waarom blijven journalisten zo stil over de rol van de mode in klimaatverandering?

De mode-industrie moet haar businessmodel veranderen als de mens wil blijven bestaan.

door i-D Staff
|
03 juni 2015, 12:35pm

Het is vijf voor twaalf als het gaat om het redden van de aarde. Ook voor grote modemerken moet het inmiddels duidelijk zijn geworden dat hun businessmodel niet past in een groene toekomst.

De laatste wandelexpedities naar de Noordpool worden waarschijnlijk op dit moment gelopen - het ijs is heel snel te dun aan het worden om op te staan. Het uit de hand gelopen energieverbruik zorgt ervoor dat we op extreme manieren fossiele brandstoffen proberen te halen uit moeilijk bereikbare plekken. Zoals uit het teerzand in Canada en op afgelegen plekken op de noordpool. De mode-industrie heeft twintig jaar gehad om deze problemen zelf op te lossen, maar nu is dat echt te laat. Deze industrie is inmiddels voor minstens 10 procent verantwoordelijk voor de uitstoot van CO2. Klimaatexperts beweren dat een temperatuurstijging van 2°C nog veilig is voor het menselijk leven. Schattingen wijzen erop dat wij al vanaf 2017 gevaarlijk dicht bij die grens in de buurt komen.

Dus, welke de recente maatregelen worden genomen om het tij te keren? In plaats van te leren van de tragedie van de ingestorte kledingfabriek in Bangladesh, verplaatsen modefabrikanten razendsnel hun kledingfabrieken naar Ethiopië. In dit land bestaat niet zoiets als een minimumloon en zijn er geen beperkingen als het aankomt op de uitstoot van koolstofdioxide. Vanaf nu kunnen modefabrikanten niet meer doen alsof ze onschuldig zijn. Het verhuizen van de kledingfabrieken is het ultieme bewijs dat de industrie draait om krankzinnige winstmodellen die out of control zijn.

"Als klimaatwetenschappers maar voor de helft gelijk krijgen, dan is de klimaatverandering het grootste probleem van onze generatie", zegt Alan Rusbridger, hoofdredacteur van de Britse krant The Guardian. Toch worden dergelijke issues nauwelijks behandeld door modejournalisten. De reden daarachter is vrij simpel: wij zijn modejournalisten, geen economen - er zijn maar weinig modejournalisten die zich bezighouden met de ecomische veranderingen binnen de industrie op de lange termijn.

Modejournalisten en klimaatwetenschappers komen niet vaak bij elkaar op de thee. Maar zelfs als we dat wel zouden doen, dan waren we toch te druk met andere dingen. De toename van het aantal Fashion Weeks, de viervoudiging van het aantal collecties en het slagveld rondom de overgang van print naar digitaal… Het zijn zaken die de mode-media de afgelopen jaren flink hebben beziggehouden. De neo-liberale, ecomonische zombie die de industrie is geworden begon aan ons leven te vreten en wij waren veel te druk met andere dingen om het door te hebben.

Natuurlijk zijn de advertentie-inkomsten de grootste reden dat de modejournalisten geen uitspraken hebben gedaan over de stand van zaken in het milieu. Dat is begrijpelijk: op je voornaamste bron van inkomsten lever je geen kritiek. Daarnaast blijven alle modemerken maar benadrukken dat hun bedrijfsvoering steeds milieubewuster wordt. Maar weinigen onder ons voelen zich gekwalificeerd genoeg om daar iets van te vinden. Dat brengt ons dus in een moeilijke positie.

Anno 2015 blijft de klimaatbeweging maar groeien. Tienduizenden studenten van over de hele wereld dwingen hun universiteiten bijvoorbeeld om af te stappen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar ook de inwoners van Alaska laten van zich horen: zij gaven onlangs indrukwekkende speeches vanuit honderden kano's tijdens het Paddle in Seattle-protest, tegen het olieboren in het noordpoolgebied.

De jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen van oliereuzen als BP, Rio Tinto en Shell worden tegenwoordig gedomineerd door jonge financiële managers, die in opdracht van NGO's (Non-Governmental Organisations), inheemse stammen en burgers de activiteiten van deze bedrijven tegen het licht houden en aandacht vragen voor klimaatverandering en het schenden van mensenrechten. Het oude cliché van luidruchtige hippies die aan de zijlijn staan te schreeuwen, is al lang verleden tijd. Activisten zijn nu vaak jonge professionals in pak die, gesteund door klimaatorganisaties, van binnenuit verandering teweeg proberen te brengen.

Muzikanten als Grimes tweeten vaak over het milieu. Ook Jamie XX heeft net een video uitgebracht waarin maar één personage voorkomt: de aarde. Op de rode loper van het filmfestival in Cannes uitten meerdere filmsterren hun zorgen over het klimaat. Dat is niet verrassend: de meeste sterren wonen in Californië - zij hebben de afgelopen vijf jaar te maken gehad met ongekende droogte en een gigantische giftige olievlek.

