een vreemde kroegentocht door de straten van tokio

Van kawaiimonsters tot geiten en Moomins – als het aankomt op bijzondere cafés moet je in Tokio zijn.

|
feb. 12 2016, 5:17pm

In een spierwit trappenhuis voeg ik me bij een groep jonge Japanse kinderen en hun ouders. We staan te wachten voor het onlangs geopende Kawaii Monster Café, dat is ontstaan uit de dromen van kunstenaar en ontwerper Sebastian Masuda - een man die bekend is om zijn werk met popster Kyary Pamyu Pamyu.

In het café word ik bediend door een serversteer in een spookachtig Miss Havisham-uniform, gemaakt van Victoriaans kant en met een lichtpaarse pluizige pruik op. Ze geeft me een plekje aan de bar onder een baldakijn van lichtgevende doorzichtige tentakels. Er zijn flessen Moët te koop vanaf 11.000 yen (ongeveer 86 euro), net als speciale drankjes met namen als "Druggy Cocktail (Noctilucent)". Bovenop een lichtgevende Jägermeisterkoelkast zit een klein Kawaiimonster. Het lijkt op een smeltende, paarse versie van Koekiemonster met een gestoorde blik in zijn ogen.

Monster Kawaii Café

Naast me zit een meisje in een witte sweater met de tekst "Dedicated Dwarf Bravery". Ze eet van een bord regenboogkleurige pasta met aan de zijkant vegen van iets wat lijkt op verf. Om de hoek in de hoofdruimte staat een cartoon van paddo's en een draaimolen. De draaitafel wordt door niemand gebruikt, maar heeft een lange staart.

Op mijn weg naar buiten krijg ik van iemand de "Fall in Stomach" klantenpas. De algehele ervaring voelt alsof ik word opgeslokt door een gezellig monster. In zijn buik hoor je een rustige soundtrack van zachte Japanse house met een licht psychedelische nasmaak. Deze plek is een gesamtkunstwerk van alles wat zoet en popachtig is - het is een volledig kunstwerk dat ons omringt en opslokt.

De volgende stop is Akihabara, het district dat bekend staat om zijn elektronische winkels en dienstmeisjescafés, waar jonge Japanse vrouwen verkleed als Franse dienstmeisjes je op chagrijnige wijze serveren. Het is een vreemde en zorgwekkende plek. New Type, waar ik naartoe ga, ligt verborgen bovenaan een gammele trap in een zijstraatje. Dit café is anders dan de andere dienstmeisjescafés doordat alle meisjes die hier werken eigenlijk jonge mannen zijn: in jurkjes met platte lakschoentjes, strak gestijlde pruiken en hoofdbanden met vossenoren. New Type is alleen 's avonds open en lijkt meer op een bar dan op een café. Ik word tussen de andere klanten in op een smal bankje gepropt en een van de dienstmeisjes geeft me een klein schaaltje met augurken.

De groep bezoekers is divers: er is een jong koppel dat samen drinkt; een man van middelbare leeftijd die in zijn eentje zit te kettingroken in de hoek; en een aantal andere mannen die spontaan beginnen te spelen met Rubikskubussen om ze vervolgens weer neer te leggen. Een andere klant loopt naar binnen, gekleed in drag. Ze is verkleed als een roze Harajukumeisje met een slonzige pruik en een speelgoed-Totoro die is versierd met goedkope sieraden, en komt naast me zitten. Ze is in haar eentje en vertelt aan de dienstmeisjes dat het haar verjaardag is. Ze geven haar geen gratis drinken of taart, maar ze mag wel een Polaroid nemen met een dienstmeisje naar keuze. Het dienstmeisje poseert met haar en schrijft naderhand iets op de foto met een gekleurde pen. De klant lijkt er blij mee te zijn. Ik koop er een voor mezelf, wat 1.000 yen kost (bijna negen euro), en ik ben ook blij. Het is een leuke avond. New Type is een ongewone bar met een focus op ongemakkelijke en theatrale interacties in plaats van dronkenschap. Het komt misschien nogal over alsof iedereen in de bar het slachtoffer is van hopeloze liefdes, psychoseksuele verwarring en een gebroken samenleving - maar dat is in de meeste cafés op aarde eigenlijk wel het geval.

