jeruzalem: op zoek naar subculturen in de heilige stad

We bezochten Jeruzalem om te zien hoe een nieuwe generatie jonge Israëliërs op creatieve wijze reageert op het conflict van de stad.

door Felix Petty
|
07 september 2015, 3:34pm

Tegen de tijd dat de tweede Palestijnse opstand in 2005 ten einde liep, was Jeruzalem geruïneerd. Bijna 6000 mensen waren om het leven gekomen, het grootste gedeelte daarvan was van Palestijnse afkomst. Daarnaast ging de Israëlische economie er zwaar op achteruit, doordat toeristen wegtrokken uit de stad die symbool was komen te staan voor verdeeldheid, de dood, conflicten en de hardnekkige aard van religieus-nationalistische politiek.

De stad had daarbovenop recentelijk de rechtse, orthodox-joodse burgemeester Uri Lupolianski verkozen, wiens ideeën lijnrecht stonden tegenover de homo- en lesbiennegemeenschappen, hun creativiteit, hun nachtleven, en zelfs hun geschiedenis. Als reactie hierop vertrokken grote groepen inwoners van Jeruzalem naar Tel Aviv of het buitenland, omdat zij geen manier zagen om te leven in een stad waar verdeeldheid, spanning en vooroordelen heersten.

De opstand begon na een bezoek van de oppositieleider Ariel Sharon aan de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg, de heiligste plek in de stad voor zowel religieuze joden als moslims. Op de Tempelberg staat de Rotskoepel, die met zijn glimmende, gouden koepel een baken is te midden van het religieuze conflict van de stad. De koepel is een constante herinnering aan het verleden van de stad, en waar dat verleden voor staat. Want Jeruzalem kent natuurlijk een grote geschiedenis, maar geldt hetzelfde voor de toekomst?

Jeruzalem werd in 1948 verdeeld in een Arabische en een Joodse helft. Hoewel Israël de Oostelijke helft bezette, inclusief de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, heeft deze verdeling na de oorlog van 1967 een blijvende lijn door het midden van de stad achtergelaten. Wanneer je oversteekt naar Oost-Jeruzalem is de kans klein dat je, buiten de ultra-zionistische nederzettingen, veel Joden zal tegenkomen. Er is een diepe, culturele verdeling die het hart van de stad doorsnijdt, een verdeling die geen muur nodig heeft om te worden afgedwongen.

Conflicten creëren, volgens algemene veronderstellingen, kunst uit plaatsen die de politiek niet weet te bereiken. In Noord-Ierland had je bijvoorbeeld de Fall Road-muurschilderingen, George Best en The Undertones; het verdeelde Berlijn bracht krautrock en techno voort; de Spaanse Burgeroorlog deed hetzelfde met Hemingway, Lorca en Picasso; de gesegregeerde zuidelijke staten van Amerika waarin rock and roll, de blues en soul tot stand kwamen… Maar over Jeruzalem zou men kunnen zeggen dat het hierin uniek is, aangezien haar breuk geen gemakkelijk herkenbaar cultureel symbool bevat, geen glanzend artistiek licht dat de cultureel-politieke verdeeldheid gebruikt voor een creatieve visie. Het is zichtbaar in de stenen van de stad; haar veranderende architectuur, gevormd en hervormd door vele golven van bezetters en bevrijders, de plaatsnamen die zijn gewijzigd om de geschiedenis te herschrijven, maar welk geluiden, welke literatuur en welke visies vertegenwoordigen de huidige situatie?

Jeruzalem is een stad van opposities, de plaats waar Oost en West samenkomen. Is het een tussengebied of een buitenpost? Zijn de bewoners indringers of autochtonen? Burgers of buitenstaanders? Kolonisten of herintreders? Hoe is het mogelijk om gewoon te leven in een stad als deze? Is dat eigenlijk wel mogelijk?

