achter ieder gezicht gaat een verhaal schuil

“Waar kom je echt vandaan?” We vroegen het vijf jongeren.

|
04 april 2017, 10:45am

'Waar kom je vandaan?' is een simpele vraag. De vraag 'waar kom je écht vandaan?' is een stuk meer beladen. Je identificeert 'm misschien met de plek waar je bent bent geboren, bent opgegroeid, of waar je woont - maar dit geldt niet voor iedereen. Het is een vraag die ook het idee wekt dat je anders bent of dat je er simpelweg 'niet bij hoort'. i-D portretteerde vijf jongeren met buitenlandse wortels en nodigde hen uit het verhaal achter hun uiterlijk te vertellen.

Shai Nidam 

Ik kom uit een Joodse familie. Mijn moeder is in Nederland geboren en haar roots liggen in Polen, Rusland, Mongolië en Amsterdam. Mijn vader is in Israël geboren en zijn ouders weer in Marokko. Een tombola aan bloedstromen dus. Als mensen aan me vragen waar ik vandaan kom, wordt er eigenlijk altijd gerefereerd naar het conflict. Ik ervaar zelf dat als je Joods of Israëlisch bent - en dat zie ik bijvoorbeeld ook bij Islamitische vrienden - dat je je altijd moet verantwoorden voor wat anderen in de naam van jouw afkomst of godsdienst doen. We lijken de keuze niet te krijgen of we ons wel of niet te mogen identificeren met onze afkomst. Dat zit me soms wel dwars. Joodse families hebben nu eenmaal een verhaal, zo ook die van mij. Het grootste deel van mijn familie is vermoord, omdat ze Joods waren en in Europa leefden.

Toen ik naar de middelbare school ging zei mijn moeder: "als ze nou aan je vragen waar je vandaan komt, zeg dan maar dat je Spaans bent." Ik heb dat niet gedaan. Ik wil me distantiëren van die angst. Sinds ik in Amsterdam woon ben ik me wel altijd bewust geweest van het feit dat ik 'als Jood' gewoon over straat kan. Ik ben vrij, maar ook traditioneel opgevoed. We aten geen zuivel en geen vlees samen wat volgens de Joodse wet onrein zou zijn. We vierden Joodse feestdagen, gingen regelmatig naar de synagoge en ik deed mijn bar mitswa. Ik heb dit niet tegen mijn zin in gedaan, maar ik heb nooit iets bij de werkelijke betekenis gevoeld. 

Ik weet niet of ik de Joodse tradities door zal geven aan mijn kinderen, omdat ik niet weet of ik me er nou mee identificeer, of dat ik ze associeer met een nostalgisch gevoel uit mijn jeugd. Daarnaast vind ik dat de Joodse regels en wetten inmiddels wat aangepast zouden mogen worden aan het huidige tijdsbeeld: je kan tegenwoordig beter een goed stukje varkensvlees halen bij de slager, dan een kipcorn uit de muur trekken. Nederland voelt als mijn thuis - ik mis ook gewoon mijn boterham met kaas als ik in het buitenland ben. Ik zou niet per se zeggen dat ik 'trots' ben op het Nederlands-zijn, maar ik hou wel van de identiteit van Nederland dat alles vrij, veranderlijk en mogelijk is.

Gabriela Petralia

Ik kom uit Nederland en ik kom uit Italië. Mijn vader is geboren op het eiland Sicilië en kwam rond zijn vijfentwintigste met een aantal vrienden voor de grap naar Nederland, maar is daarna nooit meer weggegaan. Ik groeide op met mijn vader, mijn Nederlandse moeder en mijn zusje in Molenhoek, een dorpje bij Nijmegen. Ik zag er als kind anders uit dan de andere kinderen in het dorp en ik kan me herinneren dat ik dat geen fijn gevoel vond. Als kind wil je niet opvallen, maar hier in Amsterdam is dat niet aan de orde. Ik groeide zo ongeveer op in het Italiaanse restaurant dat mijn vader opende, en waar we bijna iedere dag aten. Het is gek dat je er altijd bewust van bent dat er vreemden om je heen zijn als je met je familie bent. Dat heb ik wel gemist, thuis eten met familie, maar wij hadden die momenten dan in de ochtend, of voor het slapen gaan.

