ryan mcginley vangt de kinderlijke onschuld van de mens in zijn portretten

Elk jaar neemt hij een paar jongeren mee op een roadtrip om ze te fotograferen.

|
31 augustus 2015, 8:40am

"Ik wil kunnen leven in mijn foto's," zegt Ryan McGinley - en op een bepaalde manier doet hij dat ook. Hij is enorm veelzijdig en maakt prachtige portretten met zijn Yashica-camera. Daarnaast maakt hij ook indringende naaktportretten in een studio. Maar daar stopt zijn werk niet. Hij fotografeert vaak jonge kunstenaars uit New York, die de stad maken tot wat het nu is. Heel soms keert hij even terug naar zijn oude woonplaats Ramsey in New Jersey, om nieuwe foto's te maken.

McGinley wordt als één van de grootste levende fotografen bestempeld, een enorme eer voor iemand die nog maar 37 jaar is. Maar het is niet meer dan logisch, als je bedenkt dat McGinley al meer dan 16 jaar foto's maakt. Op zijn 25e was hij de jongste fotograaf met een solotentoonstelling in het Whitney Museum in New York. Maar hij blijft gewoon Ryan. Hij neemt gewoon de metro en draagt nog steeds afgetrapte, witte All Stars.

Ryan heeft al flink wat tentoonstellingen mogen inrichten (onlangs nog in Kunsthal KAdE in Amersfoort), hij maakt fotoboeken en zijn instagramaccount heeft duizenden volgers. Toch weet hij elke zomer een lange vakantie te nemen. Hij gaat mee op roadtrips met de meest fascinerende en oogverblindende jongeren uit de stad. Hij fotografeert elk moment, hun prachtige ogen, intieme momenten en zwempartijen bij een waterval.

Deze herfst verschijnt zijn nieuwe boek, Way Far, met zijn meest recente foto's. Als ik hem in zijn studio opzoek, blijkt hij bijzonder goed voorbereid te zijn. Aan de muren hangen grote prints van zijn mooiste foto's uit de roadtrip-serie. Hij zit rustig aan een tafel te wachten met een proefdruk van het nieuwe boek voor zich.

De foto's zijn adembenemend. Ze stralen pure vreugde uit, jeugdigheid zonder enige vorm van opsmuk. Hij maakt de meeste roadtrip-foto's binnen een afstand van 3 uur rijden van zijn huis in de stad Hudson. "Als ik mensen meeneem op een tripje naar het platteland, voelt dat voor hen meestal als een bevrijding. Plotseling kan ik iets kinderlijks bij ze vastleggen," zegt hij.

De jongeren die hij fotografeert zijn zelf ook kunstenaars. Zo is fotograaf Petra Collins op een foto te zien terwijl ze in een modderbadje ligt. Ook performance-kunstenares India Menuez is op een foto te zien. Ze ligt in een bevroren grasveldje. Maar de werkelijke identiteit van de personen op de foto's is nooit de focus van zijn werk. Ryan wil dat zijn onderwerpen hem aan zijn kindertijd met zijn broers en zussen doet denken.

Eén van zijn broers, Michael, is op 33-jarige leeftijd gestorven aan aids. Ryan was zelf nog maar een jonge tiener. Hij beschrijft die tijd als een kille periode, want ook veel vrienden van Michael zijn rond dezelfde tijd aan dezelfde ziekte overleden. Niet veel later werd een behandeling ontwikkeld. Deze gebeurtenissen hebben de coming out van Ryan niet makkelijker gemaakt. "Als tiener dacht ik waarschijnlijk dat ik zou sterven als ik ook uit de kast zou komen," vertelt hij. Toen hij op zijn 18e alsnog uit de kast kwam was dat "fantastisch". Maar de dood van zijn broer herinnert hem er wel constant aan zijn eigen sterfelijkheid. "Zijn dood heeft mijn foto's altijd wel beïnvloed. Als iemand waarvan je houdt sterft, zorgt dat ervoor dat je over de dood gaat nadenken. Ik heb een kerngezond persoon zien veranderen in een gratenpakhuis. Dat hele proces van de dood heeft ervoor gezorgd dat ik het onderste uit de kan wil halen."

