Foto door David Meulenbeld

vallen en opstaan met hussein suleiman van daily paper

De jonge mede-oprichter vertelt ons hoe je succes kunt hebben zonder de gebaande paden te volgen, en hoe bij succesvol ondernemen de nodige fuck-ups horen.

door Rolien Zonneveld
|
26 april 2018, 8:11am

Foto door David Meulenbeld

Op woensdag 9 mei organiseert VICE in samenwerking met Pakhuis de Zwijger een avond rondom het thema ‘falen en opstaan’, waar Hussein onder andere samen met Mr. Probz op zoek gaat naar manieren om tegenslagen voor je te laten werken. Bekijk het hele programma hier en meld je aan.

Het gaat goed met Daily Paper. Van een klein label dat werd opgericht door een drietal vrienden met een gedeelde liefde voor mode, is het uitgegroeid tot een pionierend label binnen het alsmaar groeiende streetwear-landschap. Ze hebben inmiddels meer dan 200 internationale verkooppunten – waaronder een aantal gerenommeerde warenhuizen als Galeries Lafayette – en een enorme schare trouwe fans, die tijdens hiphopfestivals als Appelsap het festivalterrein in een ware Daily Paper-catwalk transformeren. Maar noem het drietal vooral geen zondagskinderen die het allemaal maar is aan komen waaien. Aan iedere collectie gaat grondig onderzoek vooraf, en alle netwerken – van distributie tot de pers – zijn door henzelf opgebouwd. Toch blijven ze bescheiden. “We noemen ons label intern nog niet eens een succes,” vertelt Hussein, de mede-oprichter van Daily Paper. We vroegen hem hoe je succes kunt hebben zonder de gebaande paden te volgen, en hoe je na tegenslagen weer met frisse moed verder gaat.

i-D Je ziet steeds vaker autodidacte labels uit de grond schieten – The New Originals, Filling Pieces. Denk je dat het traditionele model van een mode-opleiding volgen verleden tijd is?
Hussein: Ik denk nog steeds dat het hebben van een mode-opleiding heel erg nodig is. Zelf ben ik een ondernemer, maar daarmee zeker niet de enige drijvende factor achter Daily Paper. We hebben een heel designteam afkomstig van traditionele opleidingen, zonder wie we niet gekomen op het punt gekomen waren, waar we nu zijn.

Jullie hebben inmiddels een vrij groot atelier met werknemers, maar jullie zijn wel ooit zelf klein begonnen. Dat gebeurde toch wel echt vanuit een eigen esthetiek, toch?
Ik was vrij jong toen ik geïnteresseerd in mode raakte. Op veertienjarige leeftijd struinde ik al eBay en allerlei fora af. Ik reisde af naar Arnhem voor één specifieke skatewinkel en verzamelde sneakers. Op een gegeven moment werd Patta opgericht, en het viel me op dat om die winkel heen echt een gemeenschap begon te ontstaan. Toen ik dat zag, realiseerde ik me dat ik ook zoiets wilde. Dat heeft vervolgens wel een aanloopje van een jaar of vijf gehad, maar in die tussentijd hield ik me altijd bezig met jongerencultuur. Ik zag een verschuiving optreden, niet alleen hoe jongeren naar Nederlandse streetcultuur keken, maar ook hoe Nederlandse streetwearlabels opeens trots werden op het feit dat ze uit Amsterdam kwamen.

In 2010 voegden jullie de daad bij het woord en richtten jullie definitief Daily Paper op. Hoe was die beginfase? Vonden jullie het spannend, of helemaal niet?
Wij zijn eigenlijk nooit ergens echt bang voor geweest. Alles wat we meemaakten zagen we sowieso al als een zegen. Natuurlijk stond er veel op het spel, maar daar moet je niet te lang bij stilstaan. Als het op een dag allemaal weg is, dan is dat maar zo. We waren niet bang, we waren eenentwintig.

Toen jullie met de eerste drop kwamen, zagen jullie dat toen meer als een experiment, of juist als het begin van iets groots?
Tussen 2010 en 2012 experimenteerde we wel met het drukken van T-shirts bij lokale drukkerijen. In 2012 maakten we de keuze om er echt voor te gaan en met modeseizoenen te werken. Vanaf dat moment was het geen experiment meer, maar geloofden we dat dit het begin van iets groots zou worden. Voor de buitenwereld stel ik me heel nederig en bescheiden op – wat ik ook zeker ben, ik ben heel dankbaar voor wat we hebben bereikt op dit moment – maar ons vertrouwen in onszelf heeft ons ver gebracht. Op kantoor geldt wel echt het mantra ‘Wij zijn de beste’. Een beetje zoals bij Ajax.

Hoe definiëren jullie succes?
Dat is vraag die we onszelf ook stellen: is het commercieel succes? Dat ligt binnen handbereik, dat is niet iets waar we zelf voor kiezen. Is het respect vanuit de samenleving? In hoeverre je dat kunt krijgen in Nederland denk ik dat we daar al een eind mee zijn. Is het respect krijgen van de grote mode-instituten, de internationale modeweken, de critici? Het is de vraag of we dat echt willen. Je moet begrijpen, intern noemen wij het nog geen succes – mensen erbuiten doen dat. Je moest eens weten hoeveel er nog fout gaat.

Noem eens iets.
Van de laatste week? [lacht]. Ik zal een voorbeeld geven. Kijk, we werken met strakke orderschema’s, omdat we het hele jaar door op vaste momenten drops doen. Nu bleek van de week iemand op kantoor een belangrijke order bij de fabrikanten te zijn vergeten, waardoor we een collectie niet op tijd konden leveren aan aantal grote internationale warenhuizen. Zij leggen dan vervolgens een flinke boete op, omdat je niet op tijd levert.

Dat is pittig. Hoe reageerde je daar op?
Het was geen ideale timing, ik was net een weekendje weg om uit te rusten, en was van plan zo min mogelijk mijn werkmail te openen. En dan krijg je zoiets. Natuurlijk volgen dan verontschuldigen van de desbetreffende persoon, maar dan moet ik op zo’n moment wel m’n best doen om niet te denken: daar heb ik niet zoveel aan. De financiële consequenties van een dergelijke fout zijn groot. Natuurlijk moet je dan gewoon weer verder. Maar pijn doet het wel.

Zit je er wel eens doorheen?
Er zijn van die dagen op kantoor dat ik zo overweldigd word door hoeveel er moet gebeuren, dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Dat kan heel verlammend zijn. Maar gelukkig doe ik het niet alleen. Team work is what makes the dream work.

Komt dat dan misschien ook omdat jullie zo snel groeien dat het bijna niet bij te benen is?
Zelf zie ik die groei niet zo. In mijn ogen is onze positie in Amsterdam de afgelopen vier jaar niet zoveel veranderd. Ik zie dezelfde mensen Daily Paper dragen die dat altijd al deden. Maar natuurlijk gebeurt het zeker, en dan met name ook buiten de randstad. Mensen zijn alleen wel snel geneigd te doen alsof het ons gemakkelijk afgaat, omdat we veel support krijgen. Maar zij weten niet dat het traject dat we daarvoor hebben afgelegd en de fundamenten die we toen hebben gelegd, veel werk en inspanning is geweest.

Tagged:
Interview
VICE Night
daily paper
hussein suleiman
pakhuis de zwijger
falen en opstaan