Fotografie: Danny Griffioen, model: Eveline Rozing, sieraden in samenwerking met Goudstof Smeedt

de ontwerpers die nederlandse folklore een nieuwe impuls geven

De symboliek en historie van klederdracht vormen een eindeloze bron van inspiratie voor deze ontwerpers.

door Debbie van der Wouw
|
21 maart 2018, 9:56am

Fotografie: Danny Griffioen, model: Eveline Rozing, sieraden in samenwerking met Goudstof Smeedt

Tegenwoordig kun je je imago volledig vormgeven zoals je zelf wilt; je kunt op zoek naar een bijpassend liefdesavontuur op een datingapp, foto’s posten op een plek terwijl je op dat moment compleet ergens anders bent, en je eigen kleding uitkiezen, om daarmee aan te geven bij welke groep je hoort, of graag wilt horen. Vroeger, in de achttiende en negentiende eeuw, was dat anders, en kon je aan de kleding die een persoon droeg zien uit welke streek diegene kwam, of de persoon in kwestie veel geld had, of dat iemand aan het rouwen was om een geliefde. Al die boodschappen werden gecommuniceerd door streekdracht: de kleding die mannen en vrouwen droegen om aan te geven bij welke groep ze hoorden en uit welke streek ze kwamen. Deze streekdrachten zijn een groot onderdeel van de Nederlandse folklore, maar zijn helaas bijna verdwenen uit het straatbeeld.

Gelukkig is er door de jaren heen een grote verzameling aangelegd in musea – de mode is namelijk te bijzonder om in de vergetelheid te raken. De streekdrachten zijn handgemaakt, voorzien van de mooiste kleurrijke borduursels en vaak van generatie op generatie doorgegeven – vol met geheime codes en gebruiken. Hedendaagse ontwerpers laten zich er dan ook graag door inspireren.

Tess van Zalinge is een voorbeeld van een Nederlandse ontwerper die dankbaar gebruikmaakt van de verzamelingen in musea. Voor elke collectie haalt ze inspiratie uit een folkloristisch element. Soms is het overduidelijk terug te zien in haar collectie, soms is het een klein onderdeel van het proces en dient het puur als inspiratie. “Ik ben opgegroeid in de stad en kwam voor het eerst in aanraking met klederdracht tijdens mijn tweede jaar op het Amsterdam Fashion Institute (AMFI),” vertelt Tess. “Voor een opdracht kreeg ik een bepaald streekgebied toegewezen, dat van mij was Spakenburg. Na mijn onderzoek had ik zoveel bewondering voor het maakproces en de symboliek, dat ik de streekdrachten steeds verder ging onderzoeken.”

Beeld via Tess van Zalinge

Streekdracht heeft helaas een stoffig imago, maar als je vanuit een ander perspectief naar het kledingstuk kijkt dan zie je iets heel anders; de zorg die erin is gestoken, de talloze keren dat het vermaakt is om het door te geven aan een familielid, de kleurrijke borduursels en het handwerk. Toch kan het lastig zijn om hier een moderne draai aan te geven. Tess doet dat door een spanningsveld te creëren met onder- en bovenmode. “Streekdrachten zijn best kuis, ze zijn hooggesloten en bestaan uit veel lagen stof. De tegenhanger daarvan is lingerie. Als je die kuisheid opheft met korsetten, transparante stoffen en kant, krijg je een spannende mix. Dat contrast is wat het voor mij modern maakt.”

Naast jonge ontwerpers als Tess van Zalinge die hun eigen, moderne draai geven aan Nederlandse streekdracht, zijn er eerder ook al gevestigde ontwerpers geweest die zich erdoor lieten inspireren. Viktor&Rolf kleedde in 2007 modellen voor hun herfst/wintercollectie in jassen die geïnspireerd waren op de Hindelooperdracht en klompen. De houten schoenen werden voorzien van hakken, prints, en een groot logo van het modehuis op de wreef. De Vlaamse ontwerper Walter van Beirendonck, bekend om zijn uitbundige bonte stijl, gebruikte het Staphorster stipwerk in zijn lente/zomercollectie voor 2017. Hij liet daarvoor ruim dertien meter stof bewerken door meester in het ambacht Gerard van Oosten. Ook andere internationale ontwerpers zijn in de ban van het stipwerk, zo werkten John Galliano in 2017 en de Spaanse couturier Ricardo Rimos in 2011 ook met de stoffen van Gerard.

Een andere ontwerper van eigen bodem die zich onlangs liet inspireren door Nederlandse folklore is Bas Kosters. Hoewel het meer een toevalstreffer was volgens Bas, ontstond het idee door een samenwerking met de Textielfactorij en een onderzoek naar het gezamenlijke erfgoed van India en Nederland. Bas reisde af naar India om daar meer te weten te komen over de ambacht die schuilgaat achter sits: traditionele, handgemaakte, bloemkatoenstoffen uit India. De stoffen zijn vroeger door de VOC naar Nederland gebracht en daarna regelmatig gebruikt als element in Nederlandse streekdrachten. “Ik ben in India geweest om te leren over het maakproces,” vertelt Bas. “Deze stoffen worden met zoveel passie en aandacht gemaakt dat ze perfect in de My Paper Crown-collectie pasten, omdat die juist over aandacht ging.”

De dracht waar Bas het ontwerp voor My Paper Crown op baseerde was een traditionele vissersbroek, en een jakje (een kort jasje). Voor het jakje gebruikte hij alle stoffen die hij in India maakte, zodat er een soort portfolio ontstond van stoffen. Voor de broek gebruikte hij zilveren munten als knopen, iets wat ze in die tijd vaker deden. Nu is deze outfit onderdeel van de Ambacht in Dracht-expositie in het Zuiderzeemuseum. Wat Bas verder aanspreekt als het over streekdracht gaat is de betekenis en de geheime codes die het bevat. “Ik houd van de geschiedenis, de gebruiken en de historie van Nederlandse streekdrachten,” vertelt Bas. “De kleding van tegenwoordig is betekenisloos, er zijn geen geheime codes meer die je uitdraagt met je kleding, wat het ook meteen heel armoedig maakt. Hoogstens voor een begrafenis of bruiloft trekken we iets aan wat van betekenis is.”

Naast Bas is er is een nieuwe generatie modeontwerpers die zich nog graag laat inspireren door folklore. Het Rotterdamse streetwearlabel Salt & Lemon putte voor hun nieuwe campagne inspiratie uit schilderijen uit de Gouden Eeuw, en combineerde streetwear met elementen uit de Nederlandse streekdrachten. Ook Das Leben am Haverkamp, een kunstig modecollectief uit Den Haag, ging onlangs aan de slag met Zeeuwse folklore. Zij doken in het depot van het Zeeuws Museum om inspiratie op te doen. Bezoekers kregen vervolgens objecten te zien en moesten daar hun eigen interpretatie op geven. Aan de hand van deze betekenissen ging het collectief aan de slag, met als eindresultaat een nieuwe visie op het Zeeuwse erfgoed. In een eerder interview met het collectief vertelden ze uitgebreid over de expositie.
Deze nieuwe generatie van ontwerpers zorgt er met hun ontwerpen voor dat we niet vergeten hoe rijk onze Nederlandse folklore is. Want waarom zou je als ontwerper de inspiratie altijd van ver zoeken als hier, achter gesloten deuren, de mooiste modische schatten te vinden zijn?

Tagged:
folklore
Bas Kosters
walter van bierendonck
das leben am haverkamp
Tess van Zalinge