Beeld via Yuyi John

kun je als creatieveling anno 2019 eigenlijk nog wel stoppen met instagram?

Of je het nu gebruikt om op de hoogte te blijven of als online portfolio – het platform lijkt onmisbaar te zijn. We spraken een aantal creatievelingen die beweren van niet.

|
07 maart 2019, 3:16pm

Beeld via Yuyi John

Afgelopen jaar heb ik meerdere malen op het punt gestaan om mijn social media-accounts te verwijderen, om vervolgens minuten later te concluderen dat dit waarschijnlijk een ontzettend slecht idee zou zijn. Niet vanwege mijn psychische gezondheid en kwaliteit van leven; in dat opzicht zijn er denk ik geen valide argumenten te bedenken om het niet te doen. Maar op werkgebied des te meer: ik zou gewoon niet meer weten waar ik veel van mijn informatie vandaan moet halen. Ook de vrees om qua werk onzichtbaar te worden wanneer je social media verlaat, leeft onder mensen die in de creatieve sector werken. Zoals afgestudeerd modestudent Sinead O’Dwyer eerder al zei: “Zonder Instagram denk ik niet dat mensen mijn werk of mij zouden kennen.”

Als ik hierover nadenk krijg ik het nogal benauwd. Natuurlijk zijn er dingen die social media meer ontspannen maken, zoals selectief zijn in wie je volgt, notificaties uitzetten en sommige stories overslaan. Toch blijf je steeds in dezelfde valkuilen trappen, zoals je tijd verspillen aan doelloos door je feed scrollen en onconstructieve vergelijkingen trekken tussen jezelf en anderen. Valkuilen waarvan je maar al te goed van weet dat ze bestaan, maar waar je toch telkens weer met ogen open en gestrekt been in tuimelt. Het is dus niet heel gek dat steeds meer jonge mensen ervoor kiezen om ermee te stoppen. Maar wat als je online aanwezigheid noodzakelijk voor je carrière lijkt te zijn, en onlosmakelijk verweven met je werk?

Bewogen door mijn eigen dilemma op dit vlak besloot ik een aantal creatievelingen te spreken waarvan ik wist dat ze onlangs wél gestopt zijn. Tegen welke dingen liepen ze aan? En wat leverde het ze op?

Manisha Bahadoer (20), student modeontwerp, verwijderde haar social media eerst omwille van haar psychische gezondheid: “Ik merkte dat ik me constant vergeleek met leeftijdsgenoten die ‘verder’ waren. Daardoor ging ik twijfelen aan mijn eigen proces, wat natuurlijk averechts werkte. Ik zit nu bewust alleen op Tumblr, een platform dat voor mijn gevoel veel minder gaat over het profileren van jezelf, en meer over het laten zien van je smaak en interesses.”

Het voorbeeld van Mikel van den Boogaard (26), freelance schrijver en redacteur bij een uitgeverij, zal ook voor mensen buiten de creatieve industrie herkenbaar zijn. Hij maakte de beslissing om te stoppen na een moment van bezinning tijdens een trip naar New York: “Ik fotografeer graag en tijdens de eerste vier dagen had ik elke dag iets gepost. Op een gegeven moment had ik een vette foto gemaakt die ik wilde delen, tot ik ineens dacht: ik kan beter wachten, want het is nu twee uur ‘s nachts in Nederland, dus het heeft eigenlijk nog geen zin. Op dat moment besefte ik dat ik blijkbaar iemand was geworden die daarover nadacht. Ik heb direct Instagram gedeactiveerd, het vervolgens een half jaar niet gebruikt en de rest van de vakantie niet meer op mijn telefoon gekeken.”

Voor Mikel was de grootste reden dat hij zichzelf erop betrapte te veel gedachteloos te scrollen: “Social media-platformen zijn ontworpen om je aandacht vast te houden. Voor mij was het breekpunt echt toen Stories werd geïntroduceerd. Het interesseert toch niemand echt wat iemand op zaterdagavond in de club aan het drinken is? En toch ben je het aan het bekijken. Sinds ik ben gestopt ervaar ik veel minder ruis van dingen die ik eigenlijk niet interessant vind.” Iets wat ook Manisha herkent: “Ik heb nu meer rust. Cliché misschien, maar wel waar: je leest meer, kijkt misschien eens twee seconden langer naar een boom dan je normaal zou doen, en haalt daar weer inspiratie uit. Dingen die er al gauw bij inschieten als je veel op je telefoon zit.”

Het zijn anekdotes die ook bij genoeg mensen buiten de creatieve industrie weerklank vinden. Maar als het bij je werk hoort om ‘op de hoogte’ te zijn van wat mensen maken, en het bovendien een manier is om je werk te etaleren, hoe doe je dat dan? Volgens Mikel zijn daar genoeg andere manieren voor: “Het is echt niet noodzakelijk om een eigen account te hebben. Ik heb een lijstje in mijn telefoon met regisseurs, fotografen en ontwerpers die ik tof vind, waarvan ik af en toe hun profiel of website check. Zo hou ik in de gaten wat er speelt. Misschien ouderwets, maar zo heb je het wel meer zelf in de hand.”

