verliezen muzikale subculturen hun identiteit?

Muzikale subculturen dreigen hun identiteit te verliezen nu onze samenleving steeds meer gedreven wordt door consumentisme, en jongeren compleet geobsedeerd zijn door social media. Kunnen deze subculturen de status quo nog uitdagen?

door Tish Weinstock
|
10 maart 2015, 11:35am

We kunnen tegenwoordig waar en wanneer we maar willen naar elk mogelijk muziekgenre luisteren. Maar wat doet deze ongelimiteerde toegang tot muziek met ons? Niet alleen zijn we steeds minder toegewijd aan één muziekgenre, maar die genres verliezen ook steeds meer de mogelijkheid om de status quo uit te dagen.

In tegenstelling tot de afgeleide jeugd van tegenwoordig, die hun dagen spelend met selfiesticks en al hashtaggend doorbrengen, leefde de jeugd van vroegere generaties voor muziek. De muziek waar de jeugd toen naar luisterde schreef voor wat zij droegen, hoe zij dansten, met wie ze hingen en wat voor drugs ze gebruikten. Deze kids gaven het beetje geld dat ze hadden uit aan zeldzame LP's en bijpassende kleding, om zo een identiteit uit te dragen die buiten de benauwende, conservatie mainstream cultuur stond.

"Muziek was allesomvattend, emotioneel en rauw. Het was het leven zoals we het kenden en het was briljant", zegt Elaine Constantine, modefotograaf en de regisseur van het meesterwerk Northern Soul (2014). De muziekbeweging Northern Soul kwam in de jaren zestig voort uit de Mod-scene. Waar het allemaal begon met de zachte beats van Motown, gingen dj's al snel op zoek naar zeldzame tracks van duistere labels om die beats mee aan te vullen. Alsof ze opzoek waren naar goud, trokken jongeren in brogues, baggy broeken en Fred Perry's naar de Amerikaanse ghetto's om de heilige graal van verloren B-sides en nummers die nooit waren uitgebracht te vinden.

"Dat hele outsider-ding was geweldig", vertelt Elaine. "Terwijl de rest dronken in bed lag na een nacht in de lokale bar op de hitjes gedanst te hebben, waren wij nog allemaal wakker en aan het dansen."

Hetzelfde outsider-gevoel heerste bij de punks, goths, skinheads, hiphoppers, rude boys, mods, rockers, ravers en welke andere subcultuur die de jeugd sinds de Tweede Wereldoorlog opsplitste dan ook. Want voor de ontevreden jeugd van vroegere generaties gold dat de subcultuur waar je bij hoorde jou definieerde. En met de duidelijke kledingcodes die bij jouw muzieksmaak hoorden, was er ook geen verwarring over de tribe waar jij bij hoorde.

"Vroeger zat muziek echt achter alles", zegt cult fotograaf en auteur van het iconische fotoboek Skins and Punks, Gavin Watson. "Op school praatte je over de bands die je leuk vond, na school praatte je over de bands die je leuk vond - het was wat jou verbond met je groep. Ik weet nog dat ik 14 was en Madness on Top hoorde bij Top of the Pops. Ik was overdonderd. De volgende dag had de hele school het erover: wie was deze band?! Ik dacht toen 'deze band is zo fucking briljant, ik wil er ook zo uitzien'."

Maar het was toen niet zo dat je gewoon even een bezoekje bracht aan ASOS, waar je de hele look bij elkaar shopte; als je op je favoriete band wilde lijken, moest je daarvoor je huis uit, en zelfs dan was de muziek en de bijbehorende look nog moeilijk te krijgen.

Ja, je had de muziektijdschriften die wekelijks uitkwamen, en ja, je had Top of the Pops, maar er was geen SoundCloud of Spotify waarmee je je favoriete tracks keer op keer kon beluisteren, of Instagram om je favoriete artiesten mee te volgen. Je had alleen de flarden informatie die ergens in een donkere hoek van een club gefluisterd werd, waar je als minderjarige dus sowieso niet binnenkwam.

"Alles bleef daardoor heel spannend", weet Watson nog. "De muziek maakte dat je echt wilde leven."

De jeugd van tegenwoordig wordt op één hoop gegooid door hoge studiekosten, werkloosheid, onbetaalbare woningen en het feit dat we opgroeiden met Facebook. En laten we ook de generaliserende termen "Millenials" en "Generatie X" niet vergeten. We zijn daarmee compleet losgerukt van vroegere generaties. Overladen met informatie en verwend door onze digitale toegang tot werkelijk alles, zijn we niet langer verdeeld in verschillende subculturen.

