een intiem gesprek met kunstenaars ninamounah langestraat en esmay wagemans

We nodigden de twee jonge talenten samen met fotograaf Michelle Jansen uit in de studio voor een klein onderzoek naar anonimiteit, ongemakkelijkheid en het menselijk lichaam.

|
feb. 27 2018, 1:38pm

Het werk van de twee jonge kunstenaars Ninamounah Langestraat en Esmay Wagemans bevindt zich aan twee uiteinden van het spectrum: Ninamounah houdt zich bezig met het dierlijke, Esmay met het maakbare. Ninamounah de oorsprong, Esmay de toekomst. Maar er zijn ook raakvlakken. Beiden onderscheiden zich door gedurfde keuzes te maken en op die manier een eigen, nieuwe wereld te scheppen voor zichzelf en hun werk. Iets wat ook internationaal steeds vaker wordt opgemerkt. De laatste modeshow AW/18 van Ninamounah omschreven we eerder als “een zenuwachtige orgie van hormonen, mohair en parels.” Esmay experimenteert als body-architect met latex, plastic, siliconen en haar eigen lichaam, om zo meer te ontdekken over de toekomstige mens.

We gingen met de twee opkomende kunstenaars in gesprek over het spanningsveld waarin hun werk zich zo overduidelijk bevindt, en hoe zij dat allebei op een andere manier ervaren.

i-D: In jullie werk zit veel naakt. Is dat expres?
Esmay: Het is zeker niet mijn streven. Ik onderzoek hoe het lichaam beïnvloed wordt door technologie en digitalisering – het lichaam in de toekomst. Naaktheid komt daar automatisch bij, kleding is bijzaak.
Ninamounah: Bij mij gaat het veel meer om de spanning die naaktheid oplevert. Op de een of andere manier is iedereen ook altijd naakt aan het einde van mijn show. Dat gebeurt gewoon, het is een uiting van een gevoel en een bepaalde vrijheid die wordt opgeroepen in mijn werk. Het is de bedoeling dat je je totaal op je gemak en geaccepteerd voelt tijdens mijn shows. En ik hoef mensen niet per se met kleding aan te zien, ik vind ze ook heel mooi zonder kleding. Als je jezelf bloot durft te geven is dat zo bijzonder.

De keuze om modeontwerper te worden klinkt dan best onverwacht.
Ninamounah: Als modeontwerper werk je juist met het lichaam. Je zoomt in en zoomt uit.
En ik houd van agressie en ik kan best hatelijk zijn. Dat is mode ook, dus deze wereld kon mij aan en andersom. Mode verveelt niet. En binnen het modesysteem zoek ik naar kortsluiting met de vastgeroeste regels: voor de aankomende Fashion Week voor menswear in Parijs ga ik bijvoorbeeld samen met JeanPaul Paula en Florian Joahn een geile guerillashow neerzetten.

Esmay Wagemans

Esmay, heb jij minder regels waar je je aan houdt?
Ninamounah: Ik denk dat Esmay genoeg regels voor zichzelf heeft gemaakt waarmee ze bepaalt hoe ze haar wereld wil vormgegeven. Anders kun je je werk niet in een context plaatsen.
Esmay: Zeker. Ik ben iemand die heel veel dingen interessant vindt. Daarom maak ik keuzes en heb ik mezelf beperkt tot één concept. Dan wordt het sterker na verloop van tijd.
Ninamounah: Anders verlies je ook je handschrift. Dat moet je eerst helemaal beheersen voordat je weer in een andere taal gaat schrijven.

Hoelang duurde het voordat jullie je handschrift gevonden hadden?
Ninamounah: Daar wordt je mee geboren denk ik. Het gaat er meer om hoe je het wil uiten. Ik vind mijn werk zelf heel herkenbaar als dat van mij, maar ik ben volwassener geworden en mijn werk daardoor ook. Ik ben niet meer op de kunstacademie aan het spelen.
Esmay: Ik vind het wel mooi dat je zegt, want ik denk daar de laatste tijd veel over na. Ook al ben ik volwassen en weet ik heel goed wat ik aan het doen ben en waarom, als ik in mijn atelier aan het werk ben, voelt het alsnog als spelen.
Ninamounah: Het is misschien meer onderzoekend. Voor mij is dat totaal anders, maar dat ligt ook aan het medium.
Esmay: Dat gevoel komt bij mij denk ik ook omdat ik telkens met nieuwe materialen werk. Ik ben het grootste deel van de tijd aan het uitproberen. Het begint vaak met knullige experimenten, met materiaal dat er niet per se mooi uit ziet.
Ninamounah: Ik denk juist dat te veel kennis over materialen of technieken al gauw de ziel van het werk wegneemt. Als je de regels niet weet van het materiaal, ga je het gewoon uitproberen om het beeld dat je in je hoofd te behalen. Ik kan bijvoorbeeld voor geen meter naaien, ik haat het echt. Het liefst niet ik alles aan elkaar. De coupeuses waarmee ik werk zien soms alleen het probleem en ik zoek dan nog door naar de oplossing.