Toch wordt het al ingewikkelder wanneer je zelf visueel werk maakt en in een wereld zit waarin je instagramprofiel in feite je online portfolio is. Fotograaf Jaimy Gail sprak zich daar al eerder over uit: “De ‘online competitie’ vind ik eng, het geschreeuw wat dagelijks bezig is online helpt sommigen, maar voor mij voelt het onnatuurlijk aan. Ik vind de getallen heftig – hoeveel volgers of likes mijn werk heeft hoort niets te zeggen. Natuurlijk ben ik me bewust van de rol die Instagram kan spelen in het verspreiden van mijn foto’s. Dat is een van de redenen dat ik er enigszins aan meedoe, maar als ik geen fotograaf was had ik niet op Instagram gezeten.”

Zijn Mikel en Manisha dan niet bang om door hun online afwezigheid ‘overgeslagen’ te worden? Door te blijven posten en te volgen, zorg je er ook voor dat anderen je werk blijven herinneren – hoe cru dat misschien ook klinkt. Een social media-profiel is toch een digitaal visitekaartje en een laagdrempelige manier om je netwerk in stand te houden. Mikel: “Ik denk juist eerder zo: als jij tweeduizend mensen volgt en ik ben daar een van, dan wordt mijn werk toch ook ondergesneeuwd. Hoe zichtbaar ben ik dan eigenlijk? Als ik nu mensen tegenkom voor werk hebben we meer bij te praten, omdat ze niet alles al online gezien hebben. Al heb ik de luxe dat ik een baan heb en al een netwerk heb opgebouwd. Als je net begint of volledig freelancet is het al lastiger.”

In het geval van Manisha, die later een eigen modemerk wilt opzetten, lijkt het me inderdaad gedurfd om dit zonder social media te doen. Zelf ziet ze dat echter compleet anders: “Het geeft mij juist meer voldoening om dingen te bereiken zónder. Je kunt je merk ook gewoon in het echt laten zien en niet op een scherm. Instagram lijkt voor veel mensen nu de enige manier, maar je hoeft niet per se eerst online bekendheid te krijgen. Je zou ook een merk met een herkenbaar label ineens door bepaalde mensen kunnen laten dragen, zodat het vervolgens via via bekend wordt, om maar een voorbeeld te noemen. Voor mijn gevoel onderscheid je je straks juist door het anders te doen. Instagram is een makkelijke manier, maar het is niet per se beter. Mijn aanpak is langzamer maar daardoor ook meer doordacht. Dit soort nieuwe manieren ontdekken om mensen te bereiken geeft mij juist de energie en motivatie die ik op Instagram verloor.”

Een Britse collega van i-D merkte eerder ook de overeenkomsten op tussen social media en fast fashion, die “beide constant vragen om nieuwe visies en ideeën die snel uitvoerbaar en reproduceerbaar zijn.” Je werk posten is een gemakkelijke manier om erkenning te krijgen zonder echt de diepte in te hoeven gaan. En het is ook iets wat kopieergedrag in de hand werkt. De continue blootstelling aan beelden die zich onbewust in je hoofd nestelen, maken het lastiger om uniek te blijven en niet elkaar stijl over te nemen – wat steeds meer resulteert in een soort creatieve monocultuur.

Ergens is het ook niet meer dan logisch dat je de intrinsieke motivatie en stem om dingen te creëren al gauw kwijtraakt op een platform dat volledig is ontworpen rondom het bevestiging krijgen van anderen. Hoewel dat laatste ook enigszins onderdeel zal blijven van je werk als maker, beaamt Mikel: “Na dat half jaar zonder Instagram kwamen er een paar projecten uit waar ik trots op was en waarvan ik dacht: dit moet ik laten zien aan de wereld. Toen ik die vervolgens toch weer ging posten, ben ik gaan nadenken over waarom ik dat eigenlijk deed. Natuurlijk vind ik het leuk om erkenning te krijgen, maar ik wil mezelf niet langer op die manier online profileren en zo een 'product' worden. Uiteindelijk doe ik dit werk omdat ik verhalen wil vertellen. Ik geloof erin dat als ik vanuit die motivatie werk, ik ook klussen zal blijven krijgen.”

Uiteindelijk gaat de vraag die hieronder verscholen ligt volgens mij vooral over hoe we tegenwoordig beoordelen of iets relevant is of niet. Maakt online zichtbaarheid en populariteit creatief werk gewichtiger? Of laten we platformen en algoritmes dan bepalen wat ‘goed’ is? Social media hebben ons een rankingsysteem in ons schoot geworpen dat denk ik automatisch doorsijpelt in de offline wereld, of we dat nou willen of niet. Het lijkt me belangrijk om dit in ieder geval, zoals creatievelingen als Manisha, Mikel en Jaimy doen, te blijven bevragen.