verandering mag gevierd worden, maar laten we i-D’s verleden, heden en toekomst niet teniet doen

Diversiteit is geen ‘trend’ – wij doen het al 35 jaar.

door Steve Salter
|
04 september 2015, 2:25pm

De afgelopen weken verschenen enorm veel opiniestukken over de zeven donkere vrouwen die dit jaar te zien zijn op de pre-fall en fall-covers van magazines. Van Beyoncé's Vogue-avontuur tot Amandla Stenbergs Dazed-cover, Serena Williams' viral New York Times-cover en natuurlijk Willow Smith op onze eigen cover - commentatoren zijn volop aan het uitzoeken wat dit allemaal te betekenen heeft. Is er sprake van een revolutie? Is het een trend? Is het afgesproken werk?

"Ik ben trots op het feit dat zwarte vrouwen de covers van de belangrijkste maand van het jaar gekregen hebben, want dit is iets dat iedereen moet zien," schreef Morgan Jenkins in haar artikel voor de Guardian, Black women on magazine covers in September showcase our greatness. Daar zijn we het mee eens. Want bij velen komt dit veel te laat, en deze vooruitgang moet niet alleen worden toegejuicht, maar vooral ook worden aangemoedigd. Of beter nog: we moeten eisen dat dit niet slechts een tijdelijk fenomeen is, maar iets permanents, iets dat in elk aspect van de industrie (en samenleving) wordt doorgevoerd.

Toch vind ik het vooral ook ontmoedigend dat iets als ras in het jaar 2015 nog steeds een 'trend' wordt genoemd, en dat het zo schaamteloos voor commerciële doeleinden gebruikt wordt. Vooral als het blad waar ik zelf voor werk ten onrechte in het hele verhaal wordt meegenomen. Ik snap het wel - hoe meer voorbeelden je hebt, hoe krachtiger je punt, toch? Nee. Niet als dat punt een directe aanval is op het hart dat al 35 jaar in elke pagina van dat blad zit. Noem me naïef of vooringenomen, maar je kan niet ontkennen dat i-D altijd al diversiteit heeft getoond. En dat is iets wat in elk opiniestuk dat ik nu lees over het hoofd wordt gezien.

"Maar waarom nu?" vraagt Kristal Brent Zook zich af in het followup-artikelvan de Guardian met de dubieuze titel Black female celebrities on magazine covers do sell, but will the fanfare last?. "Het is al 50 jaar geleden dat Donyale Luna het eerste zwarte model was dat op de cover van Harper's Bazaar stond, wat voor adverteerders in de zuidelijke staten reden was om hun business met het blad een halt toe te roepen. Een jaar later werd ze de eerste zwarte vrouw op de cover van Vogue. In de tussentijd is er veel - en weinig - veranderd," gaat Kristal Brent Zook door. Tot op dat punt kan ik me in haar stuk vinden, maar kort daarna is ze me kwijt. "De vooruitgang ging langzaam en in de jaren tachtig en negentig was er een lange periode waarin bijna geen enkel zwart model in de bladen te zien was," schrijft ze, waarna ze Charles Whitaker quote, die de Helen Gurley Brown professor van de journalistiek is aan de Medill school van de Journalistiek op de Northwestern University. "Plotseling was er het moment waarop besloten werd dat zwarte vrouwen het niet langer goed deden op covers en dat werd de collectieve gedachte. Het was belachelijk," stelde Whitaker. "Dit is een industrie waarin men elkaar toch een beetje achterna loopt." Niet iedereen, Charles Whitaker.

Het is pijnlijk als een artikel jouw magazine gebruikt om een argument kracht bij te zetten en vervolgens een richting inslaan die niet bij jouw magazine past. Laten we de titels bespreken die zich hier daadwerkelijk schuldig aan gemaakt hebben, in plaats van de geschiedenis, het heden en het verleden van i-D teniet te doen.

"i-D counts more than fashion. Make a statement, originate don't imitate, find your own i-D," schreef i-D's eerste Fashion Editor, Caroline Baker, 35 jaar geleden in onze allereerste issue. Deze woorden weergalmen nog steeds op onze pagina's. Sinds de eerste nietjes onze allereerste pagina's aan elkaar hechtten, heeft i-D altijd z'n eigen ding gedaan en gedurfd om iets anders te doen dan de rest. Waar mainstream media zich in stilte hulden, hebben onafhankelijke stemmen als die van ons zich altijd laten horen voor diversiteit.

"Identiteit is onze vingerafdruk," zegt Terry Jones, oprichter van i-D en voormalig editor-in-chief. "Menselijkheid is de kern van i-D's redactionele ethiek - we bieden de ruimte aan een breed scala aan mensen met verschillende constructieve meningen, ongeacht hun godsdienst, huidskleur, nationaliteit of sociale achtergrond." Het is en was altijd al meer dan één stem.

