de kracht van een protestshirt

Fotograaf Drew Vickers onderzoekt de sociale en politieke macht van onze kleding, iets wat vaak over het hoofd wordt gezien.

door Felix Petty
|
29 oktober 2019, 9:18am

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in het The Post Truth Truth Issue van i-D, no. 357, Herfst 2019. Bestel je exemplaar hier.

Het protestshirt heeft een simpele kracht. De meest complexe problemen moeten namelijk op het bescheiden oppervlakte van het kledingstuk passen. Het is mode die politiek gezien het meest basaal, bot, leuk en boos is.

De sociale en politieke macht van onze kleding is makkelijk om over het hoofd te zien, omdat het een macht is die vanuit zoveel verschillende richtingen op ons afkomt. Hij is er zowel expliciet als impliciet, symbolisch en semiotisch. Alles wat we dragen heeft een betekenis. Kleding is een gecodeerd verlengstuk van onze lichamen en onze plek in de wereld. Kunnen je ouders de juiste merkschoenen betalen? Heb je de juiste jeans? Het juiste pak? Wat we dragen verraadt onze klasse, onze sociaaleconomische status en hoe we onszelf in de wereld zien. Maar kleding kan ook opstandigere associaties hebben: denk aan de revolutionair met een balaclava, een antisociale skinhead met kisten aan, de sansculotten die ‘Liberté, Égalité, Fraternité’ eisten en de Trump-aanhangers met hun rode petjes.

Die politieke kant van mode is niet altijd duidelijk. Het is gewoon zo dat luxe mode er meestal moeite mee heeft gehad om politieke uitingen op de catwalk te laten zien. De politiek van de catwalk is vaak persoonlijk, in plaats van revolutionair. Luxueuze mode is het krachtigst wanneer je er een gedragsverandering in de hele samenleving in kunt lezen, of wanneer het de veranderende parameters van de vrijheid van meningsuiting laat zien, of het een context is waarin je de wereld weerspiegeld ziet en er betekenis aan kunt geven. Catwalkmode is – net als alle kunstvormen – in termen van protest en politiek het succesvolst als er ruimte is voor interpretatie. Maar de bestaande systemen in de luxe mode-industrie zorgen er vaak voor dat veel van haar politieke commentaar niet te horen is.

1569844349901-DV_i-D_Hi-Res_01
Oscar draagt vintage trui van Kool Kats, broek en ketting van Louis Vuitton en riem van Underground.

Catwalkmode gebruikt revolutionaire woede zelden goed, terwijl revolutionaire woede juist goed is voor mode. Het meest basale, bescheiden voorbeeld hiervan is het protestshirt. Mijn favoriete is het ‘58% Don’t Want Pershing’-shirt van Katherine Hamnett, nog steeds een van de grappigste en krachtigste voorbeelden van het protestshirt, ook door de context. Katherine ontmoette Margaret Thatcher op een cocktailparty in Downing Street. Ze droeg een T-shirt dat de toenmalige premier aan de impopulariteit van haar beleid herinnerde. Mensen willen over het algemeen gewoon niet graag vernietigd worden door intercontinentale ballistische raketten. Katherine had het shirt snel thuis gemaakt. Het was meer protest dan mode: de boodschap was belangrijker dan het medium. En daarom slaan de pogingen van de luxe mode-industrie om slogans op grote schaal te produceren altijd een beetje de plank mis – je hebt het DIY-gevoel nodig. Het is interessanter om te zien hoe slogan-bedenkers de ontwerptechnieken van de mode-industrie overnemen dan andersom.

Twee van mijn favoriete T-shirts zijn protestshirts. De eerste is een CND-shirt uit de jaren tachtig. Er staat een zwarte cartoonkat op, een puinhoop van vacht met grote, geschrokken ogen, die de vredesbutton van CND draagt. De kat zit boven de geschreven slogan “Cats against the bomb”, met een pootafdruk ernaast. Er zit zoveel in zo’n kleine tekening: hij is zowel schattig als lief, maar er wordt ook duidelijk naar een nucleaire apocalyps gehint. Ik heb ‘m zo vaak gedragen dat hij nu uit elkaar valt en vol gaten zit.