Toen ik tien was ging ik iedere woensdag met mijn vader naar Italiaanse les, waar ik ook veel Italiaanse kinderen leerde kennen. Daarna aten we dan standaard een broodje mortadella en dronk ik Italiaanse perensap. Weer thuis keken we vaak Italiaanse kinderseries. Hij noemde me "papoezedda", wat 'lieveheersbeestje' betekent in het Siciliaans. Voor hem was familie alles, de deur stond bij hem altijd open en er was altijd genoeg voor iedereen. Mijn vader was een prachtige, ijdele en vrijgevige Italiaanse man. Tot mijn grote verdriet is hij anderhalf jaar geleden overleden.

Als ik nieuwe mensen ontmoet vragen ze me altijd waar ik vandaan kom, en of mijn vader of moeder dan Italiaans is. Ik heb het idee dat ik dan moet antwoorden: "mijn vader, maar hij is overleden." Toen hij net dood was voelde het alsof mijn Italiaanse roots ook dood waren gegaan. Ik identificeerde mijn Italiaans-zijn met mijn vader: hij was degene die Italiaans sprak, ons meenam naar Italië en ons de Italiaanse normen, waarden en gebruiken leerde. Gelukkig kan ik de Italiaanse cultuur inmiddels weer omarmen en voel ik me opnieuw een mix van twee culturen. Ik heb het nuchtere Nederlandse, maar ook het temperamentvolle Italiaanse. Binnenkort ga ik weer Italiaanse les nemen, wat ik dan ook weer door kan geven aan mijn kinderen. Ik zou ze graag mijn achternaam geven, ik ben trots op waar ik vandaan kom. En ik ben trots op mijn vader.

Anel Sarhatlić

Ik was drie jaar toen ik met mijn ouders en zusje vluchtte uit mijn geboorteland Bosnië, en vier jaar toen ik in Nederland aankwam. In de tussentijd heb ik in asielzoekerscentra gewoond. Mijn familie woont nu over de hele wereld, sommigen in Amerika, anderen in Slovenië en de familie van mijn moeders kant moest na twee jaar in Duitsland weer terug, toen de oorlog voorbij was. Ik voel met mijn Bosnische familie een onvoorwaardelijke familieband. De hoeveelheid liefde die je van elkaar ontvangt is onbeschrijfelijk. Ik kom er ieder jaar terug.

Ik heb in Nederland een hele fijne jeugd gehad. Ik groeide op in een klein dorpje bij Nijmegen, waar we destijds de enige buitenlandse familie waren. De vrienden met wie ik opgroeide zagen mij als gelijke, maar ik heb me wel altijd anders gevoeld. In Amsterdam, waar ik nu woon, voel ik me meer thuis vanwege de diversiteit. Iedereen komt wel ergens vandaan, dus niks is 'raar'. Het feit dat ik gevlucht ben heeft veel invloed gehad op mijn wereldbeeld en mijn normen en waarden. Ik zie iedereen als gelijke en kijk daarom niet naar afkomst. Iedereen is mens. Ik voel mezelf niet perse Nederlander, of Bosniër - maar ik heb wel twee 'thuizen'. Dat zie ik als een luxe, het maakt me rijker.

De vrijgevige Bosnische cultuur, mijn roots en de taal zal ik zeker meegeven aan mijn kinderen. De Bosnische vrijgevigheid vind ik mooi: als je met elkaar bent ga je niet weg zonder te eten. En het zorgen voor je familie, dat daar echt centraal staat. Daarin ben ik heel trots op mijn ouders. Zij zijn met mij en mijn zusje gevlucht op de leeftijd die ik nu ben. Ze waren net huisje-boompje-beestje toen ons leven compleet werd omgegooid, maar we hebben het door hen nooit slecht gehad. Dat wil ik doorgeven, en teruggeven aan mijn ouders.

Lotte Dale

Mijn vader is Amerikaans en mijn moeder is Nederlandse. Ze ontmoetten elkaar in New York, maar zijn vrij snel na mijn geboorte in Californië uit elkaar gegaan. Toen ik één jaar was verhuisde ik naar San Francisco en toen ik drie jaar was kwamen mijn moeder en ik naar Amsterdam, waarna we toen ik tien jaar was weer terug verhuisden naar New York. Omdat ik twee nationaliteiten heb wilde mijn moeder me een typisch Nederlandse voornaam geven, die mijn vader trouwens niet goed kan uitspreken. Mijn tweede naam is Kees, omdat mijn moeder fan is van Kees van Kooten, en ze had mijn vader wijsgemaakt dat dat een veel voorkomende Nederlandse meisjesnaam is. Mijn achternaam wordt altijd fout uitgesproken, omdat mensen niet zien dat ik Amerikaans ben. Het ergste is dat ik daar ook zelf aan mee ben gaan doen. Daar is mijn moeder wel boos om, omdat ik volgens haar mijn roots in stand moet houden. Ik merk op dit moment een lichte wrok voor Amerika. Mensen, en misschien ook ik, hebben vaak geen hoge pet op van Amerika vanwege de beeldvorming van het land door de media. Ik schaam me daarom soms voor mijn afkomst, terwijl ik weer trots zou willen zijn op mijn roots.