Ondanks al deze onrust, heeft Jeruzalem wel haar eigen unieke, culturele identiteit weten te behouden, ook al wordt deze voor een groot deel genegeerd. De underground van Jeruzalem wordt gevoed door de spanningen en geschiedenis van de stad, en heeft zichzelf tussen de strijdende partijen van de stad geplaatst. Tel Aviv mag dan het epicentrum van de liberaal-joodse gemeenschap zijn geworden, en de cultuur van Jeruzalem mag dan wel worden genegeerd (de verslaggeving richt zich alleen op de conflicten), maar net als onkruid vergaat ook cultuur niet, hoe hard je het ook probeert te vernietigen.

Op een bepaald moment in de vorige eeuw stelde Engeland Oeganda voor als thuisland voor de Joodse staat, in plaats van de meer vergankelijke Mandaatgebied Palestina. De club Uganda, die in het centrum van Jeruzalem staat, dankt haar benaming aan dit korte en vergeten voorstel. Het was één van de weinige clubs die zowel de Tweede Intifada als het groeiende politieke conservatisme van de stad wist te overleven. Het werd een toevluchtsoord, een ontmoetingsplek voor de ontevreden, rebelse buitenstaanders van de stad. De groep was zo klein en hermetisch dat het een unieke mix van cross-culturele bestuiving vormde, die de basis zou zijn voor 'de scene van Jeruzalem'.

Het is 3 uur 's nachts, en ik ben in Uganda (de club) voor het debuut van een nieuw technolabel uit Jeruzalem, genaamd Confused Machines. Deze nacht is onderdeel van Frontline, een week vol evenementen in de stad die het unieke en vaak genegeerde verhaal van het muzikale leven hier vieren. Uganda is klein, je kan er met veel moeite misschien 100 mensen in kwijt, maar de mensen dansen vrij en vol overgave, verscholen achter de gordijnen die de club scheiden van het steegje buiten. Twee jongens van het label draaien zo'n 5 uur lang techno, terwijl een groep jonge inwoners van Jeruzalem tot in de vroege morgen rookt en drinkt, velen met het lange haar dat zo typerend is voor de jeugd die aan de verplichte militaire dienst, waar de hoofden worden geschoren, is ontsnapt. In een stad waarin het vrijwel onmogelijk is om aan de politiek te ontsnappen, schreeuwen nachten zoals deze het uit van politiek escapisme.

Frontline werd 5 jaar geleden voor het eerst georganiseerd onder leiding van Gilly Levy (28 jaar oud en in Jeruzalem geboren en getogen). Het was bedoeld als onderdeel van de Season of Culture, een bredere onderneming die probeert de stad in een positiever licht te zetten door het verhaal van de stad niet enkel op haar religieus-nationalistische elementen te baseren. Hiermee werd ernaar gestreefd om juist een beeld neer te zetten van de creatieve, muzikale jongeren die het niet per sé eens zijn met de daden van de overheid, en dromen over en werken aan een meer progressieve toekomst.

Frontline keert eens per jaar, 4 nachten lang, terug om de diversiteit van de jeugd van de stad te vieren en onderstrepen. De dancescene, het experimentalisme, de popcultuur, en de politieke betrokkenheid staan centraal. Frontline dient die nachten als uitvalsbasis voor een gemeenschap die van alle kanten onder druk staat, het biedt de buitenbeentjes van de stad een kans om in de schijnwerpers te staan, en te laten zien welke culturele ontwikkelingen, temidden van de conflicten van de stad, kunnen ontstaan. "Alles wordt een reactie op wat je om je heen ziet," antwoordt Gilly op de vraag wat de muzikale sfeer van de stad kenmerkt. "Het conflict domineert de stad, het is verscheurd door nationalisme en religie, en tussen die twee krachten in zit onze kleine groep, die de dreiging van alle kanten voelt. En juist omdat we zo klein zijn en niemand iets om ons en onze cultuur geeft, zijn we een extreme minderheid in deze stad. Iedereen die zichzelf in deze situatie begeeft, voelt een enorme verbondenheid met alle anderen in dezelfde situatie. Het maakt ons niet uit als je een band begint waarin de ene persoon viool speelt en de ander videoprojecties maakt, want iedereen is uit pure noodzaak met elkaar verbonden. Er zijn hier geen verschillende scenes. Je kunt niet onderdeel zijn van de metalscene, of van de hiphop- of visual-artscene. Er is maar één scene, en iedereen is er onderdeel van."

