, ook bekend onder de dragnaam Dinah Lux, kan zich zoiets herinneren: "Ik deed de make-up van een vriend die ook drag is. Hij zette de foto op Instagram en kreeg behoorlijk wat likes en comments. De volgende keer dat ik hem zag vertelde hij me dat hij de foto van zijn agentschap moest verwijderen omdat het niet paste bij het imago dat ze rondom hem wilden creëren. Ik stond versteld, en was zo blij dat ik bij een agency zat dat me juist gepusht had om het te blijven doen."

Ik geloof dat deze collega's een heel goed voorbeeld zijn voor niet alleen de toekomst van de modellenwereld, maar ook voor jonge jongens wereldwijd die geïnspireerd worden door deze vorm van verzet tegen discriminatie. Joel Mignott zegt: "Ik word liever gecast voor wie ik ben en hoe ik eruitzie, dan voor een persona of illusie die ik creëer zodat ik beter bij de opdracht pas." Het is trouwens ook zo dat eerlijk zijn over wie je bent en wat je seksuele voorkeur is ervoor kan zorgen dat je geboekt wordt voor opdrachten in de niches van de industrie. Jack Taffel en Joe Brotherton, die voorheen een relatie hadden, zijn hiervan een goed voorbeeld - gestyled door Alister Mackie en geschoten door Alasdair McLellan, deden de twee een boekje open over hun relatie in de vorm van een grote editorial in AnOther Man. Het was mogelijk een van de meest iconische homoseksuele editorials die ik ooit gezien heb.

Je moet overigens niet denken dat ik de industrie zie als een kudde hooivork zwaaiende homofoben. De discriminatie is onopzettelijk - een van de eerder genoemde boekers die me de handleiding voor mannelijkheid gaf was zelf gay. Deze individuen zijn misschien zo gewend geraakt aan hoe het altijd al geweest is en aan wat de klanten in het verleden wilden, dat ze niet eens meer doorhebben dat ze het nu zelf doen.

Op een bepaalde manier is mijn beslissing om dit op zo'n openbaar platform te bespreken bijna lachwekkend. Ik bedoel, dit is de mode-industrie, waarin mensen als wij juist zo volop aanwezig zijn. Aan de hand van een editorial of modeshow is het onmogelijk om te zeggen hoe flexibel onze polsen zijn of hoe hoog onze stem is. Niemand hoeft dat ook te weten. Tijdens mijn meest recente shoot met Harry Smart - ook een homoseksueel model - hadden we het over hakken en pruiken terwijl we bovenop een Aston Martin lagen te poseren.

Iemand vertelde me eens dat cliënten niet van jongens houden die te vrouwelijk zijn, omdat "het niet goed is voor de mannelijkheid van het merk". Misschien dat ik ernaast zit, maar sinds wanneer heeft een modemerk enige autoriteit als het aankomt op gender en mannelijkheid? Er zullen altijd merken zijn die de ideeën uitdagen van wat een man zou moeten dragen. Merken als Jean Paul Gaultier, J.W. Anderson en Craig Green veranderen de manier waarop we gender definiëren. Modellen zijn acteurs, die gevraagd wordt een bepaald gevoel, persoon of gemoedstoestand neer te zetten. Als we dat kunnen, wat maakt het dan verder nog uit dat sommigen van ons graag met jongens zoenen?

@MarcSebastian

Credits


Tekst Marc Sebastian Faiella

Tagged:
Generatie Z
the activism issue