monogaam, polygaam, of polyamoureus?

Liefde in de 21e eeuw.

|
nov. 19 2015, 12:30pm

Met het oog op alle artikelen, lezingen en discussies die de afgelopen tijd ontstonden rondom verschillende relatievormen, is het niet gek dat je je af begint te vragen welke soort relatie nu eigenlijk de beste of meest normale is. Vanuit de kant van de polygamie wordt regelmatig geroepen dat monogamie niet meer van deze tijd is, terwijl op polygamie in onze maatschappij nog vaak de stempel 'egocentrisch' wordt gedrukt. Hoewel beide kanten te verdedigen zijn, is het ergens best merkwaardig dat hier een discussie over wordt gevoerd. Er zou geen juiste of beste vorm van liefhebben moeten zijn. De maatschappij geeft je echter een ander idee.

Het CBS meldt dat één op de drie huwelijken momenteel in een echtscheiding eindigt. Het echtscheidingspercentage is daarmee bijna verdubbeld sinds het begin van de jaren tachtig. Monogame huwelijken worden dan ook steeds vaker afgewimpeld met het argument dat het niet past bij onze generatie - een generatie die wordt gekenmerkt door multitasking. We pinnen ons over het algemeen liever niet vast op één vaste baan, woonplaats en toekomstideaal. Het hebben van één vaste partner voor de rest van je leven, kan beangstigend in de oren klinken. Trouwen en het krijgen van kinderen wordt uitgesteld, en Nederland staat op de ranglijst van landen met oudere moeders. Seriële monogamie lijkt de nieuwe norm te zijn.

Dat de heersende relatienorm verandert met de tijd en verschilt per land, is niets nieuws. De Grieken en Romeinen waren dol op pederastie, en in het Oude Testament van de Bijbel komen verscheidene mannen voor die polygamie praktiseren, wat in Kameroen en Marokko nog steeds is toegestaan. Polyandrie en bigamie komen echter minder vaak voor. Hier zit vaak een vanuit de maatschappij te verklaren oorzaak achter. Een man is door zijn economische positie in staat om meerdere vrouwen te onderhouden, terwijl dit andersom vaak niet het geval was. Maar hier vindt momenteel een verschuiving in plaats. Tijdens de lezing van Spui25 'Eind van de monogamie' besprak biologe Liesbeth Sterck dit verschijnsel. Uit onderzoek van Sterck is gebleken dat monogamie in onze natuur zit. Tijdens de lezing legde ze uit dat het zogenaamde einde van de monogamie niet biologisch is, maar voortkomt uit economische veranderingen. Vrouwen gaan meer verdienen en worden zelfvoorzienend. Ze hebben niet langer een kostwinnende man nodig om ze te onderhouden en verdienen zelf genoeg geld om onafhankelijk te kunnen leven.

Doordat de gebruikelijke rangorde binnen relaties wordt omgegooid, is er ruimte voor nieuwe indelingen hierin. Dit gaat samen met een trend die onze generatie kenmerkt, waarin we steeds opener komen te staan voor zaken die hiervoor als onconventioneel werden aanschouwd. Het homohuwelijk wordt in een toenemend aantal Westerse landen ingevoerd, mensenrechtenorganisaties strijden voor gelijkheid onder alle mensen - ongeacht geslacht, seksuele voorkeur, of afkomst, en zaken als seks en gender lijken onder deze jongere generatie bespreekbaarder te zijn dan ooit tevoren. Mensen durven alsmaar meer voor hun ware zelf en verlangens uit te komen, wat tot een hernieuwde omarming van de polyamoreuze en open relatie leidt. In een mononormatieve wereld wil dit echter nog weleens voor wat ophef zorgen.

