foto’s van het leven rondom de sociale huurwoningen van los angeles

De Nederlandse Dana Lixenberg, die recentelijk genomineerd is voor The Deutsche Börse Photography Prize, legde 20 jaar lang dezelfde buurt in South Central Los Angeles vast voor haar fotoboek ‘Imperial Courts’.

|
jan. 24 2017, 11:20am

Op 29 april in 1992 was South Central Los Angeles in rep en roer. Vier witte officieren werden aangeklaagd voor de mishandeling van Rodney King op 3 maart in 1991, maar werden tegen alle verwachtingen in vrijgesproken. En dat terwijl de aanval op de 26-jarige Rodney op beeld was vastgelegd en een nieuwe golf van aandacht voor politiegeweld had veroorzaakt. Er ontstonden rellen in de hele stad, die uiteindelijk zes dagen duurden. Gedurende die onrustige dagen kwamen er 55 mensen om het leven, raakten meer dan 2000 mensen gewond en werden delen van South Central compleet verwoest.

De Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg werd na de rellen naar Los Angeles gestuurd om voor Vrij Nederland de heropbouwing van de stad vast te leggen. Maar tijdens haar reis naar Los Angeles ontstond er geleidelijk aan een nieuw project, namelijk een serie over het leven in en rondom de sociale huurwoningen. Dit idee leidde uiteindelijk tot een project dat evolueerde in een 22-jarig samenwerkingsverband tussen Lixenberg en de bewoners van de oudste wijken in South Central, zowel op professioneel als persoonlijk vlak. Het resultaat van dat samenwerkingsverband is nu vastgelegd in het boek Imperial Courts, 1993-2015.

Door middel van haar intieme, zwart-witte portretten heeft Lixenberg een grimmige fotoserie samengesteld, waarbij ze het leven in de buitenwijken van Los Angeles gedurende een lange tijdspanne onder de loep heeft genomen: iets dat maar zelden gebeurt, als het op dergelijke projecten aankomt. De fotoserie is een eerbetoon aan het gemeenschapsgevoel dat binnen deze wijken heerst, en geeft je niet alleen de geschiedenis van buitenaf mee, maar ook van binnenuit. Veel van de mensen die Lixenberg heeft gefotografeerd, beschouwt ze inmiddels ook als haar vrienden - en een aantal van hen heeft door de jaren heen meerdere malen hun opwachting gemaakt in haar foto's: sommigen met nieuwe liefdes, oude vrienden of kinderen die door de jaren heen opgegroeid zijn. Toch zien we lang niet iedereen meerdere keren voorbij komen, als gevolg van het feit dat sommige mensen inmiddels achter tralies zitten, verslaafd zijn geraakt of het slachtoffer zijn geworden van bendegeweld.


"Na de rellen werd de buurt weggezet als een oorlogsgebied, een plek waar je gewoon niet binnenkomt als buitenstaander," vertelt Lixenberg aan de telefoon vanuit haar appartement in Amsterdam. Ook waren veel van de nieuwsberichten, die gedurende en na de rellen werden gepubliceerd, doordrenkt van de raciale vooroordelen en kortzichtige analyses. "Ik wilde een minder dramatische serie portretten van de bendeleden maken dan doorgaans gedaan werd, omdat er zo'n mythe rondom hen was gecreëerd," voegt ze toe. Toch bleek het moeilijk om toegang tot de gemeenschap te krijgen.

"Ik was niet naïef als het op mijn witheid aankwam. Natuurlijk vroeg ik me af of ik me wel kon spiegelen aan hun levens, omdat mijn eigen leven zo van dat van hen verschilde. Maar als fotograaf moet je je daar overheen zien te zetten. Ik denk dat het feit dat ik buitenlands ben, me ergens ook geholpen heeft - ik was wel wit, maar geen witte Amerikaan. Mogelijk droeg ik daarom een bepaald deel van de geschiedenis niet met me mee."

Door haar werk kwam Lixenberg terecht bij The Black Carpenters, een klein collectief van aannemers en activisten uit South Central. Zij speelden een belangrijke rol in de wederopbouw van de gemeenschap. Om vrij rond te kunnen lopen door de wijken van South Central, moest Lixenberg daar eerst toestemming voor krijgen van de leider van de gemeenschap, Tony 'TB' Bogard, voormalig leider van de PJ Watts Crips.

Bogard had op dat moment al afstand gedaan van het bendegeweld en bewaarde de vrede binnen de gemeenschap. Hij zorgde ervoor dat de Bloods en de Crips tot een wapenstilstand kwamen, waardoor Lixenberg de mogelijkheid kreeg zich vrijelijk binnen de buurt te bewegen. Toch was hij sceptisch. "Ik weet nog dat Tony aan mij vroeg: "Wat hebben wij hier dan aan?" Ik antwoordde dat ik dat niet wist. En misschien heb ik daar nog steeds geen antwoord op. Maar ik hoopte dat de foto's een belangrijke boodschap naar buiten zouden brengen." Als test kreeg ze initieel toestemming om Malik, een vriend van Bogard, te fotograferen, waarna Bogard overtuigd was en Lixenberg toegang kreeg tot de hele gemeenschap. Uiteindelijk mocht Lixenberg zelfs een portret schieten van Bogard zelf. Minder dan een jaar later werd hij doodgeschoten door een lid van zijn eigen bende.

