zien: de verliefde camera van ed van der elsken

Laat Hripsimé Visser, curator fotografie bij het Stedelijk museum in Amsterdam, je een klein college geven over de grandioze fotograaf.

door Robin Alper
|
01 februari 2017, 1:40pm

Ed van der Elsken

In 1956 verkreeg de toen nog maar 31-jarige Ed van der Elsken internationale bekendheid na de publicatie van zijn fotoboek Een Liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés. Voor dit boek volgde hij een groep jonge bohémiens door Parijs. Hij legde hun verhaal vast, maar herkende bovenal zichzelf in hen. Vanaf zaterdag 4 februari zal het Stedelijk Museum Amsterdam in het teken staan van deze bijzondere fotograaf en cineast. De tentoonstelling De verliefde camera neemt de bezoeker mee in de werkwijze en wereld van een van Nederlands bekendste fotografen.

Ed van der Elsken was als sociaal fotograaf en documentaire filmer altijd bezig met de mensen om hem heen - met de mensen op straat. Dat komt duidelijk naar voren in de tentoonstelling De verliefde camera die in het Stedelijk zal verschijnen. Het is de grootste expositie in 25 jaar van zijn werk wereldwijd. Maar wat maakt straatfotografie als dat van hem museumwaardig?

"Waar het eigenlijk om gaat, is de vraag wat iemand tot een goede fotograaf maakt," legt Hripsimé Visser, conservator fotografie bij het Stedelijk en curator van de tentoonstelling, uit. "Het doet er daarbij niet toe of het een straatfotograaf is, een landschapsfotograaf, of een portrettist. Het gaat om de kwaliteit en de inhoud van de beelden, en Van der Elsken nam nu eenmaal heel sterkte foto's."

Hripsimé Visser maakte in het verleden al verschillende publicaties en presentaties over het werk van Van der Elsken: een passie die voortkomt uit zowel de inhoud van zijn beelden, als zijn manier van werken. "Hij wist de kern van een situatie te vatten, legde persoonlijkheden vast, en maakte contact met de mensen op de foto," vertelt Visser. Om tot deze beelden te komen, beïnvloedde Van der Elsken de situatie soms. "Je zou kunnen zeggen dat hij de regie over de straat voerde. Hij sprak mensen aan en daagde ze uit. Doordat hij ze een tijd volgde, wist hij ze precies op het juiste moment vast te leggen."

"Een filmmaker uit de generatie van Ed van der Elsken, die William Klein heet, schoot de filmserie Contacts," gaat Visser verder. "Dat is een briljante reeks over hoe fotografen te werk gaan. Hij verbeeldt hoe ze iets zien, en steeds dichterbij komen om het perfecte beeld te vinden. Dat deed Ed ook. Het is een soort jagersinstinct dat sommige straatfotografen gebruiken om iets vast te leggen. Ze spotten en volgen hun subject voor ze de foto schieten. In zekere zin kun je dat ook zien als iets in scène zetten, maar het gaat om het zoeken naar een moment. Dat heeft soms ook iets agressiefs. In elk geval wist Van der Elsken precies wat hij wilde."

Deze zoektocht naar perfectie - het jagersinstinct - is niet alleen terug te zien in Van der Elskens beelden, maar ook in de manier waarop hij deze samenvoegde tot fotoromans. "Er zijn vier fotoboeken die ik persoonlijk het mooist vind," vertelt Visser. "Dat zijn de eerste vier. Allemaal hebben ze iets heel speciaals." Zowel het maakproces als de samenstelling van zijn boeken vertellen ieder op zich een geheel eigen verhaal.

"Het eerste boek, Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés is, net als zijn tweede boek Bagara, in samenwerking met de vormgever Jurriaan Schrofer gemaakt. Hij en Ed voelden elkaar heel goed aan. Ze speelden met de pagina's. Waar de beelden in fotoboeken vaak allemaal even groot en hetzelfde gepositioneerd waren, maakten zij de beelden groter en kleiner, en verschoven ze deze. Het ging hen niet alleen om mooie of pakkende foto's. Ze vertelden een verhaal door de beelden afwisselend te monteren."

"Jazz, het derde boek, heeft Van der Elsken zelf vormgegeven. Hij probeert hierin om muziek te vertalen naar beelden. Sommige foto's staan bijvoorbeeld heel langgerekt over de pagina's, en vormen zo stroken onder elkaar. Het lijkt daardoor net alsof je de klank van een blaasinstrument vertaald ziet in het beeld."

"Zijn vierde boek is Sweet Life. Hierin is Van der Elsken heel ver gegaan in het drukproces. Hij heeft bijna alle nuances uit het beeld gehaald, waardoor ze een grafische en korrelige structuur hebben gekregen. Deze aandacht voor het maakproces van zijn boeken is ook terug te zien in de tentoonstelling. Je ziet hoe hij bezig was, combinaties uitprobeerde, en welke keuzes hij maakte."

Wat klinkt als een enorm uiteenlopende verzameling beelden, laat uiteindelijk één ding duidelijk zien - de liefde van Ed van der Elsken voor de mensen om hem heen. Zowel in Nederland als tijdens zijn wereldreizen lag de nadruk op de unieke kanten van de mensheid.

Van der Elsken was vooral geïnteresseerd in de mensen in de marge. Visser vertelt hoe deze belangstelling naar voren komt in Amsterdam, het boek over de stad waar hij jarenlang woonde en zoveel van hield. "Hij vond volkstypes en de jeugd vele malen interessanter dan de mensen in Oud-Zuid. Hij zocht mensen die in zijn ogen echt waren. Zelf woonde Van der Elsken lange tijd in de Nieuwmarktbuurt, waar hij veel fotografeerde. Later in de jaren zeventig en tachtig legde hij voornamelijk jongeren vast. Hij vond het leuk hoe sommige mensen probeerden om zich juist niet als nette burgers te gedragen."

Van der Elskens liefde voor zijn subjecten vormt de rode draad in de tentoonstelling. Een passender titel dan De verliefde camera is bijna ondenkbaar. "Hij moet een hele fysiek-ingestelde man zijn geweest," legt Visser uit. "Hij hield van lichamen, het spel van het licht hierop, en de manier waarop mensen zich bewegen in de ruimte. Hij had veel empathie voor mensen, ook in verre landen. Dat is duidelijk zichtbaar in de foto's die hij over de hele wereld nam."

"Je ziet dat hij van mensen houdt en dat hij respect voor ze heeft. Hij zou ze nooit onvoordelig fotograferen of op een slechte manier neerzetten. Hij was geïnteresseerd in schoonheid. Niet zozeer in modieuze schoonheid of in perfecte plaatjes, maar in de schoonheid in mensen die net iets anders zijn. Mensen die trots zijn op hun eigenheid en individualiteit uitstralen."

'De verliefde camera' is van 4 februari tot 21 mei te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Op donderdag 2 februari wordt de opening gevierd. Aanmelden kan hier.  

Credits


Tekst Robin Alper 
Omslagfoto Ed van der Elsken, Beethovenstraat, Amsterdam (1967), Nederlands Fotomuseum
Overig beeld Ed van der Elsken, via Nederlands Fotomuseum 

Tagged:
Amsterdam
Stedelijk Museum
Cultuur
ed van der elsken