amsterdamse stereotypen

Fotograaf Bob Siers maakte een serie van de stereotypen van het Amsterdam zoals hij het als zestienjarige jongen uit Twente zag.

door Björn Beerthuizen
|
07 september 2016, 11:00am

"Het is een beetje een troep", waarschuwt fotograaf Bob Siers voor we zijn studio aan de Prinsengracht binnenstappen. De vloer ligt bezaaid met beelden van halfnaakte danseressen, vuistvormige dildo's en voorportalen van obscure nachtclubs. Hier legt Bob zijn laatste hand aan het fotoboek XXX Amsterdam Stereotypes, zijn document van een stad die langzaam verandert. De foto's op de grond verbeelden stuk voor stuk herinneringen uit zijn jeugd, toen hij zich als zestienjarige jongen uit Twente tijdens zijn bezoeken aan Amsterdam liet verleiden door de vele verlokkingen die de stad rijk is. Wij spraken met Bob over de lichte zeden uit de hoofdstad die hem inspireerden voor zijn boek.

Waarom moest dit boek er komen?
Omdat ik merk dat de stad verandert, en ik de Wallen zoals ik die als zestienjarige jongen heb ervaren een zeer warm hart toedraag. Wanneer ik nu over de Wallen fiets, merk ik dat het beeld van tien jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor een naar gevoel. De Wallen zijn een gebied geworden waar je als Amsterdammer liever niet komt. Een gebied dat wordt gedomineerd door toeristen en allerlei zaken waar je als volwassen persoon niet meer achter staat. Die haat-liefdeverhouding is de inspiratiebron geweest voor dit boek. Ik wilde nog een keer terug naar die liefdevolle herinneringen van vroeger.

Met wat voor ideeën kwam die zestienjarige Bob naar Amsterdam?
Ik was toen een heel ander persoon dan ik nu ben. Ik voetbalde vier keer per week en in het weekend dronk ik bier in de zuipkeet. Ik genoot van het lompe Twentse leven. Coffeeshops had je er niet, laat staan dat ik ooit een stripper had gezien. Wanneer je dan met dat voetbalteam Amsterdam bezoekt, gaat er een wereld voor je open. Een wereld die niet alleen op de computer en in videospelletjes bestaat, maar een waar je je daadwerkelijk in kunt verliezen.

Je schrijft in je boek dat het gevoel waarmee je nu over de Wallen loopt in contrast staat met dat van de zestienjarige Bob, hoe komt het dat dat beeld zo sterk is veranderd?
Dat heeft met twee dingen te maken. Neem de prostituees als voorbeeld. Als zestienjarige jongen zette ik geen vraagtekens bij het feit dat zij daar stonden. Nu kan ik mij niet voorstellen dat die vrouwen ervan genieten om met een dronken Engelse toerist voor tien minuten van bil te gaan. Die toeristen zijn sowieso een beetje lastig als je door de stad fietst, terwijl ik er vroeger zelf een was. Daarnaast merk ik dat ook de gemeente steeds meer bezwaren heeft tegen bepaalde zaken die zich op de Wallen afspelen. Als gevolg zie je dat het gebied schoner wordt en steeds minder lijkt op hoe ik het mij herinner. Amsterdam verliest als het ware stukje bij beetje zijn lelijke kant.

Met wat voor een gevoel kijk je nu terug op die tijd?
Ik ben heel blij dat ik de Wallen zo heb kunnen ervaren. Natuurlijk was het niet altijd even verantwoord maar als jonge jongen doe je soms domme dingen, daar moet je geen spijt van hebben. Ik ben alleen maar blij dat ik zo'n leuke jeugd heb gehad.

Op welke manier heb je geprobeerd om dat gevoel van toen te vangen in de beelden die je hebt gemaakt?
Ik heb geput uit mijn herinneringen. Ik heb voor mezelf op papier gezet wat mij deed terugdenken aan de stad. Ik kwam erachter dat al die herinneringen vaag of juist heel helder waren. Daarom heb ik er bewust voor gekozen om de onderwerpen en objecten niet op locatie maar in mijn studio te fotograferen. Zelfs de blikken in de ogen van de prostituees zag ik als een object. Door de personen en objecten in mijn studio te fotograferen haalde ik ze uit hun context en maakte ik ze weer onderwerp van mijn herinnering. Zo staat het beeld van een dildo in de vorm van een vuist voor eeuwig op mijn netvlies gebrand, van de etalage eromheen kan ik mij niets meer herinneren.

En de keuze om op film te fotograferen?
Dat doe ik eigenlijk altijd. Voor mij staat film heel erg voor het nostalgische en het eigenaardige. In mijn werkwijze laat ik best veel aan het toeval over. Wanneer je digitaal werkt, heb je alles in de hand en ziet het er vaak te gelikt uit.

Je spreekt zelf over stereotypen, beelden van de stad die in ieder toeristenboekje staan, hoe heb je daar iets van jezelf van gemaakt?
Ik heb voor de onderwerpen heel erg gezocht naar mijn stereotypen en niet dé stereotypen van Amsterdam. Klompen en Delfts blauw zal je in mijn werk niet terugvinden. Het boek laat zien hoe ik mij de stad herinner. In Amsterdam kon je op iedere hoek van de straat wiet kopen, in Amsterdam kon je stripclubs bezoeken en in Amsterdam dronk je Heineken, in plaats van Grolsch.

Heb je overal zomaar kunnen fotograferen of zijn er plekken geweest waar ze niet op jou en je camera zaten te wachten?
Ik heb geen sekswerkers op de foto kunnen zetten, en dat wil je natuurlijk wel. Daar rust een enorm stigma op. Als die dames een camera zien worden ze al gek. En omdat ik ze vroeger als object zag, wilde ik ze ook op die manier vastleggen. Misschien dat ik er best een in gewone kleren had kunnen fotograferen maar dat is een no-go voor de manier waarop ik wil werken.

Je bent op bijna antropologische wijze te werk gegaan, onder meer door een nacht een kamer te boeken op de Wallen. Is dit belangrijk geweest voor het proces?
Dat idee ontstond aan het eind van mijn project. Ik voelde dat er iets ontbrak waar ik op dat moment even geen inspiratie meer voor had. Toen heb ik voor een andere aanpak gekozen. Ik heb een hotelkamer geboekt en heb daar voor een nacht mijn studio opgebouwd. Ik reserveerde een tafel bij Nam Kee en ging vervolgens van kroeg naar kroeg. Ik wilde mij weer even die jongen van zestien voelen. Op zoek naar die spanning van toen. Het lukte me aardig om het gevoel terug te krijgen maar uiteindelijk ging het bezoek mij toch tegen staan. Die hordes mannen die als aasgieren door de straten lopen. Om half een ben ik dronken teruggegaan naar het hotel.

Zie je de Wallen als een aanwinst of een last voor Amsterdam?
Dat wil ik in het midden laten. Ik heb dit boek niet gemaakt om een statement te maken. Dingen veranderen, dat is nu eenmaal zo. Zie dit boek vooral als een herinnering aan hoe het was. Een stad waar ik ooit als zestienjarige een banaan van een vrouwenlichaam at.

Voor het boek XXX Amsterdam Stereotypes werkte Bob samen met Sebastiaan Hanekroot van Colour & Books en designer Amir Avraham. Op 9 september zal het boek samen met de bijbehorende expositie worden gepresenteerd bij Cloud Gallery Amsterdam.

Credits


Tekst Björn Beerthuizen
Fotografie Bob Siers

Tagged:
Amsterdam
Kunst
bob siers