Quantcast

​ontwerper elisa van joolen heeft niets tegen kopiëren in de mode-industrie

Als het resultaat maar interessant is.

Tim Fraanje

Elisa van Joolen begint met nadenken waar andere modeontwerpers stoppen. Haar werk past daarom net zo goed op de New York Fashion week als in het Stedelijk Museum. "Ik vind steeds andere vormen. Dan is het een kledingstuk, dan een schilderij, of een tekening, dan wordt het een boek, of een gesprek. Het is niet zo dat ik denk: ik maak nu een collectie, dan presenteer ik dat, op de catwalk." Grote merken werken de laatste tijd massaal met elkaar samen, maar Elisa maakte al in 2012 stukken uit verschillende merken bestonden. Dat vraagt om uitleg, dus spraken we haar in haar atelier, in de hectiek voorafgaand aan de presentatie van haar nieuwe project, One-to-One. Ze schoof wat van de rondslingerende shirts en broeken opzij en we stelden haar een paar vragen.

Kun je eens wat vertellen over je nieuwe project?
Ik gebruik kledingstukken van vier verschillende merken: Patta, Bonne Suits, Ontour en Parra, die hun kleding allemaal produceren in dezelfde fabriek in Portugal. Ik inkt één kant in en dan druk ik, met een grote pers, - bam - dit shirt op dit jasje, bijvoorbeeld. Eigenlijk is het een soort kettingreactie. Een Bonne op een Patta, een Patta op een Ontour, een Ontour op een Parra.

Maar veel van die merken werkten sowieso al samen, toch?
Bonne en Patta wel, door Patta is Bonne bijvoorbeeld ook in Portugal gaan produceren, maar Ontour is echt een heel ander merk en Parra eigenlijk ook. Ik ben dit gaan doen omdat ik het een mooi idee vond dat al die kleren op één plek geproduceerd zijn. Dat ze een soort familieleden zijn. Broertjes en zusjes, tot ze de wereld ingaan en dan hele andere merken worden. Eigenlijk heb je het in de mode nooit over de fabriek waar het is gemaakt, maar alleen over het merk. Door deze manier van herbewerken, kun je nog beter naar die kledingstukken kijken. Een soort röntgenfoto's, zo scherp. Je ziet zelfs de achterkant erdoorheen en de druk van de pers is zo sterk dat zelfs de ritsen soms gaten boren in de stof. Ik ga voorbij aan het merk, aan het idee van een kledingstuk, en ik kijk naar de objectieve, reeële kwaliteiten van een stuk.

Vinden die merken het wel leuk dat er met hun merkidentiteit geknoeid wordt?
Zij zijn helemaal down met deze samenwerking. Natuurlijk speel ik met hun identiteit, maar ik zet hen ook op de kaart als een netwerk. Ik maak dit werk om mensen op een andere manier naar mode te laten kijken, maar het is niet zo dat ik kritisch ben op hoe zij het doen. Ik werk echt met hen samen daarin. Deze serie is nu ontstaan omdat een eerdere serie van mij in het Stedelijk hing, en mensen toen naar me toekwamen die zeiden: "ik wil dit dragen." Maar dan hangt het in een museum. Het is te gek dat het museum het heeft aangekocht, maar wat juist leuk is van een kledingstuk, is dat je het ook aan kunt doen. Bij de opening in de winkel Patta wil ik deze nieuwe serie ophangen zoals in een museum, maar dat mensen het nu wel van de muur kunnen halen en kunnen aantrekken.

Hoe sta je tegenover kopiëren in de mode-industrie?
In de mode-industrie wordt er altijd supernegatief naar kopiëren gekeken. Maar mijn zoontje van twee kopieert de hele dag, dat is hoe je leert. Kopiëren kun je ook op een hele andere manier doen, je hoeft niet klakkeloos hetzelfde te doen. Bij dit project kopieer ik kledingstukken, ik gebruik ze als stempel. Die ik dan weer op kleding van een ander merk stempel. En die dan weer op een andere. Dus er is een soort non-hiërarchie, want ze zijn zowel drager als ontvanger. Stempel en bestempelde, origineel en kopie. Ik wil de vraag stellen: wat is dat dan eigenlijk, dat kopiëren? Kunnen we dat niet op een positievere, interessantere manier inzetten dan alleen maar te zeggen: "oh, dat is heel slecht."

Stel, dat ineens de H&M jouw techniek ineens begint na te apen. Wat zou je daarvan vinden?
Fantastisch! Mensen inspireren en dat zij daar dan daarmee aan de haal gaan, why not? Dat hele idee van: 'dit is van mij en niemand anders mag daar aankomen', dat zijn we wel voorbij. Het is wel goed om de juiste credits erbij te zetten overigens. Maar wat ik te gek zou vinden, is als mensen denken: ik heb kleding die ik niet zo leuk meer vind, en mijn vrienden ook, dan gaan we dat op elkaar stempelen, en maken we zo een nieuwe collectie. Ik denk dat het onoverkomelijk is dat we zo verder gaan. Het idee van de mode-ontwerper die in zijn ateliertje is voor mij niet relevant, het is niet de manier waarop ik ooit heb gewerkt. Ik houd veel meer van dat remixen en samplen, zoals een dj.

Kopiëren is leuk, als het op een interessante manier wordt gedaan. Ik was naar Manifesto, op het Holland festival, dat was echt te gek. Een grote installatie, met dertien schermen, en Cate Blanchett die dertien verschillende karakters speelt. Haar tekst bestaat uit verschillende manifesten uit de geschiedenis, geschreven door kunstenaars, filosofen, dansers, choreografen. Echt briljant hoe accuraat het is, terwijl sommige al in 1920 zijn geschreven. Eentje daarvan was ook 'nothing is original, there is only authenticity.' Niets is meer origineel. Het gaat om de handeling, om met wat voor intentie je dingen doet. Toen dacht ik: ja dat is ook zo. Als ik iets hoor over 'de laatste mode' denk ik: haha, iedereen kopieert zich helemaal suf.

Donderdag 29 juni om 17.00 uur presenteert Elisa van Joolen haar nieuwe serie kledingstukken bij Patta (Zeedijk 67) en bij Zeedijk 60 in Amsterdam.

Credits


Fotografie Blommers/Schumm