aminanta vertelt hoe het voelt om als zwart model in het diversiteitsdebat betrokken te worden

Haar persoonlijke relaas tekent een systematisch en internationaal probleem.

door Aminanta Minte; foto's door Casper Kofi
|
04 december 2017, 10:22am

i-D spreekt mensen uit de Nederlandse mode-industrie om erachter te komen of we er al echt zijn op het gebied van diversiteit en stelt daarbij misstanden aan de kaak. Lees er hier meer over.

Ik was zestien jaar oud toen ik voor het eerst gescout werd. Lang, slungelig en bovendien heel erg bewust van mijn zwarte huidskleur kon ik niet geloven dat er iemand was die mij speciaal genoeg vond om op de foto te zetten. Verbaasd nam ik het visitekaartje aan en stopte het in mijn broekzak met in mijn hoofd de gedachte dat ik er nooit wat mee zou gaan doen.

Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van mijn onzekerheid en ging ik toch in op het voorstel van de fotograaf. Sindsdien is mijn leven drastisch veranderd. Het beeld dat ik van mezelf had veranderde. Mijn kroeshaar, lichaamsbouw en huidskleur werden mijn unieke verkooppunten – voorheen zag ik ze als lelijke obstakels.

De modewereld was alles wat ik me voorstelde, beter zelfs. Ik ontmoette veel mensen, kwam op leuke plekken en kreeg de mooiste looks aan. Iedere keer als er een fotograaf of make-up artist me een compliment gaf, groeide ik. Voortaan liep ik de deur uit zonder dat mijn moeder hoefde te zeggen dat ik rechtop moest lopen. Nee, tegenwoordig schreed ik.

En toch bleef ik onzeker. Zelfs met de nieuw verkregen zelfverzekerdheid bleef ik twijfelen aan mezelf. Want net zoals op de middelbare school was mijn aanwezigheid in de mode-industrie eerder uitzondering dan de regel. Je wordt geprezen om je looks, maar tegelijkertijd merk je dat het niet vanzelfsprekend is als je wordt geboekt voor een klus. Vinden jullie me echt leuk, of willen jullie graag het diversiteitsvakje aanvinken, vroeg ik me weleens af.

Er waren momenten geweest waar ik gillend naar huis had willen gaan. Maar ik deed het niet, omdat ik niet wilde overkomen als een diva. Mijn (toen nog lange) haar ging van schouderlengte naar kinlengte omdat hairstylisten geen kennis hadden van kroeshaar en ik er niks van durfde te zeggen. “Ik doe maar wat,” zei een hairstylist tegen me terwijl hij met mijn haar bezig was. Uiteindelijk heb ik mijn haar moeten afknippen omdat het in rap tempo afbrak.

Langzamerhand ging ik meer patronen zien. Als ik naar een casting ging bijvoorbeeld, ging het altijd tussen mij en het andere zwarte model. Dat wist ik, omdat het bijna niet voorkwam dat er twee zwarte modellen voor een klus geboekt werden. Als ik niet geboekt werd, dan was dat omdat ze het andere zwarte model hadden geboekt.

Fotoshoots met ‘Afrika’, jungle of felle kleuren als thema heb ik allemaal kunnen afstrepen van mijn ‘als zwart model moet je dit hebben meegemaakt’-bucketlist. Net als de zin: “Die kleuren staan jullie zo mooi!”, terwijl ik de enige zwarte persoon in de ruimte was.

Meerdere malen werd me gevraagd mijn eigen foundation mee te nemen, omdat de make-up artist mijn huidskleur niet had. En dan kwam ik op de set aan en zag ik vijftig tinten witte foundations voor de andere modellen en moest ik het doen met de wetenschap dat ik in ieder geval niet grijs opgemaakt zou worden die dag. Ja, dat doet wel wat met je eigenwaarde.

Al deze ervaringen durfde ik voorheen niet te delen met de mensen met wie ik werkte. Ik was bang. Bang dat ik niet geloofd zou worden, of dat het me klussen zou kosten. Toen topmodellen Jourdan Dunn en Nykhor Paul in 2015 naar buiten traden met soortgelijke ervaringen schrok ik wakker. Ik realiseerde me dat je als zwart model zelfs aan de top niet hoeft te rekenen op gelijke behandeling.

Nu de diversiteitskwestie ook in Nederland op zijn hoogtepunt is, volg ik met gemengde gevoelens de ontwikkelingen in de tijdschriftenbranche. Die diverse septemberissues zijn leuk, maar veranderen niks aan het feit dat modebladen in Nederland weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het casten van modellen met een andere etnische achtergrond. Hetzelfde geldt voor curvy modellen en modellen met een handicap. Eigenlijk alles wat niet blond, lang en slank is wordt genegeerd in de Nederlandse modebladen.