Deze kleinschaligheid en privésfeer hebben geleid tot de uniciteit die Gilly met Frontline heeft weten te ontginnen. Het is lastig om te spreken over 'hét geluid van Jeruzalem', die bestaat niet. Het is de mentaliteit van Jeruzalem die alles verbindt.

Alles in Jeruzalem krijgt uiteindelijk een politieke lading, dat is onvermijdelijk. Alleen al het feit dat sommige van deze bands het podium delen en daarmee een gevoel van eenheid oproepen, herinneren je op paradoxale wijze aan de breuken waar de samenleving in deze stad onder lijdt. Op een nacht van het festival is in een overvolle bar in het centrum van de stad te zien hoe Palestijnse volksartiesten het podium delen met Barak Cohen, een Mizrahi-Jood die een band begon nadat hij door de politie in elkaar werd geslagen omdat zijn buurman hem naar Arabische muziek hoorde luisteren. In deze context kan de muziek zelf als secundair worden ervaren ten opzichte van het verlangen naar expressie, en het feit dat een verlangen naar expressie kan en mag bestaan. Het is eerder een herbevestiging van de menselijke geest om hier in een band zitten en dingen creëren, dan een verlangen naar succes. Dit is geen stad waar je heen gaat om 'het te maken', veel geld te verdienen of een ster te worden. Het is een stad waarin je vastzit en je toch maar probeert er iets van te maken. "Muziek werkt helend voor ons," vertelt Gilly. Deze kroegen en clubs, hun dansvloeren en podia, de beweging en fysieke samenkomst zijn remedies tegen een zieke realiteit.

"Jeruzalem is een stad vol geweld en woede," gaat Gilly verder. "Wanneer je naar het centrum van Jeruzalem gaat, zie je militairen op straat, er is zoveel spanning, en ik denk dat mensen zich realiseren dat het leven te kort is, dat dit allemaal bullshit is. Waarom zou je nog proberen om een superster te worden, een trend te volgen en populair te worden, wanneer je in een situatie als deze leeft?"

Dit is terug te zien in het programma van het festival, dat opzettelijk niet commercieel is. Fronline is geen tentoonstelling zoals The Great Escape en South By South West dat zijn, vol met A&R (artist and repertoire) mensen met minstens twee telefoons en verkoopdoelen die ze moeten behalen.

Het festival vindt grotendeels plaats in het Hansen, de oude leprakolonie van de stad, wat nu een evenementenruimte is voor verschillende kunstvormen. De eerste band die het tijdelijke podium betreedt is 60 Reebo, een band die door Gilly werd ontdekt toen ze in een kelder vlakbij het oude busstation aan het oefenen waren. De zanger, Mickael Meresse, groeide op in een atheïstisch gezin, maar maakte later zelf de overstap naar het orthodoxe jodendom. Met zijn band laat hij zijn liefde voor de religieuze geschriften samenkomen met heavy metal en avantgarde-noise. Terwijl hij al moshend en dansend over het podium gaat, heeft hij moeite zijn keppeltje op zijn hoofd te houden.

"Sinds de Tempel is vernietigd", legt Mickael uit, "hebben joden geen eigen muziek meer gehad, omdat de muziek van de joden uit de Tempel kwam. Dus joodse muziek werd wat mensen in Frankrijk of Oost-Europa hoorden, maar met Joodse woorden erin. En we doen ongeveer hetzelfde met metal."

