amsterdamse jongens thuis: astrit

Fotograaf Ramona Deckers fotografeert Amsterdamse jongeren in hun eigen habitat, want een huis zegt nu eenmaal veel over de bewoner. Deze keer: Astrit Ismaili.

door Ramona Deckers
|
18 december 2017, 11:01am

De 26-jarige Astrit Ismaili komt oorspronkelijk uit Kosovo en kwam naar Nederland om een master in performance art te doen. Ramona bezoekt hem in zijn huis in de Jacob van Lennepstraat, waar hij al volledig in de make-up op haar wacht en drie kledingsets heeft klaargelegd.

i-D: Hoi Astrit, leuk dat je tijd voor ons vrij maakt. Stel je eens voor.
Astrit: Ik ben Astrit Ismaili en ik kom uit Kosovo. Ik ben drie jaar geleden naar Amsterdam verhuisd om een master performance te doen aan DasArts. Ik componeer liedjes met de intentie om de kwetsbaarheid van de menselijke stem en lichaam te extraheren. Het zingen, de fysieke bewegingen en de poëzie van mijn werk zoeken de grenzen op om zo emotionele gevoelens bij de kijker op te roepen. Onderwerpen die terugkeren in mijn werk zijn destructie, seksualiteit, balans en zelfreflectie. Daarnaast voel ik me verbonden met gemarginaliseerde, gesegregeerde gemeenschappen – zowel op sociaal als politiek vlak. Dit maakt het bijna onmogelijk voor mij om niet met existentiële vraagstukken bezig te zijn. Ik onderzoek pijn door het bloot te stellen, en verwerk trauma door het een stem te geven.


Je groeide op in Kosovo. Kun je ons een beetje over je jeugd vertellen? Hoe is de creatieve scene daar bijvoorbeeld?
Ik ben in 1991 geboren in Pristina, wat toen nog deel van Servië uitmaakte. Ik heb de oorlog meegemaakt en de etnische zuiveringen van de Albanese gemeenschap door het Servische leger. Ik heb ook de vrijheid ervaren die kwam na de oorlog: een nieuwe vlag, een nieuw volkslied – het voelde echt als 'starting from zero'. Er moest een hoop gebeuren en dat was opwindend.

Ik was best een uitgesproken tiener. Zo ging ik weleens op klaarlichte dag met mijn camera op pad en poseerde ik naakt in het centrum van Pristina. Ik ben zelfs een keer door de politie opgepakt, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik kleedde me extravagant met veel make-up – mezelf zijn was de enige optie. Mensen waardeerden dat en ondersteunden me. In 2011 won ik The Artist Of Tomorrow Award, die me een beurs bood voor een residentie aan het International Studio & Curatorial Program (ISCP) in New York. Sindsdien prijs ik me gelukkig dat ik veel kan reizen en een wereldburger kan zijn. Kosovo is een van de meest geïsoleerde landen in Europa vanwege het strenge visaregime, maar ondanks dat doet de jeugd fantastische dingen, vooral in de culturele hoek. Ik denk dat het tijd is dat Europa zich open opstelt jegens Kosovo. We zouden ons allen vrij moeten kunnen bewegen, het is tenslotte bijna 2018.

Je gaat naar huis tijdens de feestdagen, onder andere vanwege visum-redenen. Hoe vier jij kerst met je familie?
Het is alweer een jaar geleden dat ik voor het laatst in Kosovo was. Ik kom uit een seculier gezin, maar toch vieren we altijd Kerstmis, naast Bayram en Ramadan. Het grootste gedeelte van de bevolking in Kosovo is moslim, maar we zijn een seculier land. De interreligieuze tolerantie binnen de Albanese cultuur is opmerkelijk. Religie is een persoonlijke keuze en iedereen wordt gerespecteerd voor wie ze zijn, vooral als het om religie gaat.

Hoe ziet jouw ideale kerst eruit als geld of iets anders geen rol zou spelen?
Mijn perfecte Kerstmis is dat ik met mijn zus Blerta samen ben, die overigens op dezelfde dag als Jezus is geboren [lacht]. Er zitten veertien maanden tussen ons, waardoor men vaak denkt dat we een tweeling zijn. We treden ook samen op, alleen de afstand tussen ons maakt dat wat moeilijk soms. We zouden waarschijnlijk iets lekkers bij onze ouders thuis eten, ons glamoureus kleden, in een taxi springen en met vrienden afspreken in een knusse bar en dan dronken worden van de rakija.

Je zegt dat je vaak met jonge ontwerpers werkt als je optreedt. Kun je ons daar iets meer over vertellen?
In mijn werk exploreer ik body politics en de verhouding tot genderidentiteit. Kleding speelt hierbij een belangrijke rol. Het verkleden is een statement. Ook al ben je niet geïnteresseerd in mode, datgene wat je draagt communiceert toch iets. Ik werk graag samen met jonge designers en gelukkig heeft Amsterdam er een hoop. Het werk van Flaka Jahaj, Sophie Hardeman, Pep Trapiello en Ting Gong vind ik fantastisch, maar ook make-upartiesten als Monsieur Plastique en Dean Zen. Het is inspirerend om met jonge, ‘edgy’ mensen te werken die graag de grenzen opzoeken.

Tagged:
ramona deckers
amsterdamse jongens thuis
Astrit Ismaili