Toen we Terry ooit vroegen wat volgens hem een goede cover is, antwoordde hij: "Ik maakte voor i-D graag covers die je emotioneel konden grijpen en een zekere brutaliteit hadden. Als het gezicht je aandacht opeiste en de woorden tot de verbeelding spraken." Verlies jezelf in ons coverarchief om te zien wat hij bedoelt.

Onder het stuk van Morgan Jenkins schrijft Jason Connor iets waarmee hij mijn misgenoegen perfect illustreert: "Dit artikel had een diepgravend stuk moeten zijn over de geschiedenis achter de rassen/etniciteiten van covermodellen. In plaats daarvan krijgen we dit…" Laten we met dat in ons achterhoofd eens in de geschiedenis van i-D duiken.

"i-D heeft een platform geboden aan diverse talenten sinds The Sweat is Best Issue (No. 6 1981) - waarin een mysterieus meisje genaamd Jones werd gefotografeerd door Thomas Degen," herinnert Terry zich. "Toen was er Sade, gefotografeerd door Nick Knight voor The All Star Issue (No. 14, 1983), een maand voor Madonna's eerste issue."

"De Sade-issue was de eerste issue waar ik aan gewerkt heb toen ik in 1983 bij i-D begon," zegt voormalig editor Dylan Jones. "De issue was een omslagpunt voor i-D, want niet alleen was het de eerste staande issue met voor het eerst een portret op de cover, ook was het een portret van iemand die zich op dat moment een weg baande uit de Londense clubscene. Dit was niet alleen Sade's poging om door te breken, het was ook i-D's poging," concludeert hij.

Sindsdien hebben we nooit meer achterom gekeken, en zijn we nooit opgehouden om identiteit te herdefiniëren. Sade werd opgevolgd door Sherron Waugh (The Money Issue, No. 18, 1984), Jane Khan (The Fun & Games Issue, No. 20, 1984), Carol Thompson (The i-Spy Issue, No. 23, 1985), June Montana (The Conservation Issue, No. 37, 1986) en natuurlijk Naomi Campbell, voor wie het niet bij één cover bleef. "Robert Erdmann stond echt achter me; hij was een van de eerste fotografen die me in Londen fotografeerde," weet Naomi nog. "Ik was nog maar vier maanden bezig met modellenwerk, dus het was allemaal nog heel nieuw voor me. Ik werkte veel met Robert en het was zo'n eer om op de cover van i-D te staan."

In de jaren negentig stond ze bijna elk jaar wel een keer op onze cover. Ze werd opgevolgd door Grace Jones (The Pop Issue, No. 46, 1987), Cleopatra Jones (The Adventure Issue, No. 61, 1988), Kathleen (The Secrets Issue, No, 67, 1989), Diana Brown (The Energy Issue, No. 73, 1989), Wilson James (The High Spirits Issue, No. 78, 1990) en Mica Paris' eerste cover, door Craig McDean (The Born Again Issue, No. 86, 1990).

"Edward Enninfuls bijdrage als Fashion Director in de jaren negentig zette het allemaal voort," vertelt Terry per mail. "Ik gebruik degene die gewoon echt klopt voor het verhaal, wie dat ook is," zei Edward tijdens een recentelijke paneldiscussie van de CFDA over de diversiteit in de mode. "Ik denk graag in karakter, en ga graag voorbij de norm. Dit bepaalde type model voor dit bepaalde type verhaal… Dat is iets dat voor mij nooit gewerkt heeft."

In zijn werk - voor i-D en daarbuiten - is Edward altijd voorbij de grenzen gegaan die door het stereotyperen getrokken werden. Toen hij afgelopen jaar de Isabella Blow Award voor Beste Fashion Creator in ontvangst mocht nemen tijdens de British Fashion Awards, zeiden Terry en Tricia: "Niet alleen gaf hij i-D zijn eigen talent, ook werkte hij samen met honderden andere jonge talenten die aan het begin van hun carrière stonden. Zijn modehoekje op het kantoor van i-D was altijd een mekka van ideeën. Hij heeft in de internationale modewereld voor meer diversiteit onder de supermodellen gezorgd." En dat is iets dat i-D nog steeds voort wil zetten.

Het gezicht van de mode is veel veranderd in de afgelopen 35 jaar - van paspop tot supermodel en van zwijgende muzen tot social media-sterren. i-D is in die tijd natuurlijk geëvolueerd, en heeft zichzelf voor nieuwe generaties steeds opnieuw uitgevonden, maar wat we altijd hebben gedaan en zullen blijven doen is al het mooie, vurige en expressieve van de moderne identiteit vieren. We hebben altijd verder gekeken dan kleur, om gewoonweg talent te vieren. 

Tagged:
diversiteit