waarom onze eigen modeontwerpers de noodklok luiden (deel 4)

i-D interviewde vier grote namen die een succesvolle internationale carrière in de mode hadden, maar besloten het roer radicaal om te gooien. Alle vier verzetten ze zich tegen een systeem waarin sneller en meer de norm is. Alle vier stelden ze een...

door Aynouk Tan
|
06 oktober 2015, 12:00pm

Hans Demoed

Midden jaren '80 verwierven Hans Demoed en Geert de Rooij [beiden 56] internationale faam met een handschrift dat ze zelf ook wel omschrijven als 'happy punk'. Rijke stoffen als kasjmier en wol werden met de hand geverfd en op ingenieuze wijze met kleurrijke prints bedrukt. Onder de noemer The People of The Labyrinths bedienden ze in ruim 30 jaar klanten van allerlei pluimage: van Elizabeth Taylor tot extravagante pubers. Vorig jaar besloten ze de rol van de mode in hun leven tot het minimale te beperken. Andere disciplines bleken in het huidige tijdsgewricht een geschikter vehikel voor hun gedachtegoed. Want, de mode wordt momenteel geregeerd door managers, imago en eenheidsworst. "Het spijt me zeer maar dat hele kledinggedoe - ik vind het te dom voor woorden."

Vrijwel meteen na jullie afstuderen in 1983 werden jullie door trendwatcher Lidewij Edelkoort uitgenodigd om jullie werk te presenteren in Parijs. Wat maakte jullie signatuur zo bijzonder?
Wij keken verder dan wat op dat moment gevestigde mode werd genoemd. We stikten lappen aan elkaar, de naden keerden we naar buiten, kledingstukken werden expres niet afgewerkt, we gebruikten veel soorten kleur door elkaar. We verfden onze stoffen zelf, we ontwikkelden allerlei nieuwe vaardigheden waarmee we de stof op ingenieuze wijze bedrukten. Op dat moment werkte vrijwel iedereen bij ons op academie met (couture) technieken die al voorhanden waren. Ze gebruikten stoffen die al een print hadden of al geverfd waren. Wij lieten dat helemaal los om te ontwerpen vanuit de vraag: wat is een kledingstuk? Het is een lap stof, een omhulsel - dat stuk stof is altijd startpunt in ons werk geweest. Vaak vertaalde zich dat in meer dan kleding: in Parijs presenteerden we eerder een soort collage van sferen met schilderijen, foto's en prognoses. Maar de kledingstukken waren razend populair, die vlogen zo de tent uit.

Op welke manier verhield jullie werk zich tot het internationale modeklimaat van toen?
Toen Hans op de academie zat was hij superpunk: hij liep in lakleren broeken, zijn haar was getoupeerd, hij droeg kapotte T-shirts. Dat donkere; dat Fuck the Queen- gevoel was een beetje voorbij toen wij afstudeerden. De New Romantics kwamen op - dat was een stroming die uit punk voortkwam maar positiever van toon. Ons werk werd ook wel 'Political Beachwear' genoemd - het was happy punk. In plaats van plastic gebruikten we luxe stoffen: kasjmier en wol, want die konden we verven. We herkenden ons ook in de werkwijze van Vivienne Westwood. Ook zij wilde zich niet verhouden tot het na- oorlogse New Look silhouet van Dior - destijds een leidende vorm in de mode. In plaats daarvan ging ze de archieven van het Victoria & Albert Museum in om zichzelf de vraag te stellen: Waar ligt de oorsprong van een kledingstuk? Wat doet materiaal? Wat doet print? Wat doet kleur?

Jullie zijn geruime tijd hoofdontwerpers geweest van het luxe ski merk Jet Set. Hoe kijken jullie terug op die tijd?
We hadden nog nauwelijks geskied voordat we aan die klus begonnen. Daardoor waren we heel vrij; bijna naïef ook, want we wisten niks van de kledingcodes. We maakten een 'African Ski' collectie met etnische prints - met tijgers erop en God weet ik wat aan de binnenkant. We maakten jacks van oude parachutes en wijde broeken met aangesnoerde riemen. Zo veranderde die hele skimode die voorheen gekenmerkt werd door een stijl die je understated chique kon noemen, tot een sector waarin gedecoreerde mode de boventoon voerde. Tegelijkertijd gaf het ons de financiële vrijheid om in onze eigen collecties dingen te doen die puur experimenteel waren.

Jullie eigen label groeide uit tot een bedrijf met 32 medewerkers en eigen winkels in onder meer Moskou en New York. Dat lijkt de droom van elk ontwerpersduo.
Niet echt. We waren alleen nog maar aan het aansturen waardoor we niet meer toekwamen aan het creatieve proces. Een adviesbureau stelde ons voor de keuze: óf indammen óf doorgroeien met een directeur. We kozen voor de laatste optie. Een verkeerde beslissing bleek later. De directrice stelde op haar eerste dag voor om polo's te gaan ontwerpen met kleine labyrinten erop. Wat een hels voorstel. Zij vond: het moest sneller en gestroomlijnder, maar dat ging tegen alles in waar wij voor stonden. De directrice werd ontslagen, we zijn een stuk kleiner nu. We hebben nog één eigen winkel in Amsterdam.

