Beeld door Pizco

niet elke afgestudeerde ontwerper kan z'n eigen label runnen

Maar met je mode-diploma kun je ook aan de slag bij grote, internationale modehuizen en dat kan best even wennen zijn. i-D ging op onderzoek uit en sprak verschillende opleidingshoofden en succesvolle alumni.

door Debbie van der Wouw
|
23 mei 2018, 8:59am

Beeld door Pizco

Is een kantoorbaan echt zo vreselijk als het klinkt? Hoe eerlijk moet ik zijn bij een sollicitatie? En ben ik kansloos zonder diploma? In onze VICE Guide to Work kun je terecht voor alles wat je moet weten over hoe werken werkt. Lees alle artikelen hier.

Veel jonge creatievelingen met ambitie in de mode dromen ervan: de volgende grote ontwerper zijn met een show op Paris Fashion Week, een wereldberoemde clientèle en een eigen naam die in het labeltje van alle kledingstukken prijkt. Een gangbare manier om dat te bereiken is door een mode-opleiding te volgen aan een van de academies, die elk jaar weer overspoeld worden met nieuwe aanwas. Een aantal jaren geleden was ik een van die mensen. Je hoort altijd dat modeopleidingen zwaar zijn, maar als je het zelf meemaakt is het zo’n beetje tien keer zo zwaar. Ik werkte soms twee nachten door voor projecten waar ik dan net een voldoende voor haalde. Ik had moeite met het bijbenen van mijn klasgenoten, die er vaak al een creatieve opleiding op hadden zitten. Hoewel ik gebrand was op een carrière als modeontwerper besloot ik na een jaar toch de handdoek in de ring te gooien. Mijn droom spatte in duizend stukjes uiteen en met een gevoel van falen en desillusie belandde ik in een zwart gat.

“Een eigen label is voor heel weinig mensen weggelegd. Los van het talent moet je ook nog eens uit het juiste hout gesneden zijn."

Gelukkig ging het een groot gedeelte van mijn klasgenoten beter af. Veel van hen hebben nu carrières in de modewereld. Toch heerst er nog vaak het beeld – zowel voor de buitenwereld als de studenten zelf – dat modestudenten er maar één doel op nahouden: het opzetten van een eigen modelabel. Iets wat het hoofd Fashion & Design van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) Leslie Holden bekend in de oren klinkt: “Ik denk dat studenten altijd verkeerde verwachtingen hebben,” vertelt hij. “Ze denken vaak dat ze de volgende Alexander McQueen worden. Dan is het aan de school om een realistisch beeld te schetsen van de mode-industrie, en welke positie ze daar kunnen gaan nemen.” Matthijs Boelee, hoofd Fashion Design aan ArtEZ, ziet ook regelmatig studenten die deze ambities hebben, en benadrukt ook dat niet iedereen dit doel kan bereiken: “Een eigen label is voor heel weinig mensen weggelegd. Los van het talent moet je ook nog eens uit het juiste hout gesneden zijn – je moet ook ondernemer zijn. Daarnaast is het verstandig om eerst onder de paraplu van een ontwerper of bedrijf te werken, zodat je het klappen van de zweep leert kennen. Iedereen maakt beginnersfouten. Die kun je omzeilen door eerst eens ergens anders te beginnen.”

Mode-opleidingen zijn zich er vaak dus van bewust dat niet iedereen de volgende grote modeontwerper kan worden. Daarom wordt er op school aandacht besteed aan het werken bij een groot modehuis of merk, iets wat grotendeels gedaan wordt door middel van stages. Naast die praktijkervaring komen studenten van ArtEZ via clinics en workshops van grote ontwerpers ook meer te weten over de mode-industrie. Volgens Leslie Holden worden de leerlingen van het AMFI sowieso al klaargestoomd als ontwerpers voor de huidige mode-industrie ー niet de creatieve, artistieke interpretatie ervan.

“Het draait niet alleen om creativiteit, maar ook om je persoonlijkheid. Je moet goed in de groep liggen, dan zullen ze je terugvragen."