Dat ik vaak verhuisd ben heb ik destijds nooit als negatief ervaren. Dat ik ben opgegroeid met het idee dat gescheiden ouders heel normaal zijn, heeft wel invloed gehad op hoe ik nu met relaties om ga, merk ik. Ik kan me herinneren dat als ik bij vriendjes of vriendinnetjes thuis was met een vader én moeder, dat ik dan vroeg wie de echte ouder was. Er was in mijn ogen altijd een stiefouder. Verder vind ik het moeilijk om me echt te hechten aan mensen, en als een relatie heel serieus wordt kan ik in paniek raken. Ik kan me daardoor niet zo goed voorstellen dat mensen voor eeuwig bij elkaar blijven. 

Ik woon inmiddels alweer tien jaar in Amsterdam, en ik voel me hier heel erg thuis. Vroeger wilde ik altijd terug naar Amerika verhuizen, maar op dit moment heb ik dat gevoel niet meer. Ik ga wel ieder jaar, met zomer en met kerst, terug naar Amerika. Ik ben trots op mijn familie daar en ook op mijn moeder, die mij als enorm brutale en rebelse tiener in haar eentje heeft opgevoed. De Amerikaanse mentaliteit en de hartelijkheid mis ik soms wel hier. In Nederland gaan we in de trein altijd zo ver mogelijk bij elkaar vandaan zitten. In Amerika praten vreemden juist tegen elkaar.

Jaleesa Chary 

Als je vraagt waar iemand vandaan komt, is de manier waarop je dat vraagt heel belangrijk. Ik heb vaak het gevoel dat die vraag niet uit interesse wordt gesteld, waardoor het als een bevestiging voelt dat iemand dus anders is. Ik kom uit Rotterdam, uit Nederland. Mijn ouders komen uit Suriname. In Suriname ben ik een 'moksi metie', wat letterlijk gemengd vlees betekent. Ik heb Chinees, Javaans, Nederlands en Creools bloed. Ik voel het meeste verbinding met de Creoolse cultuur, omdat ik daar vanuit huis het meeste over heb geleerd. Het zijn bepaalde normen en waarden die ik heel belangrijk vind, en een stukje spiritualiteit. Aan het einde van elk jaar ga je in bad om alle negativiteit van je af te wassen en om de balans tussen je lichaam en geest te versterken, dat noemen we 'sweet watra'.

Ik ben opgegroeid in een witte buurt, en ik zat op een witte school. Ik kan me nog een moment herinneren dat kinderen iets zeiden over chocolade, en dat ze het over mijn huid hadden. Iedereen staarde me aan, ik voelde me zo anders. Als zoiets nu nog gebeurt wordt er vaak gezegd: "dat zulke mensen nog bestaan", maar ik merk niet dat het nu meer of minder gebeurt dan vroeger. Laatst vroeg een oude man nog aan me: "hoe kan het dat jij zo goed Nederlands praat?" Ik wist niet wat ik hoorde. Ik noem discriminatie tegenwoordig sluikreclame, het zit in de kleine dingen, zoals in billboards op straat. Er wordt maar vanuit een kant gedacht, hoe kan ik me dan identificeren met een maatschappij? 

Voel ik me nu thuis in Nederland? Ik voel me zeker op mijn gemak. Ik ben wel blij dat ik nu niet in Suriname woon, omdat daar op het gebied van ambitie in de creatieve sector weinig kansen zijn. Ik wil wel meer leren over mijn roots, zodat ik die door kan geven aan mijn kinderen. Daarom spendeer ik veel tijd met mijn familie, waarvan het grootste deel in Nederland woont. Ik denk niet dat ik daarvoor speciaal naar Suriname toe hoef.

Credits


Tekst Flora de Vries
Foto's Raymond van Mil