Wat ik merk aan deze discussie is dat de betrokken partijen – make-up artists, hairstylisten, stylisten, fotografen, ontwerpers, modellenbureaus, casting directors – naar elkaar wijzen, maar niet toegeven dat ze zélf fout zitten. Ik weet nog heel goed waar ik was en hoe ik me voelde toen de hoofdredacteur van de Nederlandse Vogue, Karin Swerink, zei dat er te weinig donkere modellen “geschikt zijn” om op de cover van Vogue te staan. Ik trilde, zo boos was ik. Hier en daar hoorde ik wat tegengeluiden, maar verder bleef het angstvallig stil vanuit de industrie.

Iedereen lijkt het vanzelfsprekend te vinden dat ik me uitspreek over dit thema. Logisch ook, want het gaat ook over mij. Maar uiteindelijk ben ik maar een kleine pion in dit verhaal; ik beslis niet welke modellen er geboekt worden, ik bedenk niet de onderwerpen voor fotoshoots, ik beslis niet wie er op de cover komt. Dat doen de modebladen en juist zij zouden zich hard moeten maken voor een inclusievere industrie en niet alleen ik.

Ik heb het gevoel dat modebladen niet begrijpen op welke manieren ze vrouwen met een andere etnische achtergrond of kledingmaat moeten bereiken: bladen die een poging doen vervallen vaak in thema’s als ‘real women’ of ‘colourful season’. Het kan dus wel, een vrouw van kleur of curvy model op de cover, maar met veel bombarie en irritant veel nadruk op diversiteit.

Toen ik vorig jaar op de cover stond van een groot modeblad, kreeg ik hoop. “Zie je nou wel dat je ‘gewoon’ op een cover kunt staan?”, zei ik tegen mezelf. Geen statements, niks over diversiteit, gewoon ik. De reacties op mijn cover vergeet ik nooit meer; vrouwen die ik niet kende stuurden me berichtjes waarin ze me vertelden hoe trots ze op me waren en dat ze het bijzonder vonden dat iemand als ik op een cover stond. Het ontroerde me, maar het zette me ook aan het denken: waarom was mijn cover allesbehalve gewoon?

In het verleden zijn er talloze fouten gemaakt die makkelijk voorkomen hadden kunnen worden als niet iedereen op de redactie (en op de set) dezelfde etnische achtergrond, kennis en ervaringen heeft. Denk aan Vogue’s blackface editorial in 2013, de ‘verrukelijke billen’-serie in LINDA. uit 2014 of die keer dat Naomi Campbells afro een vogelnest werd genoemd door de Grazia.

Redacteuren van kleur aannemen of een zwart model op de cover zetten is een stap in de goede richting, maar het lost het echte probleem niet op. Nee. Het is de manier van denken die anders moet en de oprechte wil om te veranderen. Vergis je niet: modebladen beslissen niet alleen welke lipstickkleur je komend seizoen gaat dragen, ze vertellen je ook welke vrouwen in onze samenleving als ‘mooi’ worden gezien en hoe je er net zoals zij kunt uitzien. We weten allemaal dat dat grote gevolgen heeft voor de manier waarop vrouwen naar zichzelf kijken. Ik hoef niet uit te leggen waarom social media volstaan met ‘love your curves’ en #blackgirlmagic-inspiratieaccounts. In mijn ideale wereld zouden we dit soort accounts niet eens nodig hebben, want dan zouden al die vrouwen wél zichtbaar zijn in modebladen.

Om heel eerlijk te zijn ben ik het zat om hier telkens over te praten. Diversiteit dit, diversiteit dat. Het is mijn realiteit, en dat van vele anderen. Het is allesbehalve een statement of trend. En toch ga ik ermee door, omdat het uitmaakt wat ik ervan vind. Dit jaar leerde me dat je uitspreken een krachtig wapen is, een middel om verandering op te eisen. Veel vrouwen gingen me voor en inspireerden mij om hetzelfde te doen. In het begin vond ik dat best eng. Ik mag dan wel kritiek hebben op de mode-industrie, maar ik maak nog steeds deel uit van deze wereld en werk nog steeds graag als model. Maar met alles wat er nu gebeurt, móét ik mijn stem laten horen. Juist omdat ik onderdeel ben van de industrie mag mijn opinie niet worden genegeerd, hoe klein mijn rol ook is. En of ik het nou wil of niet: mijn stem vertegenwoordigt een groep vrouwen die niet passen binnen de perceptie van schoonheid in deze samenleving en daarvoor wil ik best op wat tenen trappen.

Om het in Kylie Jenner-termen samen te vatten: als 2016 het jaar was van realising stuff, dan is 2017 het jaar van saying stuff. En dat zal ik blijven doen totdat modebladen zich actief gaan inzetten voor een inclusiever modebeeld.