Sigur Rós, Með suð í eyrum við spilum endalaust (2008), met Ryan McGinley's foto Highway.

10 iconische foto’s die albumhoezen werden

Hoe de foto’s van Nan Goldin, Deana Lawson, Peter Hujar, Diane Arbus en Ryan McGinley een tweede leven kregen als albumhoezen.

door Emily Manning
|
08 november 2017, 3:39pm

Sigur Rós, Með suð í eyrum við spilum endalaust (2008), met Ryan McGinley's foto Highway.

Iconische fotografen hebben altijd samengewerkt met muzikanten om artwork te creëren. Maar de bekendste foto's werden vaak in opdracht gemaakt: Herb Ritts en Madonna ( True Blue), Jean-Paul Goude en Grace Jones ( Island Life), Robert Frank en The Rolling Stones ( Exile on Main Street), Richard Avedon en Simon & Garfunkel ( Bookends), Irving Penn en Miles Davis ( Tutu), Ari Marcopoulos en Jay-Z ( Magna Carta Holy Grail), Annie Leibovitz en Cyndi Lauper ( She's So Unusual). En misschien wel het belangrijkst, de toen nog onbekende Robert Mapplethorpe en Patti Smith ( Horses).

Het lijkt echter alsof we steeds minder goed zijn in het identificeren van foto's, als ze worden toegeëigend en gereïncarneerd als albumhoes.

Recentelijk kwam ik een op veiling een foto tegen die ik meteen herkende. De foto, gemaakt door Nicholas Prior, is te zien op de cover van het album The Devil and God Are Raging Inside Me van Brand New. Ik zat op het hoogtepunt van mijn middelbare-school-emo-tijdperk toen het album uitkwam in 2006. Geloof me als ik zeg dat ik veel te veel tijd besteed heb aan het bestuderen van de maskers en pantoffels op de cover. Dus waarom is het nooit in me opgekomen dat deze foto al bestond voor – en onafhankelijk van – de melodische melancholie van Brand New?

Dit zijn tien foto's die omgetoverd zijn naar platenhoezen. Je kent ze misschien als kunstwerk, of als albumhoes.

Album cover voor Brand New, The Devil and God Are Raging Inside Me (2006)

Brand New, The Devil and God Are Raging Inside Me
Dit was eerste plaat van Brand New bij een grote platenmaatschappij. Hij kwam uit in 2006, het was de derde lp van de band en hij wordt nog steeds beschouwd als hun beste en daarnaast als een van de meest bepalende geluiden uit het emo-tijdperk. The Devil and God Are Raging Against Me zette de brutale pop-punk van Brand New in een nieuw, existentieel daglicht – met thema's als theologie, dood en depressie. De titel van de plaat komt naar verluidt uit een gesprek tussen frontman Jesse Lacey en Daniel Johnston, een gevierde songwriter die lijdt aan schizofrenie. De coverfoto werd in 2003 gemaakt door Nicholas Prior.

Untitled #44 is onderdeel van Priors serie Age of Man. Dit werk is geïnspireerd door Freuds gedachtegoed over het mysterieuze en "het idee dat een volwassene niet terug kan kijken op hun jeugd als kind, wat een mysterieuze en ondoordringbare kloof impliceert tussen volwassenen en kinderen," legt Prior uit. De fotograaf gelooft dat de band de foto ontdekte tijdens een expositie in de Yossi Milo Gallery in New York. Toen Interscope hem belde voor de licentie weigerde hij in eerste instantie. Maar het doorzettingsvermogen van de band (en omdat hij mocht luisteren naar het nieuwe album voordat die in de winkels lag) overtuigde Prior ervan om toch samen te werken.

Album cover voor Layo & Bushwacka!, Night Works (2002)

Layo & Bushwacka!, Night Works
Voor hun tweede plaat Night Works uit 2002 gebruikte het Londense tech-house duo Layo & Bushwacka! een foto van Nan Goldin. Het werk – Gigi in Blue Grotto with Light (Capri, 1997) – was eerder te zien in Ten Years After, een fotoboek dat Goldin publiceerde na haar overzichtstentoonstelling in het Whitney Museum in 1996. Ze bezocht Italië met haar muze Cookie Mueller aan het eind van de jaren tachtig. Tien jaar later, na Muellers dood, keerde Goldin terug. Het blijft onduidelijk waarom of hoe de foto terechtkwam op Night Works. Goldin gebruikte wel muziek voor haar iconische slideshow, The Ballad of Sexual Dependency, maar koos voor artiesten als The Velvet Underground en The Creatures. Maar wie weet: misschien is ze een geheime aanbidder van breakbeathouse?

Album cover voor Blood Orange, Freetown Sound (2016)

Blood Orange, Freetown Sound
Elk van de drie Blood Orange-albums is fantastisch op zijn eigen manier. Iets wat de albums met elkaar gemeen hebben: hergebruikte foto's als albumhoezen. Op het debuut van Blood Orange, Coastal Grooves uit 2011, prijkt een foto van Brian Lantelme uit de jaren negentig van Exotica. De foto is geschoten buiten Sally's Hideaway (een club op Times Square, waar de openingsscène en het slot van Paris Is Burning gefilmd werd). De cover van Cupid Deluxe is ook gemaakt op Times Square, door Bill Butterworth.