In 1970 schreef Dr. Robert Francouer samen met zijn vrouw een boek over 'flexibele monogamie' genaamd Hot and Cool Sex. De titel geeft je wellicht verkeerde ideeën, maar het punt dat ze maakten was zeker niet verkeerd. Ruim 40 jaar later heeft schrijfster Tammy Nelson hier een nieuwe visie op geschreven, aan de hand van de huidige echtscheidingscijfers en hoeveelheid mensen die vreemdgaan ondanks het feit dat ze gelukkig zijn in hun vaste relatie. In haar stuk 'The New Monogamy' voor Psychotherapy Networker, beschrijft ze een alternatief op de monogame relatie die veel weg heeft van polyamorie. Het komt er in principe op neer dat binnen een relatie tussen twee personen, de focus op elkaar ligt, maar beide partners daarnaast ook seksuele of romantische relaties aan mogen gaan met anderen. De voorwaarden hierbij zijn wel dat deze relaties met derden de oorspronkelijke relatie niet mogen bedreigen, en de partners open moeten zijn naar elkaar toe over deze relaties. Het probleem van vreemdgaan zou voorkomen worden, en eerlijkheid komt de relatie alleen maar ten goede. Althans, dat zou je denken.

Schrijver Jan Drost denkt hier anders over. Zonder exclusiviteit binnen een relatie is er volgens hem sprake van onveiligheid, waarbij hij zich afvraagt of je iemand wel in zijn totaliteit als mens kan waarderen binnen een open of polyamoreuze relatie. Met name het hebben van seks met anderen is iets waar hij zich niet in kan vinden. "Liefdevolle seks heeft een enorme bindende werking," legt hij uit, "mensen houden van seks waarbij ze zich veilig voelen, waardoor het vertrouwen en de onderlinge band groeien. Het lijkt me heel lastig om seks te hebben met een vertrouwd persoon en diegene in de ogen te kijken en die band te voelen, terwijl je weet dat diegene hetzelfde deelt met een ander." De onveiligheid die Drost beschrijft ligt voor een groot deel in het gevoel van onzekerheid dat met het hebben van een open relatie meekomt. Deze onzekerheid komt voort uit de angst de ander kwijt te raken, jaloezie en wellicht een gebrek aan vertrouwen.

Een probleem hierbij is dat seks en liefde regelmatig in één adem genoemd worden, terwijl dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Elliot D. Cohen schreef hier een stuk over voor Psychology Today, waarin hij een onderscheid tussen "de liefde bedrijven" en simpelweg "seks" uiteenzet. Open relaties nemen vele vormen aan, dus je zou je kunnen voorstellen dat je de liefde bedrijft met de persoon die je als partner ziet, en daarbuiten gewoon seks hebt met anderen. Dit is echter problematisch wanneer je het bekijkt vanuit de visie van Jan Drost. Er bestaat namelijk een kans dat de extra sekspartner enkel wordt gezien als seksobject, in plaats van een volwaardig persoon in zijn of haar totaliteit. Maar als alle partijen in zo'n open of polyamoreuze relatie zich hier prettig bij voelen, is er dan wel sprake van een probleem?

Benny en Johnny Lobo zijn van mening dat het geen probleem hoeft te zijn. Dit koppel vormde samen twee van de gastsprekers op de lezing van Spui 25. Ze zijn al 23 jaar getrouwd en hun gezin bestaat uit drie kinderen, een monogame man, en een polyamoreuze vrouw, wat van hun relatie een monopoly maakt. Benny heeft naast haar man Johnny nog een vriend, deze vriend ziet zichzelf ondanks zijn band met Benny gewoon als single, en wil ook helemaal geen vrouw of huwelijk meer. De Lobo's krijgen door hun relatie vaak vragen van verontwaardigde mensen. Benny is van mening dat het probleem hierachter ligt in het dogma van monogamie in onze maatschappij. "Op school krijg je wel uitleg over diversiteit, maar niet met betrekking tot bijvoorbeeld polyamorie," zegt ze. "Mensen denken vaak dat als je meerdere partners wil, je er aan één niet genoeg hebt, terwijl niemand je bij de geboorte van je derde kind vraagt of twee kinderen niet genoeg waren." Nu liggen de grenzen van wat wij sociaal acceptabel vinden hoger bij het aantal kinderen dan bij het aantal partners, maar haar punt is duidelijk: het draait niet om genoeg hebben, maar om de vrijheid om deze keuze te kunnen maken.

