Vetements S/S 20, fotografie Mitchell Sams

hoe mode geobsedeerd raakte door workwear

Van Kanye en Frank op het Met Gala tot de opkomst van labels als Kiko Kostadinov – we onderzochten wat de liefde voor workwear over de mode van nu zegt.

door Osman Ahmed
|
26 juni 2019, 1:32pm

Vetements S/S 20, fotografie Mitchell Sams

Kanye West droeg dit jaar op het Met Gala een jas van Dickies van 40 euro. Daarmee werd er een nieuwe weg ingeslagen met het Amerikaanse workwearmerk, dat in 1922 werd opgericht en van oudsher bescheiden werkkleding voor de arbeidersklasse maakt. Ook was het paradoxaal. Aan de ene kant is workwear in de mode en wordt het door veel mensen (waaronder Kanye) gedragen die het in hun dagelijks leven niet nodig hebben – in ieder geval niet voor hun beroep. Maar aan de andere kant is het anti-mode: er zijn veel mensen die het merk dragen uit noodzaak, niet als accessoire.

Workwear was immers ook een toonbeeld van sociale status: je kon letterlijk de sociaaleconomische hiërarchie onderscheiden tussen de witte boorden (mensen met een kantoorbaan) en de blauwe boorden (arbeiders). Workwear was praktisch en duurzaam, gemaakt voor comfort en bruikbaarheid. Het was ontworpen voor fysiek werk, om vies in te worden en om elke dag te dragen. Het is in een bepaald opzicht het tegenovergestelde van mode, omdat het de nadruk legt op collectieve anonimiteit, en er geen enkele uitdrukking is van individualiteit. En dat is niet het enige: voor veel mensen zijn timmermansbroeken en katoenen overalls niet alleen kleren. Het zijn de belichamingen van een dag hard werken, de gemene deler van het leven in de arbeidersklasse.

Je zou denken dat dit soort kleding niet nodig is voor het beroepsleven van millennials. Meer mensen dan ooit werken op hun laptopje vanuit huis, of in kantoren met zitzakken, bij tech start-ups of voor werk dat vijf jaar geleden nog niet bestond (hé influencers!). Toch heeft de modewereld door de jaren heen veel workwear overgenomen: Prada had clip-on ID-badges, Louis Vuitton verpleegstersuniformen, Calvin Klein brandweerjassen, Martin Margiela met verf bespatte schoenen, Vetements dat ene DHL T-shirt. Yohji Yamamoto maakt al tientallen jaren luxe workwear en Junya Watanabe is een pionier in samenwerken met workweargiganten als Dickies, Carhartt, Hervier en The North Face. Onlangs droeg Timothée Chalamet nog een oversized T-shirt dat niet zou misstaan bij een benzinestation in het Midwesten van Amerika. En Frank Ocean leek dit jaar op een bewaker op het Met Gala met zijn zwarte laarsjes, nylon anorak van Prada, witte shirt en zwarte das.

Lang voordat je workwear op de rode loper zag (hoewel Tupac in 1993 al denim workwear droeg voor de Soul Train Music Awards), was het in de jaren tachtig en negentig al onderdeel van bepaalde subculturen. Het werd gedragen en gemixt met militaire kleding, skatekleding, sportkleding en vondsten uit de kringloop. Destijds was het duidelijk anti-mode, maar in 2019 is streetwear een van de favoriete begrippen van de mode-industrie. Labels die ooit bij bepaalde subculturen hoorden, worden steeds meer mainstream. Daardoor raakten veel streetwear-labels hun authenticiteit kwijt toen ze wereldwijde merken werden, en bezit traditionele werkkleding die nog steeds.

Wat zegt de obsessie met deze eenvoudige kleding over de mode-industrie? Tot nu toe niets meer dan dat luxedieren niets liever willen dan zich verkleden als arbeider. Dat is problematisch: sommige critici hebben het al bestempeld als toe-eigening van klasse. Workwear is misschien toch niet helemaal wokewear.

1560431637439-untitled-article-1452335903
Craig Green AW16, fotografie Mitchell Sams

Maar wacht nog even met een woedende tweet de wereld in sturen en neem in overweging dat er een generatie van modeontwerpers bestaat die workwear vanuit een oprecht en zeer persoonlijk standpunt behandelt. Er waren deze maand tijdens London Fashion Week Men’s verschillende ontwerpers – Craig Green, Kiko Kostadinov en Samuel Ross van A-COLD-WALL* – met workwear-achtige collecties die absoluut niet cliché waren. Hun kijk op workwear en uniformen was genuanceerd, omdat ze zelf ook opgroeiden in arbeidersgezinnen. Het was een verkenning van kleding met een culturele betekenis – in plaats van weer een gevederde cape met miljoenen pailletten.

