anton corbijn over de toewijding van een muziekfotograaf

Anton Corbijn vertelt in ‘Life’ het verhaal van fotograaf Dennis Stock en zijn vriendschap met James Dean. Wij spraken met hem over de relatie tussen de fotograaf, het subject en succes, de grote thema's in zijn nieuwe film.

door Colin Crummy
|
28 september 2015, 1:05pm

Anton Corbijn verkreeg in de jaren '70 bekendheid als muziekfotograaf, met name dankzij zijn karakteristieke zwart-witfoto's. Zijn eerste volwaardige film Control bevatte deze twee eigenschappen; de film ging over de muzikant Ian Curtis van Joy Division, en werd geschoten in kleur, maar gemonteerd in zwart-wit. Momenteel richt de 60-jarige Nederlandse kunstenaar zijn camera op iets waarvan hij alles weet: de relatie tussen de fotograaf en het subject. In zijn meest recente film Life richt hij zich op de beroepsmatige vriendschap tussen Magnum-fotograaf Dennis Stock en aanstormend acteertalent James Dean in 1955. Stock ging met Dean mee naar de boerderij van zijn familie in Indiana, en nam daar intieme foto's van zijn leven thuis. Ook maakte hij de foto van de boerenjongen in het begin van zijn sterrendom. Deze memorabele afbeelding van Dean op Times Square is de meest gereproduceerde foto van de 20e eeuw geworden.

Robert Pattinson vervult in Life de rol van Stock, een fotograaf die bereid is om alles te doen voor de primeur. Dane Dehaan speelt Dean, de acteur met een afkeer van de filmstudio. Beide mannen willen iets van elkaar, en daaruit ontstaat een vriendschap. Life is prachtig gefilmd, en laat op realistische wijze de momenten waarop de iconische foto's werden genomen, herleven. Het verhaal gaat ook in op de hedendaagse thema's als roem en kunst, de fotograaf en het subject, vriendschap tussen mannen, en onvermijdelijk ook het leven en de dood - Dean stierf op zijn 24e, een aantal maanden nadat de foto's werden gemaakt.

Wie was voor jou de meest interessante persoon, Stock of Dean?
Het was Dennis Stock, omdat het idee van een fotograaf die foto's neemt van iemand die in de schijnwerpers staat voor mij heel herkenbaar is. Ik doe dat zelf al sinds de jaren '70. Dat James Dean de andere persoon is, is een bonus, maar ik wilde niet een biografische verbeelding van het leven van James maken. Voor mij ging het meer om de fotograaf en zijn toewijding, en de balans tussen de twee mannen.

De film laat zien hoe Dean onder druk staat, de druk van de studio, en hoe hij door het publiek met argusogen gevolgd wordt. Was je je er bewust van dat Robert in de rol van Stock, met betrekking tot de hele heisa rondom beroemdheden, ook nu relevant is?
Misschien dat dat wel gewoon een soort van pervers genot was. Rob neemt interessante rollen aan, inmiddels zijn dat nauwelijks rollen waarmee hij makkelijk geld verdient. Dat alleen al was een interessante kant van hem. Hij heeft een heel intuïtieve persoonlijkheid, een bepaald soort onzekerheid. Dat element van het personage wilde ik terugzien in de persoon die hem speelde. Veel mensen zien Robs naam en denken dat hij James Dean speelt, dat is grappig.

Was je altijd al een fan van Stock?
Dat zou ik niet zeggen, nee. Ik kende een aantal van zijn bekendste foto's. Toen ik het script las, ging ik me pas echt in hem verdiepen. Het was geweldig om al zijn werk te ontdekken. Dennis Stock was een geweldige documentairefotograaf. Hij deed niet zo veel aan de aankleding, hij legde gewoon momenten vast.

