Fotografie Sory Sanlé

sory sanlé legde de eclectische jeugdcultuur van burkina faso vast

De fotograaf opende een fotostudio in 1960, het jaar dat Burkina Faso net onafhankelijk was geworden. In de decennia die volgden schoot hij honderden portretten van uitgedoste tieners.

door Sarah Moroz
|
03 oktober 2018, 2:00pm

Fotografie Sory Sanlé

Als kind maakte Sory Sanlé al tekeningen van bloemen, en dieren die de naaisters in de Burkinabese dorpen verwerkten in hun textiel. Toen hij op een dag echter in aanraking kwam met fotografie toen hij zijn pasfoto's moest laten maken was zijn interesse voor het medium geboren. In 1960 openende hij een eigen studio in de twee-na-grootste stad in Burkina Faso, Bobo-Dioulasso. Studio Volta Photo werd een belangrijke hoeksteen van de gemeenschap, waar hij dagelijks kinderen uit de buurt fotografeerde. "Een kiekje, en dat was het!". Met zijn foto's wist hij de mix van traditionele en moderne stijlen te vangen die de jaren 60 en 70 zo karakteriseerde. In de foto's zie je jonge vrouwen in tops met printjes, mannen met t-shirts met teksten als 'Adieu' en 'I am in' – allen doorspekt met een gevoel van opwinding, in een tijd waarin het land het koloniale verleden van zich afschudde.

Tegenwoordig wordt hij vertegenwoordigd door prestigieuze galerijen zoals het Yossi Milo in New York en David Hill in Londen, maar decennialang was Sanle een onbekend figuur in de fotografiewereld. Hij verbrandde een keer zelfs zijn negatieven omdat hij geloofde dat ze passé waren en dat niemand geïnteresseerd in ze zou zijn. “Afrikaanse kunst is er altijd al geweest, maar de wereld keek er niet naar. Pas nu worden mensen zich langzaam bewust van de mooie dingen die we maken en hoe talentvol onze kunstenaars zijn, of het nu muzikanten, beeldende kunstenaars of fotografen zijn,” vertelt hij. Sanle had afgelopen lente zijn eerste grote retrospectief in Chicago, en zijn werk is momenteel op afspraak te zien bij The Arts Club in Londen. Ook zal hij binnenkort 250 foto’s naar het fotografiefestival Mérignac in Zuid-Frankrijk sturen. We spraken de fotograaf over zijn liefde voor muziek, nationalistisch optimisme en waarom een fles whiskey een wijze carrière-investering was.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met fotografie?
In 1957 werd ik de Photo Lux Studio in Ouagadougou gefotografeerd voor mijn pasfoto's. Die ervaring maakte een interesse in me los. In die tijd werkte ik nog als jongetje in een bar. Als het niet aan die pasfoto's had gelegen, was ik nooit fotograaf geworden. Het kostte 200 frank for vier foto's, wat in die tijd veel geld was. Toen ik het geld neerlegde dacht ik: dit is een baan waar je carrière in kan maken.

Ik betaalde een Ghanese fotograaf, Kojo Adamako, 25.000 frank en een fles whiskey om zijn pupil te worden. Dat was ik twee jaar lang, hij was mijn mentor. Mijn neef Idrissa Koné — een beroemde jazzmuzikant — besloot me te helpen met het openen van mijn eigen studio, die ik omdoopte tot Volta Photo.

Toen je Volta Photo startte, wat had je toen voor ogen qua sfeer?
Ik wilde dat het de tijdsgeest zou reflecteren. Het waren de eerste jaren na de onafhankelijkheid, dus er was veel blijdschap, vrijheid en optimisme in Bobo-Dioulasso. Burkina Faso, dat toen nog Upper Volta heette, werd onafhankelijk van Frankrijk in 1960 en veel mensen keken neer op het koloniale verleden. Ze wilden autonoom zijn. Nadat ik de studio had geopend werd ik heel close met mijn klanten. Ik was onderdeel van de buurt en een populaire attractie – in die tijd waren er nog niet zoveel fotostudio's.

Praatte je vooraf met je klanten over hun verwachtingen?
Voordat ze me ook maar iets vroegen hadden ze al de foto's aan de muur gezien. Op basis daarvan wisten ze dat ze me konden vertrouwen. Ik ga hen instructies hoe ze moesten staan en poseren, hoewel sommigen ook gewoon hun eigen gang gingen. Sommige mensen vroegen om kleding – een pak of stropdas bijvoorbeeld – zodat ze een ander karakter konden uitbeelden.


In hoeverre beïnvloedde het koloniale verleden de wijze waarop je je landsgenoten portretteerde?
In mijn geval had het geen enkele invloed. Een Afrikaanse fotograaf heeft me leren fotograferen dus mijn benadering was Afrikaans. Er was geen sprake van contact met Franse mensen. Op het moment dat je een eigen studio hebt creëer je een eigen wereld – en klanten zullen volgen. Veel van mijn klanten kwamen uit de bush: ik genoot met name populariteit onder de Fula-stam, waarvan het gros boeren waren. Maar ook veel Malinezen uit de buurt kwamen vaak langs Volta Photo.


Was het schieten van albumcovers anders dan het schieten van rechttoe-rechtaan portretten?
In mijn ervaring kwam het op hetzelfde neer; mijn neef Drissa Koné vroeg me zijn band te fotograferen. Hij had kleurenfilm ingeslagen en we toogden naar de gemeentelijke tuinen van Bobo. Ik haalde mijn inspiratie uit de singlecovers van de Bantous de la Capitale’s Stenco uit de vroeg jaren 60. The Volta Jazz band droeg rode pakken, en de chef d’orchestre een gele smoking. We waren onderdeel van dezelfde scene en wilden onze eigen cultuur creëeren. Volta Jazz maakte de soundtrack voor Bobo’s feestjes.


Je werk beslaat meerdere decennia, van 1960 tot 1980. Hoe is je houding ten opzichte van fotografie veranderd?
Alles aan mijn carriere veranderde op het moment dat ik me realiseerde dat ik van mijn werk kon leven. Toen ik expo's begon te houden en werk begon te verkopen, realiseerde ik em opeens dat mijn carriere klopte. Daarvoor gaf niemand er ooit wat om. Ik verbrandde de negatieven, omdat ik dacht dat ze toch niets waard waren. Ik voelde me lange tijd geisoleerd, tot ik mijn vriend (auteur en fotograaf] Florent Mazzoleni ontmoette in 2011, die mijn werk aan de rest van de wereld introduceerde. Bobo was ver weg en mijn foto's bleven in mijn studio, ik voelde me nooit onderdeel van een grotere gemeenschap. Met de expo's en de boeken begon ik me te realiseren dat er interesse was in mijn werk.

Tagged:
60s
70s
Burkina Faso
west-afrika
Sory Sanlé