Waarom die afkeer?
Ninamounah: Ik heb geen geduld en heb eigenlijk altijd haast. Ik heb meerdere stukken uit mijn collectie in elkaar geslagen, omdat ik het niet meer trok om er zo lang aan te werken. Eigenlijk ben ik heel jaloers op mensen die mediterend kunnen werken. Ik sta vaker te huilen en te slaan.
Esmay: Ja dat ben ik dus. Vorige week was ik een realistisch hoofd aan het schilderen en één voor één honderden wimpers aan het plakken. Het liefst doe ik daar zo lang mogelijk over. Als ik me op een ding kan focussen kan ik dagenlang doorgaan.
Ninamounah: [lacht] Daar zou ik echt agressief van worden. Grappig, want dat is uiteindelijk ook precies hoe we ons werk laten zien aan de wereld. Jij doet exposities, ik doe shows. Een show is veel heftiger, intenser, en het is in een paar minuten voorbij. Jij kan heel goed opbouwen, langer nadenken, mediteren.

Jullie lijken allebei te spelen met een bepaald gevoel van ongemakkelijkheid.
Ninamounah: Dat doe ik niet expres. Ik hoop juist dat je je vrij en goed voelt, en dat dat aanstekelijk werkt. Ik wil niet dat iemand zich naar of ongemakkelijk voelt ten opzichte van seks of naaktheid en juist laten zien dat het ook anders kan – dat schaamte niet bestaat. Schaamte is een emotie waarvoor je kiest. Je kan schaamte en ongemakkelijkheid ook weigeren.

Ninamounah Langestraat

Esmay, jij maakt ook gebruik van je eigen naakte lichaam in je werk. Hoe heb je die afweging gemaakt?
Esmay: Toen ik begon was ik mijn enige model om mallen op te maken. Ik wilde geen mensen van de gang plukken op school en vragen of ik een uurtje allemaal dingen op ze mocht uitproberen, die misschien gingen mislukken of pijn gingen doen. Dus koos ik liever voor mezelf. Maar nu ik langer bezig ben, versterkt mijn aanwezigheid mijn werk – het wordt persoonlijker. Je kunt het meer voelen en ervaren.

Ninamounah, jij gebruikt liever andere gezichten en vaste muzen in je werk.
Ninamounah: Muzen vind ik een beetje een stout woord, alsof ik ze helemaal leegzuig. Het werkt wederzijds en we inspireren elkaar. Mijn werk heeft die zielen nodig. Ik maak mijn werk ook vaak op hun lichamen naar hun karakters. Zonder hen is het een leeg omhulsel. Ik vind het vervelend dat mensen vragen om een persfoto van mij. Ik ben dan wel degene die ontwerpt, maar verder heb ik er geen fuck mee te maken. Ik ben de handen maar niet het werk.
Esmay: Daardoor oordelen mensen ook minder snel over jou denk ik. Ik kreeg, toen ik meer volgers kreeg, vaak de vraag of ik altijd al “die behoefte om mezelf zo graag te laten zien” had gehad.
Ninamounah: Nogal een gemene opmerking. Maar het is ergens ook best ijdel wat je doet, en dat kunnen mensen niet aan denk ik. En ijdelheid hoeft niet meteen narcisme te zijn. Je mag best met jezelf bezig zijn. Ik zag een keer op je Instagram dat je de lippen van een kopie van jou aan het kleuren was. Dat blijft een heel vervreemdend beeld om te zien. Ik snap dat het voor jou veel intiemer is als je het bij jezelf doet dan bij iemand anders.
Esmay: Naar dat gevoel ben ik ook op zoek. Die ongemakkelijkheid. Je eigen gezicht namaken en daar vervolgens uren naar moeten kijken, dat is een bizar proces dat allerlei gevoelens oproept. Met mijn realistische werken probeer ik te ontdekken waar dat ongemak vandaan komt.

Tot slot: wat bewonderen jullie aan elkaar?
Esmay: Die snelle manier van werken waar je over vertelt zie heel goed terug in je werk. Het komt niet gecontroleerd over, maar juist heel vrij. Dat vind ik sterk. Er zit een power in, het vuur spat er van af.
Ninamounah: Dat je de ongemakkelijkheid niet uit de weg gaat vind ik heel cool. Je kijkt jezelf letterlijk in de ogen aan. Ik denk dat je als kijker serieus alle energie voelt die jij in dat ene wimpertje heb gestoken. En dat het daardoor ook ongemakkelijk wordt. Het gaat leven, omdat jij er zo in bent opgegaan. Dat is denk ik waar je als kunstenaar altijd op hoopt.