het raadsel van de conventioneel geklede modeontwerpers

Honderden ontwerpers, befaamd en obscuur, toonden de afgelopen maand hun ready-to-wearcollecties voor het voorjaar van 2015. Terwijl ik langzaam bij aan het komen was van het bombardement aan kleur, silhouetten, stofbewerkingen, prints en feministische...

door Lisa Bouyeure
|
08 oktober 2014, 4:15pm

Als modeontwerpers de apostelen van Fashion Jesus zijn - de trendgevoelige profeet die twee, vier of zelfs zes keer per jaar zijn evangelie laat neerdalen in New York, Parijs en andere modesteden - dan zijn de als zeldzame vogels uitgedoste Fashion Week-bezoekers hun devote volgelingen. Al gebeden prevelend knielen ze aan de voeten neer van Céline's Phoebe Philo, om maar eens een invloedrijke discipel te noemen. Tijdens haar meest recente show predikte Philo bloemenprints, cut-outs bij de taille en ballerina's met een blokhakje voor komend voorjaar. Deze winter draagt haar gevolg harige jurken, gebreide broeken en jassen met dierenprint. Practice what you preach? Niet de hoofdontwerper van Céline, die zich al jaren in degelijke basics in ingetogen kleuren hult. Tijdens de laatste show droeg ze een beige trui, zwarte pantalon en witte gympen…

Maar Philo en Ghesquière zijn slechts twee van de drijvende krachten achter de voortrazende modegekte die zelf geen polonaise aan hun lijf willen, zo valt te concluderen na een korte speursessie op Style.com. Onder anderen Dries van Noten, Stella McCartney, Jonathan Saunders, Marc Jacobs, J.W. Anderson, Francisco Costa, Derek Lam, de mannen van Proenza Schouler, de vrouwen van Rodarte, Tom Ford en Rodolfo Paglialunga van Jil Sander droegen, ondanks hun gedistingeerde modehandschriften, vrijwel inwisselbare outfits. Overhemden, spijkerbroeken, pantalons, colberts en T-shirts in de kleuren wit, beige, zwart, blauw en grijs, gecombineerd met gympen of zwarte leren schoenen. Er bestaan natuurlijk uitzonderingen - Miuccia Prada, Vivienne Westwood en Jeremy Scott zijn altijd in harmonie met hun nieuwe collectie. Maar veel andere ontwerpers die enigszins opvallend gekleed gaan hebben een signaturelook die al vele seizoenen doorstaan heeft - denk aan Karl Lagerfeld, Alber Elbaz en Viktor & Rolf. Hoe kan het toch dat uitgerekend de mensen die de tijdsgeest vormgeven hun neus ervoor op lijken te halen?

"Deze kleuren, prints en silhouetten dragen jullie volgend seizoen", schreeuwen de modellen. "Waarom zou je dit kopen als je jaar na jaar op de klassiekers terug kunt vallen", fluisteren de geestelijk vaders en moeders. Luister je naar een docent literatuur die zelf nooit een boek openslaat of een hovenier die zijn tuin compleet heeft geasfalteerd? (Dit waren - voor de duidelijkheid - retorische vragen. Het antwoord is: nee, dat doe je niet.) Waarom knikken we dan gehoorzaam als iemand in spijkerbroek vertelt dat rode struisvogelveren en psychedelische zwart-witprints hét nieuwe ding zijn?

Ik vraag mijn vriendin, die designer is bij Louis Vuitton, waarom ze bijna altijd een spijkerbroek draagt. "Toen ik begon stapte ik elke ochtend met getoupeerd haar, hoge hakken en the whole shebam de metro in", zegt ze. "Maar ik heb gewoon geen tijd." Tijdgebrek, zou dat het zijn? Dat ontwerpers geen 9-tot-5-banen hebben is bekend. Vooral in aanloop naar de Fashion Week zijn de all-nighters en all-weekenders niet van de lucht en zullen spaarzame vrije uurtjes niet aan winkelen besteed worden. Een solide uniform biedt in roerige tijden misschien rust en ruimte voor concentratie.

Of hebben de ontwerpers te lijden onder oververzadiging, het mode-equivalent van vierkante ogen? Een overdosis vernieuwing die ervoor zorgt dat ze in de spiegel liever met tijdloosheid en stilte geconfronteerd worden? Phoebe Philo zei dit voorjaar tijdens het Vogue Festival dat het na een Céline-show ongeveer een maand duurt voordat ze weer naar kleren kan kijken. Ook Dries van Noten zei in een interview met de Volkskrant: "Ik heb mezelf een soort uniform aangemeten, zoals de meeste modeontwerpers. Ik neem de hele dag al beslissingen over kleuren, stoffen en ontwerpen. Het laatste wat ik 's ochtends wil, is lang nadenken over mijn eigen kleren." En wat Jonathan Saunders zou doen als hij zijn koffer kwijt zou raken, vroeg reisorganisator Thomsom hem. Weinig, antwoordde de Schot. Veel zal er namelijk niet in zitten: "Ik denk dat je na elke collectie zo verzadigd raakt door nieuwe kleren, en de studio is er altijd bezaaid mee, dat je visueel overweldigd wordt. Eigenlijk heb ik alleen een grijs T-shirt, een wit T-shirt en een spijkerbroek."

Tijdgebrek en visuele oververzadiging lijken dus inderdaad de schuldigen te zijn. Maar er is nog een andere mogelijke verklaring voor het mysterie van de conventioneel geklede modeontwerper. Hoewel we het hier slechts hebben over een gedachtespinsel van schrijver dezes, bestaat er een kleine kans dat modeontwerpers helemaal geen apostelen van Fashion Jesus zijn. Misschien opereren ze zelfs meer als drugsdealers dan als boodschappers van het heilige woord, en voorzien ze in die hoedanigheid modeverslaafden om de zoveel maanden van een shot ready-to-wear, couture, resort en pre-fall. En hoewel de hallucinerende en bedwelmende werking die daar van uitgaat ze niet genoeg kan zijn, nemen ze altijd één heel belangrijke basisregel in acht:

Never get high on your own supply!

Credits


Tekst Lisa Bouyeure
Fotografie Mitchell Sams

Tagged:
Fashion
Beauty
Think Pieces
Read
ontwerpers
conventioneel gekleed