Ryan heeft het vaak over "het echte leven" en in zijn werk legt hij de focus op de spanning tussen het verdienen van geld en het nomadische leven. Volgens hem is alles in het leven misschien wel te herleiden tot de band die je met je vader hebt. Ryan's vader was een oorlogsveteraan, en moest daarna vaak op reis voor zijn werk. Hij heeft jaren gewerkt om al zijn acht kinderen naar school te kunnen sturen. "Hij was realistisch over het leven," zegt Ryan. "Hij gebruikte altijd de uitdrukking, 'de echte wereld'. 'Wacht maar tot je in de echte wereld terechtkomt.' Als hij dat zei, dacht ik altijd: 'Oh, fuck'. Ik was doodsbang. Niet veel later maakte ik de beslissing om mijn leven aan de kunst te wijden. Ik heb ervoor gekozen om het plan dat mijn ouders voor mij hadden, in de wind te slaan. Het motiveert mij, de angst om niet te kunnen overleven."

Het meest bijzondere aan Ryan's carrière is dat hij het arbeidsethos van zijn vader heeft geërfd en dat heeft gecombineerd met zijn eigen romantische visie op het leven. Hij heeft zijn eigen realiteit gecreëerd waarbij hij alleen de beste elementen van de jeugd uitlicht. "Mijn foto's zijn geen representatie van het echte leven," zegt hij. "Maar ze komen er wel dicht bij in de buurt. Ik heb altijd al gewild dat mijn foto's een soort reportage-achtig sfeer hadden. Alles wat je op de foto ziet, heeft echt plaatsgevonden. Ik zorg voor de sfeer en ik laat de mensen op mijn foto's zelf bepalen wat ze doen. Ik ben geen strenge regisseur. Mensen rennen onder een door vuurwerk verlichte hemel, je wil in die wereld bestaan, maar het is geen wereld waar je in kunt leven."

Iemand waar zijn werk hevig door is beïnvloed, is de documentairefotograaf Tina Barney. Een paar jaar geleden kocht hij haar eerste boek, Theater of Manner, op een vlooienmarkt. Hij slaat het boek nog dagelijks open. "Ik kijk er nog steeds met veel plezier in," zegt hij. "Je waant je in een hele andere wereld. Het lijkt bijna op een film van John Hughes, Pretty in Pink bijvoorbeeld, maar dan echt."

Sinds hij op zijn twaalfde het boek van Andy Warhol ontdekte, is hij verknocht aan biografieën van kunstenaars. Deze zomer leest hij de biografie van Sally Mann. "Ik ben al vanaf dag één gek op informatie over kunstenaars. Ik wil weten hoe andere mensen het kunstenaarschap invullen, want het is fucking moeilijk. Er zijn geen regels. Kunstenaar zijn is alsof je je continu in het Wilde Westen bevindt."

Hij leerde belangrijke levenslessen over de kunstwereld door er boeken over te lezen, maar hij leerde ook van zijn vele mentoren, zoals kunstenaar Jack Walls en George Pitts, zijn professor van de Parsons School of Design. Nu is Ryan klaar om zelf zijn wijsheid met anderen te delen. In een artikel van de New York Times uit 2013 werd hij al geroemd om zijn steun aan de jongere generatie kunstenaars.

Ryan blijft zelf ook leren van de mensen om zich heen - van zijn stagiairs tot de eigenaar van een servettenfabriek die bij zijn ouders in de buurt woont: "Ik spreek hem elke avond. Hij heeft echt geweldige adviezen over het leven." Na al die jaren in kunstwereld te hebben gewerkt, waarin hij de constante druk voelde om te zichzelf verder te ontwikkelen, bezit hij een enorm relativeringsvermogen: "Ik maak al 16 jaar foto's, dat is best gek," zegt hij. "Het lijkt soms wel alsof het één hele lange dag is."

@ryanmcginleystudios

Credits


Fotografie Ryan McGinley
Tekst Rory Satran