Een selectie van haar portretten uit haar bezoek van 1993 werd gepubliceerd in een van de eerste issues van Vibe, het tijdschrift dat haar carrière compleet transformeerde. Pas vijftien jaar later keerde ze, gewapend met haar camera, terug naar het gebied. In de tussentijd had ze zich gespecialiseerd in het schieten van portretten en onder andere Tupac, Aaliyah, Biggie, Eminem en Lil' Kim op de gevoelige plaat vast mogen leggen.

"Het voelde alsof ik nog niet klaar was," legt ze uit. Alhoewel ze in 1993 nog geen idee had dat het project geschiedenis zou gaan schrijven, waren haar eerdere foto's binnen South Central inmiddels tot ware kunstwerken uitgegroeid. "De foto's hadden betekenis voor mensen binnen de gemeenschap en werden onderdeel van hun geschiedenis. Mensen vroegen me zelfs wanneer ik terug zou komen," vertelt ze glimlachend.

Toen Lixenberg terugkeerde naar de buurt, was ze verbaasd over hoe weinig er veranderd was. Ik vraag haar of de bewoners in de wijk verbetering hebben ervaren na het aantreden van Obama. Ze antwoordt: "De omstandigheden zijn niet veranderd. De scholen zijn nog steeds slecht, de scholieren krijgen nog steeds niet de opleiding die ze verdienen. Ze zijn slim en hebben allemaal bergen energie, maar kunnen die energie nergens in kwijt." Ze herinnert zich hoe enorm groot de huisnummers op alle appartementen waren, toen ze South Central in 2014 bezocht. Toen ze de bewoners waarom dat zo was, bleek dat de politiehelikopters - die altijd boven de buurt cirkelen - op die manier beter toezicht konden houden.

De politieke omstandigheden in de buurt waren niet veranderd, maar Lixenberg besefte dat haar project daar misschien verandering in zou kunnen brengen. "Het was niet genoeg om simpelweg weer terug te komen en dezelfde mensen van vijftien jaar geleden te spreken. Ik wilde teruggaan en de nieuwe generatie ontdekken, om ze op een andere manier te leren kennen. Ik probeerde om zo meer te weten te komen over familiaire relaties en de relaties binnen de gemeenschap." Ze betrok niet alleen meer mensen bij het project, maar begon ook met een nieuw medium te werken: zo nam ze in 2009 audiofragmenten op van bewoners uit de wijk, die reageerden op de geschoten portretten. In 2012 begon ze ook te filmen. Haar beelden resulteerden uiteindelijk in een video-installatie en een webdocumentaire.

De kracht van haar werk zit hem in de betrokkenheid van de gemeenschap, hun keuzevrijheid in Lixenbergs werk, hun houding in de portretten en hun bijdrage aan de videobeelden. Waarschijnlijk is dit ook de reden dat het project zulke sterke beelden opgeleverd heeft, en heeft het er ook voor gezorgd dat de geportretteerde mensen nooit op een voyeuristische manier gepresenteerd worden. Wanneer je het boek doorbladert, ontstaat er een dubbelzijdig gevoel: dit is een boek dat niet alleen voor het grote publiek bestemd is, maar ook voor - en misschien wel voornamelijk - de bewoners zelf.

Maar de dubbelzijdige functie van het boek - enerzijds als sociaal-documentair werk voor de buitenwereld, anderzijds als een vastlegging van de geschiedenis voor de bewoners van de wijk - roept ook vragen op. Want wie verdient het om vastgelegd te worden? Welke cultuur mag de geschiedenisboeken ingaan? Wiens beelden blijven voortbestaan? Imperial Courts draagt bij aan het rechttrekken van die onevenwichtigheid, en ondanks het feit dat het boek ook de problematiek in de gemeenschap belicht, is het duidelijk dat de bewoners nooit als passieve en getraumatiseerde subjecten neergezet zijn. De armoede, het politiegeweld en het stedelijk verval lijken misschien de overhand te hebben in de foto's, maar de manier waarop de gemeenschap heeft weten te overleven - op zichzelf al een vorm van verzet - voert de boventoon.

'Imperial Courts, 1993-2015' werd in 2015 in Amsterdam gepubliceerd door Roma en kan hier aangeschaft worden. Het werk van Lixenberg en drie andere fotograferen die zijn genomineerd voor The Deutsche Börse Photography Prize worden bij The Photographers' Gallery in Londen tentoongesteld, van 3 maart tot 11 juni 2017.

Credits


Tekst Edward Siddons