Modellen: Mitchell en Lou

dit modellenagentschap weigert zich te conformeren aan de grillen van de mode-industrie

Het Amsterdamse modellenbureau The Movement hanteert zijn eigen filosofie: modellen hebben de maten die bij hun lichaamsbouw horen, en zijn geen ‘concept’ om in te zetten voor een thema-issue.

door Rolien Zonneveld; foto's door Ferry van der Nat
|
29 november 2017, 10:54am

Modellen: Mitchell en Lou

i-D spreekt mensen uit de Nederlandse mode-industrie om erachter te komen of we er al echt zijn op het gebied van diversiteit en stelt daarbij misstanden aan de kaak. Lees er hier meer over.

In tijden waarin diversiteitsleuzen de covers van de grootste modetijdschriften sieren en kranten hun modebijlagen aan verscheidenheid wijden, heeft het jonge modellenbureau The Movement zich opgeworpen als een fris, maar dwars geluid. De modellen zijn 'alternatiever' dan je doorgaans ziet: zo heeft Jill als een moderne Frida Kahlo een unibrow, heeft Lucas lang rood haar en is Rimona 1,64m.

Oprichter Robbie Baauw (29), die met een groep performers al langere tijd het uitgaansleven kleur geeft, heeft de ambitie “de mal van schoonheid te verbreden”. Om dat voor elkaar te krijgen is hij naar eigen zeggen absoluut niet van plan zijn modellen te onderwerpen aan "de maten-maffia”, en bekijkt hij iedere binnenkomende boeking met enige scepsis: gaat het echt om de modellen zelf of worden ze puur geboekt omdat ze op dat moment goed bij het ‘concept’ van die maand passen? We spraken Robbie over gelijkheid, hypes en zijn toekomstvisie voor het Nederlandse modelandschap.

i-D: Hi Robbie. Nog niet zo lang geleden heb je besloten om je evenementenbureau uit te breiden met een modellenbureau. Waarom ging je daartoe over?
Robbie: We zijn ooit inderdaad begonnen als evenementenbureau The Amazing Agency en toen kregen we steeds vaker de aanvraag of onze performers ook modellenklussen konden doen. Zowel ik als onze boeker Wietske hadden allebei al een achtergrond in mode dus hielpen aanvankelijk vooral een beetje met zaken als buy-outs. We hadden allebei absoluut geen ambitie om daadwerkelijk een modellenbureau te starten, omdat we de modellenindustrie ongezond en oninteressant vinden door hoe het omgaat met modellen. Maar omdat de aanvragen maar binnen blijven komen, hebben we toen bedacht toch ook een modellenagentschap op te richten, maar dan wel in de filosofie van The Amazing Agency. Dat betekent onder andere dat we weigeren om bijvoorbeeld enkel op de heupmaat te hameren, als modellen al in shape zijn. En dat bleek goed aan te slaan: onze eerste boekingen waren Vogue en Calvin Klein.

Model: Charlene

Dat klinkt wel een beetje militant, dat jullie je zo verzetten. Hebben jullie daarom jullie agentschap pas geleden omgedoopt van Amazing Faces naar ‘The Movement’?
We hebben het allereerst zo genoemd omdat we het belangrijk vinden dat mode in beweging blijft, zeker nu in deze tijd waarin diversiteit zo’n ding is – een woord wat ik haat inmiddels door de manier waarop mensen het gebruiken. Wij willen echt de mal verbreden, en wij zijn dan ook heel stellig in onze meetings met grote casting directors en internationale bureaus. “Er gaat geen centimeter af”, zeggen we dan. En ik denk dat die naam daarbij helpt, we dekken onze modellen er een beetje mee in. Wij zullen ons niet conformeren naar jouw idee van schoonheid. We gaan in tegen de norm, en daardoor krijgt onze naam wel een beetje die activistische ondertoon.

Uit jouw social media-presence blijkt dat jij zeker niet schroomt om je mening te laten horen. Zo liet je je onder andere kritisch uit over Harper’s Bazaar. Vervolgens staan wel twee van je modellen in een grote editorial. Hoe was dat voor jou?
Dubbel, want we hebben veel meer aanvraag gekregen voor die diversiteits-issues, maar toch hebben we het niet gedaan. We willen niet dat onze modellen in dat ‘diversiteitshokje’ worden geduwd. Net als dat je vroeger die ‘Black Issue’ bij Vogue had – dat zwarte modellen dan wel ineens in Vogue mochten verschijnen. Zo voelen die diversiteits-issues ook een beetje voor mij. In het geval van deze twee specifieke modellen in de Harper’s Bazaar-editorial was het zo dat Loes, een wit meisje met reguliere modellenmaten, van ons best in zo’n thema-issue mag verschijnen. En de ander, Mitchell, is een jongen, wat ook ongewoon en uniek is voor een vrouwentijdschrift. Maar Saana hebben we bijvoorbeeld niet meegegeven. We zouden het prima vinden als ze een gewone serie zou schieten, maar niet vanwege de reden dat ze niet-wit is. Modellen die afwijken van de norm ‘wit, cisgender, en heteroseksueel’ zijn namelijk geen ‘concept’.

