de teloorgang van de londense undergroundscene

Verliest Londen de vruchtbare bodem voor de underground subculturen die de stad ooit definieerden?

door Anders Christian Madsen
|
12 november 2015, 8:45am

Londen is een bakermat van experimenteren, subculturen en undergroundcultuur. Een plek waar punkers met hanekammen gewoon de stoep delen met oude dametjes in bontjassen, en waar een seksshop zo'n beetje naast de Chanelwinkel een plekje vindt.
Maar hoewel Londen nog steeds de reputatie heeft van de meest diverse en openminded metropolis ter wereld, zijn de kenmerken van vernieuwing en rebellie niet meer zo tastbaar en zichtbaar als ze ooit waren in de Britse hoofdstad.

Modestudenten in Londen wordt verteld over de subculturen die de stad definieerden: dandy's, mods, skinheads, punkers en ravers. Als ze het stijgende collegegeld kunnen betalen - door zichzelf diep in de schulden te werken - leren de studenten dat deze undergroundstromingen de fundering legden voor een stad die constant geplaagd wordt door verandering. Londen is een stad die zich heeft moeten leren aan te passen.
Als ze de ruim twaalfduizend euro bij elkaar weten te schrapen, horen de de studenten daarnaast dat Chelsea, Soho en Hoxton ooit het toneel waren voor de extravagante freaks en rebellen, die van Londen het middelpunt van aanstormende mode en kunst (of noemen we het gewoon jongerencultuur?) maakten.

Die tijd is voorbij. King's Road, ooit het clubhuis van kunstenaar en (manager van de Sex Pistols) Malcolm McLaren, is nu een gladgestreken winkelstraat vol rijke mensen. Soho, de rosse buurt van Londen met de meest bekende homostraat, zit nu vooral vol vipclubs en koffieketens. En als je in Hoxton loopt, zie je niets terug van de kleurrijke clubkids die de straten tien jaar geleden nog wild bestierden.

Toen de Londen Fashion Week in september de grootste locatie verplaatste naar Brewer Street Car Park in Soho, moest modeontwerper Gareth Pugh denken aan het Londen dat zijn carrière vormgaf. Zijn show stelde dat Soho's "high-speed gentrificatie" fungeerde als de "de setting voor een episch gevecht tussen creativiteit en commercie: een strijd tussen dragqueens en ontwikkelaars".

Pughs catwalk was aan weerskanten bedolven met bergen glimmende centen, alsof Dagobert Ducks geldpakhuis er ter plekke was leeggestort. Op de catwalk zelf schreden zijn flamboyante modellen als freaks met fetisjmaskers in oranje bontjes. Het geheel was een kleine voorstelling van de spanning die Londense toekomst nu schept. En het is ook een waarschuwing: dat de creativiteit die door subculturen wordt omarmd kwetsbaar is, en weerloos is voor de hedendaagse commercie.

Hoewel de gentrificatie van Soho al tientallen jaren geleden begon, is de snelheid waarmee Oost-Londen nu onderworpen wordt aan commercialisatie alarmerend. Pugh is bijvoorbeeld naar eigen zeggen zijn kantoor in de wijk Dalston uitgegooid omdat "ze het willen herontwikkelen". Dat terwijl Dalston pas een paar jaar wordt overspoeld met hippige mensen.

Natuurlijk moet een grote stad als Londen zich ontwikkelen en groeien, maar door het proces op zo'n gehaaste manier te forceren, loop je het gevaar de oh-zo belangrijke subculturen kwijt te raken. Ze krijgen immers niet de tijd om langzaam te groeien.
Als je jonge mensen constant op straat zet omdat ze geen huur meer kunnen betalen wanneer ze eenmaal naast barbershops en vintage kledingwinkels wonen, kunnen creatieve bewegingen zich nooit wortelen. Het resultaat: de stad dreigt nieuwe undergroundscenes, die zo fundamenteel zijn voor het Londense imago en de mentaliteit, kwijt te raken.
Ondertussen helpt het internet en social media niet mee. Als er bij elke nieuwe potentiële beweging online over bericht wordt, krijgen die ontwikkelende subculturen ook nooit de kans om uit te groeien tot echte stroming.

De vraag is of de hijgerige drang van de media om alles over nieuwe undergroundscenes te verslaan de subculturele vruchtbaarheid van de stad niet voorgoed heeft verpest. En een nieuwe vraag dient zich aan: hoe weet je eigenlijk dat je onderdeel bent van een undergroundscene? Zo'n tien jaar geleden, in de hoogtijdagen van fashiondiscotheek Boombox in Hoxton, voelde daar iedereen zich in normale kleding onderdeel van de extravagant geklede Nu Rave-beweging. Omdat social media al bestond en partypics de volgende ochtend al online stonden, voelde Nu Rave al snel meer bekeken dan underground.
In juli sprak i-D met modeontwerpsters Katie Hillier en Luella Bartley, beiden onderdeel van het meubilair in de Londense undergroundscenes van de jaren negentig, over subculturele zelfherkenning. "Wij hadden destijds nooit het gevoel dat we er bij hoorden, maar waarschijnlijk deden we dat wel. Je creëert achteraf een hoop underground door terug te kijken. Hoewel, als je ergens op een rave stond voelde je je wel onderdeel van de scene."

Je moet lang en hard zoeken om nu een scene in Londen te vinden waar jongeren datzelfde gemeenschappelijke gevoel hebben. Eigenlijk kun je er alleen maar op hopen.
Of misschien verandert de nieuwe situatie in Londen wel de manier waarop we underground definiëren. Als de (social) media de obsessie voor ontkiemende subculturen doorzet, kunnen de leeftijdsgroepen geassocieerd met die nieuwe bewegingen zich op zo'n manier ontwikkelen dat je op je veertigste nog meer underground bent dan op je twintigste. Je leven wordt op die leeftijd immers niet meer constant (online) belicht. Meer aandacht voor het dertig plus-segment zou dus niet zo slecht zijn voor de door jeugd geobsedeerde media, maar het helpt Londen niet. Als er overal in Londen dezelfde winkelketens en restaurants te vinden zijn, waar alleen dezelfde leeftijdsgroep komt - dus geen jonge creatievelingen - verliest Londen de diversiteit en acceptatie waar de stad al zo lang op leunt.

Tagged:
underground
SUBCULTUREN
Mode
jongerencultuur