uit een creatief nest: romy de vries

Fotograaf Ramona Deckers bezoekt jonge creatievelingen bij hun tevens creatieve ouders thuis. In deze eerste editie: Romy de Vries.

door Rolien Zonneveld
|
20 december 2017, 10:45am

In deze nieuwe serie bezoeken we samen met fotograaf Ramona Deckers het ouderlijk huis van jonge creatievelingen, wiens ouders ook carrières in de kunsten hebben. In een gesprek tussen twee artistieke generaties spreken ouder en kind over hun overeenkomsten, hun verschillen en in hoeverre zij elkaar beïnvloeden. Deze keer is het de beurt aan Romy de Vries, die naast modellenwerk ook voor Vogue schrijft en zich graag terugtrekt in haar ouderlijke huis om samen met haar vader te ontwerpen. Vader Bart de Vries begon zijn carrière als etaleur voor de Bijenkorf maar inmiddels schildert hij, ontwerpt hij meubels, en heeft hij twee zelfgebouwde auto’s in de garage staan. Romy’s moeder Diana Koopman, is autodidact beeldhouwer en haar buitenbeelden van naakten sieren de tuin van het huis. We bezoeken het drietal in hun omgebouwde graanmaalderij in het Noord-Hollandse dorpje Nieuwe Niedorp, waar Romy opgroeide en nog met regelmaat terugkeert. Het is een eclectisch huis dat vol kunst, sculpturen en futuristische meubelen staat, veelal ontworpen door Bart. In het grote atelier staan afgemaakte doeken op ezels, in de hoek rommelt een kat en overal loeien de houtkachels.

i-D: Hoi Bart, je hebt je ontpopt tot veelzijdig kunstenaar. Kun je wat over je achtergrond vertellen?
Bart: Ik ben van 1954 en heb het staartje van de Provo-tijd in Amsterdam meegemaakt, dat altijd grote indruk op mij heeft gemaakt. Maar ik ben in deze omgeving geboren. Op mijn vijftiende ben ik in Utrecht naar een nieuwe, particuliere school gegaan – een soort technisch, ambachtelijk onderwijs. Het was een school voor jongens en meisjes die de kunsten in wilden, maar dan niet in de vorm van een academie. Ik leerde daar als een van de eerste mensen in Nederland het vak marketing, een vies woord in de jaren zeventig. We klusten zelf aan die school en leerden bijvoorbeeld etalages ontwerpen en in elkaar timmeren. Zodoende ben ik bij de Bijenkorf terechtgekomen, toen nog een erg vrij en eclectisch warenhuis.

Die school klinkt als een artistieke broedplek. Heeft je dat erg gevormd?
Bart: Absoluut, op die leeftijd legt dat echt fundamenten.
Romy: Ik heb het idee dat ik veel later werd gevormd, dan in mijn tienerjaren.
Bart: Kijk, toen ik op school kwam, was Woodstock net geweest. Mensen liepen met Frank Zappa-lp’s onder de arm op hun blote voeten door de school heen. Mensen rookten in de klas.

Dat klinkt een stuk minder braaf dan mijn en Romy’s schooltijd.
Bart: Maar jullie generatie is weer heel anders. Jullie hebben bijvoorbeeld weer veel meer informatie binnengekregen door het internet. Volgens mij heeft dat nog veel meer impact.
Romy: Je bedoelt dat wij een groter referentiekader hebben?
Bart: Je moest in onze tijd zoveel meer je best doen om informatie te krijgen ergens over.

Ik merk zelf dat ik die hippietijd, waar ook mijn ouders uit komen, toch romantiseer. ‘Creatief zijn’ lijkt nu begeerlijker dan ooit te zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat onze generatie ooit zo zou wonen.
Romy: Ja, want als ik kijk naar hoe jullie dit hebben gedaan. Natuurlijk was het in die tijd ook een bijzondere keuze om een bouwval zelf op te gaan knappen en daarvoor te sparen – maar wij zouden dat nu echt niet meer kunnen.
Bart: Maar ik zeg altijd tegen jou, ook New York was ooit onbetaalbaar voor Andy Warhol. Ook die had diezelfde struggle. En Amsterdam is nu gewoon echt onbetaalbaar geworden. Als je het vergelijkt met toen... Ik betaalde zeventig gulden huur en verdiende al iets van duizend gulden per maand.
Romy: Die verhoudingen!
Bart: Maar goed, je gaat natuurlijk niet makkelijk zo’n stad uit.
Romy: Jij hebt wel voorspeld dat onze generatie allemaal naar het platteland zullen trekken over een paar jaar.
Bart: Dat gaat onherroepelijk gebeuren, dat gebeurde al in onze tijd.

Want Romy, hoe was het voor jou om op te groeien in deze setting?
Romy: Als kind, tot je tiende ongeveer, is het super, maar toen ik ging puberen werd ik op straat uitgescholden, omdat ik roze haar had en zelfgemaakte kleding droeg.
Bart: Dat wisten wij toentertijd niet, dat had je nooit gezegd.
Romy: Toen hebben mijn ouders me gelukkig in Bergen op school gedaan, een kunstenaarsdorp, en daar werd ik veel meer geaccepteerd. Daar had je wel een groepje met wat punkers, en alto’s en gothics, waar ik aansluiting bij vond – die school was veel kunstzinniger.