Jullie laten je dus eigenlijk niet voor dat diversiteits-karretje spannen.
Klopt, zolang het als een normale boeking oogt, dan doen we het. Maar als het meer wat weg heeft van ‘Het is diversiteits-maand, dus jij mag meedoen’, dan doen we het niet. En zo willen we ook niet dat onze modellen gepresenteerd worden. Onze modellen zijn altijd eerst model, en zijn dan toevallig wit, zwart, curvy, et cetera. We proberen die hokjes zoveel mogelijk te omzeilen.

Model: Sytze

Hoe heb jij die ‘golf’ hier in Nederland dan ervaren?
Elke mail die wij krijgen begint zo ongeveer met het woord ‘diversiteit’, een beetje zoals een tijdje geleden iedereen androgyn moest zijn. Maar je ziet dat zo weinig mensen weten wat voor een geschiedenis van racisme aan die hype ten grondslag ligt. En dat je dat niet zomaar met één issue oplost, om dan vervolgens weer te doen wat je altijd deed, maar dat je structureel diverser moet boeken. Die tijdschriften hebben denk ik niet echt een idee wat er moet veranderen.

Dus je bent sceptisch?
Honderd procent.

Model: Nu-Nu

Hoe zie jij de komende maanden tegemoet op dit gebied?
Kijk, die hype heeft ons veel credibility gegeven, omdat onze modellen daardoor nu aan sommige merken gelinkt zijn. Voor onze modellen is dat goed, maar ook voor ons. Zo wonnen we dit jaar de Elle Style Awards, omdat wij zichtbaar iets anders aan het doen zijn met dit onderwerp. Maar wat nu belangrijk is, is dat mensen in de industrie zich echt gaan uitspreken – op redacties, op fotoshoots, door fotografen en stylisten – mensen die wel altijd hebben gevonden dat de standaard wel erg wit en dun was, maar daar nooit van wat hebben durven zeggen, omdat ze bang zijn hun positie bij een prestigieus tijdschrift te verliezen. Veel mensen zijn erg welwillend, maar kunnen het probleem nog niet helemaal bevatten. Er is zichtbaar een wil maar nog geen weg. Daar moet echt consistent aan gewerkt worden zodat jongere generaties niet opgroeien met zulke beperkte associaties met wat schoonheid en wat representatief is.

Jijzelf nam daarin dus het voorbeeld en liet je op je social media zeer kritisch uit over onder andere Cécile Narinx. Je had daarbij best een risico kunnen lopen.
Ik heb me toen inderdaad wel even zorgen gemaakt over mijn modellen, maar ik weet dat niet enkel ons kantoor maar ook onze modellen geloven in gelijkheid. En dat het onze verantwoordelijkheid is als actieve deelnemers in deze industrie ons uit te spreken voor of tegen zaken die belangrijk voor ons zijn. Bij de visie hebben we ook nog eens sterke agency met ontzettend goed werkende modellen, daar halen we genoeg vertrouwen uit.

Model: Saana

De Britse casting director Anita Bitton benadrukt dat diversiteit de norm moet worden, en niet een ‘trending’ statistiek. Zij noemde als oplossing het aangaan van langdurige contracten van merken met diverse modellen. Zou dat in Nederland ook werken denk je?
Nee, ik denk niet dat dat per se zo werkt in de Nederlandse mode. Waar ik vooral bang voor ben is dat bij veel bureaus niet-witte meisjes nu even mee mogen doen, maar straks weer afgedankt worden. En in dat opzicht zijn wij anders, want wij zijn een agency, ‘that is here to stay’. Ook al werkt geen een model van ons een dag, wij blijven bestaan. Dit is wat het is. Hoe we met casting directors omgaan, hoe we met klanten omgaan – dit is wat wij doen en als je dat niet interessant vindt dan moet je niet bij ons boeken.

Model: Yu Lun