De cover van het meest recente album van de band, Freetown Sound, is een portret van Deana Lawson: Binky & Tony Forever, gemaakt in 2009 in haar appartement in Bed-Stuy. De foto "begon als een idee dat ik wilde laten zien," vertelde Lawson aan The Fader nadat Freetown Sound uitkwam. "De liefde tussen een jong stel," vervolgt ze. De fotograaf zegt dat Devonté Hynes, de man achter Blood Orange, contact met haar opnam en haar had uitgenodigd om naar zijn studio te komen. "We kenden elkaar niet, en het was totaal gebaseerd op het werk. Ik vond dat hij zo productief was en zijn muziek is gewoon zo mooi."

Album cover voor Father Father, We Are All So Very Happy (1991)

Father Father, We Are All So Very Happy
Er is op het internet niet veel informatie te vinden over dit album. Het werd uitgebracht in 1991 door de Zweedse platenmaatschappij Metronome Records. Volgens Discogs is We Are All So Very Happy een hiphopalbum met soul-, funk- en R&B-invloeden. Op What is a Soul?, de enige single die ik kon vinden, zijn een koorzang en aanzwellende strijkers te horen. Een ding is zeker: de albumcover is gemaakt door Bruce Davidson tijdens de Selma-marsen in 1965. Davidson legde de demonstraties vast, die in drie dagen tijd groeiden van 300 tot bijna 25.000 deelnemers. Ze werden geleid door Martin Luther King Jr. en hebben rechtstreeks invloed gehad op aanname van de Voting Rights Act, een mijlpaal in de burgerrechtenwetgeving. Het is onduidelijk waarom Father Father het beeld gebruikte, maar hier is een gokje: op Wat is a Soul? is te horen: "Look at our brothers in South Africa." De single kwam uit in 1990, toen het land streed tegen Apartheid.

Album cover voor George Michael, Listen Without Prejudice Vol 1. (1990)

George Michael, Listen Without Prejudice Vol. 1
Het tweede soloalbum van overleden popicoon George Michael werd niet zo lang geleden opnieuw uitgegeven als een vier-disk (met het MTV Unplugged-concert, B-sides en zeldzame opnames). Het album kwam uit na zijn hit Faith uit 1987, en de verschuiving naar akoestische instrumenten en bossanova viel niet in de smaak bij recensenten en consumenten in de Verenigde Staten. (In het Verenigd Koninkrijk werd de plaat een hit, voornamelijk wegens de single Freedom! '90).

De cover van het album is een bijgesneden versie van een foto die Weegee in 1940 maakte op Coney Island. Tegenwoordig wordt de Oekraïense fotograaf gezien als een van de meest invloedrijke New York straatfotografen. Zijn indringende en korrelige beelden van het leven in de Lower East Side en de criminaliteit bleken vooral een bron van inspiratie te zijn voor Diane Arbus. Listen Without Prejudice is zo bijgesneden dat het Wonder Wheel en de pier niet meer te zien zijn, waardoor alleen een vlakke, dicht opeengepakte groep van glimlachende, gelukkige zonnebaders te zien is.

Album cover voor Big Star, Radio City (1974)

Big Star, Radio City
De iconische fotograaf William Eggleston wordt vaak geroemd om zijn baanbrekende gebruik van verzadigde kleuren in zijn foto's, en omdat hij de schoonheid (en vaak de verdrietigheid) van alledaagse dingen weet vast te leggen. Eggleston gaf de licentie van zijn werken al aan Spoon, Primal Scream, David Byrne, Cat Power, Joanna Newsom en Jimmy Eat World, om er maar een paar te noemen. Big Stars tweede album, Radio City, laat een van Egglestons bekendste foto's zien: The Red Ceiling.

"Het is gewoon een foto die ik uit het niets aanbood," vertelde Eggleston aan The Guardian. "Ik kwam Alex Chilton toevallig tegen en hij zei: 'Ik zou 'm graag willen gebruiken.' Ik zei dat het goed was. Dat is het hele verhaal." Maar dat is niet waar. Eggleston kende Chiltons familie al lang voor de powerpopband Radio City uitbracht in 1974 (hij maakte de achterkant van de hoes toen hij aan het chillen was met de band in een TGI Fridays in Memphis). Chilton mocht ook een andere foto van Eggleston gebruiken voor zijn solo-debuut: Like Flies on Sherbert uit 1978.

Daarnaast is The Red Ceiling niet 'zomaar een foto'. Volgens het Getty Museum vindt Eggleston het een van zijn meest uitdagende werken. "Zo krachtig dat ik het eigenlijk nog nooit met tevredenheid gereproduceerd heb gezien."