Het brede scala aan muziek waarnaar we luisteren zorgt er daarnaast voor dat onze kledingstijl niet langer door de muziek wordt voorgeschreven. "Het internet creëert een "ik wil alles en ik wil het nu"-generatie, waardoor het veel moeilijker is om dingen underground te houden", stelt Mike Pickering, die in de jaren negentig als een van de grootste pioniers in acid house als dj optrad.

Van grime tot gabba, en van PC-muziek tot J-POP… Door de enorme keuzehoeveelheid die we tegenwoordig hebben, het gemak waarmee we toegang tot die keuzes hebben en de snelheid waarmee we ze consumeren, hoeven we ons niet langer te wijden aan één muziekgenre. Daarnaast is muziek door de manier waarop we het nu ervaren - via persoonlijke apparaten als iPhones en iPods - niet langer iets collectiefs, maar veel meer iets persoonlijks.

Precies daardoor verliezen muzikale subculturen steeds meer hun definitie, wat uiteindelijk ook z'n uitwerking heeft op de kleding die we dragen. Want terwijl elk muziekgenre ons voor zou willen schrijven hoe we ons moeten kleden, staan we via het internet oog in oog met alles van harajuko tot health goth, normcore tot navajo en seapunk tot chola - we kunnen waar en wanneer we waar willen door de post-internet trends heen klikken.

Subculturen verliezen daarnaast de mogelijkheid om de status quo uit te dagen, in onze door social media geobsedeerde en door consumentisme gedreven samenleving. Hoewel het internet de muziek en haar omgeving gedemocratiseerd heeft door het universeler en toegankelijker te maken, en ons de mogelijkheid te bieden om met gelijkgestemden waar ook ter wereld te praten, kan het er tegelijkertijd voor zorgen dat we vervallen in hersenloze consumptie.

"Er is minder onderscheid tussen jongerengroepen dan in de late jaren zeventig/vroege jaren tachtig", stelt de legendarisch fotograaf Derek Ridgers. "Door Instagram, Facebook en Twitter komt alles meteen in de spotlights te staan. Als er iets interessants gebeurt, twitteren mensen dat en weet iedereen er meteen vanaf. Vervolgens wordt het bijna meteen bekritiseerd en bediscussieerd, waardoor dingen niet meer de spotlights uit kunnen groeien zoals vroeger."

Als de term "cultuur" refereert aan de dominante ideeën, kledingstijl en het sociale gedrag van een bepaalde samenleving, dan moet "subcultuur" refereren aan de ondermijning daarvan. Maar dankzij het internet worden scenes die zich ontwikkelen in de subculturele schaduwen van onze samenleving sneller opgenomen door de mainstream cultuur dan je een selfie kunt nemen. En hoe kan iets underground zijn als het al viral is gegaan? Hoe kan muziek subversief zijn als je het luistert op het Spotify-account dat je ook met je moeder deelt?

Hoewel ze sterk verschilden, werden de subculturen van vroegere generaties verbonden door het feit dat ze recht tegenover de mainstream cultuur stonden. Ze waren rebels en subversief, en waren een tegengeluid voor de hersenloze onderwerping, het conservatisme van hun ouders en de onderdrukking van de overheid.

Als we naar de muziek van vandaag de dag kijken, wat zijn chola en navajo dan nog, behalve slappe aftreksels van minderheidsculturen? En hoe zit dat met health goth en seapunk? Ja, ze zijn een lust voor het oog, maar uiteindelijk zijn ze vooral het product van een door zichzelf geobsedeerde generatie, die waarde toekent aan de hand van de hoeveelheid likes. En dan heb je nog normcore, een trend die voorschrijft dat je zou moeten rebelleren door juist op te gaan in de saaie, beige samenleving. Wat is er gevaarlijker dan de jeugd voorschrijven dat ze moeten voldoen aan de norm? 

Het jaar 2014, dat ons talloze betekenisloze trends gaf, ligt achter ons. Laat 2015 het jaar zijn waarin subculturen hun definitie weer vinden, waarin de jeugd de iPhone weer neerlegt, om de echte wereld in te trekken. Laat 2015 het jaar zijn waarin we onze passie voor muziek weer vinden.

Credits


Tekst Tish Weinstock
Beeld uit i-D No. 1

Tagged:
Muziek