Maar als je denkt dat je er met alleen een diploma en stages bent, dan heb je het mis. Want wil je de kans op een baan na je opleiding vergroten dan zul je volgens Niels Klavers, hoofd mode van de Gerrit Rietveld Academie, ook de juiste instelling moeten hebben. “Het draait niet alleen om creativiteit, maar ook om je persoonlijkheid. Je moet goed in de groep liggen, dan zullen ze je terugvragen. En ook werkhouding is belangrijk – als er voor een show doorgewerkt moet worden en jij gaat zeuren dat je om zes uur al naar huis wil, dan gaan ze niet aan je denken als ze twee of drie jaar later een baan te vergeven hebben.”

En als je dan eindelijk bent afgestudeerd en een baan hebt bemachtigd bij het gedroomde modehuis, is de kans groot dat je moet verhuizen, naar een stad waar je niemand kent en soms de taal niet spreekt. Christiaan de Vries studeerde af aan AMFI, en verhuisde ongeveer een jaar geleden naar Londen om aan de slag te gaan als assistent menswear designer bij McQ. “Na mijn sollicitatiegesprek woonde ik binnen twee maanden in Londen. Mijn leven was in zo’n korte tijd omgegooid, dat ik het soms nog steeds niet kan geloven.” Hoewel hij zijn droom leeft, geeft hij ook toe dat het soms best lastig is. “Ik ben een familiemens en je maakt veel dingen die thuis gebeuren niet meer mee. Daarnaast was de afstand funest voor mijn relatie, maar dat zijn de offers die ik bereid ben te maken.”

Iemand die vanaf het begin van haar opleiding al het doel had om als ontwerper in het hoge segment aan de slag te gaan is Wieke Sinnige. Zij studeerde af aan het ArtEZ en werkte een tijd in Rome als borduur-designer voor Gucci. “Ik heb nooit de ambitie gehad om een eigen label te starten en wilde gewoon heel erg graag aan de slag in het hoge segment buiten Nederland. In het tweede jaar van mijn opleiding liep ik stage bij John Galliano in Parijs en dat vond ik heel leuk. Ik werk graag in een team.”

“Ik wist dat als ik ooit iets voor mezelf wilde beginnen ik eerst genoeg kennis moest hebben op al die vlakken – alleen talent is niet genoeg.”

Ook zij sprak de taal in het begin niet, en dat vond ze soms knap lastig. Daarnaast heb je in de modewereld vaak ook te maken met een hoge werkdruk, stress en in het weekend door moeten werken. Maar de show die daarop volgt is altijd een bijzonder hoogtepunt. Wieke: “Je ziet samen met je collega’s al het harde werk bij elkaar komen, dat geeft een bepaalde energie. Hoewel ik die shows altijd heel erg leuk vond, vond ik de periodes voorafgaand heel lastig. Je slaapt twee weken lang in een hotel en moet heel hard doorwerken. Je hele leven gaat door de war en je sociale leven stopt even. Dat vond ik een mindere kant.”

Iemand die zich meer op de creatieve kant richtte tijdens de opleiding aan de HKU is Rianne Suk. Ze is nu ready-to-wear designer bij Karl Lagerfeld en had op de academie, naar eigen zeggen, een wereldveroverende kunstzinnige instelling. “Ik experimenteerde veel met materialen en vormen,” vertelt ze. “Ik wilde unieke dingen maken waar mensen versteld van zouden staan. Ik hield me weinig bezig met het maken van functionele kleding en richtte me meer op de uitdagende en kunstzinnige kant van mode.” Na stages in Londen bij Alex Noble en Viktor&Rolf woog ze alle factoren die bij het hebben van een eigen label komen kijken af – zowel de creatieve als de zakelijke en financiële. “Ik wist dat als ik ooit iets voor mezelf wilde beginnen ik eerst genoeg kennis moest hebben op al die vlakken – alleen talent is niet genoeg.”

Na de opleiding keerde ze terug naar haar stagebedrijf in Londen om vervolgens aan de slag te gaan als stagiaire bij Viktor&Rolf. Daarna kwam ze als stagiaire bij Karl Lagerfeld terecht. “Dat was nog een jong bedrijf dus er waren kansen. Ik­­ greep die kans met beide handen aan. Mijn doel was duidelijk, ik wilde mezelf en Karl bewijzen dat ik klaar was voor deze baan.” Na zes maanden hard werken, boden ze haar een baan aan.