Album cover voor Antony and the Johnsons, I Am a Bird Now (2005)

Anthony and the Johnsons, I Am a Bird Now
Het tweede album van Anthony and the Johnstons (Anohni's avant-popproject) won de Mercury Prize in 2005. Op het album zijn veel andere grote sterren te horen, waaronder Rufus Wainwright, Devendra Banhart, Lou Reed en Boy George. De cover is een van Peter Hujars beste portretten: een krachtig en pijnlijk beeld van Candy Darling op haar sterfbed.

In 2007 schreef Anohni een eerbetoon aan Hujar (die overleed aan aids-gerelateerde complicaties in 1987, en wiens werk in de afgelopen tien jaar eindelijk de lof heeft gekregen die het verdient). "Hij nam foto's van buitenstaanders vanuit het perspectief van een insider. Hujar leek de ervaring van extreme vervreemding en persoonlijke bezieling te delen met zijn modellen, en dit was ook te zien in zijn portretten van hen," zegt ze. In de recensie van I Am a Bird Now noemde Pitchfork de cover "de perfecte aanvulling op de spookachtige hymnes die fladderen en zuchten achter de zwarte en witte schaduwen."

Album cover voor Sigur Rós, Með suð í eyrum við spilum endalaust (2008)

Sigur Rós, Með suð í eyrum við spilum endalaust
Oorspronkelijk kreeg de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson de opdracht om de cover van Sigur Rós' vijfde lp uit 2008 te ontwerpen. De band vond het voorstel van Eliasson echter niet goed genoeg, en de uiteindelijke hoes is een foto van de Amerikaanse fotograaf Ryan McGinley.

Op 3 april 2008 had McGinley een solo-expositie met de naam I Know Where The Summer Goes in de Team Gallery. Hij had de zomer daarvoor door in de VS rondgereisd, met zestien modellen, drie assistenten en vierduizend filmrolletjes. De foto die de expositie-opening aankondigde, Highway uit 2007, belandde "net op het moment dat de band aan het beslissen was hoe ze hun album het best visueel konden verbeelden" in de inbox van frontman Jónsi, en dus koos hij de foto voor de albumhoes. (McGinley had Sigur Rós zes jaar eerder ontmoet tijdens een opdracht, en in 2012 werkte hij opnieuw samen met de band om een videoclip te maken). De titel I Know Where The Summer Goes komt van een nummer van Belle en Sebastian.

Album cover voor SNFU, And No One Else Wanted to Play (1985)

SNFU, And No One Else Wanted to Play
De Canadese hardcorepunkband SNFU (Society's No Fucking Use) kreeg nogal wat kritiek over zich heen toen ze zonder licentie de foto Child with Toy Hand Grenade in Central Park van Diane Arbus uit 1962 gebruikten als cover voor hun debuutalbum uit 1985. "We waren zo naïef," reageerde een bandlid in 2005. "We vonden de foto in de bibliotheek en gebruikten 'm. Jello nam contact met ons op en vertelde dat Crucifux bijna was aangeklaagd. Sex Gang Children wilde ook wat materiaal van Arbus gebruiken en aan hen werd verteld dat dat absoluut niet kon. Dus maakten we wat aanpassingen."

Die "aanpassingen" hielden eerst in dat een kunstenaar een versie van de beroemde foto natekende. Maar de illustratie leek te veel op het originele beeld, dus werd er snel een derde hoes gemaakt. De vierde en uiteindelijke hoes is een illustratie van een bloederig kersttafereel, met een kind met een olifantenhoofd op de achtergrond, die de herkenbare korte broek draagt die ook te zien is op Child with Toy van Arbus.

Album cover voor The Smiths, The Smiths (1984)

The Smiths, The Smiths
Wat zou het verhaal over albumhoezen zijn zonder The Smiths? NME dook ooit diep in alle 27 albumhoezen van de band uit Manchester (elk ontworpen door Morrissey zelf). Uit het onderzoek bleek: Moz liet voornamelijk inspireren door film en op zijn platen prijken acteurs als James Dean, George O'Mara, Jean-Alfred Villain-Marai en Pat Phoenix. De albumhoezen gebruiken ook stills van films, waaronder de Vietnamoorlog-documentaire In The Year Of The Pig, The Enchanted Desna uit Rusland, Orpheus van Jean Cocteau en de Franse film The Unvanquished uit 1964.

De cover van de gelijknamige debuut-lp van The Smiths uit 1984 is een still van Andy Warhols film The Flesh uit 1968. Het toont de acteur Joe Dallesandro in een griezelig roodpaarse kleur. Dit was niet de eerste albumhoes waarop Dallesandro verscheen. Warhol was de man achter het iconische ontwerp van Sticky Fingers van The Rolling Stones. Hoewel veel fans dachten (of hoopten) dat het kruis op de hoes van Mick Jagger was, was het Dallesandro die de broek vulde.

Tagged:
The Smiths
Blood Orange
Fotografie
Diane Arbus
Peter Hujar