Neem bijvoorbeeld Kiko Kostadinov. Zijn vader werkt in de bouw en zijn moeder als schoonmaker. Toen hij als tiener van Bulgarije naar Londen verhuisde, werkte hij parttime in de weekenden met zijn vader. Hoewel hij hun werkkleding nooit als iets bijzonders had beschouwd, begon hij workwear wel te verkennen toen hij aan Central Saint Martins studeerde. Zijn eerste collectie zat vol katoenen marineshirts en weerbestendige broeken met gedraaide plooien die op een slimme manier de ruime zakken verborgen. Hij liet zich inspireren door de kleding waarin hij zijn ouders zag en combineerde het met verwijzingen naar Deense, Japanse en Zweedse workwearcatalogussen. Zo veranderde hij het op een moderne en slimme manier in iets nieuws. “Het ging heel natuurlijk,” zegt hij. “Als je naar zoiets verwijst, moet je het vernietigen en er iets nieuws van maken, anders is het te letterlijk. Waarom zou je iets van Prada kopen als je het ook van Patagonia kan kopen?”

In de laatste show van Kiko werd de wereld van het paardenrennen verkend. Hij gebruikte de jockeys met hun kleurrijke outfits, het welgestelde publiek in hun maatwerkpakken en de verzorgers van de paarden in hun anorakken en shorts. Zo creëerde hij een microkosmos van de samenleving en wees hij erop dat kleding ook duidt op een sociale rangorde. “Drie sets uniformen, drie verschillende groepen mensen die samenvloeien en tegelijkertijd van elkaar verwijderd zijn,” zei hij erover.

Craig Green groeide ook op in een buitenwijk van Londen. Zijn familie bestond uit loodgieters, timmermannen en elektriciens. Zoals de meeste Britse kinderen moest hij naar school in een uniform, waar hij een beetje rebels van werd. Soms verwisselde hij zijn broek met een trainingsbroek, andere keren verving hij zijn schoolschoenen door zwarte sneakers. Tegenwoordig maakt Craig een zeer modern uniform. “Ik ben altijd gefascineerd geweest door het idee van uniformiteit en manieren om mensen in groepen in te delen.,” vertelde hij me eens. “Mijn eerste collectie ging over de relatie tussen religieuze kleding en workwear: het ene is functioneel en het andere spiritueel functioneel. Er zijn veel overeenkomsten tussen deze soorten kleding, als je kijkt naar hun eenvoudige aard.”

In de nieuwste collectie van Craig zaten bruine cargobroeken met zakken aan de buitenkant, terracotta leren overalls met knitwear, en zijn kenmerkende patchwork-werkjassen in roze zijde, grijze nylon en kobalt katoen. Hij verwerkte workwear tot iets moois, speciaals en individueels. Het richtte zich op het banale en alledaagse, maar ook op het buitengewone: hij verwees naar apotropaeïsche spiegels, anatomische tekeningen, gebruiksvoorwerpen om overhemden te vouwen, Egyptische begrafenisrituelen en feestelijke Mexicaanse paasvlaggen.

Zijn onderzoek naar werkkleding is ook heel relevant, omdat industriële banen steeds meer gemechaniseerd worden. In deze wereld waarin pakjes door drones worden bezorgd, vindt hij het romantisch – en misschien zelfs wel eigenaardig – dat er functionele kleding bestaat, die is ontworpen voor fysieke arbeid. De Rust Belt in Amerika en de mijnen in het noorden van Engeland zijn verlaten en geven de uniformen en werkkleding absoluut geen gevoel van collectieve identiteit meer. Het is niet meer dan logisch dat zulke kledingstukken worden getransformeerd tot een symbool van iets dat ooit was, een verre herinnering aan eenvoudigere tijden, een overblijfsel uit een eerbiediger verleden.

1560431913968-1528733847382-ACWSS19-5
Fotografie Alin Kovacs

Een paar jaar geleden werkte ontwerper Heron Preston samen met het Department of Sanitation van New York. Hij maakte een collectie die inspeelde op de uniformen van vuilnismannen en schoonmakers. Zonder een greintje ironie vertelde hij me destijds: “Mensen die hun handen gebruiken, mensen die zweten en mensen die zwaar werk doen, doen hun werk op een van de eerlijkste manieren.” Sindsdien heeft hij ook samengewerkt met NASA (ja, die van de astronauten) en Carhartt, waarvoor hij functionele kledingstukken duurzamer maakte. Afgelopen januari verkende hij tijdens zijn debuutshow in Parijs de wereld van beveiligers en douanebeambten. Het was een collectie met veel gevoerde veiligheidsvesten en jacks met zakken. In veel opzichten speelt hij met de clichés van Americana en transformeert hij die in stadskleding voor een generatie van gelijkgestemde mensen: creatievelingen, dj’s, grafisch ontwerpers. Het voelt in zijn geval organisch en geeft blijk van een interesse in de kleding van de mensen die hij op straat tegenkomt – in plaats van dat het gewoon mensen in streetwear zijn.

Workwear staat vol in de aandacht van de mode-industrie. Maar hoe hard het ook getransformeerd door talentvolle ontwerpers, het aspect van anti-mode blijft toch het beste. Als je de echte workwear in handen wilt krijgen, zal je ervoor moeten werken.

Tagged:
Dickies
Mode
Raf Simons
vetements
workwear
craig green