Maid Café 

Na New Type maken we een grote vergissing. In een wazig steegje middenin Tokyo, vlak bij de beruchte Shibuya Crossing, zit het Sakuragaoka Café. Ik had gelezen dat het een "geitencafé" is, maar het is niet wat ik ervan verwachtte. Er is geen minigeit die tussen de tafels doorspringt en mijn gezicht likt, geen geitenserveerder die me mijn koffie brengt. Er is alleen een oude witte geit genaamd Sakura (kersenbloesem) die in een klein huisje voorin het café leeft. Sakura heeft een zoutsteen in haar sierlijke hok en ik heb spaghetti carbonara op mijn tafel. Het is een warm, comfortabel mediterraans aandoend café en zit vol met knappe buurtbewoners. Het valt me amper op dat er een geit naar me staart van achter het raam. Maar het is nu eenmaal een restaurant en het blijkt dat je alleen met geiten kan dansen en drinken in mythische verhalen; hoewel je wel een reservering kan maken om Sakura uit te laten.

Mijn laatste stop bevindt zich in het fluorescerende Tokyo Dome City-pretpark naast het honkbalstadion. De prachtige Moomin Bakery & Café staat midden tussen de draaimolens en dansende fonteinen. Het is een koude avond en ik sta buiten in de rij. Door het raam zie ik een man in een Moominpak dansen met de chefkok. Als ik eenmaal binnenkom is de voorstelling voorbij, maar er wordt vrolijke Scandinavische folkmuziek gedraaid. In een hoek staat een blokhut, aan het plafond hangt een oude vissersboot en op de stoelen tussen de klanten zitten enorme pluchen knuffels van de personages: Moomintrol, Snork Maiden, Snufkin en ga zo maar door. Op het menu staat onder andere rijst in de vorm van Moomin met olijven als ogen.

Moomin Café

Ik heb lang geleden eens gehoord dat het idee achter dit café was dat eenzame mensen hier naartoe konden komen om samen met Moomin te eten. Maar dat is niet het geval. Niemand is alleen, behalve ik. Het ergste is nog wel dat ik aan een van de weinige tafels zit zonder een pluchen vriend. In gekunsteld Japans vraag ik om "een Moomin," waarmee ik doel op een van Tove Janssons mythische cartoonmonsters.

Aan de andere kant van de ruimte zie ik hoe een serveerster een enorm rat/kangoeroe-achtig ding een Moomintrol naar een klein kind brengt. Ze zwaait met de poot van het ding naar het kleine kind, dat verward en niet onder de indruk lijkt te zijn. In dat moment van verwarring confisqueert ze zijn Moomintrol en brengt deze naar mij. Terwijl ze met het knuffeldier door het café loopt houdt ze het liefdevol vast en drukt ze haar wang tegen zijn hoofd aan. Ze zet hem tegenover me neer. Hij is zacht en geeft me zijn volle aandacht, terwijl hij met zijn grote blauwe ogen naar me kijkt. Ik bedenk dat dit is hoe het voor een sugardaddy moet voelen om op lunchdate te gaan.

Maar goed, ik dacht dat het een interessant psychisch experiment zou zijn om een kopje koffie te drinken met een pluchen Moomintrol, dus kijk ik een heel Scandinavisch folknummer lang in zijn ogen. Het is een zalige en dissociatieve ontmoeting. Boven zijn hoofd zijn op een projectiescherm oude afleveringen van het televisieprogramma Moomin te zien. Het heeft wel wat weg van een gedachtenwolk. Het is alsof de trol me zijn verhalen vertelt over zijn leven in het bos. Het voelt ineens alsof mijn kinderdromen uitkomen. Het Moomin Bakery & Café en alle andere plekken die ik heb bezocht geven me het idee dat Westerse cafés alles kunnen zijn wat ze maar willen. Ze kunnen een klein plekje vol fantasie zijn in een overvolle stad.