Geert de Rooij

Jullie hebben 30 jaar in het hart van de mode industrie gewerkt. Hoe hebben jullie het modeklimaat zien veranderen?
Toen we voor Jet Set werkten kwam iemand uit ons team de Britse kunstenaar David Hockney tegen. Die zei tegen de kunstenaar: je maakt zulk mooi werk, wil je niet een keer een trui voor ons ontwerpen? Hockney maakte ter plekke een ontwerp onder de voorwaarde dat hij ook zo'n trui kreeg. Wij hebben 20 truien geproduceerd. Hockney kreeg een trui, wij 19 truien met zijn ontwerp erop. Iedereen blij. Nu kan je je met geen mogelijkheid meer voorstellen dat er letterlijk en figuurlijk ruimte is voor zulk soort creatieve ontmoetingen. Tussen elke samenwerking zitten drie managers, of er zit een strategie achter waarbij het devies luidt: jij hypt mij, ik hype jou, met als uiteindelijk doel dat de zogenaamde kunstwerken drie keer zo duur worden. Daarbij: er staan meer dan 6000 merken op de Parijse modebeurzen. Hoe kom je er dan nog doorheen?

Hoe heeft de opkomst van de sociale media een rol gespeeld bij de totstandkoming van dat klimaat?
Kids zijn altijd op zoek geweest naar waar ze bij willen horen, dat is een belangrijke voedingsbron voor de mode. Ik heb het idee dat er 30 á 40 jaar geleden meer romantiek in die zoektocht zat. Dankzij de selfiecultuur krijgen tieners al een antwoord voordat ze überhaupt bent begonnen met zoeken. Mode ontwerpers conformeren zich aan de macht van zulk soort media: dat creëert ontwerpers die imago en effectbejag als hoogste doelen zien. H&M heeft een grote rol gespeeld in het ontstaan van dat klimaat. Was die keten eerst enkel gefocust op het maken van kopieën, nu geven ze zelf shows in Parijs. Ze zijn in dat opzicht een belangrijk referentiekader geworden voor modestudenten, ze zijn toonaangevend voor wat mode ís. In wezen is H&M niet meer dan een slim businessmodel, toegespitst op snelle verkoop via het internet. Iedereen kan tegelijk klikken en iedereen heeft het morgen in huis. Ergens is het een vreemde ontwikkeling want je zou denken dat de ruimte die het internet biedt zou leiden tot minder massaconsumptie en meer diversiteit. Het is alsof die extra ruimte juist beperkend werkt. Doordat de vrijheid groter is dan ooit, durven mensen minder te kiezen dan ooit.

Wat is jullie belangrijkste advies aan ontwerpers die een eigen modelabel willen starten?
Start een label met meerdere mensen. Zeker als er weinig geld is, kan je taken verdelen. Zorg dat je een substantieel bedrag bij elkaar krijgt via crowdfunding zodat je op een professionele en onafhankelijke manier stappen kunt nemen. Het belangrijkste is echter dat je vanuit een identiteit denkt; vanuit een blik op de wereld - niet perse vanuit een discipline. Als je van de academie komt, moet dat je basis zijn. Uit ervaring weten we dat diezelfde academie niet altijd voorziet in het leggen van een dergelijke basis. Zo moesten we als docenten een convenant tekenen waarin we moesten beloven dat we geen porno, discriminatie of bedreigend werk zouden toestaan. Mode opleidingen zijn onderdeel van de academie voor beeldende kunsten, dat betekent dat ontwerpers vrij moeten kunnen zijn. Als kunstenaar zou je altijd grenzen moeten kunnen opzoeken.

Hoe ziet jullie leven er nu uit?
We doen alleen dingen die we leuk vinden. Onlangs hebben we de interieurs verzorgd van een paar huizen van Renzo Rosso (oprichter van mode imperium OTB Group red.). Verder zijn we veel aan het fotograferen en tekenen. Hans is met de inrichting van de tuin bezig. Mode staat onderaan de lijst. We keken onlangs naar Hollands Next Top Model. Dat programma heeft niks meer met mode te maken. Het is zo plat. Mode gaat over de maatschappij; over de manier hoe die zich ontwikkelt - dat zie je nergens meer in terug. Het spijt me zeer, maar dat hele kledinggedoe, ik vind het te dom voor woorden. Het is hoog tijd voor een nieuw elan, een generatie die het rigoureus anders gaat doen.

Lees hier ook de andere delen:

Deel 1: Alexander van Slobbe

Deel 2: Saskia van Drimmelen

Deel 3: Bruno Pieters

Credits


Tekst Aynouk Tan
Beeld via Hans Demoed & Geert de Rooij

Tagged:
mode interviews
geert de rooij
hans demoed
people of the labyrinths