Het tweede T-shirt heb ik gekocht bij een kraampje in een kronkelend steegje in de oude stad van Jeruzalem. Het kraampje was prachtig. Het maakte niet uit wat je politieke of religieuze overtuiging was – er was voor ieder wat wils. Ik zag katholieke rozenkransen, orthodoxe iconografie, sjaals van voetbalclub Beitar en pro-Israël-shirts (eentje met “Guns ’N Moses” erop). Ik koos een T-shirt uit waarop “Free Palestina” in het Engels, Arabisch en Hebreeuws staat, met erboven een wapperende Palestijnse vlag.

1569848603601-DV_i-D_Hi-Res_02

Ik heb niet veel gedaan om voor de ontmanteling van kernbommen of de Palestijnse onafhankelijkheid te vechten, maar ik heb die twee T-shirts wel vaker gedragen dan veel van mijn andere kledingstukken. Het protestshirt werkt sluw, en dat maakt het zo krachtig. De shirts zijn expliciet, luid en verkondigen onbetwistbare boodschappen. Stop racisme. Denk aan de planeet. Power to the people. De juiste slogan is transformerend. Hij nestelt zich in je hersenen. Mijn T-shirt kan jouw ideologie worden.

Onlangs droeg rapper Loyle Carner op Glastonbury een T-shirt met de tekst “I Hate Boris” erop. Het is een kindvriendelijke versie van het viral shirt met “Fuck Boris” erop, ontworpen om langs de censuur van de BBC te komen en de boodschap in de wereld te verspreiden. Stormzy had twee dagen eerder op Glastonbury het publiek “Fuck the government en fuck Boris” laten schreeuwen, wat rechtse media deed schuimbekken. Met het protestshirt kun je nog steeds impact hebben en een punt maken – je moet je boodschap gewoon vereenvoudigen.

Op een bepaalde manier heeft het protestshirt nu aan kracht ingeboet, omdat de protestborden weer terug van weggeweest zijn. Na elke demonstratie stroomt het internet nu vol met de beste en grappigste protestborden. De beelden van de borden worden keer op keer gedeeld en verspreiden zich over het internet. Hun bruikbaarheid, grappigheid en sarcasme – je zult ongeacht de demonstratie en de plek altijd iemand vinden met een bord met “It’s so bad even the introverts are here” erop – werken op dezelfde manier als mijn shirts. Het gaat om het verlangen gezien te worden als onderdeel van de oplossing. Dat mensen weten dat je in het juiste gelooft. Je gaat ergens heen, staat ergens voor, draagt een T-shirt.

Protestmode werkt zoals het bedoeld was. Het T-shirt verspreid de boodschap. Geloof wat je wilt – je bent slechts de boodschapper.

1569848621633-DV_i-D_Hi-Res_03
Grace draagt shirt van Hermès, broek van Calvin Klein Jeans, riem van HTC Los Angeles.
1569848663753-DV_i-D_Hi-Res_04
LA draagt shirt van Louis Vuitton, vintage T-shirt van The Captains Vintage, broek van Levi’s en vintage riem van Kool Kats.
1569849432380-DV_i-D_Hi-Res_06
Batty draagt vintage T-shirt van Raf Simons, eigendom van het archief van David Casavant.
1569849473065-DV_i-D_Hi-Res_08
Grace draagt vintage T-shirt van Breuer Dawson, broek en schoenen van Prada, vintage riem van Kool Kars en sokken van Patharella.
1569849499416-DV_i-D_Hi-Res_09Kamil draagt overhemd van Fendi, vintage T-shirt van Kool Katss.
Kamil draagt overhemd van Fendi, vintage T-shirt van Kool Kats.
1569849524490-DV_i-D_Hi-Res_10

Credits

Fotografie Drew Vickers
Styling Max Clark

Haar Matt Mulhall @ Streeters gebruik makend van Harry’s.
Set design Samuel Overs @ The Magnet Agency
Fotografie-assistentie Tomo Inenaga en Louis Headlam
Styling assistentie Giovanni Beda, Joe Palmer en Gal Klein
Set design assistentie Mitchell Fenn
Productie Louise Merat @ Artistry London
Productie assistentie Amy Cahruy-Hughes en George Whale
Casting Gabrielle Lawrence @ People File

Models LA Timpa @ Anti-Agency. Grace Musase @ Elite. Kamil @ ETWO. Jayden @ IMG. Declan en Kieran @ The Squad. Oscar J @ Tomorrow Is Another Day en Batty.

Tagged:
protest
greenpeace
Activisme
max clark
drew vickers