“Ga er niet vanuit dat je eerste plan zal slagen. Je komt niet zomaar een bedrijf binnen, je moet echt doorzetten.”

“De eerste paar jaren was het heel hard bikkelen,” vertelt ze verder. “Alle verantwoordelijkheden die erbij komen kijken, keuzes die je moet maken, de risico’s, en uiteindelijk moeten vertrouwen op je eigen instinct en ideeën – dat is niet niks. Uiteindelijk is het het belangrijkst om gewoon jezelf te zijn, hard te werken en open te staan om te leren. Maar ook durven om op je bek te gaan.” Hoewel Rianne een creatieveling op de academie was, kan ze zeker aanraden om voor een modehuis te werken als je klaar bent met school. “Werken voor een modehuis haalt vooral in de eerste jaren van je carrière het beste in je naar boven, je moet je echt bewijzen. Een stage bereid je er misschien wel op voor, maar er op deze manier in mee kunnen groeien is voor mij heel leerzaam geweest.”

Zoals onze ervaringsdeskundigen vertellen, is werken bij een modehuis geen baan waarbij je achterover kunt leunen, of een makkelijke uitweg voor een carrière in de modewereld. Het is knetterhard werken, en je moet bereid zijn om er dingen voor op te geven. Voor degene die het toch ambiëren, wonnen we nog wat tips en adviezen in zodat je een zo goed mogelijke start kunt maken met je carrière of stage. Vanuit de modeopleidingen is een veelgehoord advies dat een doel en een bijbehorend plan handig is. En niet alleen plan A volgens Niels Klavers van de Gerrit Rietveld Academie, maar ook een plan B, C en D. “Ga er niet vanuit dat je eerste plan zal slagen. Je komt niet zomaar een bedrijf binnen, je moet echt doorzetten.”

“Er is niet één manier om modeontwerper te zijn. Je faalt niet als je uiteindelijk geen collectie op de catwalk hebt. "

Ook geven alle academies aan dat na je afstuderen werken bij een bedrijf een goede keuze is. “Ontwikkel jezelf als ontwerper,” vertelt Matthijs Boelee van ArtEZ. “Dat kan in alle segmenten – niet alleen het hoogste. Ga eerst zelf veel ervaring opdoen in de praktijk. Daar kun je zien hoe de industrie in elkaar steekt – probeer niet zelf het wiel uit te vinden.” Maar als je droomt van een toekomst als artistieke ontwerper of couturier moet je ook dat plan volgen, vertelt Leslie Holden. “Er is niet één manier om modeontwerper te zijn. Je faalt niet als je uiteindelijk geen collectie op de catwalk hebt. Volg je hart en weet zeker dat je kunt waarmaken wat je wilt doen.”

Voor Christiaan is het vooral belangrijk dat je plezier hebt in wat je doet. “Als je zoveel energie steekt in je modeopleiding en aan de slag gaat in de modewereld is het wel zo handig dat je het leuk vind. Anders is al die moeite voor niks. Heb lol en laat iets van jezelf zien”. Wieke had vanaf dag één op de academie al een duidelijk plan, en heeft er tijdens haar opleiding alles aan gedaan om dat doel te behalen. “Ik was heel proactief, ik mailde mensen om ergens binnen te komen. Na een stage bij Galliano, kreeg ik werk bij Margiela en daardoor kreeg ik weer werk bij Gucci. Daar heb ik voor moeten vechten, maar je moet ook geluk hebben.”

Net zoals alle anderen ervaringsdeskundigen heeft Rianne alle kansen aangegrepen die op haar pad kwamen. “Pak alle kansen aan, en neem ze serieus. Voor jou zijn er genoeg anderen, zorg dat je uitblinkt en wees leergierig. Loop zoveel mogelijk stages en leer zoveel mogelijk. Want je weet maar nooit, voor je het weet werk je voor Karl Lagerfeld.”

Kan jij wel wat hulp gebruiken in je carrière? Dat komt goed uit, want wij geven een jaar lang loopbaancoaching weg. Kijk hier hoe je dit kan winnen.

Tagged:
Studenten
Amfi
rietveld
Artez
VICE Work
modehuis