op bezoek bij het iconische modeduo puck en hans

"Als kleding niet draagbaar is, denk ik altijd: je kan net zo goed een plant op je hoofd zetten.”

door Rolien Zonneveld
|
03 oktober 2019, 11:05am

Het is woensdagmiddag en ik sta op de stoep van het imposante gebouw waar het iconische modeduo Puck Kroon (1941) en Hans Kemmink (1947) sinds eind jaren tachtig woont. Aanleiding voor mijn bezoek is de nieuwe documentaire Puck & Hans: Made in Holland, die gister tijdens het Nederlands Film Festival in première is gegaan. Omdat het een beetje voelt alsof ik bij de twee op audiëntie mag komen, heb ik voor de gelegenheid mijn best gedaan en een dramatisch zwart gewaad aangetrokken. Dat blijft niet onopgemerkt, en een joviale Hans – “wat zie je er leuk uit” – loodst me door het trappenhuis naar een ruim appartement met openslaande deuren naar een balkon dat een Italiaans palazzo niet zou misstaan. Hans: “Ik durf het bijna niet hardop te zeggen, maar in de jaren tachtig wilde niemand in dit pand wonen, te groot. Wij hebben het toen voor relatief weinig kunnen kopen, en hadden lange tijd op de benedenverdieping ons atelier.”

Inmiddels is ‘slechts’ het woongedeelte behouden – een schitterende ruimte met vide, waar een bonte verzameling foto’s en schilderijen de hoge wanden siert – en is het atelier al lange tijd opgedoekt, samen met hun spraakmakende label onder hun eigen naam, waarmee ze in de jaren zeventig, tachtig en negentig internationale bekendheid genoten. Puck is nog even hun nieuwe aanwinst – een hondje van een paar maanden – aan het uitlaten, maar eenmaal binnengekomen, nemen we plaats aan tafel. We zullen bijna twee uur met elkaar praten, meanderend door anekdotes en herinneringen – niet helemaal gestructureerd, of op chronologische volgorde, maar dat geeft niet. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk.

1570005809043-PUCK-and-HANS-SELECT-7
Still uit Puck & Hans: Made in Holland

Niet iedereen van mijn generatie is bekend met Puck en Hans. Dat heeft allicht met de tijdlijn van hun carrière te maken. De twee begonnen in 1967 hun eigen winkel in Den Haag, en toen die succesvol bleek, openden ze een tweede en derde in Rotterdam en Amsterdam. Hier verkochten ze als een van de eerste in Nederland kleding van nog relatief onbekende ontwerpers als Jean-Paul Gaultier, Kenzo en Vivienne Westwood. Maar het grootste succes hebben ze te danken aan hun eigen label. Eigenzinnige kleding – zoals riemen van wc-brilscharnieren, transparante jurken van plastic en broeken met ritsen op de billen – die in het modelandschap van toen vooruitstrevend was. De drie winkels, waarvan de kunstzinnige etalages ongeveer net zo belangrijk waren als de kleding aan de rekken, fungeerden als een creatieve broedplek waar mensen vanuit het hele land speciaal voor kwamen afreizen. Van notarissen en zangeressen, tot crossdressers en kunststudenten. Ook het personeel was kleurrijk: zo waren de meesten afkomstig uit landen als Colombia en Suriname, werkte er een performer uit de RoXY, en draaiden er op vrijdag weleens experimentele dj’s.

Het kwam dan ook als een verrassing toen ze het in 1998 voor gezien hielden, en alle winkels sloten. Het was goed geweest. Decennialang hadden ze alles gegeven, lange dagen gemaakt, en er was nou eenmaal meer uit het leven te halen. “Fotografie, schilderen, een studie kunstgeschiedenis. We zitten absoluut niet stil,” aldus Puck.

1570006557846-PandH_5_23-copy
Uit het archief van Puck en Hans

Puck en Hans leren elkaar op jonge leeftijd kennen: Hans is zeventien, Puck drieëntwintig. “Een enorm leeftijdsverschil, zeker als je zoals ik bij wijze van spreken de hele wereld al had rondgereisd,” aldus Puck. Ze voelen direct aan dat ze zowel creatief als romantisch goed bij elkaar passen. Puck volgt op dat moment een opleiding tot coupeuse, Hans werkt als assistent-cineast en heeft als ambitie fotograaf worden. Als Puck er een aantal jaren later alleen voor komt te staan in de winkel die ze met een vriendin runt, lijkt het haast een natuurlijk gegeven dat Hans komt bijspringen. Een gouden greep: hij heeft er oog voor, en kan met name in de etalages zijn liefde voor architectuur, kunst en films kwijt. Puck neemt ondertussen het maken van de kleding op zich. Hoewel uitgesproken in haar ontwerpen, weigert ze in te leveren op comfort en een goede pasvorm. De stoffen zijn vaak van exclusieve materialen gemaakt, maar het is met name de manier waarop ze worden gesneden die de stukken een bepaalde tijdloosheid en draagbaarheid geeft.