Benny en Johnny krijgen daarnaast regelmatig de vraag of het hebben van een open relatie niet egoïstisch is. Maar is de ander dingen verbieden dan niet egoïstisch? Johnny vindt het bovendien geen probleem dat Benny polyamoreus is. "Benny is niet van mij, dus ik heb ook niks te delen," legt hij uit, "zij is gelukkig en haar geluk komt mij ten goede." Dankzij Benny's relatie met een ander heeft Johnny juist geleerd om autonoom te zijn in hun relatie. En dat vindt hij belangrijk, "ik ben minder afhankelijk. Je geluk moet niet volledig afhankelijk zijn van een ander." Johnny stapt zo af van het Cinderella Complex, waarbij ultiem geluk enkel wordt bereikt door het vinden van de ware. Jan Drost staat hier lijnrecht tegenover. Hij reageerde op de uitspraak van Lobo met de stelling dat geluk en afhankelijkheid juist wél samengaan, doordat intimiteit waakzaamheid veroorzaakt. Dit is geen gekke gedachte, mensen hebben nu eenmaal de neiging snel jaloers te worden. Maar "jaloezie ligt bij jezelf," legt Johnny uit, "je moet er zelf aan werken. Het jaloerse gevoel verdwijnt zodra dat waar je jaloers om bent geen bedreiging meer is. Ik ervaar het niet als een bedreiging, dus kan ik ermee leven."

De monopoly-relatie van Benny en Johnny heeft hierdoor veel weg van wat Tammy Nelson omschreef als de nieuwe monogamie. Zo heel veel verschillen alle 'nieuwe' relatievormen dus niet van elkaar. Het is tijd dat onze maatschappij minder zwartwit gaat denken. In plaats van monogamie en polygamie tegenover elkaar te zetten en te kijken wat natuurlijk of juist is, moeten we inzien dat niet iedereen zich prettig voelt binnen deze kaders en er een enorm scala aan relatievormen tussen deze twee uitersten in zit. Stellen dat mensen bepaalde dingen doen omdat het een natuurlijk gegeven is, is volgens Jan Drost een naturalistische drogreden. Volgens Liesbeth Sterck is de mens van nature monogaam, maar ze stelt hierbij wel dat "de biologie beschrijft, maar niet per se verklaart wat we acceptabel vinden in de maatschappij."

Bij ons oordeel over verschillende soorten relaties dienen we daarom rekening te houden met de dogma's en stigma's die heersen binnen onze maatschappij. Het mononormatieve kapitalisme dat zich enerzijds richt op koppels van maximaal twee personen, en de vrijdenkende idealen van een generatie die opkomt voor een tolerantere samenleving anderzijds, kunnen je ideeën over liefde, seks en relaties tot op grote hoogte kleuren. Maar net als bij jaloezie en geluk ligt de basis van een goede relatie bij niemand anders dan jezelf. Zoals schrijver Eric van der Steen ooit zei "Jaloezie is een gebrek aan vertrouwen, vooral aan zelfvertrouwen." Als zelfvertrouwen de basis is van een relatie vol eerlijkheid en zonder jaloezie, is het tijd dat mensen uitgaan van waar ze zich zelf prettig bij voelen, zonder hun geluk afhankelijk te laten zijn van hun relatie met een ander. Je moet jezelf volgens Jan Drost daarom de vraag stellen: "hoe wil ik met anderen vormgeven aan liefde?," en het soort relatie die daar uitkomt doet er dan niet toe. Als mensen eerlijk zijn tegenover elkaar en hun eigen gevoelens, zullen we inzien dat het einde van de monogamie helemaal niet is aangebroken - het is het begin van onafhankelijk geluk.

Credits


Tekst Robin Alper
Fotografie Matt Lambert