dit amsterdamse modellenbureau is wars van industrie-conventies

Lou Renard scout modellen niet omdat ze aan modellen-criteria voldoen, maar puur om hun uitstraling. We vroegen haar naar haar ideeën over schoonheid en de veranderende mode-industrie.

door Rolien Zonneveld; foto's door Laila Cohen
|
apr. 24 2018, 8:31am

i-D spreekt en documenteert de pioniers in Nederland die onze ideeën over schoonheid verbreden. Lees er hier meer over.

Hoewel de roep om een divers modellenbestand steeds luider wordt, sieren elk modeseizoen toch vaak weer lange, magere en ‘buitenaardse’ modellen het gros van de catwalks en covers. Modellenagent en creative director Lou Renard snapt hier niets van. Iedere keer dat zij namelijk de straat op gaat ziet ze stralende, bijzondere karakters lopen die zeker niet zouden misstaan in de grote modecampagnes of shows, maar die niet per se voldoen aan de rigide criteria van de industrie. Voor die modellen besloot ze haar platform Let it Go te creëeren – een ‘mobiel’ agentschap, dat tussen Parijs, Berlijn en Amsterdam beweegt. Haar filosofie? Modellen vieren om hun schoonheid, en ze niet in het keurslijf duwen van wat de industrie van hen verwacht. Nieuwsgierig geworden spraken we met haar af om haar te vragen naar haar ideeën over schoonheid en de veranderende mode-industrie. Laila Cohen fotografeerde haar aanstormende talent.

i-D: Hoi Lou. Hoe ben je in het scouten verzeild geraakt?
Lou: Ik studeerde modeontwerp in Parijs en ging daarna aan de slag bij Rick Owens en Acne Studios. Zo raakte ik in contact met creatievelingen in de industrie. Ik kwam erachter dat ik niet per se zelf wilde ontwerpen, maar dat ik de combinatie van styling, art direction en casting veel interessanter vond. Ik wist aanvankelijk niet eens dat casting director een baan was, maar het viel vrij natuurlijk op z’n plek.

Je scoutte dus niet voor een agentschap?
Klopt. Ik wist altijd al dat ik er een op wilde richten, en dat ik niet voor iemand anders wilde werken. Wel assisteerde ik het begin een agentschap bij het coördineren van het verblijf van modellen – visa, reisschema’s, dat soort zaken. Gaandeweg ben ik er toen naast gaan scouten. Ik wilde een brug vormen. Toen ik die modellen vervolgens voorstelde bij bureaus realiseerde ik me dat mijn ideeën en die van hen fundamenteel clashten. Agentschappen omarmen namelijk vaak nog steeds een conventioneel idee van schoonheid, iets waar ik me niet in kon vinden.

Hoe kwam dat tot uiting?
Hoewel ik toen al met vrij ‘underground’ agentschappen en fotografen werkte – die ook zeker alternatieve schoonheid kunnen waarderen – werden de modellen die ik aandroeg toch vaak afgewezen omdat ze ‘te exotisch’ of ‘niet symmetrisch genoeg’ waren. Ik vond het slappe argumenten en bedacht me dat ik op een dag mijn eigen agentschap zou runnen.


Je voegde de daad bij het woord en richtte in 2016 je eigen agentschap op. Hoe ging dat in z’n werking?
In het begin was het allemaal nog heel erg ondergronds, maar gaandeweg werd het steeds grootser. Ik bleef mensen scouten en vrienden adviseren met betrekking tot hun shoots en op een dag realiseerde ik me dat ik genoeg mensen had verzameld om een eigen agentschap te beginnen. Fotograferen boden aan mijn gescoute modellen te portretteren, omdat ze hen interessant vonden – en zo is het balletje gaan rollen. Die combinatie van art director en casting director zijn zorgt er dus voor dat ik samen met merken en fotograferen persoonlijkere en meer interessante castings kan creëren.