Hans: “Op die manier kijken we nog steeds naar kleding. Ik zag laatst zo’n jurk van roze tule voorbijkomen van die jonge Britse ontwerper Molly Goddard – hartstikke leuk, én nog steeds verkoopbaar. Als kleding niet draagbaar is, denk ik altijd: je kan net zo goed een plant op je hoofd zetten.” Puck: “Wij waren van de week bij de show van Tess van Zalinge, die hartstikke mooie bruidsjurken had gemaakt door allerlei oude bruidsjurken aan elkaar vast te naaien. Schitterend, maar ik denk dan wel: wie is de clientèle?"

1570008439113-Poster_Beeld_Blanco_Liggend
Etalage van de winkel, uit het archief van Puck & Hans

Ze kijken allebei liefdevol terug op de beginperiode van hun winkel. Puck: “Het was keihard werken, maar we voelden ons heel vrij – het was allemaal nog niet zo serieus. Dat kwam later pas.” Met een groeiende klantenkring kwam ook meer verantwoordelijkheid kijken. Mode zit nu eenmaal gevangen onder het strikte juk van seizoenen, en afnemers zijn altijd op zoek het nieuwste van het nieuwste. Hans: “Variëren op een bepaald stuk dat het goed deed, of iets opnieuw uitbrengen op een net wat andere manier, voelde voor ons echt als stilstaan, als heiligschennis. Het was pas later dat we beseften dat het opnemen van bepaalde klassiekers in je collecties juist heel gunstig is.”

Met het groeiende succes – zowel nationaal, als internationaal – lonkte het buitenland. Naar Parijs zouden ze gaan, waar klanten oog hadden voor de excentrieke ontwerpen, en ook bereid waren er het geld aan uit te geven. “Maar onze dochter Carmen daar laten opgroeien, dat zagen we uiteindelijk helemaal niet zitten. We hadden in Parijs zeker nog meer tot ontplooiing kunnen komen – alles kon je er vinden, van kledingmakers tot stoffenboeren, en er liepen veel meer investeerders rond – maar we voelden uiteindelijk toch een zekere terughoudendheid.”

1570006610224-PUCK-and-HANS-SELECT-4
Modeshow, uit het archief van Puck en Hans

Ze blijven in Amsterdam het nodige leven in de brouwerij brengen. Niet onbelangrijk zijn daarbij ook de spraakmakende modeshows die ze organiseren – vaak op onconventionele plekken die gek genoeg jaren later de officiële locaties voor Amsterdam Fashion Week zouden worden. Hans herinnert zich nog goed de show die zij in 1993 op het Westergasterrein gaven. Deze had toen nog geen culturele bestemming, en was nog in gebruik als opslagterrein. Puck: “Ze moesten voor de show nota bene de grond nog omspitten.” Hans: “En daar wilden we dan per se een soort watergordijn bij, waar die modellen langs konden lopen. Toen hebben we het mechanisme van dat gordijn aangesloten op de brandweerkraan. Het water kwam er met een enorme kracht uit. Of die ene keer dat we een show hadden gegeven in de Nieuwe Kerk, maar dat we met het oog op de brandveiligheid moesten testen of de decorstukken vlambaar waren. Die vlogen inderdaad behoorlijk in de fik, maar daar kwamen we dan achter op de dag van de show zelf. Ik weet niet meer precies hoe we dat toen opgelost hebben, maar het kwam op de ene of andere manier wel goed. Of die ene keer dat we een enorm decorstuk hadden laten maken, maar niet hadden opgemeten of het überhaupt door de deur van het pand paste. Bleek dat weer nét te gaan. Het was altijd alsof er een engeltje over onze schouders meekeek.”

Videomateriaal van een aantal van deze spektakels is helaas gesneuveld. Het stond op analoge rolletjes, maar waar die zijn gebleven, is onduidelijk. De twee waren er ook niet enorm op gebrand om secuur een archief bij te houden. “Alle stukken die we ontworpen hebben, zitten opgeslagen in ons hoofd,” zegt Puck. “Ik herken onze ontwerpen uit duizenden.” Hans: “Bovendien hadden we daar gewoon echt geen tijd voor. Er moest brood op de plank komen, en er was niets leuker dan iets verkopen, en mensen het zien dragen. We waren helemaal niet bezig met het documenteren ervan.” Hij vervolgt: “Oude dozen met foto’s uitpluizen, dat is nog wel leuk, maar aan al dat bewaren heb je niets. Toen wij vorig jaar voor de overzichtstentoonstelling door onze opslag moesten gaan, had ik vaak stiekem de behoefte om alles door de papierversnipperaar te halen.”

Nu lijkt die vereeuwiging dan toch te gebeuren, in de vorm van een documentaire. En dat nodigt uit tot enige reflectie. Puck: “We denken weleens: het had allemaal veel grootschaliger kunnen zijn, als we niet alles zelf hadden gedaan. We waren etaleur, coupeur, ontwerper, alles tegelijk. Maar we hebben geen spijt. Het is goed geweest zo.”

De documentaire ‘Puck & Hans: Made in Holland’ is in première gegaan op het Nederlands Film Festival, maar zal de komende tijd in allerlei bioscopen in Nederland te zien zijn. Kijk hier voor locaties en data.