er is geen typisch mannen- of vrouwenbrein

Het is tijd om in te zien dat mensen niet in twee hokjes gestopt kunnen worden.

door Robin Alper
|
01 december 2015, 3:45pm

Je gedrag verklaren vanuit het hebben van een mannen- of vrouwenbrein, is vanaf vandaag niet langer een excuus. De Israëlische neuro- en gedragswetenschapper Daphna Joel is namelijk van mening dat "we moeten stoppen met termen als vrouwelijke en mannelijke hersenen". Dit wordt duidelijk gemaakt in het onderzoek 'Het mozaïek van het menselijk brein', dat vandaag in het tijdschrift PNAS wordt gepubliceerd. In dit onderzoek wordt uiteengezet dat er niet enkel twee vormen van hersenen zijn. "Als het om de hersenen gaat is er sprake van veelvormigheid," zegt Joel. Het verschil tussen mannen en vrouwen is dus lang niet zo zwartwit als we dachten.

Hoewel men tot voor kort dacht mannen en vrouwen verschillende hersenen hebben, nuanceert Joel dit beeld. Joel stelt namelijk dat het onderverdelen van hersenen in een typisch mannenbrein en een typisch vrouwenbrein, enkel zou kunnen als alle vrouwen daadwerkelijk in ieder hersengebied enkel de vrouwelijke varianten zouden hebben en vice versa. Maar dit is niet het geval. Het brein verschilt namelijk niet per geslacht, maar per individu. De gedachte dat sekseverschillen in het brein vastliggen, is volgens Joel dan ook onjuist. Op groepsniveau zijn er wel enkele overeenkomsten binnen de twee geslachten te herkennen, maar hier dient volgens neurowetenschapper Nienke van Atteveldt wel aan toegevoegd te worden dat "de verschillen tussen mannen onderling gemiddeld net zo groot zijn als die tussen de seksen".

Dat er geen onderscheid moet worden gemaakt tussen mannelijke en vrouwelijke kenmerken op dit gebied, is echter iets wat er in de feministische biologie al decennia lang wordt geroepen. De feministische biologie is een biologische benadering die erop uit is om gendervooroordelen binnen de biologie te laten verdwijnen. Een van deze feministische biologen is Anne Fausto-Sterling, die onder meer het werk 'Sexing the Body: Gender Politics and the Construction' schreef. Zij toonde in 1992 al aan dat onderzoeken naar genderverschillen in de hersenen over het algemeen zeer problematisch waren. Veel van deze onderzoeken probeerden aan te tonen dat mannen en vrouwen een andere breinanatomie hebben, wat zou resulteren in sekseverschillen op het gebied van gedrag en vaardigheden. Volgens Fausto-Sterling was dit problematisch omdat de onderzoeken vaak op beperkte data waren gebaseerd, en er bij de meeste gedragskenmerken in kwestie meer sprake was van overlapping tussen de twee geslachten, dan verschil.

Dat het mannen- en vrouwenbrein dermate van elkaar zou verschillen dat dit tot uiting zou komen in het gedrag van de verschillende geslachten, is volgens de feministische biologie een vorm van biologisch determinisme. Dit is iets wat Dr. Ruth Bleier in 1984 al bepleitte. In haar werk 'Science and Gender: A Critique of Biology and Its Theories on Women' toonde ze aan dat we af moeten stappen van het verschil tussen nature en nurture als het aankomt op gendereigenschappen. Ze ondersteunde dit met het argument dat mensen sterk worden beïnvloed door ervaringen en input van buitenaf. Het menselijk brein is in staat zich aan te passen en te ontwikkelen door deze invloeden, en mensen zijn goed in het aanleren van dingen. Om deze reden is het volgens Bleier lastig te zeggen of bepaalde eigenschappen vastliggen of veranderlijk zijn.

De gedachte dat externe zaken het brein en menselijke eigenschappen kunnen beïnvloeden, is een typisch kenmerk van het postmoderne feminisme. Deze stroming bekijkt gender vanuit de postmoderne en poststructuralistische theorie, en komt daarmee tot de conclusie dat gender een sociaal construct is. Dit wordt in de biologie doorgevoerd tot de stelling dat ook het lichaam een sociaal construct is. De postmoderne feminist Judith Butler is van mening dat deze constructen voortkomen uit ons taalgebruik. Wat wij zien als vrouwelijk is volgens Butler enkel een weerspiegeling van wat wij construeren als mannelijk.

De discussie rond het zien van het lichaam als een sociaal construct, is de laatste tijd weer terug van weggeweest door het groeiende bewustzijn rondom mensen die zichzelf niet identificeren met één geslacht. Dat er binnen de hersenen sprake is van veelvormigheid in plaats van enkel twee vormen, is iets wat ook op het gebied van gender te zien is. Maar ook dit werd in 1993 door Fausto-Sterling al opgemerkt. In haar artikel 'The Five Sexes: Why Male and Female Are Not Enough' richt ze zich op het bestaan van interseksuele mensen in een dichotome wereld en het gebrek aan erkenning hiervoor, en pleit ze voor meer begrip op dit gebied in de medische wereld.

De dichotome wereld waar Fausto-Sterling het over had, is nog steeds van cruciaal belang. Dat men lange tijd een onderscheid heeft gemaakt tussen het typische mannen- en vrouwenbrein, komt namelijk voor een groot deel voort uit het feit dat onze maatschappij al snel denkt in binaire opposities. De postmoderne en biologische feministen probeerden deze opposities in de stijl van het poststructuralisme te deconstrueren, om aan te tonen dat lang niet alles zo zwartwit is als we lang hebben gedacht. Dat een recent onderzoek heeft aangetoond dat elk brein een uniek mozaïek van kenmerken is, in plaats van enkel zogenaamde mannelijke of vrouwelijke elementen te bevatten, is een nieuwe stap in de richting van het loslaten van gendernormen. Mensen zijn niet onder te verdelen in twee hokjes - we zijn (net als onze hersenen) veelvormig.

Credits


Tekst Robin Alper

Tagged:
biologie
Feminisme&
nieuws
PNAS
Cultuur
hersenen