Heb je überhaupt een vaste locatie waar vanuit je werkt?
Nee, ik heb een soort guerrilla-stijl bureau zonder vast kantoor. Maar dat werkt juist goed, ik kan me vrij bewegen en als ik een casting wil houden huur ik een ruimte. Ik hoef geen steriel kantoor met setcards aan de muur, waar niemand zich echt welkom voelt. Bovendien loop ik daardoor minder snel het gevaar dat ik in een soort stasis verval. Mijn bureau moet meebewegen, zowel letterlijk als figuurlijk.

Hoe scout je je modellen?
Ik struin steden af en ga naar drukbezochte plekken als vlooienmarkt. Ik ga er met open vizier in – ik kijk niet of mensen lang, of dun zijn, maar meer of ze een open energie hebben. Ze moeten niet te zelfbewust zijn – daarom vermijd ik al te hippe plekken. Ik vind mensen die zelfverzekerd zijn, maar tegelijkertijd bescheiden, heel mooi.

Hoe definieer jij schoonheid?
Ik heb geen vast idee over schoonheid, maar wat ik mooi vind is iemand die zichzelf accepteert. Iemand die zijn onzekerheden omarmt, en zich niet voor zichzelf schaamt. Maar ook raak ik gecharmeerd van mensen die iets te zeggen hebben, en daardoor sprankelen.

Het is jammer dat het schoonheidsideaal in de modewereld ook grotendeels gedicteerd wordt door zoiets schijnbaar willekeurigs als hoeveel centimeter je heupen zijn. Wat vind jij daarvan?
Ik vind het schandalig dat we in eenentwintigste eeuw nog steeds modellen de catwalk opsturen die eruitzien als twaalfjarigen, en die bovendien ook nog eens ongezond ogen. Dit terwijl er zoveel stralende, gezonde en mooie mensen op de wereld zijn. En ik geloof niet in het riedeltje dat dat soort modellen niet in de sample sizes passen, dan maak je die maar groter. Het helpt daarbij ook niet dat het schoonheidsideaal in de mode altijd ‘onbereikbaar’ moet zijn, en ‘buitenaards’. Mijn doel is om meer modellen op de catwalks te krijgen die representatief zijn voor de moderne samenleving.

Je vertelde eerder dat er veel interesse is in je modellen, maar als het puntje bijpaaltje komt klanten erg terughoudend zijn.
Ik zie wel een toenemende vraag naar meer ‘echtheid’, en klanten bejubelen de diversiteit van mijn modellenbestand ook, maar uiteindelijk gaan ze toch vaak voor de meer conventionele modellen. Men is toch bang ‘te radicaal’ te zijn. Toch is er ook wel ruimte voor verandering en zie ik echt een verschuiving optreden. Samenwerken met bekende merken en namen in de industrie heeft voor mij echt de kans gegeven om te groeien en verandering teweeg te brengen. Een diverse cast zou niet gezien moet worden als iets ‘radicaals’, het zou simpelweg normaal moeten zijn.

Toch zie je ‘normale’ modellen hier en daar wel ingezet worden – Vêtements stuurt nog net geen postbode de catwalk op – iets waarvan je kunt beweren dat het er wel erg dik bovenop ligt. Is zoiets denk je hypegevoelig?
Ik ben eigenlijk blij dat die ‘hype’ gekomen is en dat bedrijven hun campagnes en hun ideeën over schoonheid herevalueren. Ik vind het namelijk belangrijk dat de eigenheid van modellen doorschijnt. Mijn wens om meer levendigheid, kleur, en verscheidenheid aan lichaamsvormen in de industrie terug te zien, is dan ook oprecht. We moeten ons gaan losmaken van vastgeroeste ideeën en idealen die compleet irrelevant zijn vandaag de dag. Als men het gebruik van ‘conventionele’ modellen – ik heb een hekel aan die term – al een ‘mode-revolutie’ noemen, dan besef ik dat er nog veel werk aan de winkel is.

Credits

Fotografie: Laila Cohen
Make-up: Yo-kaw Pat
Met dank aan Cafe Modern