waarom we opgewonden moeten worden van mannen in jarretels

Vrouwen hebben zich geëmancipeerd door het dragen van traditionele mannenkleding – pakken en broeken maken hen ‘krachtig’. Mannen die gekleed gaan in minirokken of panty’s worden ondertussen wel gediscrimineerd. Het dwingt mannen in een eenzijdig...

door Aynouk Tan
|
08 maart 2015, 9:45am

De mode verstaat de kunst van het verleiden als de beste. De minirok doet smachten naar de kont die zich daaronder schuilhoudt; bij het zien van een diep decolleté verbeelden we ons hoe die tieten zonder BH heen en weer zouden wiegen tijdens de seks.

Ter bevordering van de emancipatie is ook de man steeds vaker lustobject. Maar in dit blikkenspel gelden andere regels. Niks geen doorschijnende top of push up onderbroek waardoor de penis optisch groter lijkt en vrouwen al nat worden bij het idee.

Waarom fantaseren we niet over een man die de panty verleidelijk van de knie afrolt?

De structuren die aan ons kleedgedrag ten grondslag liggen bieden uitleg. We dragen nooit zomaar iets. Als dat wel zo zou zijn, zouden we 's ochtends blindelings iets aantrekken, of gewoon onze pyjama aanhouden naar het werk. In plaats daarvan wikken en wegen we: is dit rokje niet te kort? Is dit turquoise overhemd niet te gay? Maakt deze jurk me niet te dik?

De keuze die daaruit voortkomt is gebaseerd op dat wat het kledingstuk vertegenwoordigt: een groene pruik betekent 'carnaval', een joggingsbroek staat voor 'sport' of 'armoedig'.Dezebetekenissen komen alleen tot stand dankzij de kracht van de verbeelding. Die verbeelding wordt gevoed door de verhalen die over de kledingstukken verteld worden, zoals een sprookje in een boek.

De mode bedenkt die sprookjes, bijvoorbeeld door een manbeeld voor te schotelen dat in spijkerbroek op een wild paard stoer over woeste vlaktes galoppeert. Zonder dit beeld, en de herhaling van dit beeld in andere media, zou de spijkerbroek geen enkele betekenis hebben. Beelden en de symboliek van deze beelden creëren de werkelijkheid.

Op zich is er niks mis met het construeren van sprookjes, totdat we ons gaan gedragen alsof ze waar zijn. Omdat we ons met de betekenissen die de mode voorbrengt identificeren, of nog scherper gesteld: omdat we deze betekenissen internaliseren, bepalen zij onze ervaringen en gevoelens.

De sprookjes die de mode voorbrengt kunnen gezien worden als een bril waardoor we de ander en onszelf zien. Omdat ze overal zijn en we er allemaal mee communiceren, beseffen we nauwelijks dat we die bril dragen.

En dat is kwalijk. Want het zijn deze sprookjes die ons blind maken voor de waarneming van een fundamenteel emancipatoir perspectief.

In de sprookjes die mannelijkheid vormgeven namelijk, zit de boodschap dat als zij die spijkerbroek niet dragen, zij niet mannelijk zijn. Als mannen zich in hun kleding niet vereenzelvigen of verhouden tot de modesprookjes, zijn ze niet manwaardig meer, en worden ze niet aantrekkelijk gevonden. Op die manier construeert mode genderidentiteit.

Diegenen die ons in de dwangbuis van genderidentiteit houden, zijn niet de media, maar degenen die ervoor kiezen om de wereld door de bril van de mode, de bril van de voorgeschreven verbeelding, te bekijken.

In een netwerkmaatschappij komt wie we zijn namelijk altijd tot stand op het knooppunt van de communicatie - in relatie tot de ander. De man die in een jarretel voor de spiegel staat vindt dat hij er belachelijk uitziet omdat hij via de blik van de ander naar zichzelf kijkt. Mode is een sociale relatie en de ander, dat zijn wij allemaal.

Mannen moeten zich massaal in jarretels hullen. En nog belangrijker: vrouwen zouden daar allemaal hartstikke geil van moeten worden.

Dat het niet gangbaar is om daar als vrouwen (of als mannen) over te fantaseren, verraadt een diepgewortelde vorm van genderongelijkheid. Want vrouwen hebben zich wél geëmancipeerd via traditionele mannenkleren. Hetzelfde geldt voor het nafluiten van mannen. Het kopiëren van 'mannelijk gedrag' noemen we emancipatie, terwijl daardoor juist zijn dominante positie bevestigd wordt.

Door de man niet aantrekkelijk te vinden in jarretels dwingen we hem in het keurslijf van een eenzijdig manbeeld. Bovendien bevestigen we daarmee alweer zijn dominante positie: wanneer vrouwen zich in een pak met stropdashullen werkt dat statusverhogend, wanneer mannen zich met iets vrouwelijks associëren is dat status verlagend.

Met het blikkenspel waarin dergelijke luchtkastelen de boventoon voeren, houden we elkaar in een houdgreep. En daarmee is een fantasieloze paringsdans ontstaan.

Het is een paradox. Want heeft juist de verbeelding niet als doel je mee te voeren naar oorden die je niet kent, naar plekken die je verwonderen, naar plekken die je nog nooit hebt gezien?

Kennelijk is onze werkelijkheid zo vervuld met sprookjes dat we ons een noodzakelijk sprookje waarin de hoofdrol is weggelegd voor een man in een jarretel, niet eens meer kunnen inbeelden. Zelfs niet als we onze ogen sluiten.

Dit artikel is een bewerkte versie van het essay 'Modesprookjes, een pleidooi voor mannen in roze jarretels' gepubliceerd in het 'F- Boek, feminisme van nu in woord en beeld'. Het F -boek is een uitgave van Spectrum en Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. 

Credits


Tekst Aynouk Tan

Tagged:
Feminisme&
aynouk tan