Wat zijn volgens jou de beste elementen van de foto's van James Dean?
Het is lastig om niet aan de nasleep te denken, aan zijn vroege dood. Het moet geweldig geweest zijn om zulke intieme foto's van hem in Indiana te nemen. Er waren nog een aantal andere fotografen die foto's van hem namen, op de set of voor tijdschriften, maar Dennis Stock had zo'n documentaire-achtige kijk op dingen, het laat echt zien wie James Dean is. Dat maakt de foto's zo waardevol.

Als fotograaf heb je voornamelijk muzikanten als subject gehad. Had je daardoor een grotere vrijheid dan wanneer je met acteurs in een strikt studiosysteem had gewerkt, zoals Stock dat deed?
Ja, maar ik herinner me dat niet veel mensen interesse hadden in mijn foto's toen ik net begon. In de jaren '70 was het heel lastig voor me om een plek te vinden waar ik mijn werk kon publiceren, en nu zijn veel van die foto's te zien in museumcollecties. Soms werk je op een bepaalde manier die nog niet geschikt is voor die tijd. De mensen komen vanzelf wel als je dingen gewoon op je eigen manier doet.

Vond je het lastig om potentiële subjecten te overtuigen toen je nog onbekend was?
Toen ik net begon, werkte ik enkel lokaal. Dat maakte een groot verschil. Ik begon niet met U2 of Tom Waits. Toen ik net begon met fotograferen, ontmoette ik Herman Brood. We brachten samen wat tijd door. Hij was heel fotogeniek en een interessante man. Hij werd uiteindelijk de grootste rockster die Nederland ooit heeft gehad. Hij werd door iedereen op de foto gezet. Hij ging er vandoor en ik raakte hem kwijt, maar het voelde alsof hij van mij was. Ik begreep niet hoe dat zomaar kon gebeuren. Ik refereer hieraan in de film wanneer Dennis Stock eindelijk James Dean zover krijgt om voor hem te poseren, en Dean zegt: "Ik begrijp het, ik wil je helpen," en Stock reageert met: "Nee, nee, nee ik help jou." Als je de balans tussen jezelf en je subject niet begrijpt, kan je voor nare verrassingen komen te staan. Ik was jong en begreep die balans ook niet.

Hoe zou je James Dean hebben overtuigd om door jou gefotografeerd te worden?
O, dat weet ik niet. Het zou er ook aan liggen hoe mijn carrière er op dat moment voor stond. Het is nu veel makkelijker voor mij om aan iemand te vragen of ik een foto mag nemen dan het in het begin voor me was. Het werk dat je hebt gedaan helpt je vooruit. Wanneer je net begint, is het lastig en iedereen wil foto's maken van populaire mensen. Maar dat is niet echt waar fotografie om draait.

Waar gaat fotografie om?
Het gaat om een vertaling van een ontmoeting met iemand. Als je het hebt over een portretfoto van iemand nemen, zijn er een paar elementen die daarbij komen kijken: jouw beeld van de persoon, iets echts van de persoon dat naar voren moet komen in de foto, en je moet een foto willen nemen die nog nooit eerder is gezien. Het moet een balans zijn van deze drie elementen. Of een persoon nu bekend is of niet, dat doet er niet toe. Zo veel hedendaagse foto's lijken eerder over een bepaald idee te gaan dan over de persoon.

Je hebt een keer gezegd dat je een fascinatie hebt voor eenlingen, en met Stock en Dean volg je maar liefst twee eenlingen in de film. Waar komt deze aantrekkingskracht vandaan?
Ik kan me het beste identificeren met dat soort mensen, omdat ik grote delen van mijn leven ook zo heb doorgebracht. Ik heb diep van binnen het gevoel dat het grootste gedeelte van je leven bestaat uit alleen zijn en dingen alleen moeten doen. Veel keuzes komen enkel vanuit jezelf. Maar het was niet mijn plan om daar films over te maken, de verhalen lijken gewoon toevallig allemaal dat ene element te bevatten waar ik zo door gefascineerd ben.

'Life' draait vanaf 30 september in de Nederlandse bioscopen

Credits


Tekst Colin Crummy

Tagged:
Life
Anton Corbijn
Robert Pattinson
James Dean
Dane Dehaan
Cultuur