Was je bewust dat je uit een wat ‘alternatiever’ gezin kwam?
Romy: Ja, want ik vond andere gezinnen heel saai. Maar het is als kind zeker niet altijd even leuk. Ik weet nog goed dat we in onze Bucciali [een Franse auto uit de jaren twintig] rondreden en dat ik me dan verstopte omdat ik me schaamde. Ik wilde als kind niet zo opvallen, en dat doe je natuurlijk in zo’n auto.
Bart: We werden veel aangesproken inderdaad.
Romy: Ik merkte best wel dat jullie niet echt geaccepteerd werden in dit dorp, en dat er weinig gelijkgestemden waren.
Bart: Ik moet zeggen dat het dan ook wel eens een wedstrijdje was hoe ver ik kon gaan.

In hoeverre vielen jullie dan op?
Bart: We waren best wel hippies. Ik sliep bijvoorbeeld altijd uit, ik werkte niet van negen tot vijf. Als je met een werk bezig bent ga je namelijk nog wel eens tot drie uur in de nacht door – niet heel burgerlijk.
Moeder: Toen je aan die auto aan het werken was in 1983 werkte je bijvoorbeeld heel veel ‘s nachts.

En hoe is dat nu?
Bart: Nu heb ik de leeftijd bereikt dat ik daar niet echt meer mee bezig ben, maar als je jong bent wil je nog heel graag je stempel en je idealen op de wereld te drukken. Dat lokt nog wel eens kritiek van zo’n dorp uit.
Romy: Wij hebben hier eigenlijk nooit dat gemeenschapsgevoel gehad – geen religie, geen klaverjasclub [lacht]. Daar waarschuwde je me vroeger ook altijd voor, dat we onze eigen boontjes moesten doppen.

Jullie waren dus niet heel burgerlijk, wat kenmerkte jullie gezien wel?
Romy: Ik denk wat centraal stond is dat jullie mij altijd als gelijke hebben behandeld.
Diana: Als een klein volwassen mens.
Romy: Dat jullie politiek met mij bespraken op een jonge leeftijd. Ik vond dat heel normaal. Ook hielden jullie je veel meer bezig met cultuur.
Diana: Er werd veel gecreëerd hier in huis. Ook kwamen er veel mensen langs, om muziek te maken bijvoorbeeld.
Romy: Die kwamen dan uit allerlei windstreken.

Iets wat jij nu ook doorzet door vaak je vrienden hier naar toe te nemen.
Bart: Ja, inderdaad!
Diana: Ja, Romy, jij hebt wel echt Nieuwe Niedorp op de kaart gezet [lacht].

En denk je dat je die creatieve behoefte van je ouders hebt meegekregen?
Romy: Ik heb altijd heel veel notitieboekjes met ideeën volgeschreven, maar heb ook al vanaf ik kind was erg last van faalangst. Daarin ben ik heel anders dan mijn ouders. Die beginnen gewoon met maken, en ik denk veel te veel na, waardoor er uiteindelijk niets uit mijn vingers komt.
Bart: Dat heeft ook te maken met het feit dat wij uit een andere tijd komen. Wij mochten fouten maken. Als ik jullie generatie zie, met Instagram en al die prachtige beelden, denk ik: wow, het moet allemaal zo kloppen. Daar moet je doorheen proberen zien te komen.
Romy: Dat proces dat voorafgaat aan zo’n plaatje is veel minder zichtbaar. Ik vergelijk me met alles wat ik zie en denk dat ik dan toch nooit zo goed ga worden. Maar ook met jullie, omdat jullie van die fantastische dingen maken.
Bart: Ik moet zeggen dat ik daarin wel een beetje gemeen ben geweest, want ik kan wel hard roepen dat je gewoon moet proberen, uiteindelijk wil ik het ook gewoon perfect doen. En dat kan wel als verraad voelen, omdat het moeitelozer lijkt dan het is.

Wat voor andere invloeden hebben je ouders op je gehad?
Romy: Aan de ene kant heb ik mijn hele culturele referentiekader aan mijn ouders te danken gehad, iets wat me heel veel waard is. Aan de andere kant verplichtten mijn ouders me nooit tot iets, wat zich dan juist uitte in perfectionisme en prestatiedrang. Dit had soms de averechtse werking dat ik alles helemaal losliet, omdat het dan niet ging. Toch weet ik nog goed dat ik vroeger wel echt letterlijk het doel had om hetzelfde als mijn ouders te doen, namelijk in een oude school wonen die ik dan zelf had verbouwd.
Bart: Dat heb je lang gehad, ja.
Romy: Maar dat begin ik nu wel steeds meer los te laten. Ik realiseer me dat ik het ook op mijn eigen manier kan doen. Ik ben erachter te komen dat het mij als perfectionist met faalangst helpt om zo min mogelijk doelen te stellen – dan kun je op een vrij natuurlijke manier ergens komen.