de draaiende parabolen van johannes offerhaus

De vierentwintigjarige ontwerper presenteerde zijn dynamische mode-installatie in een miniloods in Amsterdam-West. i-D was aanwezig en sprak het jonge talent.

door Iris van Hest ; foto's door Lucas Christiansen
|
21 november 2017, 1:06pm

Wanneer we de expositieruimte binnenstappen, worden we in duisternis gehuld. Het duurt even voordat onze ogen zich kunnen aanpassen aan het gebrek aan licht en de silhouetten van de toeschouwers kunnen ontwaren. Een beetje onwennig lopen we om elkaar heen te draaien, tot Johannes Offerhaus naar voren stapt. Johannes is een ontwerper die ons eigenlijk een beetje doet denken aan een jonge, moderne Hussein Chalayan – ook zijn stijl heeft iets architectonisch en complex. Zijn kledingstukken lijken zich dan ook maar weinig aan te trekken van de zwaartekracht. Wiskundige vormen, en dan met name de kegelvorm, zijn een terugkerend motief. Met zijn roterende rokkencollectie won hij vorig jaar de Frans Molenaar Award, waar een geldprijs van tienduizend euro aan verbonden zit. Met dat prijzengeld ging hij aan de slag om een nieuwe collectie te ontwerpen, waar wij nu het resultaat van mochten zien.

In plaats van zijn collectie te presenteren door middel van een conventionele catwalkshow, maakte Johannes een grote mode-installatie, waar hij wiskundige parabolen als uitgangspunt voor heeft genomen. Het resultaat blijkt prachtig. Zodra het doek valt zien we grote vliegerachtige constructies van gekleurd, doorschijnend textiel die bespeeld worden door modellen alsof het enorme harpen zijn. De modellen zijn daarbij gehuld in een soort futuristische, kegelvormige creaties, en hebben bijna iets atletisch.

Het is voor Johannes ook de eerste keer dat hij zijn volledige installatie samen ziet komen. “Toen ik het ontwerp maakte zat het vooral nog in mijn hoofd. Dit is eigenlijk de eerste keer dat alles samenkomt, dat alles beweegt. Het is uitgekomen zoals ik wilde, ik ben er heel blij mee,” vertelt hij ons na afloop van de show. “Het is heel fotogeniek. Ik weet niet of ‘interactief’ het juiste woord is, maar als toeschouwer kun je het van alle kanten bekijken.”

Dat mode driedimensionaal is bewijst hij maar weer eens. Waar vaak collecties alleen vanaf de voorkant gefotografeerd worden, vertelt Johannes dat sommige van zijn stukken juist beter tot hun recht komen van de zijkant. Juist daarom kiest hij voor een andere aanpak dan een doorsnee modeshow met een catwalk. De draaiende parabolen zijn een lust voor het oog en dat is ook af te leiden aan de reactie van de toeschouwers. Aanwezigen drommen met hun camera’s en telefoons om de creaties vast te leggen. Zoals Johannes zelf al zegt, zijn de ontwerpen ontzettend fotogeniek.

Als we hem vragen naar zijn interesse voor techniek, vertelt hij ons dat hij vroeger als kind in Amsterdam al geboeid was door de naaimachine van zijn overbuurvrouw. “Machines zijn mijn grootste bron van fascinatie. Ik vind het fantastisch hoe alle onderdelen samenwerken en bewegen, en een machine is voor mij het symbool van het overbrengen van kracht,” legt hij uit. De interesse voor techniek werd dus al vroeg gewekt, en hij kon uren aan een stuk in een knutselhokje zitten en kleine kunstwerkjes maken of machines uit elkaar halen. “Ik vond het zo fijn om met materiaal te werken wat geen vaste vorm heeft. Met stoffen kun je ontzettend veel kanten op, je bent alleen afhankelijk van de zwaartekracht.”

Over zijn toekomstplannen kan hij nog geen uitspraak doen. “Ik weet het niet zo goed. Ik wil in ieder geval doorgaan met het maken van dingen — in welke vorm, en op welke manier, dat moet nog blijken,” zegt hij enthousiast. “Ik denk dat je als ontwerper in de huidige kunstwereld zoveel kanten op kunt. Je kunt alles doen wat je wilt, en ik denk dat het dan ook interessant blijft. Ik heb heel veel ideeën, maar ik denk dat dat nooit meer een catwalkshow zal zijn. Ik denk dat dat ook een beetje over is in de modewereld. Je ziet de reacties, iedereen vindt het fantastisch en reageert er op een bepaalde manier op. Daar ben ik blij mee. Het gaat om de interactie, en niet dat je alleen als toeschouwer op een stoel zit, en maar van een kant kunt toekijken. Ik wil de hele ruimte vullen met mijn ontwerpen.”

Tagged:
installatie
Frans Molenaar Award
Johannes Offerhaus