Steeds meer verschillende wereldproblemen scharen zich onder de paraplu van de klimaatverandering. Nu het zuidelijk halfrond zich begint te realiseren dat zij als eerste de consequenties van de klimaatveranderingen zullen ondergaan, begint het milieu ook een mensenrechtenprobleem te worden. Schade aan het klimaat zorgt voor extremisme in de overheden van Westerse naties, maar ook in het Midden-Oosten en Afrika. Mensen worden ziek omdat ze decennia lang te dicht bij oliebronnen in de buurt hebben geleefd. Ook mensen in Irak zijn boos omdat BP in dat land gratis naar olie mag boren. Ten slotte zorgen lange perioden van droogte er in Afrika voor dat boeren geen bestaan meer kunnen opbouwen in die regio. Hoe kunnen modejournalisten nog een bijdrage leveren aan de klimaatbeweging, nu overal ter wereld de alarmbellen beginnen te rinkelen?

Een andere factor die ons tegenhoudt om het hoofd boven het maaiveld uit te steken en klimaatverandering op de agenda te zetten, is de vele kritiek die we als modejournalisten dan naar ons hoofd geslingerd krijgen. Het zou hypocriet zijn om aandacht te besteden aan klimaatverandering omdat we tegelijkertijd zelf een grote bijdrage leveren aan de mode-industrie. We creëren verlangens naar een lifestyle waarvan nu duidelijk wordt dat het onze ondergang betekent.


Hoeveel dingen raak je vandaag aan die gemaakt zijn met behulp van olie? Alles. Als critici blijven benadrukken dat alleen de mensen die leven zonder een gram koolmonoxide uit te stoten, kritiek op het systeem mogen uiten, zal de klimaatbeweging voortaan bestaan uit een overweldigend aantal van welgeteld nul personen. We zijn in dat geval echt begonnen aan de laatste honderd jaar van ons bestaan. Critici hebben vaak geen enkel idee dat het onderzoek en de ontwikkeling naar groene energie telkens wordt tegengehouden door lobbyisten van grote olie- en gasreuzen. Je kunt je misschien voorstellen dat deze bedrijven een eeuwig gevulde portemonnee bezitten. Critici hebben vaak ook geen idee dat de markt voor luxe leer alle beschikbare dieren al hebben opgemaakt. Ze hebben inmiddels geïnvesteerd in hun eigen kuddes. Ten slotte hebben critici geen enkel idee dat de oude verschrikkingen van het kolonialisme door de modeindustrie worden herhaald in het zuidelijk halfrond, en wij kijken toe.

Over hypocrisie gesproken: Pharrell Williams kreeg veel kritiek te verduren op sociale media omdat hij veel spreekt over het milieu, maar vervolgens ook een foto van zichzelf de wereld in slingert waarop hij in zijn eentje in een privévliegtuig zit. Deze foto laat goed zien dat er een groot gat zit tussen wat klimaatwetenschappers zeggen en welke informatie de mensen daadwerkelijk bereikt. In mei 2015 bereikte de gemiddelde hoeveelheid uitstoot van koolstofdioxide per persoon voor het eerst 400 deeltjes per miljoen. Dat is meer dan de 350 deeltjes per miljoen waarvan wetenschappers zeggen dat het nog veilig is. Het is tijd voor overheidsingrijpen.

Het is dus juist belangrijk dat zoveel mogelijk mensen wakker worden geschud en hun stem laten horen over klimaatverandering, precies zoals Pharrell heeft gedaan. Oliebedrijven zoals Koch Industries hebben bedragen van 800 miljoen dollar klaarstaan om verkiezingen en politici te beïnvloeden. Deze oliereuzen hebben critici nodig die mensen zoals Pharrell, Darryl Hannah en Leonardo DiCaprio en andere mensen die opstaan tegen klimaatverandering, de mond te snoeren. De bedrijven achter fossiele brandstoffen willen dolgraag dat wij ons afkeren van elektrische auto's. Ze willen dat de modeindustrie zich richt op ijdelheid en hebzucht, in plaats van innovatie en vindingrijkheid. Deze bedrijven willen dat wij ons stilhouden uit angst om hypocriet te zijn, zodat wij nooit zullen vragen naar een beter leven. Maar dit hoeven wij niet toe te staan.

In een tijdperk van oneindige groei, moet de mode-industrie goed naar zichzelf kijken. Willen deze bedrijven dat het menselijke ras nog tot na het jaar 2100 kan bestaan? Als we niks doen, achterover leunen en toe blijven kijken hoe onze overheden niets doen, zal de temperatuur misschien wel met 4°C stijgen. In dat geval zal het zuidelijk halfrond te warm zijn om er te wonen. Wanneer de temperatuur nog verder stijgt, met 6°C, zal onze toekomst apocalyptische vormen aannemen.

Omgekeerd kunnen wij ook bijdragen aan het behoud van onze planeet door fossiele brandstoffen achter ons te laten en duurzame energie te omarmen. Het zou de grootste revolutie sinds het begin van de mensheid zijn en wij kunnen daar allemaal deelgenoot van worden. Activisten van over de hele wereld nodigen ons uit om mee te strijden. Het is een spannende tijd. Maar met nog maar honderd jaar te gaan, bestaat er nog geen enkel biologisch paar sneakers waarmee je in een klimaatdemonstratie kan lopen. Alles blijft maar op vuilnisbelten liggen. Wie gaat de kleding van onze toekomst ontwerpen? Ik zou die schoenen in ieder geval meteen kopen.

cdp.net

@cdp

Credits


Tekst Sarah Hay
Fotografie Gary Knight

Tagged:
klimaatverandering
mode-industrie