60 Reebo is misschien het meest uitgesproken voorbeeld, maar in Jeruzalem spreken meer mensen in spirituele termen over muziek. In tegenstelling tot popmuziek, iets zo simpel dat het geen plek in zo'n complex politiek landschap heeft, spreken zij over muziek als iets spiritueels. Ze zien muziek niet eens zozeer als iets religieus, maar een rituele uitingsvorm, een copingmechanisme. En zelfs al neemt deze muziek soms de vorm van een popnummer aan, de opvoering ervan in deze context zorgt ervoor dat het uitgroeit tot iets wat veel complexer is, veel moeilijker te bevatten.

Frontline is een festival dat maar weinig duidelijke keuzes maakt in de line-up, al is het alleen al omdat er zo weinig keuzes te maken zijn wanneer je put uit de huidige muziekindustrie van Jeruzalem. Maar ook deels omdat het creatieve leven in de stad zoiets tijdelijks is. Het is lastig om een carrière op te bouwen in een stad die door iedereen uiteindelijk wordt verlaten, op weg naar Tel Aviv of het buitenland.

Adi Kum is één van de mensen die uit Jeruzalem zijn vertrokken. Ze is geboren en opgegroeid in Jeruzalem en voelde zich thuis in de punkscene van de stad, voordat ze verhuisde naar Tel Aviv, om vervolgens naar Berlijn te verhuizen. Hier begon ze een elektronisch project onder de naam Dane Joe, waarbij ze donkere, minimalistische beats voortbrengt. Ze is terug op het festival voor het debuut van haar nieuwe EP.

"In iedere stad met zoveel onderdrukkende structuren zal een undergroundscene ontstaan om de woede die opborrelt, tot uiting te brengen." Ze vertelt over haar begindagen in punkbands in Jeruzalem. "Na een tijdje begon het te voelen alsof we altijd voor dezelfde 40 mensen optraden, snap je, het is een kleine scene, en als je rondkijkt zie je dat alle anderen ook in een punkband zitten, dus het komt er op neer dat je alleen maar naar elkaars concerten gaat. Dat is de reden waarom ik uiteindelijk het besluit nam om naar een grotere stad te vertrekken, want hoe lang hou je dat vol?"

"Ik vind het niet fijn wat hier gebeurt. Het is zo verschrikkelijk zwaar om in deze stad te leven. Maar ik ben trots op mijn vrienden, die dit festival hebben georganiseerd, dat ze ervoor vechten en echt proberen om er iets van te maken, ondanks alle bullshit waar je door omringd wordt als je hier woont. Ik was het schreeuwen zat. Er gebeuren zoveel deprimerende dingen in deze stad, het kost moeite om te voorkomen dat het je verstikt.

De belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen als je woont in een stad als deze is dan: hoe leef je in een stad waarin je continu de last van een moeizame geschiedenis vol onderdrukking op je schouders draagt? Hoe bouw je een duurzame, creatieve gemeenschap op wanneer mensen door de politiek worden gedwongen tot zaken waar ze het niet mee eens zijn en waar ze geen verandering in kunnen aanbrengen? Zeker wanneer de wereldwijde opinie op stereotyperende wijze alle Israëliërs afschildert als medeplichtigen aan deze politiek, op welke manier dan ook.

Gedurende het gehele festival vormen de boycot, desinvestering en sancties de spreekwoordelijke olifant in de kamer. In een stad waarin ieder gesprek, zeker voor een buitenstaander, al snel over politiek gaat, is het een onderwerp dat niet snel zal worden aangesneden. De jonge Israëliërs die de creatieve levendigheid in deze stad proberen te bevorderen, zitten namelijk niet alleen gevangen tussen de strijdende partijen van de stad, het land en de hele regio, maar ook tussen de bredere globale perspectieven op het conflict. Hoe krijg je de aandacht van de wereld, als de wereld haar uiterste best doet om jou te negeren?  

Credits


Tekst Felix Petty
Fotografie Noam Chojnowski

Tagged:
SUBCULTUREN
Subcultuur
Jeruzalem